We startten
nogal vroeg, het was blauw en waaide flink hard. Erg moeilijk en na drie
kwartier stond ik weer op de grond, op het vliegveld. Dave en Kathryn landden
vijftien kilometer verderop dus ik haalde ze op en de rest van de middag zaten
we in Lennies tuin te wachten tot Jonathan zou landen. Dat was niet zo’n ramp,
ook Kathryn en ik hebben vergelijkbare ervaringen, net als veel vliegende
vrouwen en ik. Razend enthousiast beginnen, nergens bang voor, en uit
enthousiasme iets te snel boven je niveau gaan vliegen. Dan een paar ongelukken
of een heftige schrik, waardoor je ineens vreselijk onzeker wordt en slecht
gaat vliegen. In mijn geval duurt het daarna jaren en jaren voordat ik goed met
m’n nieuwe zelf om weet te gaan, in feite is dat wat ik tijdens deze reis doe.
Accepteren dat ik af en toe bang ben, voorzichtig vliegen, niet meer ontzettend
kwaad op mezelf en gefrustreerd raken als ik vanwege stress een vlucht verpest.
Ik vlieg nu meestal zonder stress, maar dat kost me wel een hoop motivatie. Al
te relaxed vliegen maakt dat ik snel opgeef, terwijl het altijd m’n grote
kracht was om eindeloos door te gaan. Er is dus nog een hoop te groeien, en kwa
technische vaardigheid, inzicht en zelfvertrouwen ben ik er ook nog lang niet.
Maar ik begin wel weer een beetje optimistisch te worden over de mogelijkheid
om ooit de piloot te worden die ik wil zijn.
De taak was
een out-and-return van 153 km. Langzamerhand zagen we de lucht steeds beter
worden: tegen drie uur popten de eerste cumultjes en werd het windstil. Jonathan
was zeven uur in de lucht en deed zo’n 100 km, ongelooflijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten