30 juli 2010

weekje vooraf

Toen ik begon met vliegen wist ik wat m’n ultieme doel was: vliegen zoals ik fiets. Complete beheersing, uren en kilometers kunnen gaan, wel moe worden en altijd hard genoeg doortrappen om stevig bezweet en voldaan aan te komen, genieten van het buiten zijn en van de inspanning. We gingen vroeger op fietsvakantie, en nu is het vliegvakantie. Cameron merkte op dat het voor mij duidelijk echt vakantie is, ondanks de wedstrijden en ondanks de inspanningen en discipline. Klopt, en ik geniet er enorm van. Voor mij geen stress over de scores, wie beter is en wie slechter. Ik ga niks doen wat ik echt niet wil, omdat het nodig is om te winnen.
Toch doe ik wel m’n stinkende best om zo goed mogelijk te vliegen, zo ver mogelijk en zoveel mogelijk punten te krijgen. Maar dat is meer zoals een spelletje alleen maar leuk is als je je aan de regels houdt, een uitdaging alleen maar uitdagend als er belemmeringen zijn. De score is een soort beloning voor wat je gedaan hebt in een taak, het is positieve feedback. Je kan zien of je meer had kunnen doen, of je inmiddels iets meer weet en kan dan een ander, of de strategie die je gevolgd hebt iets oplevert. Elke ochtend check ik de scores, behalve de eindresultaten want die gaan om de wedstrijd, niet om hoe ìk het gedaan heb. Meestal vergeet ik hoe m’n eindpositie was in een wedstrijd, en om eerlijk te zijn mijn gebrek aan competitieve drang maakt me lui en voorzichtig, zodat ik doorgaans wel bij de laatste tien zit. Niet lui tijdens een vliegdag, niet fysiek lui, maar mentaal. Ik studeer te weinig, let te weinig op als de toppers toelichten hoe ze zijn gevlogen en waarom ze die route genomen hebben, kijk nooit naar tracklogs van betere piloten. Ik bedenk veel te weinig na een vlucht wat ik er van kan leren, wat ik had moeten doen, hoe ik de volgende keer dezelfde situatie in m’n voordeel kan keren. Ik ga gewoon met vrienden een biertje drinken en vroeg naar bed.

Woensdag
In Bassano was de lucht flink bedekt, maar om negen uur zagen we de eerste parapent al naar beneden komen. We namen hem mee naar boven en maakte ook een startje. Het was bijna windstil en de lucht was zo dood als een pier, maar daarom niet getreurd. Juist goed om een prima landing te maken. Cameron racete naar beneden om me op te halen voor een tweede start. Dat ging ook nog wel maar het begon te spetteren, en de landing was minder perfect. We besloten te lunchen, een middagdutje te doen en dan om een uur of vijf nog eens te kijken, maar terwijl we in Nics huis in Cassole zaten hoorden we het eerste onweer al. Snel de auto ingepakt en naar Sigillo gereden. Bij Shedsy gecrasht en vandaag een laatste vlucht maken voordat het slechte weer ons hier bereikt.

Donderdag
Super omstandigheden gisteren, echt super je hebt niet vaak zo’n prachtige dag. De bellen waren hard en toch groot, en nauwelijks turbulent. Plus 4 tot meer dan 2000 meter, met lekkere dikke cumulus erbovenop. Te gemakkelijk, dus ik deed niet erg m’n best om boven te blijven en dat gebeurde dus ook niet. M’n landingsfixatie werd er niet beter van toen ik weer ns constateerde hoe belachelijk weinig goeie landingsmogelijkheden er hier zijn. Overal is een kabel, rollen stro, een randje bomen bovenwinds, een flinke helling, gewas of een kudde koeien. Ik herkende een mooi groot veld waar ik een paar jaar geleden prima geland was, langs de weg naar Gualdo Taldino, maar tegen de wind in met m’n low performance vleugeltje leek het me toch wel erg ver vanaf de top van de berg. Vroeg ernaartoe dus, dan maar geen uren vliegen maar ik moet echt geen stress hebben nu. De landing was dan ook harstikke goed, en Ally en Mary hadden me snel in de auto voor een tweede start.
Inmiddels was het veel harder gaan waaien en ik moest plat opbouwen. Totaal vergeten hoe dat ook alweer ging, maar ach zo’n intermediate is wel weer heel simpel dus dat viel mee. Annet hielp me opzetten en starten. Heerlijk, ik wandelde superrelaxed de berg af, een piepklein duwtje en ik vloog, helemaal te gek. Vijf jaar geleden had ik zeker ingepakt omdat ik totaal over m’n toeren raakte van zoveel wind, nu dit!
Ik draaide heel rustig naar boven maar zakte er hard weer uit, had nu helemáál geen zin om risico’s te nemen dus ik landde al na een kwartier. Minder dan de eerste, en kilometers diep het terrein op, maar het was een fantastische vliegdag.

25 juli 2010

Beieren

Vannacht weer niet geslapen, maar het is een te mooie kans om vandaag te vliegen. Christine ging niet mee vanwege nog slechter slapen dan ik, maar met de rest van het laatste Oz-team, Hans, Kari, Cameron en ik reden we naar Emmendorf, 90 km hemelsbreed. Alle omstandigheden waren er om me goed nerveus te maken: onuitgeslapen, nieuwe startplek, tientallen parapenters die kritisch kijken hoe ik ga starten, harde wind in de bomen. Gauw starten maar en dankzij Hans’ hulp voelt dat tenminste helemaal goed. Zijn aanwezigheid neemt minstens de helft van de zenuwen weg. Goed gestart, naar rechts gedraaid en vanaf dat moment ging ik rustigjes omhoog tot ik onder de termiekende parapenters kon insteken en naar wolkenbasis draaien met +2 en meer. Het was niet eng om naar achter te driften want overal bovenop kan je prima landen, dus het lijkt wel laag maar het is ruim. Het lukte me toch niet om te centreren, ik kwam wel goed omhoog maar zodra ik een stukje wegvloog verloor ik de bel en begon m’n sinkalarm te zeuren. Laag had ik een matig veldje uitgekozen voor een eventuele landing, maar ik zag de wind door het koren slaan en daar werd ik toch best bang van. Ik kwam wel weer omhoog maar opnieuw was ik een beetje verdwaald. Hans had gezegd dat we absoluut noordelijk van CTR Munchen moesten blijven, maar een oostelijke koers bracht me bij een rivier die ik niet makkelijk kon oversteken. Met zo’n harde wind wil ik niet op een lullig veldje achter een rijtje bomen of in een diep dal terecht komen. Ondertussen had ik me gefixeerd op een bijzonder aantrekkelijk veld: groen, vrij, lengterichting precies op de wind, vlakbij een dorpje. Dat trekt me vanzelf naar beneden dan, maar ik overwoog dat m’n eerste verlangen deze vakantie goed landen is en ik voelde de moeheid ook, dus geen probleem. Het landen was behoorlijk spannend, harde enigszins turbulente wind, m’n ritstouwtje vast tussen m’n benen, het groene veld vol hoge bloemen (die wel lekker roken maar me gemeen hadden kunnen beetnemen). Het ging goed, en anderhalf uur later kwamen Hans en Pasi me ophalen. Terwijl we in het zonnetje zaten te genieten in een biergarten meldde Christine dat Cameron net bij haar in de tuin landde, en een uur later was ook Kari geland na 70 km. Mooie dag.

21 juli 2010

Afscheid van een clubgenoot


In de twintig jaar dat ik vlieg, heb ik me er vaak over verbaasd hoe er totaal geen relatie lijkt te zijn tussen de stommiteit die iemand begaat en de schade die daaruit voortkomt. Je hebt piloten die echt alles en alles fout doen, waarvan je bijna zeker weet dat ze wel tien keer dood hadden moeten zijn of toch levenslang gehandicapt, en die lopen gewoon met een blauwe plek en een kromme upright weg. En je hebt situaties waarbij niemand echt ziet wat er nou precies fout ging, of het was maar een hele kleine vergissing, en we begraven de piloot een paar dagen later. Onbegrijpelijk en oneerlijk, maar zo moeten we de absurditeit van het lot kennelijk maar accepteren.

Alphons Broekman, die we vaak met kromme tenen hebben bekeken omdat hij complete bergen over het hoofd zag, is maandag verongelukt zonder dat er iets aanwijsbaar fout ging. Misschien is hij ‘onwel’ geworden. Het is onverklaarbaar hoe hij plotseling de grond in dook; z’n toestel was in orde, de lierprocedure verliep zonder mankeren, hij gedroeg zich niet raar. Hij was een ontzettend enthousiaste piloot, vloog harstikke goed, had een uitstekend toestel dat hem perfect paste (ook een Sting3, net als ik) en hij had waarschijnlijk al meer lierervaring dan ik, omdat hij bijna iedere dag wel een paar startjes maakte.

Zaterdag de armen om elkaars schouders, en dan door voor vier weken vliegen want ondanks de confrontatie met alle risico’s kunnen we het toch nog steeds niet laten.

Een kleinzoon zei: hij is in het midden van z’n leven met vliegen begonnen, en het einde was ook met vliegen in het midden van z’n leven.

19 juli 2010

niet vliegen met prima handjes

Ideale weersvoorspellingen voor een net herstelde piloot, Cameron redelijk fit, de lier van de Buizerd gerepareerd: om half tien waren we in Moergestel op het veld. Heerlijk rustig opbouwen en genieten van de zon, uiteraard nog eens het halve veld oversjouwen omdat de wind altijd draait op het moment dat je startklaar bent, de nieuwe kabel uit de knoop halen en al helemaal aangekleed en ingehaakt ontdekken dat m’n radio weer eens leeggelopen is. Never mind, met een ervaren lierman en vaste procedures heb je eigenlijk geen communicatie nodig, als de lierman echt iets van je wil geeft ie een klein tikje op de kabel en dan weet je heus wel dat je los moet gooien. Om een uur of twaalf was ik de eerste die gogogo gaf. Jan Gorisse is een perfecte lierman dus dat ging heerlijk, geen last van m’n hand en de vleugel is ook mooi recht. M’n hoogte gaf iets raars aan maar ik zat ruim boven de lier dus ik draaide terug, en op dat moment voelde ik de kabel aan m’n borst mij nogal hard naar achter trekken, zodat m’n toestel met de neus naar beneden dook. Later begreep ik dat er motorproblemen waren waardoor de katrol niet in z’n achteruit kon, zodat ik geen extra kabel meekreeg bij het terugvliegen. Hij moet wel in z’n vrij hebben gestaan, anders was het allemaal nog veel sneller en heftiger misgegaan denk ik.
Ik releaste meteen (dacht ik) en vloog, niet eens erg geschrokken, weg. Wat ik niet wist, was dat Jan op hetzelfde moment dat ik meende te releasen de kabel had gekapt, en dat was de reden dat ik voelde dat de kabel me niet langer naar beneden trok. Ik had even moeten kijken om te checken dat ik geen 300 meter kabel met me meesleepte, door de mais, over de hekken, om de tractor heen… Maar ik wist dus van niks, probeerde zelfs nog even te termieken maar ik zat vrij laag en ik wilde zes weken na m’n stomme landing in Stadskanaal geen risico’s nemen. Ik landde prima, draaide m’n vleugel om, haakte uit en begon richting start te lopen. Toen pas ontdekte ik dat ik nog aan de kabel vastzat! Ik moest er wel om lachen want het was best grappig, twee mogelijke doodsoorzaken in vijf minuten en ik de hele vlucht compleet onschuldig een beetje vliegen.
Toch was het niet leuk, de mensen op de grond waren wel erg geschrokken want zoiets ziet er vreselijk uit. Het was ook frustrerend voor ze dat ze me niet door een radio konden vertellen dat ik de kabel nog moest releasen. Bovendien was de lier echt stuk, dus iedereen kon weer inpakken en terugsjouwen.
Wij waren op die manier wel vroeg genoeg in Den Haag terug om nog even met Wouter naar het strand te gaan, lekker wiskundige puzzels op te werpen en er vreselijk hevig over in discussie raken hoe je die zou moeten oplossen, voor het eerst Oost-Afrikaans te eten en uiteindelijk Cameron naar huis te slepen. De arme Ozzie kan sowieso al niet fietsen want geen Nederlander, en nou heeft ie ook nog jetleg, dus volgend jaar zorg ik dat ik een tandem in huis heb. Of een riskha.

06 juli 2010

beetje beweging terug

Ik was wel zenuwachtig voor de gipskamer vanmiddag, bij een negatief oordeel zou het krap worden om over twee weken in Greifenburg te vliegen met Cameron. Maar de ayurvedische anabolen of de witte wijn of de extra uurtjes slaap hebben gewerkt, het bot is allemaal weer aan elkaar gegroeid en m'n hand ziet er niet al te bizar uit. Pols en middelvinger zijn nog compleet vastgeroest, bewegen doet flink pijn, maar in de loop van de middag ben ik al goed aan het oefenen. Dat komt goed, ben benieuwd wanneer ik weer een upright vast kan houden. Ik voel wel mee met al die sneue fietsers die in België onderuit gingen en nou niet meer met de tour de france mee kunnen doen.

16 juni 2010

Onhandig


Zo het kunstgips dat ik gisteren gekregen heb is een stuk draaglijker dan wat ik had, en ik kan alweer een paar kledingstukken extra aan. Heb nu ook de beschikking over duim èn wijsvinger, nou oppassen dat ik er niet teveel mee ga doen. Op 6 juli maken ze opnieuw een foto en als ik braaf m’n vitamines slik en veel slaap mag het gips er dan waarschijnlijk af. Ik zal wel blijven zitten met een verkorte verdraaide ringvinger, maar aangezien ik geen concertpianist ben kies ik maar niet voor een operatie.

Ondertussen ben ik wel weer enorm handig aan het worden met de inzet van mond, schouders en knieën om vanalles op te tillen, los te draaien of vast te gespen. En ik heb collega’s en vrienden (oud-collega’s, opvallend genoeg) die boodschappen voor me doen, koken, afwassen en dan ook nog m’n was opvouwen. Hoe lastig ik het ook vind om me te laten helpen (ik vind het veel leuker om voor anderen te zorgen) en hoe ongeduldig ik ook word van knopen die ik niet dicht krijg, er is toch een kansje dat ik ook deze blessure weer overleef ;-)

