16 april 2014
Airborne Fun 3
P vraagt wat ik precies bedoel als ik juich over m’n Fun. Ik leg uit
dat het een enorme vooruitgang is, van een antiek, afgeleefd brik naar
dit liedje. De handling is zo heerlijk dat je bijna met je gedachten kan
sturen. De performance
is uitstekend: ik hing meteen hoog boven alle parapenters. Je kan er zo
makkelijk en precies mee manoevreren, doordat ie bijna niet te stallen
is, dat je ‘m in het kleinst mogelijke vakje kan inparkeren. Hij weegt
niks en is in vijf minuten op te bouwen. Man
wat word ik hier enorm blij van!
13 april 2014
Onverwacht goed
| Niko |
| tulpen (dit is de Bollenstreek tenslotte) |
Ik loop alleen maar te klunzen, echt superonhandig, en toch
krijg ik dan twee geweldige vliegdagen kado. Radio ’s avonds gecheckt maar toch
leeg; headset voor het inhaken gecheckt maar toch kapot. Te vroeg en
hyperwiebelig de lucht in, ik had nog nooit gelierd met de Litesport en het
viel niet mee. Misschien helpt het ook niet dat ie nog steeds naar links valt,
maar het is eigenlijk niet erg genoeg om m’n geëikel echt te verklaren. Slechte
landingen, tot aan een schaafwond op m’n kin aan toe. Perongelukke release bij
het overschakelen. Te ongeduldig op de blauwe kabel ingehaakt, terwijl Ruud
toch echt gewaarschuwd had dat ie in lussen op de trommel lag, en ja hoor bij
het terugvliegen werd er zo hard en plotseling geremd dat ik bijna tuckte.
Afijn, het leek één groot gesukkel, dus toen ik na m’n derde poging halverwege
de lier landde leek het me wel genoeg geweest. Gelukkig haalde Tom me over om
het nog een laatste keer te proberen, en Nico-van-André was zo vreselijk lief
om niet alleen m’n vleugel naar de start te dragen maar ook nog even te blijven
om me weg te starten. Die laatste vlucht, om vier uur begin april! koppelde ik
op bijna 700 meter in een perfecte bel af, en zonder zelfs maar een hobbeltje
draaide ik meteen rustig door naar 1350. Met de stevige bovenwind dreef ik wel
richting Duitsland, maar eigenlijk niet zo hard als ik had verwacht dus ik kon
iedere keer terug naar het veld steken en dan weer omhoog. Toen ik toch
uitzakte werd het al op driehonderd meter zo turbulent dat ik nou ook graag
gewoon naar de grond wilde, en met een redelijke landing sloot ik een fijne dag
af.
Vanmorgen dachten de jongens van het soarclubje dat de wind
te zwak zou zijn voor Langevelderslag, dus ik zat vreselijk te aarzelen of ik
nou zou gaan sporten of toch even kijken. Toen Nico V liet weten dat het best
hard was, gooide ik de spullen op de auto en om half elf lag de lekker lichte
Fun op de start. Er waren wat parapenters bezig die aanboden me te helpen, erg
fijn, en binnen een half uur hing ik lekker boven iedereen. Zelfs de hangloop
past gewoon. Na een minuut of twintig op en neer te soaren werd ik weer
bevangen door verveling, en ik heb de Fun speciaal gekocht om er landingen mee
te oefenen, en er waren geen delta’s in het startvak, dus nou moest het er dan
maar eens van komen. Eerst maar eens een oefenlanding naast het vak, illegaal
maar noodzakelijk om te ontdekken hoe ik het allemaal in moet schatten. Dat
ging goed, en Niko 3 hielp me opnieuw te starten. De volgende landing kwam ik
perfect in het startvak terecht, en dolgelukkig haakte ik uit om even te
pauzeren. De landing daarna kwam ik precies achter
het hek terecht, brrr, dat ging bijna echt mis. Weer wat geleerd, en met hulp
van de toegeschoten parapenters was ik in no time weer over het hek en in de
lucht. De laatste landing was ik zo dom om te denken dat ik geen last zou
hebben van een parapenter die z’n scherm opzette en niet onder bedwang kon
houden, dus ik kreeg een flinke tik en klapte de laatste twee meter hard naar
de grond. Never mind, ik kan wel juichen om de perfecte oefening en een
heerlijk heerlijk heerlijk soarvleugeltje. Er gaat echt niks boven een Airborne
Fun, en al helemaal niet als ik ‘m soort van ‘in de familie’ hou.
07 april 2014
Keerzijde
We zijn een kleine clan, de Nederlandse
zeilvliegers. Geen gemeenschap, want dat woord veronderstelt veel meer
gemeenschappelijks dan bij ons aan de orde is. Geen familie: lang niet
iedereen kent elkaar. Geen club, eerder een verzameling
clubjes. Maar wel een clan, een onderdeel van de stam piepkleine
ongemotoriseerde luchtvaart. Inclusief partners die zelf niet vliegen,
maar die jarenlang mee op vakantie gaan en waarvan sommigen onmisbare
rollen vervullen. Om onszelf te benoemen hebben we
het vaak over ‘de afdeling’, de afdeling zeilvliegen van de KNVvL.
Waarin naast zweefvliegers, parapenters en parachutespringers ook
ballonvaarders en gemotoriseerden zitten, waar we maar weinig mee gemeen
hebben.
Vijf tot achthonderd mannen en een tiental vrouwen,
allemaal behoorlijk gek van vliegen. Gezien de aard van de sport kan
dat alleen door er een substantieel deel van je tijd, je geld, je
emoties en gedachten aan te besteden. Voor de meeste
actieve zeilvliegpiloten wordt het vliegen een groot deel van hun
leven, voor velen van ons draait het leven zelfs helemaal om het
vliegen. Niet alleen tijd en geld, maar ook vriendschappen, identiteit,
verlangens en ambities.
En we hebben elkaar hard nodig. Niemand kan serieus
zeilvliegen zonder de inspanningen en betrokkenheid van anderen. Je
vleugel en harnas moeten gebouwd, af en toe gerepareerd en soms
nagekeken worden. Je moet opgetrokken worden of starthulp
om de lucht in te komen. Iemand moet je ophalen. Er is iemand nodig die
ons de luchtvaartautoriteiten van het lijf houdt, en iemand die zorgt
voor toestemming en plek om ergens te starten en te landen. Zelfs als je
geen instructie meer nodig hebt, als je altijd
terug naar je auto vliegt, als je nooit wedstrijden vliegt, kan je het
niet alleen.
Dat zou ook bijna niemand willen, het is niet
zozeer de afhankelijkheid die ons bij elkaar brengt. Het is gewoon fijn,
om vrije tijd en passie met elkaar te beleven.
Maar. Die wederzijdse afhankelijkheid, en die
sociale kant, het feit dat vliegen onze identiteit, onze diepste
verlangens en ergste angsten, onze liefde en ons verdriet, bepaalt,
maakt het ook kwetsbaar. Maakt ons kwetsbaar. Eén van de
ergste dingen die ons kan overkomen, is uitsluiting. Doordat iemand zo
gewond is geraakt dat ie niet meer mee kan doen. Of doordat de clan
iemand verbant.
Ik weet hoe dat voelt, want het is mij overkomen.
Toen mijn man plotseling besloot dat hij genoeg van me had, stelde hij
ook maar meteen alles in het werk om me het wedstrijdvliegen uit te
werken. Dat gebeurde op zo’n schofterige manier
dat ik niet alleen kapot was van verdriet, maar ook veel te verbijsterd
over zoveel kwaadaardigheid om me er tegen te weren. Hij was kampioen
en voorzitter wedstrijdcommissie, ik was geen toppiloot en had altijd
wat onzichtbaarder m’n ondersteunening geleverd
als secretaris en rechterhand van de voorzitter. Tout
wedstrijdvliegende afdeling liet me in de steek. Het schokte me meer dan
een zware crash ooit had kunnen doen.
Als ik nu zie hoe iemand anders slachtoffer wordt
van machinaties om hem uit te sluiten, nota bene één van de weinige
mensen die me juist opgevangen en gesteund hebben, word ik
verschrikkelijk kwaad en wanhopig. Waarom doen mensen zoiets?
Waarom doen zeilvliegpiloten zoiets? Een ex kan me verraden omdat ie
z’n kwade geweten moet sussen, maar wat is te winnen voor een lid van de
clan die z’n relatie en positie goed voor elkaar heeft?
Verraad, kwetsen en vernederen komen meestal voort
uit hebzucht, jaloezie of eerzucht. Geld, liefde en macht. Het wordt
mogelijk gemaakt door de passieve, zwijgende meerderheid. De omstanders
die de gemakkelijke weg kiezen, conflicten uit
de weg gaan.
Als de enige overgebleven Nederlandse
sleeppiloot/sleeptoestel, die altijd klaar staat om iedereen op te
trekken, niet voor de NK gevraagd wordt, wil ik het niet op m’n geweten
hebben dat hij zich net zo in de steek gelaten voelt als ik
zelf heb meegemaakt. Dan ga ik naar Stadskanaal in plaats van Deelen.
30 maart 2014
With a little help from my friends
| Vriescheloo |
| Monika en Robbie |
| Mario in de enige mogelijke kabelverwisselingsfoutherstelhouding |
Na de aanpassing van de binnenste eccentric laatste keer was
het probleem nu nog heel veel erger. Kennelijk heb ik de verkeerde kant op
gedraaid. Het was hard werk om ook maar iets naar rechts te kunnen, en
voortdurend wilde de vleugel radicaal links in de bocht vallen. Alleen vg hielp
een beetje, maar dit schoot niet op. Bovendien stond er een vrij harde wind van
rechts, ik m’n circuit verkeerd in en ik schrok van het gemene bochtengedrag zo
dicht bij de grond. Als klap op de vuurpijl verloor ik al m’n snelheid bij het
rechtop komen, en toen was er alleen nog maar een beetje objectfixatie nodig om
in de sloot te belanden. In drie jaar ruig vliegen nog nooit een upright
vervangen, en dan op het allergrootste platste vrije mooi grassige landingsveld
ever met stinkende modder in de schoenen een upright zwaar in de kreukels… ik
voelde me wel heel erg stom.
Het vervangen van de upright lukte voor geen meter, omdat ik
zat te pielen aan een busje dat niet wilde en dat uiteindelijk ook niet eruit
moest. Gelukkig kregen Erik en Coen het in een mum van tijd voor elkaar, nadat
Mario me had geholpen de uprights aan de bovenkant te verwisselen. Ondertussen
had ik ook nog die rottige eccentric te stellen, en dat betekende dat ik eerst
de complete leading edge uit elkaar moest zien te halen, en die kreeg ik
vervolgens niet meer in elkaar. Monika tilde met eindeloos geduld het hele
gewicht de lucht in zodat ik met een zaklamp en een hoop gekreun het gaatje
weer vond. Aan de telefoon legde Ropje uit hoe de tipeccentric verdraaid kon
worden, en Rinus sleepte me weer omhoog voor de volgende test.
’s Avonds gebak van Cornelia, en biertje & babbeltje met
Nico & Nicolette, middernacht heerlijk in het knusse kantoortje ingeslapen.
Ik werd wel iets na vijven wakker van het landelijke vogelgekwetter, maar daar
was de hond alleen maar blij mee want ik nam haar mee het veld in om van de
zonsopgang te genieten.
Ik was het vliegveld nog niet op of Dees bood me de Fun van
haar pas overleden vader aan, en ondanks m’n derde (!) deal met Araldo kon ik
dat natuurlijk niet weigeren. Araldo neemt het me geloof ik niet te erg
kwalijk, hij raakt de zijne ook wel kwijt.
Vanmorgen sleepte Dees me op; de bocht is grotendeels uit
m’n vleugel; ik maakte een perfecte landing!!! Zo blij. De truuk is toch om
heel veel eerder rechtop te komen zodat ik weer snelheid aan kan trekken.
Tussendoor Mario een beetje helpen met z’n kromme neusplaat,
en Eppo met z’n losse jesusbolt, en al vroeg in de middag maakte ik m’n laatste
vluchtje in de extreem heiige dus stabiele lucht. Ik wist toch een zwak
belletje te pakken, en een kwartiertje bleef ik tussen de 290 en 390 meter
jojo-en boven de kop van de baan. Wat een perfect wiekend. Zes starts,
heerlijke sleeps, genieten van de extreem lichte handling van m’n Litesport en
verbetering van de bocht, en nog een paar goeie landingen toe. Onderweg naar
huis zat ik luidkeels mee te zingen met ouwelullemuziek, en straks lig ik ook
nog op een menselijk tijdstip in bed.
28 maart 2014
Categorie 1
Categorie 1 wedstrijden (WK’s en EK’s) zijn meestal
flink gestresster en ook nog duurder dan cat 2. Piloten die wel heel
graag willen winnen, hoger prijzengeld, meer protesten, rigide
wedstrijdleiding, strenge sprogcontrole enzovoort. Nadat
ik jarenlang duizenden euros voor onze kernploegen heb binnengesleept,
ben ik zelf de kernploeg uitgewerkt en het geslonken budget wordt onder
de mannen verdeeld. Voor mij hoeft het allemaal niet meer dus ik beperk
me gezellig tot categorie 2 wedstrijden en
clubcompetities. Behalve de womens worlds, dat is te leuk om te laten
schieten. Een paar grote toppers (Corinna, Kathleen en Francoise, al
jaren en hopelijk komt Julia weer terug), een paar aanstormende talenten
(Carole, Laura, Kathryn misschien) en een hoop
ploeterende pilotinnen die eigenlijk meer als fanclub dan als
concurrentie meedoen. De womens worlds zijn ook altijd tegelijk met de
rigids en de klasse 2 (Swifts enzo) zodat we in een enorm goeie sfeer
gezellig met dertig vrouwen en de top van de internationale
hanggliding wereld (Manfred, Mario, Primoz) berg, briefings en goal
delen. En dan is het dit jaar ook nog ns in Annecy, de plek waar ik m’n
allereerste echte hoogtevlucht maakte bijna twintig jaar geleden, met
uitzicht op het besneeuwde hooggebergte achter
je en het turkooisblauwe meer voor je. Sinds een jaar of tien is het
levensgevaarlijk om bij Annecy te vliegen, vanwege de honderden
parapenters zonder enig verantwoordelijkheidsbesef, maar tijdens de
wedstrijd wordt de start voor hen gesloten. Dat maakt het
een uitgelezen kans om er nog één keertje een poging te wagen de tour
du lac te vliegen.
Ik schrok dan ook even wakker toen ik een mailtje
kreeg met de mededeling dat ik niet gekwalificeerd ben om aan een cat 1
wedstrijd deel te nemen. Verrek, vergeten, maar inderdaad je moet de
afgelopen drie jaar tenminste één keer bij de
beste tweederde hebben gescoord in een cat 2 wedstrijd, of aan een cat 1
wedstrijd hebben deelgenomen. Een begrijpelijk vereiste, want alle
stress en drukte maken cat 1 wedstrijden gevaarlijk voor onervaren
piloten. Maar met mijn focus op landingstechniek
en met de gecancellde womens worlds Tegelberg was ik dus wel even m’n
kwalificatie kwijt.
Om exemption te krijgen moest ik aantonen dat ik
wel degelijk ervaring heb in drukke stresssituaties, en voor de
zekerheid vulde ik maar alle FAI-erkende wedstrijden waar ik in m’n hele
leven aan heb deelgenomen. Inclusief m’n eerste womens
worlds, waar ik ook met een exemption vloog en waar ik het Nederlandse
team toen de enige (bronzen) medaille bezorgde met m’n dertiende plaats,
die een Nederlands team ooit in een cat 1 wedstrijd gewonnen heeft.
Maar dat was toch wel een confronterend verhaal,
aangezien er ook om m’n scores gevraagd werd. Behalve die dertiende
plaats in 2004 heb ik vrijwel nooit goed gescoord. Sinds ik m’n eerste
wedstrijd vloog in 2001 ben ik altijd dik tevreden
geweest als ik niet allerlaatste was, en mijn persoonlijke doel is om
goal te halen, voor mijn part langzaam en voor mijn part als laatste.
Zolang ik mezelf niks te verwijten heb, ontspannen gevlogen heb en
meestal netjes geland ben, kan ik er zelfs mee leven
dat ik maar hoogst zelden goal haal. En het laag op de scoringslijsten
staan is ook niet zo erg, ik heb van huis uit goed meegekregen om tegen
m’n verlies te kunnen.
Maar die hele enkele keer dat ik wel eens een dag
win (sportsclass British Open 2013) of een piepklein clubwedstrijdje
(Knoalkup) vind ik wel harstikke leuk. Dat smaakt toch wel naar meer,
dus dat levert ook de teleurstelling op als ik
constateer dat ik niet beter ga presteren.
Hoe dat werkelijk komt, weet ik niet. Er zijn
allerlei verklaringen, van het langdurige mentale herstel na m’n
ongelukken tot het nog veel moeilijker de klap te boven komen die K me leverde. Maar misschien heb ik gewoon geen talent,
of heb ik m’n sportieve activiteiten altijd verkeerd gericht. Ik had al
veel eerder op vaardigheden moeten focussen en ik had al veel langer
moeten werken aan m’n concentratie. Daar kom je dan op je 46e
achter, als de lichamelijke achteruitgang
al inzet. Jammer, gemiste kans. Maar zolang ik nog kan vliegen en
zolang ik nog met wedstrijden mee kan doen, is m’n leven ondanks die
slechte scores bijna volmaakt.
16 maart 2014
Slopen
Om niet in de verleiding te komen er ooit nog mee te
vliegen, heb ik de Uno uit elkaar gehaald. De meeste bouten waren aan het
roesten, en het doek is waarschijnlijk uitgelubberd of gekrompen of allebei,
maar er is niks mis met de buizen en aan de kabels kan ik ook niks verkeerds
zien. Raar idee, nog nooit eerder heb ik een vleugel tot afval gedegradeerd.
15 maart 2014
Airborne Fun
![]() |
| show up with an oldtimer and you get all assistance you need |
Araldo meldde dat ie z’n Fun ging verkopen toen ik nog in Australië verlof aan het vieren was. Ik liet ‘m toen direct weten dat ik het ding graag wilde hebben, maar éénmaal thuis hikte ik toch tegen de forse investering aan. Vooral omdat het alleen maar een bijvleugeltje wordt, ik vlieg hooguit drie, vier keer per jaar aan de kust. Daarom heb ik een paar jaar geleden een antieke Uno Piccolo voor honderd euro aangeschaft, heerlijk om een gooi-en-smijt vleugeltje te hebben voor die snelle kustvluchtjes. Maar het Unootje is wel heel erg oud inmiddels. Het weegt een ton, is niet normaal op te spannen zonder hulp van tenminste twee andere piloten, het voelt alsof je met een deur aan het vliegen bent en als ik er nog vaker mee wil starten moet ik toch echt de elastieken en kabels eens vervangen.
Gistermiddag was al duidelijk dat het perfect
Langevelderslagweer zou worden, en ik was er dan ook vroeg, met de luxe van een
hulpvaardig vriendje. Gezellig, iedereen was er weer. Al kletsend constateerden
Jan en ik dat wij de veteranen van het stel zijn, alle anderen zijn na ‘ 93
begonnen met vliegen meen ik. (Behalve Mario maar die telt niet want dat was in
Brazilië.) Gek, om zo ongemerkt een ouwe knar te worden. Kennelijk zonder al te
veel talent, want ondanks m’n vliegjaren en fanatieke inspanningen om altijd
overal te vliegen ben ik links en rechts ingehaald door jonkies. Tot op heden
weet ik eigenlijk niet zeker waar dat aan ligt, maar ik ben blij om te
constateren dat ik nog steeds vlieg.
Dankzij alle training en hulp in Australië start ik nu bij 7
m/s stressloos aan de bottombar. Met m’n deur van een vleugel moest ik wel
vreselijk hard werken om boven te blijven, maar na een paar slagen had ik door
waar de beste lift zat. Tegen Brett had ik gezegd dat ik naar Zandvoort zou
vliegen omdat hij me kon helpen met terugsjouwen, mocht ik onderweg uitzakken,
maar zoals elke keer bedacht ik me. Het duin draait van de wind af en wordt
minder steil, ook met hulp is het een drama om kilometers te moeten sjouwen, en
het uitzicht is bij Zandvoort precies even saai als bij Langevelderslag. Geen
reden dus om risico’s te nemen maar als
ik zonder taak vlieg slaat de verveling al snel toe dus ik besloot al snel te
landen. Met een perfecte landing en hulp waren we voor de lunch thuis, waar ik
direct Araldo liet weten dat ik niet langer zonder zijn vleugeltje kan. Ik heb
zojuist weer kostbaar nieuw speelgoed besteld, jippiieeee!!!
Te koop: Airborne Sting 3 154
Na minder dan 200 uur en een dansje met een dustdevil verkoop ik de Sting weer. Hij is gebouwd in maart 2010. De enige vleugel waarmee ik ooit een wedstrijddag gewonnen heb...
Reacties op dit bericht blijven onder ons, dus je kan je telefoonnummer of emailadres achterlaten. Of reageer op facebook of telefoon.
Reacties op dit bericht blijven onder ons, dus je kan je telefoonnummer of emailadres achterlaten. Of reageer op facebook of telefoon.
13 maart 2014
Regels
Onderweg babbelden we over de regulering van onze
sport, en de moeilijkheid om piloten zover te krijgen dat we alle regels
naleven. Ervan uitgaande dat de regels niks anders zijn dan
risicobeheersing, is niet-naleving synoniem met het nemen
van risico’s die collectief onaanvaardbaar worden geacht. We willen
niet dat een deltist dwars door een CTR vliegt en daardoor veroorzaakt
dat een passagiersvliegtuig op een woonwijk neerstort. We willen ook
niet dat er iedere wedstrijd mensen tumblen en verongelukken
zodat de sport een slechte naam krijgt en in sommige landen botweg
verboden wordt. Geen tucks aan de lier alstublieft, de lierman
getraumatiseerd achterlatend.
Maar welke risico’s zijn echt onaanvaardbaar, bij
een sport die individuen fantastische vrijheid biedt? Vrijheid om zelf
te bepalen welke risico’s je neemt, hoeveel gevaar het je waard is om de
lucht in te komen?
En hoe zorg je dat piloten grenzen respecteren, in
een sport die hyperindividualistisch is juist doordat mensen zelf
verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen veiligheid. We worden
overal ter wereld geacht onszelf te reguleren, en
dus vooral met instructie, brevetten en certificaten, en sociale druk
elkaar op te voeden tot verantwoordelijk gedrag. Maar op het moment dat
er een paar mafketels door de duinen banjeren, een stoer jonkie loopings
draaiend onder obstakels doorvliegt of een
armlastige piloot zonder transponder xc gaat, haalt instructie weinig
uit.
Dat komt ook doordat veel regels niet eerlijk zijn,
domweg ineffectieve symboolpolitiek of dat naleving vreselijk kostbaar
is, in financiële termen of doordat ze het vliegen ernstig belemmeren.
Denk aan luchtruim dat plotseling wordt uitgebreid
zonder compenserende hulp bij het zoeken van een nieuw lierveld. Denk
aan natuurgebieden waar de kuikens van ons profiel zouden schrikken.
Denk aan transponders. Sprogsettings, helmcertificering,
wielverplichting, vleugelkeuringseisen: allemaal kwesties met
voor- en tegenstanders omdat we de risico’s verschillend waarderen en
omdat we verschillende inschattingen maken van de effectiviteit en de
kosten van de regels.
Toen ik aan een paar mensen vroeg of ze asjeblieft
niet op de dolly wilden zitten omdat ik m’n nek breek als er een
wielbout afbreekt, stonden ze meteen op. Dat heet ook sociale druk, ook
al voelt het hopelijk niet erg drukkend. En het
werkt wel: de dolly rolde soepeltjes het knollenveld in.
10 maart 2014
Tuning
De wind zou in de loop van de dag afnemen, maar hij stond wel pal 90 graden op de baan en het circuit was ook nog eens precies verkeerdom zodat we bij iedere uitslag nou net de wind in de rug kregen. Maar het was heerlijk weer en m’n vleugeltje zag er goed uit. Ik was wel een beetje gespannen over de mogelijke bocht die erin zou kunnen zitten na het kort- en weer langpakken zonder de eccentrics goed te markeren, maar ze hebben in Maillen een perfecte dolly, een mooie grasbaan en een dragonfly dus er waren geen extra moeilijkheden ingebouwd.
Tot ik probeerde te starten, aan het dunste dynemakabeltje dat ik ooit heb gezien. Bij iedere gogogo knapte het dan ook, meteen, op een willekeurige plaats middenin de kabel waar kennelijk een miniem lusje had gezeten. Dat hele dunne spul krult als een gek, en iedere krul veroorzaakt zichtbare schade. Door al het gedoe was ik wel bijna vergeten dat ik eigenlijk gespannen was over de vleugel en of ie wel rechtuit zou vliegen, en bij de derde poging gingen we keurig de lucht in. William trok me lekker hoog, en de lucht was harstikke zacht, dus ik kon prima bochtjes met en zonder vg draaien om precies na te gaan waar het probleem zat. Linksom, behoorlijk. Na een uitstekende landing, weliswaar in het knollenveld maar keurig op m’n voetjes, toog ik aan het werk. Spanning eraf, zeil los, schroefjes... shit welk schroefje was het nou ook weer? Mario wierp er ook eens een deskundige blik op, en we probeerden elke combinatie en iedere actie, maar de eccentric kwam niet in beweging. Ik wist dat Ropje iets had en hij nam dan ook z’n telefoon niet op, en zo ging de hele prachtige lentemiddag voorbij zonder aanpassing en zonder tweede testvlucht. Wat een teleurstelling. Net op het moment dat ik het dan maar helemaal opgaf en zonder enig resultaat weer in wilde pakken, belde Rop met de verlossende uitleg. Inmiddels was de zon al zo laag dat ik m’n leesbril nodig had om de piepkleine schroefjes weer terug in nog pieper gaatjes te draaien, maar het lukte gelukkig wel om de eccentric precies op de goeie plek te draaien. Om zeven uur reden we weg, en na wat omwegen langs frietkot, nieuw neuskapje en m’n eigen auto in Rotterdam lag ik nog net voor twaalf uur in bed.
01 maart 2014
Risico's
Voor niets ter wereld wil ik de kick opgeven van het vliegen. Honderden, duizenden meters boven de aarde, de wind in m’n gezicht en de zon op m’n rug: het uitzicht, het gevoel, de emotie. En ik kan me een leven zonder zeilvliegen maar moeilijk voorstellen. Ik zou er enorm ongelukkig van worden. M’n sociale leven, m’n agenda, m’n huis, m’n baan, alles heb ik ingericht rond vliegen. Ik zou niet anders willen. Maar ik ben wel bang voor ongelukken, ik weet dat ik geen toppiloot ben die dankzij fantastische skills op een klein hellinkje of in reteturbulente wind toch nog veilig landt. Ik land goed, als de omstandigheden goed zijn: groot vlak vrij terrein, normale wind. Een helling, turbulentie of een obstakel hier of daar lukt meestal ook nog wel, maar ik kan er niet al te zeker van zijn en de spanning loopt dan onaangenaam op.
Wat het pas echt moeilijk maakt zijn de ongelukken
van vriendinnen, die de één na de ander hun rug breken. Christine,
Birgit en Brigitte, en dat zijn dan alleen nog maar meiden die me nabij
zijn. Alledrie zullen ze weer lopen, net als Frankje
en Jonathan, maar dat maakt hun vooruitzicht niet perse heel vrolijk.
Je kan het natuurlijk slechter treffen, als Peter of Rudy (dat was
trouwens geen landing) die verlamd zijn geraakt, of Mike, Resi of Nic
met hun hersenletsel. De tallozen die we begraven
hebben, dat is van een andere orde want daarvoor geldt dat wij
achterblijvers met het verdriet blijven, zij hoeven niet te
leven-na-het-ongeluk. Alle gebroken armen, ribben, polsen en dergelijke
doen er überhaupt weinig toe, daar genezen we van en het kost
alleen een seizoen niet vliegen.
Het is letterlijk confronterend. Het maakt het
onmogelijk om de gevaren van vliegen te negeren, om me geen rekenschap
te geven van de risico’s die we nemen, de prijs die je mogelijk achteraf
moet betalen voor de bliss van nu. Toen ik voor
het eerst, met Mikes ongeluk, besefte waar het echt om ging, kon gaan,
vond ik in mezelf geen acceptatie. Wat ik daar zag, dat was het mij niet
waard, vond ik. Te erg. Maar stoppen met vliegen kon ik niet.
Dankzij Resi’s verhaal besefte ik dat het niet
alleen een keuze tussen wel of niet vliegen is, maar dat je de risico’s
kunt beperken door je vaardigheden aan te scherpen, enorme
veiligheidsmarges te nemen als je gaat landen, en zelfs een
makkelijker toestel kan vliegen. Natuurlijk, dat heeft de afgelopen
jaren betekend dat ik nauwelijks mooie lange xc-vluchten heb kunnen
maken, al helemaal niet heb gescoord in wedstrijden. Ik heb dus wel
degelijk vliegen ingeleverd.
Maar inmiddels heb ik weer vertrouwen in m’n
landingen, eindeloos geoefend en nog meer geoefend en me hele vakanties
alleen maar geconcentreerd op goed landen, ik durf weer terug te keren
op een sneller toestel in Europa. Zou ik niet zo
vlak achter elkaar berichten over gebroken ruggen/nekken moeten
krijgen. Laat ik me maar concentreren op de
pre-WK in Mexico, go Kathleen!
23 februari 2014
Ben er weer klaar voor
| zonder buurman was t niet gelukt |
| onze belangstelling helpt enorm |
| transportschade 8-( |
| Rinus weet een oplossing |
| in plaats van vliegspullen |
| met deltaslabbertje |
| teveel vleugels |
Vleugel weer vliegklaar, Pippa ontmoet, ramen gezeemd en een
enorme stoelendans met m’n drie vleugels en een doos uitgevoerd. Doodmoe maar
blij met m’n Litesport in de gang. Te koop: Sting 3…
18 februari 2014
Vleugelvervoer
Nog voor m’n vertrek naar Australië informeerde ik
bij de belastingdienst hoe ik zou kunnen voorkómen dat ik 21% btw zou
moeten gaan betalen over m’n eigen vleugel. Ik werd verwezen naar een
formulier voor mensen die internationaal verhuizen,
en kreeg twee weken later een kloeke afwijzing. Ik heb immers nooit in
Australië gewoond. Wel was de beambte zo vriendelijk om me te vertellen
dat ik echt niet méér dan duizend euro als waarde zou moeten opgeven...
Volgens het trackingsysteem van de
vervoersmaatschappij zou m’n gebakje maandagochtend in Brussel aan boord
van een vliegtuig zijn gegaan, en ik had m’n afspraken voor die middag
al verzet zodat ik meteen in de auto zou kunnen springen
als het verlossende telefoontje zou komen. Een beetje haast was wel
geboden omdat ik deze keer toch echt geen zin had om Jan, Piet en Klaas
te betalen voor allerlei bureaucratische handelingen die ik niet begrijp
en ook helemaal niet nodig vind, maar tja dan
moest ik wel zelf naar de douane en die hebben gewoon een
sluitingstijd. Eerdere keren dat ik een vleugel in Sydney of Schiphol
heb opgehaald, heb ik iedere keer zowat een halve dag wachtend
doorgebracht, dus het leek me verstandig om niet te treuzelen. Het
was prachtig mooi weer, heerlijk om een rondje te fietsen, maar ik
ijsbeerde zenuwachtig rond m’n telefoon, mezelf beheersend zodat ik niet
ieder half uur zou opbellen met de vraag of m’n pakje er al was. O
zuster ziet gij nog niks komen? Tegen half acht gaf
ik het op, ik zou de douane niet meer halen. Maar de volgende ochtend
om zes uur hing ik alweer aan de telefoon, misschien zou ik het allemaal
voor elkaar kunnen krijgen vóór het werk. Niet dus, maar dinsdag na
kantoor zat ik dan toch eindelijk met m’n voorgeprogrammeerde
tomtom en een papieren kaart voor de zekerheid in de auto.
Zodra ik de gloednieuwe afslag naar Schiphol-Rijk
nam raakte de tomtom van slag (misschien omdat ze een goedkope neptomtom
is, of omdat ik weiger nieuwe kaarten te kopen die tweemaal zo duur
zijn als een nieuw apparaat). Turn around when
possible, recalcu... turn around turn around! De paniekerige stem en de
gigantische vrachtwagens om me heen, in een afzichtelijk landschap van
kale vlakte, zonder enige begroeiing, bebouwing of gedecodeerde
bewegwijzering, hielpen allemaal niet echt om me
rustig m’n weg te laten vinden. Maar wel m’n papieren kaart, halleluja!
Aan de balie werd ik vriendelijk geholpen en ik
kreeg niet alleen de benodigde papieren mee, maar zelfs een uitdraai van
googlemaps om me naar de douane in vertrekhal 3 te wijzen. Parkeren mag
daar eigenlijk niet, maar ik gokte erop dat
ik snel weer terug zou zijn. Natuurlijk aan de verkeerde kant van de
enorme hal, en toen ik na een lange voettocht bij de douane arriveerde
trof ik een complete bus Zuid-Koreanen aan, die allemaal vóór mij de btw
op hun parfummetjes wilden terughalen. Eénmaal
aan de beurt trof ik gelukkig een allervriendelijkste douanier, die me
zowaar vrijstelling van importheffingen verleende! Ze verschoot even
toen ik vertelde wat het ding misschien waard zou zijn, gegeven een
klant, maar ze was in een goeie stemming door al
het oranje op het podium in Sotsji en omdat ik met stempeltjes in m’n
paspoort aan kon tonen dat ik pas nog op dit toestel gevlogen heb, mocht
ik weg.
