25 mei 2015

Vakantie

decisions decisions...



Het voelt net alsof ik weer op m’n eentje op de bonnefooi door Australië rij. Besluiteloos omdat ik niet weet waar de beste kans op een vlucht is, waar is het weer goed, de windrichting ok en zijn er andere deltisten? Teveel keuze, met m’n vlieg- en kampeerspullen bij me zodat ik alle kanten op kan. Maar het is niet down under, het is juist extreem vertrouwd, thuis. Rechts zie ik een luchtballon boven het dorp van een leuke jongen uit een hogere klas. Ik kan me z’n gezicht nog voor de geest halen maar ik zou me zijn naam niet meer herinneren. Links een fietspad waar ik talloze keren overheen ben gegaan. Europa is zo volstrekt anders dan Australië maar mijn gevoel is bijna hetzelfde. De parkeerplaatsen langs de snelweg zijn mudvol met volgepakte moderne autootjes en glimmende caravans, en het is een stuk koeler en groener hier. Ik mis nog steeds de geur van eucalyptus en zon maar ik hou enorm van groen gras, liefst pasgemaaid, en dat hebben we hier dan weer. Eeuwenoude boerderijen en hier en daar een villa of kasteel verschillen niet eens zo enorm van de grote huizen die er door hun golfplatendak altijd wat armoedig uitzien. Kraaien, die behendig op de vangrail hippen. Europese roofvogels die koninklijk hun cirkels draaien. Glooiende velden. Bomvol Bastogne, waar ik me door het braderieënd publiek worstel naar een ontzettend aardige garagist die even m’n motor doormeet. Hij kan niks vinden dus het geschud en gehaper als ik bergop rij zal hopelijk niet ernstiger worden.
Nog ruim vierhonderd kilometer te gaan, vier uur herinneringen en fijne muziek. Ik denk aan Luis, en Adam, en anderen. Zo ontdek ik hoe eenvoudig onsterfelijkheid eigenlijk werkt. Adam is in mijn gedachten, hij is deel van mijn geest. Als bijvoorbeeld Krekel aan mij denkt, en als zijn dochter aan hem denkt, en weer iemand aan haar dan krijgen zij allemaal een stukje Adam, Adams geest. Ook al hebben ze hem nooit gekend en weten ze niet dat hij ooit heeft bestaan. Simpel!
Inmiddels m’n bed in het gloednieuwe werptentje opgemaakt. Inderdaad, in twee seconden is ie klaar maar ik vrees het moment dat ik het ding weer terug in de zak moet zien te krijgen. Heb inmiddels ontdekt welke essentiële zaken ik nu weer vergeten ben: pleepapier en m’n verloopstekker. Het ergste is dat ie waarschijnlijk tevoorschijn komt als ik over een paar weken m’n auto weer uitpak.
24 mei Passy
Het valt een beetje tegen maar ik heb in elk geval voor het eerst sinds járen weer ns op Plaine Joux gevlogen, Dennis en Gillian weer gezien, en best knap de minimale lift die er was nog weten te gebruiken om m’n vluchtje een paar minuten te verlengen. M’n eerste landing ging niet slecht, mede dankzij m’n onvolprezen droguechute, maar als ik beseft had hoe hoog het gras was (borsthoogte) was ik in paniek geweest. M’n tweede landing gebruikte ik ook m’n drogue maar ik zette ‘m netjes neer precies op het kleine stukje dat gemaaid was. Die drogue heb ik trouwens ook van Dennis - net als m’n thermalling skills en m’n naam, H.
Hij geeft tegenwoordig één-op-één instructie, alleen nog maar parapenten. Duur, maar een klant krijgt super waar voor z’n geld. De enige ander die het zo perfect voor elkaar heeft bij mijn weten is Rohan Holtkamp, maar die zit in een uithoek van een uithoek. Dennis zit in het centrum van de wereld met uitzicht op de Mont Blanc, en met nog tig andere dingen om te doen als er niet gevlogen kan worden. Je zou er bijna van gaan parapenten. Maar ja, zolang ik nog heel veel te leren heb met deltavliegen en zolang het gevoel van een delta me nog waanzinnig gelukkig kan maken, blijf ik ieder vrij uurtje daaraan besteden.

17 mei 2015

Maillen



Het eerste wat ik zag bewegen was een everzwijn aan het spit, nog vóór elf uur ’s ochtends. België, toch echt buitenland. Terwijl ik rustig opbouwde en de anderen begroette leek de lucht wat open te trekken. Ondanks de matige voorspelling zag het er harstikke goed uit en ik brak zelfs – voor het eerst in jaren – een weaklink doordat ik zo fors achter de tug jojoode. Ik kon meteen indraaien en kwam al snel op wolkenbasis, 1400 meter, helemaal niks mis mee. M’n plan was om naar Sept Meuses te vliegen maar er stond behoorlijke tegenwind, dus sink, en ik had er weinig trek in om op één van de schuine landjes te moeten landen. Ik zakte uit en mocht meteen weer starten. Dit keer vond William een mooie bel zodat we samen konden termieken, en het hielp ook dat ik m’n vg compleet losgooide zodat ik niet voortdurend in het luchtledige hing achter de veel te langzame tug. Met enige moeite draaide ik tot een meter of duizend, van daar stak ik richting Jochem die lekker tegen de wolk aangeplakt luie rondjes draaide. Toen ik bij hem was stak hij zoals afgesproken tegen de wind in naar het zuiden, met de turbo erop (van mij uit gezien dan) dus ik besloot het eerst maar eens bij Bobo te gaan proberen, die na lang schrapen eindelijk als een raket omhoogschroefde. Op de basis raakte ik hem kwijt, en ik besloot het mezelf gewoon makkelijk te maken en eerst maar ns een stukje downwind te vliegen. Dat viel nogal tegen, de lift was verbrokkeld door de vrij harde wind en de bellen lagen ver uit elkaar, ondanks de mooie wolkjes. Lang niet ieder wolkje werkte en al gauw zat ik laag. Ik begon op landingsterreinen te focussen en daarmee wist ik dat het over was, ondanks de nogal ruige bel die ik eindelijk op z’n 300 meter vond. Ik had me er in vast kunnen bijten maar ik was al te zenuwachtig over m’n landing, dus daar maar op concentreren dan. Dat ging prima, ook al stond ik in een of ander gewas maar het leek nogal stevig, ik maakte niks kapot. Terwijl ik de spullen naar een goed afbouwplekje liep te zeulen werd ik door een paar kinderen in snel Walloons ondervraagd. Ik geloof dat ik redelijk begrijpelijke taal uitsloeg want ze leken tevreden.
Een jonge moeder bracht me heel aardig terug naar m’n auto, en drie files later ben ik weer thuis.

15 mei 2015

Turbulente noordtermiek




Er was zon in de middag en laat beginnende termiek beloofd, maar toen ik al lang en breed klaar was hing er nog een dikke wolkendeken boven Twente. Dat was niet erg, ik moest nog een hoop carbon fibers plakken die loskomen uit m’n Code Zerodoek en net toen ik daar min of meer mee klaar was kwam Tom. Even later verdwenen de wolken en konden we de lucht in. M’n eerste start maakte ik een releasefoutje, de tweede lukte het niet om de beginnende termiek te centreren. Tegen de tijd dat ik een derde start maakte had ik al zulke vermoeide armen dat zelfs releasen moeite kostte. Ik draaide wel vrij makkelijk naar 900 meter, maar daar raakte ik het toch weer kwijt. Drie kwartier jojoode ik tussen de 400 en 800 meter, elke keer stak ik terug om niet buiten te landen, en toen het op enig moment wel erg ruig werd en in het hoge gras duidelijk de wervelingen van dusties te zien waren vond ik het welletjes. M’n armen zijn totaal op, maar ik heb mooi drie goeie landingen gemaakt, m’n doek bijgewerkt, gezellig in het zonnetje zitten kletsen en een uurtje gevlogen.

11 mei 2015

Knoalkup 2015



Wow ik heb spierpijn! Het slepen was flink werken, dat ben ik niet echt gewend in het zachte noorden achter Rinus, maar gisteren was de lucht ontzettend brokkelig en de wind woei alle kanten op. M’n eerste start hing ik te rechtop en met m’n veel te dikke trui, waardoor ik totaal niet kon bewegen in m’n harnas, lukte het niet om iets naar voren te duiken. Nog onder de driehonderd meter brak de weaklink op het moment dat ik naar m’n release reikte om los te koppelen. Toen ik een half uur later weer in de startrij stond hield Rinus er een tijdje mee op omdat de lucht helemaal morsdood was. André hield het met grote moeite vol om boven te blijven, maar alle wolken verdwenen en er kwamen zelfs geen dusties meer langs. Een tijdje later zagen we Mario en Koen schitterend synchroon heel langzaam omhoog draaien, en toen Rinus me in de noordwesthoek afzwaaide lukte het me ook net om niet al te hard naar beneden te storten. Op enig moment zag ik Aralde aan komen en hij leek doelbewust ergens heen te vliegen dus ik toog erachteraan. Araldo vliegt met slimme instrumenten en hij is heel handig in het gebruik van de informatie die hij daaruit haalt, dus dat leek me een goeie gok. Was het ook, want hij vond iets en dat was voor mij net genoeg om uiteindelijk een mooie kern te pakken te krijgen en naar duizend meter te stijgen. Koen zat nog iets hoger dan ik en Gijs zocht onder ons, de wolkjes kwamen dichterbij en er groeide een fijn cumultje precies in de richting van het startkeerpunt boven Stadskanaal. Dit beloofde mooi te worden, zeker omdat ik steeds geduldiger word en m’n termiek-zelfvertrouwen groeit. Ik had nog wel meer hoogte willen pakken maar ik raakte de bel kwijt, en het lag sowieso voor de hand om naar dat wolkje boven het dorp te steken. Dat bleek dan toch weer verder weg dan ik had ingeschat, en ik verloor veel meer meters dan gehoopt, dus toen het eindelijk een beetje begon te pruttelen zat ik weer onder de vijfhonderd meter. Midden boven bebouwing, daar hou ik niet van. Hoog zat om eventueel een landingsveld te bereiken, maar ik had niet veel tijd om geconcentreerd te zoeken. Dat werd ‘m dus ook niet en ik vloog in een rechte lijn door naar de plekken waar ik kon landen. Wind in de rug en erg hoog gras, te laat om nog te proberen m’n droguechute te pakken dus ik knalde onelegant tegen de grond. Jammer van een serie betere landingen maar de schade bleef beperkt tot een wieltje dat ik voor de zoveelste keer moest rechtbuigen.

Ik was zwaar op apegapen tegen de tijd dat ik m’n spullen naar de weg had gesjouwd en Djenghiz hoog boven me op koers zag vertrekken, dus ik nam alle tijd om in het zonnetje in te pakken en m’n tijdschrift te lezen, wachtend op Ruud die een rondje retrieve deed. Hij had Eppo al, en met z’n drieën probeerden we André te vinden die zich een boogminuutje vergist had met z’n coördinaten. Daarna Holger, die tegen het enige reliëf in dit ontzettend vlakke land aan was geland waardoor ie meer kapot had dan alleen een uprightje.

Thuis nog wat jammermomentjes: Ropje had als enige de taak gerond maar helaas het eerste keerpunt gemist, en ook Koen was rakelings buiten de cirkel om gevlogen. Toch kon dat de pret niet drukken. De zon scheen, iedereen was blij en ontspannen, de organisatie was voortreffelijk, de vette hap met liefde gesausd, Rinus had weer talloze kadootjes en flessen wijn en bemoedigende woorden voor iedereen en met het gezellig  napraten verliep de thuisreis best vlot.

03 mei 2015

Dagje Stadskanaal


enorme dustdevil in de verte


vanuit de lucht kon ik niet verzinnen wat dit voor maf gebouw kon zijn

Een superdag, ondanks m’n matige prestaties. Gezellig, ontspannen, prachtige lucht. Ik stond al om tien uur op te bouwen, nog niemand te zien maar de dolly’s en windzak stonden al klaar. We waren met zo’n twaalf piloten, een pittige dag voor Rinus. Ik startte als eerste en Rinus zette me in een fantastische bel af, maar het volgende half uur was het hard werken om überhaupt boven te blijven. Er zijn verschillende manieren om bellen te vinden: kijken, visualiseren, voelen. Ik ben vooral van het voelen, liefst met m’n ogen bijna dicht. Ik voel m’n vleugel, m’n eigen spierreacties, temperatuurverschillen in de lucht. Het geluid van de vario bevestigt m’n intuïtie. Dat werkt redelijk als er overal termiek zit, maar ik mis veel informatie uit de wolken. Ook al omdat m’n helm het zicht naar boven belemmert en m’n nek teveel pijn doet om goed om me heen te kijken. Ik ben ook niet sterk in visualiseren en m’n techniek houdt niet over, zodat ik grote moeite heb om te centreren en efficiënt te banken. Maar ik bijt me wel vast, daardoor kom ik toch vaak weer van een paar honderd meter terug naar wolkenbasis.
Toen ik voor de tweede keer startte waren er al een paar op weg en de lucht was aanzienlijk open getrokken. Desondanks bleek het lastiger om iets te vinden waar ik complete 360s in stijg kon draaien. Eén belletje vanaf zo’n 300 meter ging zo moeilijk en langzaam dat ik in m’n concentratie nauwelijks in de gaten had dat ik toch op 1500 kwam, plotseling zat ik in de mist en moest ik nog aantrekken om niet in de wolk te verdwijnen.
In Ter Apel zag ik een raar gebouw, ik weet niet precies waarom ik dacht dat het een gevangenis zou kunnen zijn. Het was het uitzetcentrum. Wat een contrast met mijn leven!
Overal ontstonden dustdevils, en toen ik me iets ten zuiden van Nieuwe Weerdinge voorbereidde om te landen kwam ik terecht in een heftig belletje dat tegen de windrichting in bewoog. Ik won weer honderd meter maar moest het even later toch opgeven. Voorbijgangers waren alleraardigst en van de mevrouw bij wie ik de vleugel op de stoep legde kreeg ik een flesje water. Niet nodig, in no time stond Eppo met een lekkere magnum voor m’n neus. We waren op tijd terug op het veld om Koen, Jochem en Araldo te zien landen; Jochem had Ropjes record verbroken met een driehoek van 150 km.
Met een deel van het gezelschap togen we naar de pizzeria, en nog voor twaalf uur was ik weer thuis.