Toen ik via een enorme omweg Swisscargo weer
bereikte bedacht ik dat het leuk zou zijn om wat kiekjes te maken van al
m’n vleugelophaalavonturen. Zo’n zaal met twintig mensen en duizenden
onbegrijpelijke formulieren, een balie en deemoedige
wachtenden ervoor, vind ik hilarisch. Maar twee jonge knullen kwamen op
de flits af, en vertelden me dat fotograferen verboden was, ‘voor de
veiligheid’. Even later kwam hun cheffin eisen dat ik de foto zou
deleten, want tja, Schiphol he, veiligheid he. Het
leek me niet handig om in discussie te gaan, dus zonder
illustratiemateriaal begon ik aan de volgende etappe: nu echt serieus
wachten. Ik parkeerde voor deur 16 en zocht naar een manier om ergens
binnen te komen en aandacht te trekken. Eén van de vele deuren
ging zowaar open, en zo kwam ik terecht in een gevangeniscel-achtige
ruimte waar zich al gauw tien vrachtwagenschauffeurs verzamelden. Er
ging duidelijk niet veel liefde verloren tussen de chauffeurs en de
mannen in de loods. Het wachthok was volgeklad met
‘Doe open dikke’, de geirriteerde chauffeurs duwden minutenlang op de
snerpende bel en zodra een loodswerker zich liet zien begonnen ze te
roepen om verdorie een beetje door te werken. Ze waren niet agressief
maar dat was volledig aan hun goeie inborst te
wijten. Van deze omgeving zou Sneeuwwitje nog zin krijgen iemand op z’n
smoel te timmeren. Na anderhalf uur werden we uit het wachthok gelaten.
Eén van de mannen hielp me de vleugel op m’n dak te leggen, en ik dacht
dat ik er bijna was. Thuis nog even wachten
op Mus die z’n extra verhoogde bus pal voor m’n voordeur had
geparkeerd, of op Peter die alweer als redder in de nood precies op het
juiste moment even hielp om de 60 kilo vier meter doos de bocht om te
tillen.
Nu maar afwachten of alle buizen onbeschadigd zijn, dus wordt vervolgd...05 februari 2014
02 februari 2014
Soaren bij de Slufter
Eigenlijk had ik m’ n katertje weg moeten dutten, eigenlijk
had ik vanmorgen willen sporten om twee zinnen met P te kunnen wisselen,
eigenlijk had ik m’n huis moeten houden, eigenlijk zou ik even bij Ruud langs,
eigenlijk moet ik boodschappen doen. Maar fcf, flying comes first, en het was
weer heerlijk. Dankzij de fantastische hulp van Jaap, Jeroen, Nico, Robbert en
dankzij weer een paar kuststarts in Newy kon ik heerlijk even uitblazen op de
Maasvlakte. Wat een verschil met vorig jaar! Niet alleen startten we nu bij de
windmolens, waar het ideaal opbouwen en starten is, maar ik voel me ook
ontieglijk veel zelfverzekerder. Een kabelhulp heb ik nog wel nodig, trouwens
zonder twee man extra krijg ik de ouwe Uno niet eens opgebouwd, maar ik raak
niet meer gestresst van veel wind. Start gewoon aan de basebar, en ook al trok
een luffline m’n nummer 2 lat flink omhoog waardoor het toestel nog zwaarder
stuurde dan normaal, een kwartiertje kon ik leuk met Sitting Bob op en neer
soaren voordat ik alsnog uitzakte. De mannen hielpen me weer naar boven zodat
ik een tweede startje kon maken, maar de wind was behoorlijk naar het westen
doorgedraaid en ook een beetje afgenomen, dus na een minuut of tien zakte ik er
weer uit. Never mind, ik voel m’n wangen nog nagloeien van de zon en de wind,
helemaal heerlijk.
10 januari 2014
O o Den Haag
![]() |
| Sydney Central |
![]() |
| Northern Territories |
![]() |
| brok in m'n keel |
Met alle skype, facebook, txt en mail zou je denken dat het
totaal niet meer uitmaakt waar je bent of hoe ver weg je vrienden zijn. Toch
vertelt Selmsey me alleen per sms dat ie is uitgezakt, weet ik van Fluffy dat
haar kies er niet uit hoeft, als ik nog in Australië ben. Ook bijzonder: zodra
ik vertrek wil iedereen nog een keertje bellen. Heel lief wel, ’s avonds voor
vertrek werd ik telefonisch doorgegeven aan de hele club in Corryong, en
terwijl ik aan de balie ruzie stond te maken over het doorlabelen van m’n
harnas (niet gelukt, dus m’n harnas is nog in Peking) nog een
allerallerallerlaatste lief afscheidstelefoontje.
Bij vertrek had ik m’n sleutels op de voordeur laten zitten,
dus ik belde de buren om half zeven ’s ochtends wakker om me binnen te laten. Binnen
trof ik een bloemetje met een ‘welkom thuis’kaartje van diezelfde buren aan. En
nieuwjaarskaarten, zodat ik me weer schaam dat ik niks van me heb laten horen.
Het is schitterend weer en ik heb zin om vrienden te zien.
M’n vrienden, club, geliefden, kennissen in Australië zijn
me zeer dierbaar, en ik kan me ondertussen geen leven zonder hen voorstellen. Het
was leuk om te horen dat het H is here gonsde, en lief dat iedereen vraagt
waarom ik niet blijf. Maar het leven zou toch wel heel anders zijn in Newcastle
als ik er zou wonen, werken, verantwoordelijkheden hebben, een dagelijks
onderdeel van de club zou zijn. En belangrijker nog, ik heb hier in Den Haag
een compleet leven met mensen en belevenissen die ik voor geen goud zou willen
missen.
08 januari 2014
Daar gaan we weer
Bah wat zie ik op tegen de lange reis en wat zal ik het hier
weer vreselijk missen. ’s Ochtends m’n badpak aan en een half uurtje baantjes
trekken in de oceanpool. Altijd en overal op m’n blote voeten lopen, starten
vliegen landen op blote voeten, keurige mensen in de supermarkt op hun blote
voeten. De golven die tegen m’n rug breken. De zoete lucht van bloemen aan de
bomen en de warme lucht langs m’n huid. Dixon park waar ik eindeloos kan
oefenen en als de wind draait zijn er vriendjes om een biertje mee te drinken.
De sfeer in de club, waar de meeste piloten elkaar tientallen jaren kennen en
elkaar een paar keer per week zien, waar bijna alle leden naar elkaars feesten
gaan. Waar mensen mij bellen om te vragen of ik kom vliegen en of ik vervoer
nodig heb. Talloze keren dat me gevraagd werd waarom ik toch zo nodig terug
naar Den Haag moest, ik hoor tenslotte hier.
Ik zal Conrads huishouden missen, waar ik deel van mag
uitmaken. Zijn dochters, die een onbeschrijfelijke rotzooi achterlaten die ik
dan weer opruim. Fluffy, die doodmoe thuiskomt van haar werk, als Ratty er niet
is moet ik even voor haar zorgen. Ik spreek haar bijzonder graag.
Ik zal Conrad missen voor wie buiten spelen een urgente en
acute eerste levensbehoefte is. Vliegen, zwemmen, skateboarden, fietsen. Maar
in de eerste plaats komt altijd zijn zorg voor anderen, voor z’n kinderen,
patiënten, z’n moeder, voor Nicola, Fluffy en mij. Hij weet dat wij alledrie
duwtjes nodig hebben voor we iets spannends durven te proberen, en hij doet het
ons voor, helpt, kalmeert.
Gisteravond scheurde hij z’n kuit en nou kan hij nauwelijks
lopen. Ik verwacht dat hij binnen een paar dagen weer vliegt, hij gaat het niet
volhouden om wekenlang te zitten.
En ik mis m’n vriendjes, Hairy Karl en Adam en Mickey en
Paul en JOD en natuurlijk Selmsey.
07 januari 2014
Oefenen en meer oefenen en nog een keertje oefenen
![]() |
| Indigo |
Wat een fantastische dag! Vandaag alleen al was het waard om
weer naar Oz te komen. Ik had me flink verslapen zodat ik pas om acht uur m’n
baantjes in de pool trok. Toen ik thuis kwam stond Conrad de Malibu op te
bouwen, en de rest van de dag hebben we steeds vliegen en op de kinderen passen
afgewisseld. Ik heb zeker twintig toplandingen gemaakt, een keer of vijf
perfect geland in het park met m’n voeten netjes bij elkaar en m’n knieen
opgetrokken, mooie starts met de basebar zo lang mogelijk bij me, drie keer
beneden van de trap gestart, een paar keer tot de surfclub bij Streszlecki
gevlogen en me weer terug omhoog gewerkt. Ik ben waanzinnig moe, echt volkomen
leeggevlogen, en heel heel heel erg tevreden.
Dixon park
![]() |
| Frans, ik, Adam, Mickey, Harry |
![]() |
| Conrad vanmorgen |
Een lange dag vol tijdverspilling, heerlijk echt vakantie.
Ik was wat later dan m’n gebruikelijke zes uur bij de oceanpool, gesloten
wegens verversing van het water. Dan maar een half uurtje in de golven
springen, ook lekker. Daarna heel Newcastle rondgefietst op zoek naar een
specifiek boek dat ik aan Conrad kado wilde geven, maar er zijn hier nauwelijks
boekwinkels. Twee tweedehandswinkeltjes, waar ik lang bleef kletsen over alle
Nederlandse auteurs die er lagen, en de Book grocer waar alle boeken een tientje
kosten maar waar er weinig systeem in de collectie zit.
Terwijl ik zat te lunchen zag ik Ben opbouwen, dus ik
stormde naar buiten, bouwde de Malibu op en deed twee toplandingen op Dicko’s.
Dat was alles bij elkaar twee of drie minuten vliegen, en omdat de wind
doordraaide naar het oosten en afnam, bleven we de rest van de middag
besluiteloos op de start rondhangen. Er werd wel gevlogen, vooral op
Strezlecki, maar volgens Mickey was het gevaarlijk en inderdaad crashte Kotzi
tegen de oosthelling van Merewether. Geen schade behalve een upright, maar een
eng idee dat de lucht zomaar onder je weg kan vallen.
Ik wilde de verloren tijd gebruiken om m’n Litesport kort te
pakken, maar er moest een piepklein schroefje uit de leading edge waarvoor ik
het juiste gereedschap niet had. Ik wist ook niet zeker of dat schroefje
inderdaad los moest, en ik belde Adam om Noma’s telefoonnummer te vragen. Adam
hing ruim honderd meter boven het strand en kletste wat, zij het onverstaanbaar
door het windgeruis, en stuurde me vervolgens een tekst met Noma’s nummer. Met
z’n enorme smartphone in gladde handschoenen, zonder borg.
Tegen het eind van de dag haalde Harry even de juiste
schroevedraaier. Uiteindelijk was de Litesport klaar toen het ruim te laat was
om ‘m nog naar de fabriek te brengen. We dronken een biertje in Beaches, en
toen was de dag alweer om.
05 januari 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)