18 april 2015

Lief en leed



Ik had eigenlijk zullen schrijven over kievieten en hoefsporen van zwijnen en narcissen. Een reetje. Dat ik het niet eens zo heel erg vind om vierhonderd kilometer te rijden voor drie minuten vliegen, omdat het mooi weer is en gezellig. Ook al heb ik me kotsmisselijk aan de liga gegeten omdat ze bij het AC-restaurant geen groente meer serveren. Over de zon die schitterend ondergaat om kwart over negen nog. Of ik had zullen schrijven over André die als vanzelfsprekend ’s ochtends vroeg de telefoon opnam (ik was een jaar niet meer in Bruinehaar geweest) en beloofde mij in elk geval op te lieren, zodat ik niet voor niks reed. Anthony die m’n vleugel van de bosrand naar de camping droeg, zo’n anderhalve kilometer. Maar het liep weer eens anders en ik ben nog steeds ontdaan over de manier waarop Gerard als een opgefrommeld stuk papier tegen de grond gesmeten werd. Ik zat met Anthony bij m’n auto te zoeken naar een geschikt harpje om m’n weaklink aan m’n verlengkabel te hangen. De wind was in de loop van de dag geleidelijk harder geworden maar nog niks verontrustends dacht ik. Gerard waarschuwde me m’n vleugel wat opzij te zetten voor het geval hij eroverheen zou blazen.
Ik miste het begin, dus ik weet niet of hij z’n scherm omhoog wilde zetten of alleen zo’n muurtje wilde bouwen om ‘m recht te leggen, maar in ieder geval werd hij door een rukwind omgeblazen. De eerste seconde moest ik er om lachen – het gebeurt niet heel vaak maar een parapenter die door de wind op z’n gat wordt getrokken is zo ongeveer net zoiets als een lullige buiklanding van een deltist. De tweede seconde zag ik dat hij nèt langs mijn vleugel kwam en voelde ik dus vooral opluchting. De derde seconde zag ik tot m’n afgrijzen aankomen hoe hij keihard de diepe stijle sloot ingesleurd werd, en ik geloof dat ik al begon te rennen toen hij inderdaad als door een reuzenhand in de slootkant gekwakt werd. En weer eruit, zo te zien buiten westen en waarschijnlijk zwaar gewond. Ik greep ‘m maar mijn zestig kilo stelt niks voor voor een goeie parapent en samen werden we een meter de lucht in getild en weer neergekwakt. Terwijl Anthony ‘m aan de andere kant te pakken kreeg gilde ik help help, ik had echt hulp nodig. De anderen hadden het drama niet echt gezien en leken vrij rustig aan te komen lopen, terwijl wij als deltisten niet wisten hoe we de parapent in bedwang moesten krijgen. Iemand riep dat ik niet aan de remlijnen moest trekken maar ik heb geen idee wat de remlijnen zijn. Uiteindelijk kregen André en Anthony het scherm beet en kwamen we tot stilstand, ik half onder Gerard die duidelijk veel pijn had en voortdurend lag te draaien. Hij had uit z’n oor gebloed en een bloedneus en praatte met een kikker in z’n keel, ik was als de dood dat z’n hersenen beschadigd zouden zijn. Gelukkig was hij goed aanspreekbaar en om onze flauwe grapjes kon hij zelfs een glimlach produceren.
De boer hielp een ambulance en politie het veld op, en kort daarna konden we Gerard een helikopter inschuiven.

Hij is flink beschadigd maar z’n hersens zijn in orde en hij heeft geen bewegingsverlies. Dat is maar goed ook want de lol van Gerard is dat hij zoveel lol heeft aan het buiten spelen.

12 april 2015

Herkansing



foto M. Breejen

Zo is het beter, heerlijk. Ook al schat ik dat ik ongeveer een half uurtje gevlogen heb, dit was helemaal goed. Lekker weer, uitdagend genoeg en dan weer niet tè. De wind was vrij licht dus het was een beetje werken om te blijven vliegen, en met een paar mislukte pogingen om te toplanden in de hoek van het lagere duin zakte ik steeds bijna uit, zodat ik echt even moeite moest doen om weer naar boven te krabben. En uiteindelijk lukte het met een soort sliding ook nog. Ik mis Cameron of Conrad, om me te laten zien hoe het moet.
Dankzij die twee kon ik wel mooi Gergana helpen, die me wel heel erg aan mezelf van een paar jaar geleden doet denken. Alsof ik in een soort lachspiegel kijk. Alleen had ik niet zo’n geduldig vriendje – toen ik éénmaal Cameron kende kwam ik ook snel over de stress heen. Net als Ronald bleef hij maar helpen, sjouwen, stimuleren.
Opnieuw zie ik hoe wij vrouwen het onszelf belachelijk moeilijk kunnen maken. Stress en onzekerheid, deels door perfectionisme, deels door rottige ervaringen en angst, maar vooral door het machteloze gevoel geen controle over de vleugel te hebben. En doordat we zo ontzettend graag willen, onszelf als doorzetters kennen, vechten we verbeten door. En vergeten nog gewoon plezier te hebben en te genieten.
De condities waren absoluut perfect voor zo’n klein vrouwtje van vijftig kilo, en in de vier of vijf starts die we haar hielpen doen zag je enorme vooruitgang. Dat alleen al maakte de dag helemaal de moeite waard.

11 april 2015

Wind, regen, zand en file




Héél soms word ik gewoon sjagrijnig van het vliegen. Vroeg opladen, uurtje door de regen rijden, verkeerde afslag en verkeerde startplek dus nog eens twintig kilometer over de Maasvlakte rondscheuren, de natte vleugel plat opbouwen zodat ie compleet onder de modder zit en dan alsnog maar niet gaan vliegen omdat het gewoon veel te hard waait. Emiel helpen, naar beneden rijden, Djenghiz helpen, twijfel twijfel zal ik nog een keertje hier beneden opbouwen en dan proberen laag te dunegoonen? Uiteindelijk leek me de pret/vermoeidheidsratio ongunstig en probeerde ik weer naar huis te rijden. File voor Rotterdam, file voor Den Haag, verkeerde afslag (3 x), file in Rijswijk en toen de boel eindelijk in de tuin lag om te drogen begon het weer te spetteren.
Afgelopen week begon er weer iemand te zeuren dat m’n hobby eigenlijk een vorm van disloyaliteit aan m’n werkgever was en onsolidair tegenover de ziektekostenverzekering – mensen die zelf te bang zijn om een buitensport te ondernemen kunnen enorm moralistisch worden over mijn plezier. Hoewel ik een hoop botbreuken heb opgelopen heb ik de afgelopen twintig jaar minder dagen verzuimd dan de meeste van m’n skiënde en voetballende collega’s, en m’n ziektekosten waren geheid minder dan die van een vetzak of een roker dus ik voel me niet zo schuldig. Dommer nog vind ik het idee dat het grootste probleem van vliegen het gevaar is. Dat is het echt niet. Het is de tijdverspilling.

06 april 2015

Pasen


Koud! Al meteen toen ik de dolly losliet gierde de wind door m’n harnas, dwars door m’n speedsleeves, trui, fleece, thermoshirt, t-shirt. Halverwege wolkenbasis op 1500 meter was ik aan het rillen en m’n vingers waren ondanks de dikke handschoenen stijf. Toch was het genieten, alles was goed. Slepen achter Rinus is altijd een feest, de lucht was schitterend en ik vloog eindelijk weer ns op m’n Litesport, misschien wel de fijnste vleugel waar ik ooit mee gevlogen heb. Rinus zette me af in een goeie bel op een perfecte plek, met een beetje geduld kwam ik met een minuut of tien op de basis aan. Ik probeerde naar een volgend wolkje te steken maar verloor zoveel dat ik weer terugstak richting Erik die het diep onder me aan het proberen was. Het is de ideale situatie, boven een termiekende delta insteken, maar ik had Erik uiteindelijk niet nodig en draaide en driftte heel zuinigjes totdat ik op 600 meter eindelijk een goeie kern vond en door kon. Naar Coen, die lang op me bleef wachten zodat ik hoopte dat we misschien samen een tochtje konden proberen. Maar toen ik eindelijk tussen de wolken op zijn hoogte was schoot de vg uit m’n handen, en het knoopje was te klein om ‘m weer uit het klemmetje te peuteren. M’n pogingen om het ding toch vrij te trekken, tot aan het uittrekken van een handschoen toe, kostten honderden meters en toen ik het eindelijk opgaf wist ik niet goed waar ik heen zou vliegen. Ik boog af naar wat de dichtstbijzijnde goeie wolk leek, maar de bellen waren vrij ver uit elkaar en zonder vg kwam ik nergens, dus na precies 1 uur 1 minuut was het over. Eerste Exloërmond, dat ken ik inmiddels wel heel erg goed.
Nog voor ik iemand had gevraagd of ze me misschien wilden komen halen, kreeg ik een sms. Kees. Het werd een gezellige avond in Bovensmilde, en bij wijze van antisentimentaliteit bedacht ik later dat als je al onze uren samen bij elkaar optelt we nog geen jaar bevriend zijn, dus het is nog heel pril eigenlijk.
Nog voor twaalf uur stapte ik in een heet bad waar ik bijna verzopen was van de slaap.

21 maart 2015

Brouwersdam



Heb m’n portie vitamine D wel weer gehad vandaag, ondanks de zware bewolking en voortdurende miezerbuitjes. Voor het eerst Brouwersdam gezien, wel anderhalve seconde m’n voeten van de grond, een gezellige middag staan kleumen en sjouwen en rennen met een paar vliegvriendjes en een potentiële nieuwe piloot, meegemaakt hoe ontzettend snel springtij opzet en op de terugweg ook nog even gezellig een koppie thee met Connie gedaan. Helemaal goed, al had ik een enigszins langduriger vluchtje ook wel graag gewild. Maar het duintje was te laag en de wind te zwak en te cross om in te kunnen draaien. Jaap en Sitting Bob konden het wel, toen het nog wat ruiger was en ik geen zin had om te starten. Ik rende pas naar m’n toestel toen het van het ene op het andere moment bijna in het water lag, waanzinnig hoe snel die vloedlijn opkwam. En toen het eenmaal was opgezet en ik m’n harnas veiligheidshalve aanhad, leek het me logisch om dan ook maar meteen een startje te maken. Dat bleek dus toch niet zo logisch, aangezien er geen landingsplaats meer over was en ik absoluut het water niet in wilde, dus ik koerste wat naar links, recht op een groep belangstellende wandelaars die natuurlijk geïnteresseerd stil bleven staan. Zodra ik het filmpje binnen heb kan iedereen meegenieten van de bijna-blooper.

13 maart 2015

Worlds publieksevenement



Lang, lang geleden, nog vóór facebook, blogs, livetracking of zelfs maar wedstrijd-websites, kon je alleen maar meeleven met WK’s en EK’s dankzij een dagelijks telefoontje. Zelfs scores waren nergens te bekijken en je zag alleen af en toe berichtjes in het Oz-report over winnaars en incidenten.
Nog nooit heb ik zo’n intensief mee te beleven WK gezien als nu, in Mexico. Facebook ging twee weken lang nergens anders over, de livetracking maakte het superspannend om in real time te zien hoe de taken gevlogen werden en als je niet zo laat op wilde blijven kon je de volgende dag de meest fantastische animaties via een youtubestream zien. Vooral de blogs van Phippsy en de Frenchies waren vermakelijk, en in de comppilots groep konden we ons druk maken over de vraag of er een timedelay had moeten zijn in de livetracking, of een taak gepauzeerd kan worden (nee natuurlijk, ze hadden gewoon het goalveld moeten sluiten of de taak moeten stoppen) en of er nog mensen zijn die zin hebben om zo’n hoofdpijnevent te organiseren.
Supergaaf, ook al was het natuurlijk ook extra confronterend om er niet zelf bij te zijn. Daar was ik overigens juist wel blij om vanwege de turbulentie, de grote hoogte van start- en landingsterreinen en het gebrek aan voor mij acceptabele landingsopties. Ik miste  vrienden, de sfeer en de kans om uitdagende taken te vliegen en vooral de gelegenheid om eindelijk Christian Ciech uitgebreid te feliciteren met z’n kampioenschap. Maar met Christian Voiblet in het ziekenhuis, Francoise met hechtingen in haar gezicht en Guy in z’n arm, een Mexicaanse piloot in de electriciteitskabels en zelfs Blenkie en Nils met blauwe plekken, Gordon die de engste landing van z’n leven meemaakte en Christian Pollet met een kapotte leadingedge, vermoed ik dat ik het er niet al te best van afgebracht zou hebben.
In positieve zin leert het mij dat ook die toppers, waar ik zo’n groot ontzag voor heb, het wel eens lastig vinden om goed te landen. Daardoor vraag ik me toch ietsje minder af waarom ik nou zo’n stuntel ben, want misschien ben ik niet zo heel veel stunteliger dan de echt goeie piloten.
Wat het me ook duidelijk heeft gemaakt, al dat intensieve meekijken, is dat ik eindelijk eens moet leren niet alleen met radio te vliegen, maar ook moet communiceren en de informatie van teamgenoten slim gebruiken. Daarvan sta ik nog volkstrekt aan het begin. Verder dan een beetje oefenen met het Nederlands team om enigszins geserreerd te communiceren ben ik nooit gekomen, en ik probeer me altijd aan de radio te onttrekken. Dat wordt de grote uitdaging voor de komende tijd, nu landen een minder prominent issue is.

18 februari 2015

Manilla NSW



Het is weer lastig om braaf op kantoor te zitten, m’n nota’s te schrijven stukken te lezen overleggen te voeren en dan m’n gedachten niet voortdurend af te laten dwalen naar Manilla. Waar het heerlijk warm is, de kaketoes je ’s ochtends vroeg de tent uit krijsen, de pub gezellig en het bier heerlijk smaakt. Waar je met vrijwel elke windrichting van Mount Borah af kan lopen en Richard en Anthony me ophalen zonder gps of telefoondekking. De mooiste camping, de interessantste taken, een gezellige wedstrijd met toppers en intermediates. En waar Cameron wint! Hij heeft nu drie van de vier taken gewonnen en staat meer dan 300 punten op nummer twee voor, zodat hij de NSW state titles vrijwel zeker binnenhaalt. Zelfs al kan ik er niet bij zijn en z’n succes vieren, ik geniet by proxy (nou ja eerder by grote distance), dankzij m’n herinneringen ben ik er in gedachten bij. En wat minder bij m’n werk...

07 februari 2015

Dealing with ourselves



Vliegende vrouwen die mij om raad vragen zijn een perfecte spiegel voor mezelf. En andersom weet ik als ervaringsdeskundige dat ze niet naar m’n goeie raad zullen luisteren. De meesten van ons herhalen gewoon dezelfde fouten, omdat we pas achteraf inzien hoe het fout ging.
Het begin: koste wat kost niet onder willen doen voor anderen. Je bent jong en stoer, niet te stoppen. Je weet van geen ophouden, bent nooit bang, rookt en zuipt als een zeeman en je gaat met grote sprongen vooruit. Ok, de fijne techniek houdt niet over, je herhaalt keer op keer dezelfde fout. Uitduwen bij de start, of met gestrekte armen landen, maar je bent geen mietje dus honderden buikschuivers en blauwe plekken deren je niet. Het belangrijkste is dat je met je maten of je lief mee kan komen. Ik werd altijd pissig als mensen mij als ‘het meisje’  behandelden en verbaasd constateerden dat ik ‘ook’ vloog. Terwijl ik verdorie twee jaar eerder begonnen was dan m’n lief.
Dan volgt de onvermijdelijke val. Of het nou een ongeluk is, of het achterblijven van je prestaties bij de jongens, vroeg of laat word je angstig of onzeker. Misschien komt het wel omdat we de lat al vanaf het begin zo hoog hebben gelegd, als vrouw moet je de beste zijn en dat lukt niet iedereen. Daarop volgen jaren van worsteling. We zijn zó goed in het zien van onze gebreken, zó kritisch tegen onszelf, zó blind voor wat we wel kunnen. Bovendien weten we niet hoe we met onzekerheid en angst om moeten gaan. Woedend ben je, op jezelf, waarom werken je hersenen verdorie niet mee?! Gefrustreerde tranen als je uitzakt, tegelijk de bevestiging dat je, inderdaad, een waardeloze piloot bent.
Wat natuurlijk onzin is. Maar je durft je zelfkastijding niet compenseren door te doen wat mannen doen: de aandacht richten op je prestaties en fouten bagatelliseren. Je zou overmoedig kunnen worden en dat is in onze sport te gevaarlijk. Zeker als de ene na de andere vriend verongelukt kijk je wel link uit voordat je jezelf zou overschatten.
Meisjes, er is echt maar één optie. Blijf vliegen, zo veel als je kan maar ook alleen maar als je kan. Kies een toestel dat bij je niveau past, liever te makkelijk dan te snel. Kies stekken en dagen die supergemakkelijk zijn. Je daagt jezelf toch wel uit, maar doe het geleidelijker en met kleinere stapjes dan je maatjes.
Het belangrijkste dat ik geleerd heb: zorg dat je je niet aan een piloot bindt. Hij neemt grotere stappen dan jij en je wil dolgraag met hem samen vliegen. Je kan van hem niet verlangen dat hij zich aan jouw tempo, aan jouw behoeften aanpast, dus doe je het andersom. Ik mis af en toe vaste vliegmaatjes, de vanzelfsprekendheid en vertrouwdheid waarmee je week in week uit samen de lucht in gaat. Maar nu ik alleen m’n eigen agenda bepaal kan ik eindelijk vliegen waar en wanneer het goed voor mij is.

Helen had het sneller door dan ik: Female pilot artikel