11 juni 2010

zeikerds

Het ergste van een blessure is niet pijn of gemiste vluchten, maar de reacties van niet-vliegers. Het bijna triomfantelijke ‘zie-je-wel’. Ze wisten altijd al dat het vreselijk gevaarlijk was en ja hoor, m’n gips is een zichtbare bevestiging van hun gelijk. Ongehinderd door zelfs maar een begin van een idee wat zeilvliegen is duwen ze me onmidellijk in de verdediging. Mensen die niet erg geinteresseerd zijn in de redenen waarom iemand vliegt, die zelf over een paar jaar met hartvervetting en nicotinelongen of overspannen zich bij dokters en ziekenhuizen zullen melden.
Ik geloof dat het een soort afgunst is, jaloezie omdat ik een fantastisch leven leidt. Zij willen dat niet, durven dat niet, hebben er niet zoveel geld en tijd en inspanning voor over, maar ze vinden het toch moeilijk te verkroppen dat ik boven de wereld kan uitstijgen. Dat ik me niet neer laat halen door het honderden keren herhaalde “wat gevaarlijk” en “wat eng” en “zou ik nooit durven”. Wat boeit mij dat nou dat zij niet durven? Ik vraag ze helemaal niet om mee te doen.
Gelukkig zijn er ook mensen die het gewoon sneu vinden, omdat ze weten hoe gaaf ik vliegen vind. Die een extra handje helpen, bijna opgelucht horen dat ik de wedstrijden wel weer zal vliegen.
Maar de zeurende betweters, ik wens ze toe dat ze van een keukentrapje vallen of tegen de tuindeur aalopen. Nog altijd het grootste risico op verwonding: thuis blijven.

06 juni 2010

Dagje niksen



Vanmorgen waren ze in hetzelfde ziekenhuis véél vriendelijker, en m’n hand werd snel en vakkundig ingegipst. Ik hoef geen illusies te hebben over snel herstel wegens grote fitheid, vier weken is gewoon het minimum. Ik probeer maar gewoon even in zombie-mode te gaan dan voelt het minder erg.
Ropje is zeer verdiend Knollenkampioen, ik ben aangeschoten nou ik toch niet kan rijden en Rinus en Connie brengen me naar huis. Morgen maar ns een fijn plastic zakje scoren om te kunnen douchen.

Knoalkup taak 2



Verdorie, m’n hand gebroken. Gewoon een stomme whack, niks bijzonders, ik dacht eigenlijk dat ik heel redelijk aan het landen was maar ik klapte gewoon een paar meter eerder op de grond dan voorzien. Ik kan me ook niet helemaal herinneren waarom ik m’n handen nog aan de bottombar had, ik had mezelf al opgericht. Wel een vrij hoge grondsnelheid, dus misschien heeft dat ene termiekbelletje van de hele dag me wel te pakken gehad. Waardeloos, voor een vluchtje. Bij het ziekenhuis werd ik ook nog eens door de receptioniste weggestuurd, ik mocht geen medisch geschoold persoon om advies vragen. “Het lichaam geeft het zelf aan” zei de megamuts een keer of tien, terwijl ik probeerde uit te leggen dat ik de taal van zo’n lichaam niet denderend versta. Door pijn kan ik best heen en ik zou niet weten of ik juist moet koelen, bewegen of wat? Arnica dan maar.
Verder was het aan de grond wel een feestje. De sfeer op het veld was heel erg goed, juist omdat het zo vreselijk stabiel was. Niemand had haast om de lucht in te komen, Ropje startte als eerste en hield het wel twee uur vol om niet te landen, maar wegsteken was geen optie. Nico mocht een rondje mee, helemaal geweldig, en als klap op de vuurpijl verscheen er een heuse jounalist met een enorme camera.
Het inpakken van m’n vleugel werd begeleid door Nico op z’n accordeon, en drie allerschattigste jochies van een jaar of tien die hun ernstige vragen over termiek en vleugels onderbraken voor een walsje. Ondertussen zagen we Ruud boven ons heel voorzichtig draaien, dat leverde genoeg spektakel op voor de kereltjes. Ik dacht dat Ruud niet zo heel veel verder zou staan, dus die haalden we ook op. Nico weer met z’n accordeon, fietsers die stopten voor een babbeltje en een meneer die begon te stralen toen hij ook even mocht spelen. Dat allemaal in een heerlijk zonnetje met de geur van gemaaid gras, geweldig.

29 mei 2010

Knoalkup taak 1


Joehoe m’n eerste overlandje met m’n sting! Een kort maar prachtig vluchtje, en onverwacht ook. De eerste start brak m’n breukstukje, de wind was harstikke cross en vlagerig en er was no way dat ik er nog iets aan zou kunnen doen. De volgende start was de termiek erg klein en zwak, het was flink afgeschermd overal dus dat werd ‘m ook niet. Ik twijfelde of ik terug zou gaan of maar gewoon een gooi doen, Nico is er nou toch om voor me te rijden en beter wordt het vast niet. Toch terug, net het veld niet gehaald dus aan de verkeerde kant van de sloot geland met alle gesjouw van dien, en toen bleek dat er iets mis was met de motor van de dragonfly. Het leek er even op dat het echt helemaal over was voor vandaag, maar Rinus durfde het er na een proefvluchtje toch op te wagen. Eerst Ruud, dan Dees, ik mocht voor Jan en ik had precies het mooiste moment van de dag. Rinus zette me af in een lekkere bel waarmee ik zonder al te veel moeite naar 1200 draaide, en het volgende wolkje gaf me zelfs 1800 meter. De vleugel voelde goed, het landschap was prachtig, de taak was simpel (40 km met de wind mee) en ik kon mezelf een paar keer een complimentje geven omdat ik iets goed deed. Dwars op de wind en op de koers naar een veelbelovend wolkje steken, en dan inderdaad weer lift vinden. Of ik nou toch fouten ging maken of dat het weer over was kwa termiek weet ik eigenlijk niet zeker, maar 8 km voor goal moest ik toch landen. Ik stond naast een parkeerplaats aan de snelweg, maar het viel nog niet mee om de uitgang te vinden. Een hek, een brede sloot, hoog gras met brandnetels, nog een hek. Lang leve Nico en lang leve een vleugel van 5 kilo lichter!
Ropje stond op goal (al lang, Frans zou ‘m ophalen maar is ‘m kennelijk vergeten), Erik zal er niet zo ver vanaf staan en ik denk dat ik dan derdst ben vandaag. Cool.

23 mei 2010

Wiekendje Bruinehaar



De campingmevrouw is een heks en ik lag veel te warm ingepakt in m’n tentje, dus ik had een nachtmerrie over hoe zij ons gevangen had om tien dagen dwangarbeid te doen. Jamie en ik maakten twee verschrikkelijke dagen mee, maar de andere meiden waren er ook. Het was een heel verhaal, ‘meester van de zwarte toren’ sfeer maar kennelijk heb ik uit Tegelberg toch vooral het gevoel meegenomen dat we bij elkaar horen en elkaar steunen. En de houding dat ik me er wel doorheen sla.
Gisteren heb ik drie minivluchtjes gemaakt, ik was veel te brak om iets serieus voor elkaar te krijgen in de minilift met overal heftige sink. Ik ging al compleet afgedraaid naar het feestje van Rob, maakte het toch iets later en zater dan oorspronkelijk bedoeld, dus tja dan ben ik niet fit. Jammer, maar vandaag belooft een superdag te worden en ik ben nu wel uitgeslapen.

Vandaag was het topweer, alleen de wind wapperde van noord naar west en vooral precies daar tussenin. Bovendien werd er enorm ingewikkeld gestresst op de start, de sfeer werd er niet beter van en het starten ging niet soepeler ook. Maar niet getreurd, m’n fanclub kwam langs (Joyce’ kinderen dachten dat ik een fee zou zijn omdat ik kan vliegen), ik had een aardig vluchtje en twee prima landingen. Een derde start kwam er niet meer van wegens eindeloos gedoe, maar ik had Anthony zaterdag aangepraat om z’n vleugel mee te nemen en hij had ‘m ook nog opgebouwd. Rob van Rijnbach was vertrokken (toch een andere klasse hè), maar Gerard was er nog dus alles was goed om weer ns een vluchtje te maken. Arme Anthony was bloedzenuwachtig, anderhalf jaar niet meer gevlogen na z’n lierongeluk, maar de halve club probeerde hem te steunen en hij had zelf een nu-of-nooit-gevoel. Na twee keer op en neer sjouwen tussen noord- en weststart, en na bijna een kwartier ingehaakt staan wachten, had hij een uitstekende start, de mooiste vlucht van de hele dag (met Rob dan) en een superlanding. Z’n ouders en vriendin hadden gewoon een feestje, en mij kostte het wel m’n avond maar dit geeft toch wel een super voldaan gevoel. Een jongen aan wie iedereen het gunt, en dan zo’n vlucht, honderd procent de moeite waard.

17 mei 2010

Den Haag




En weer terug, morgen maar gauw aan het werk.

naar huis


Twee keer de Tegelberg opgelopen in mist en sneeuw, naar Baden gereden en weer terug voor asperges en Mama mia, en de vooruitzichten zijn nog steeds naadje pet. Ik geef het op, morgen naar huis. Die vijf dagen vakantie neem ik liever op als er gevlogen kan worden.
O nou ja, overmorgen, eerst het Spaanse feestje morgen.

Maandag
Bijna klaar om te gaan rijen, zodra Kathleen wakker is ben ik er vandoor. Dus de lucht is ineens droog en de wolken hangen hoger dan voorheen, zal je altijd zien. Nou ja, ik hoop eigenlijk wel dat ze kunnen vliegen vandaag en later, arme Claudia en Linda zijn helemaal voor niks naar Europa gekomen en Kathleen wordt er ook niet gelukkiger op zo zonder lucht. Voor mezelf heb ik de beslissing gewoon genomen, zelfs als het vliegbaar wordt is de kans klein dat ik echt serieuze mooie vluchten kan maken, en als ik nu naar huis rij heb ik vier dagen te besteden aan een vakantie ergens waar de zon schijnt.
Het is wel alweer net zo’n dilemma als bij de afweging of ik überhaupt naar de worlds zou komen. Tegen: het risico op slecht weer, de enorme kosten, organisatie door DHV en de kabelbaan. Voor: de gezelligheid, mooie vliegstek, Heather wedstrijdleider.
Nu is het vooral de solidariteit met de meiden die niet weg kunnen, en voor wie het er niet gezelliger op wordt als de een na de ander vertrekt. Maar ik moet een beetje zuinig zijn op m’n vakantiedagen, dus hups naar huis.

13 mei 2010

Veiligheid


Zeilvliegen is net het echte leven, en de zeilvliegwereld is net de echte wereld. Het is het ultieme droste-effect: in m’n werk hou ik me bezig met goed beleid maken en verantwoordelijkheden, in de georganiseerde wereld van het vliegen is het niet anders. Je kan issues benaderen als een verantwoordelijkheidskwestie: wie moet zorgdragen voor optimale veiligheid, de organisatie of de piloot? Je kan het benaderen als een beleidskwestie: hoe krijg je piloten zover dat ze zich veilig gedragen, door onveilig gedrag te verbieden en ze te straffen als ze zich er niet aan houden, of door ze voor te lichten en te wijzen op de gevaren? Je kan het benaderen als een wetenschappelijke kwestie: wat is de belangrijkste oorzaak van ongelukken, en wat zijn de precieze grenzen tussen veilig en niet-veilig? Het is ook een politieke kwestie waarin verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen en verschillende groepen worden beschermd: gaat het om lekker vliegen, om een eerlijke wedstrijd of om veiligheid? Moeten wedstrijdpiloten worden beschermd tegen zichzelf, of richten we ons vooral op recreatief piloten? Beginners of fabriekspiloten?
Kathleen maakt het simpel: we zijn hier om een wedstrijd te vliegen, dat doen we omdat we het leuk vinden, maar dagelijks horen we dat het om veiligheid gaat. Dat is gewoon niet waar, als je echt alleen maar veiligheid wil dan moet je niet vliegen. Bovendien: je kan honderdduizend regels opleggen aan piloten, maar vanaf het moment dat ze los zijn kan je ze niet meer controleren. Mensen kunnen in de wolken vliegen, tegen iemand aanvliegen, aerobatics doen, te langzaam landen. En nog veel meer ellende.
Eén van de redenen waarom ik oorspronkelijk mee ging doen met wedstrijden, was omdat het me een veilig gevoel gaf. Ik hoefde niet op m’n eentje te beoordelen of de omstandigheden goed waren, er waren tientallen anderen met meer ervaring en meer inzicht dan ik. Een starthulp geeft me een hangcheck. Een safetycommittee bekijkt of er voldoende landingsmogelijkheden zijn op de beoogde taak. Een weerman en een safetydirector houden voortdurend de meteo in de gaten terwijl we onze taak vliegen, en als er onweer ontwikkelt in de buurt van onze taak, krijgen we een seintje via de radio om te gaan landen. M’n team hoort via de radio hoe het mij vergaat, en waar ik misschien in de problemen kom. Veiliger dan op je eentje gaan vliegen, of met vier vrienden die net zo weinig weten als ik.
Maar sinds een jaar of twee is de cultuur omgeslagen, en willen onze overheden FAI, CIVL en DHV ineens risico’s verbieden. Let wel: ze proberen niet om ons gedrag te beïnvloeden, en te bereiken dat wij minder risico’s lopen of nemen, ze proberen letterlijk risico’s te verbieden. En dat op basis van heel beperkte kennis over die risico’s. We weten vooral wat de gevaren zijn, dus wat er op welke manier mis kan gaan. Maar een risico is een gevaar en een waarschijnlijkheid dat het ook echt mis gaat. De omvang van die waarschijnlijkheid, van die kans, is nauwelijks berekend voor de meeste bekende gevaren.
Laat staan dat iemand zich druk maakt over het effect op het gedrag van piloten, van allerlei maatregelen. Dwing fabrikanten om vleugels af te leveren met hoge sprogsettings, en veel piloten zullen de sprogs omlaag draaien omdat ze een betere handling of perfomance willen. Dwing piloten om hun sprogs weer omhoog te draaien, en wie weet wat ze gaan doen? Wegblijven bij wedstrijden, stiekem hun sprogs toch weer omlaag draaien, als blinde kippen de turbulentie invliegen omdat ze menen veilige settings te hebben?
Twee jaar geleden kregen we iedere dag les van Gerolf, en van Dennis Pagen, over de effecten van verschillende configuraties van zeilvliegers. We leerden over de logica van pitchstabiliteit en tumbles, over de afwegingen die vleugelontwerpers maken en over de zin en onzin van tuning. De CIVL kwam een paar keer langs om onze sprogsettings te meten en publiceerde de resultaten. Piloten die ontdekten dat ze wel héél erg laag zaten, of die nu begrepen dat ze hun sprogs net zo goed weg hadden kunnen halen, draaiden uit zichzelf de sprogs weer omhoog. Dat betekende helaas niet dat ze onkwetsbaar werden, maar het had wel het effect dat we allemaal beter begrepen wat een toestel doet en dat we ons bewuster werden van de afwegingen die er te maken zijn.

sjoppen


Je verliest compleet je verstand na dagen achter elkaar niet vliegen. We reden twee-en-een-half uur heen, en twee uur terug, om te gaan winkelen in een timezone outlet waar ik absoluut niks mooi vond en waar niks paste. Maar ach het was wel gezellig, we waren van de straat, en ’s avonds kwamen we allevier in onze nieuwe jeans naar de tent. Waar goeie ouwelullemuziek gedraaid werd. Lekker, ik dans alleen nog maar bij hanggliding comps, op m’n zware boots, en dan om elf uur netjes naar bed.

11 mei 2010

Föhn

Traag dagje vandaag. M’n uprights zouden ergens in de ochtend bezorgd worden dus ik kon het huis niet uit, maar de vooruitzichten waren toch waardeloos dus dat leek niet zo erg. Lekker lui lezen, kilo’s pinda’s snoepen, Kathleen aan het werk en Reinhard verdwenen. Maar het werd geen regendag maar föhn, dus prachtig zonnig met wolken waarvan je blij bent dat je er niet onder hangt, harde wind over the back. Natuurlijk zie je dan toch een enkele parapenter hangen, die lui malen nergens om, dikke kans dat ze nog een passagier bij zich hebben ook. Reinhard heeft twee rigids zien starten, in de enkele seconden dat er even geen rugwind was, het zag er allemaal nogal gruwelijk uit zegt ie.
Nadat m’n pakje bezorgd was hebben we de rest van de middag op het zweefvliegveld zitten picknicken, je kon de taak van de swifts perfect volgen en zeven van de tien landden op goal. Manfred eerst, met een paar loops natuurlijk, het blijft schitterend om die man te zien vliegen.
We zijn allemaal een beetje ongelukkig omdat we niet kunnen vliegen en het er ook slecht uitziet voor de komende dagen, maar de sfeer is toch wel goed. Misschien helpt het dat de Duitsers in de organisatie een beetje kunnen ontspannen als er niet gevlogen wordt, hoeven ze zich geen zorgen te maken.

10 mei 2010

eerste wedstrijddag


Regen regen regen. Vanochtend was het even droog, de wolken stegen net genoeg om ons allemaal de berg op te lokken en op te bouwen. Vervolgens een paar uur kleumen en kletsen, dan weer gauw inpakken en net voor het begint te gieten in de auto. De hele middag de tijd om te lezen en te koken.

09 mei 2010

Tegelberg


Het begint met ergernis en slecht weer helaas, maar toch goed want ik heb twee vluchtjes gemaakt, ik zit in een fijn appartementje met Kathleen en Rheinhard en dat gaat denk ik wel gezellig worden, en het is heerlijk om iedereen weer om de hals te vallen. De heks van m’n ex heeft eindelijk het fatsoen om op afstand te blijven dus daar hoef ik ook geen last meer van te hebben. Ik heb wel m’n vleugel terug naar boven gebracht precies tijdens de mars waar de openingsceremonie mee start, ik had er geen zin in om iemand te gaan uitleggen dat ik niet achter het bordje Niederlande wilde lopen samen met die *. Het kwam mooi uit, vleugel op de kabelbaangondel, precies op tijd terug voor het programma van zingende kindertjes, eindeloos speechende officials en oekomenische gebeden om mooi weer. Die helpen niet overigens, het regent hard nu en het zal waarschijnlijk nog meer gaan regenen.
De grootste ergernis was bij aankomst. Ik was erg moe van de reis, maar moest meteen m’n vleugel opbouwen voor de ‘meting’. Nou ben ik het sowieso niet eens met het Duitse beleid om sprogsettings te meten en piloten te dwingen om ze omhoog te draaien, het is beslist niet een goeie manier om meer veiligheid te krijgen. Maar om het nog bizarder te maken wilden ze mijn Sting meten, terwijl ik geen sprogs heb! Maar tja, op z’n Duits natuurlijk, we hebben nou eenmaal een regel opgeschreven die stelt dat iedereen gemeten moet worden, dus ook een intermediate vleugel moet gemeten. Ik maak me sterk dat ze ter plekke onderdelen moesten verzinnen om te meten.
Op de foto de scherp oplettende piloten tijdens de safety briefing en de openingstoespraken.

PS klik op live tracking hier rechts en ik ben guest 32, je kan m'n eerste vluchtje zien (kijk in 2D) ook al heeft het even geduurd voor de antenne ging werken.

06 mei 2010

vliegen bevrijdingsdag

Net als in het echte leven helpt het om bij het vliegen te focussen op wat allemaal goed gaat, in plaats van m’n falen. Wel lastig hoor als ik twintig vluchten achter elkaar uitzak terwijl de anderen allemaal wel naar wolkenbasis schroeven en uren vliegen. Ik voel me toch weer een sukkel, weet niet waarom ik steeds maar weer de bel kwijt raak, de kern niet kan vinden, inefficiënt draai. Nou ja ik weet het wel, het is een combinatie van fouten: te lang doorvliegen op zoek naar een bel, concentratie verliezen, me door de lucht weg laten duwen, te weinig banken, enorme grote bochten maken als er iemand anders in de buurt is. Gebrek aan overtuiging dus.
Maar goed, niet focussen op de fouten, maar op de successen. Starten en slepen zijn mijn sterke punten, gisteren merkte ik weer waarom dat goed gaat. Ik startte niet helemaal ok, de wind was wat cross en de dolly stond kennelijk niet mooi achter de tug. Ik liet te vroeg los en m’n linkervleugel kwam omhoog terwijl ik rechts op de dolly bleef plakken. M’n hart sloeg een slag over, in een fractie kan zoiets heel erg verkeerd aflopen en dat is me in Hinterweiler ook een keer overkomen. Maar de juiste reacties zitten goed in m’n spiergeheugen ingesleten en m’n kop staat ook volledig naar dóórgaan, nooit nooit nooit midden in een start aarzelen, snelheid houden en recht vooruit.
Lekker gevoel wel, om zo overtuigd van m’n kunnen te zijn. Nu het landen, en dat gaat me zeker lukken met de Sting. Alles wordt vertraagd zodat ik de tijd en de kalmte heb om alle details door te nemen. Met de Litespeed had ik vaak zo’n stress dat ik nog maar op een paar punten kon letten, maar nu geef ik mezelf hardop een complete instructie. Nog een rondje hoogte afbouwen, tijdens downwindleg naar het point of arrival kijken, crosswindleg, op final draaien rechtop gaan hangen, linkerhand naar de upright, met rechts de bottombar zoveel mogelijk naar me toe trekken, kijken naar point of arrival, trek ‘m naar de grond, benen bij elkaar en niet slingeren, op drie, twee meter uitronden, blik verplaatsen naar de verte, rechterhand naar de upright, voel trim, duw omhoog. En dan heb ik het kijken naar de windzak, vg een kwart, verlengen van het crosswindleg al geautomatiseerd.

Morgen inpakken en met gemengde verwachtingen naar de Tegelberg. Er zijn maar 21 meiden ingeschreven voor de womens worlds, de weersvooruitzichten zijn harstikke slecht, ik zie op tegen het gezeik van de DHV en ik baal er nu al van dat we iedere avond uren bezig zullen zijn om de vleugels naar boven te krijgen met de kabelbaan. Maar het wordt wel twee weken vliegen/lezen, met vriendinnetjes over vliegen babbelen, bovenop één van de mooiste bergen van Europa staan.

26 april 2010

Stadskanaal zondag

Het was prachtig weer gisteren maar in de loop van de ochtend kwam een gemene hoofdpijn opzetten. Bovendien stond de wind 90 graden cross op de baan, rapporteerde Rinus gemene prut in de lucht in plaats van vette bellen, en stuiterde iedere mla die kwam ‘landen’ als een skippybal naar de volgende akker. En het was heel relaxed zo in het zonnetje met m’n boek, beetje kletsen, beetje ronddrentelen. Koen startte rond een uur of drie en dat zag er uit alsof ie het zwaar had achter de tug, m’n hoofd bonkte nog dus ik pakte in. Maar hij maakte een schitterende vlucht, en Ropje hing er minder dan een uur later ook. En die ging helemaal als een tierelier. Als ik toen niet had geaarzeld had Rinus me vast nog wel omhoog willen slepen, maar hij pakte de dragonfly in, Cornelia ging retrieve rijden, Kasper vertrok naar huis en Dees was op de fiets naar haar huis. Klaar dus. Ik had wel spijt maar ik realiseerde me ook dat ik net zo makkelijk na twintig minuten weer beneden zou zijn geweest, het was helemaal niet makkelijk en Ropje maakte er super goed werk van.
Met een pizza op de knieën door wat regen naar huis, volgend wiekend een nieuwe poging.

24 april 2010

Slepen op Stadskanaal



Shit terwijl ik vandaag een lekker dagje buiten spelen had, vier startjes achter Rinus, mooie landingen, gezellig en een beetje termieken ook (al kon ik niet door de inversie heen, Ropje Robbie en Koen wel verdorie ik moet toch beter m’n best doen) maar Christine zit erg in een neerwaartse spiraal. Ik ken het zo goed, en tegelijk ken ik haar zo goed dus ik weet precies hoe klote ze zich voelt. Ze is een harstikke goeie piloot en waanzinnig enthousiast, maar als er iets mis gaat is het enorm lastig om niet in een foute mindset te raken en negatief te worden.
Ondertussen is het voor mij een gouden greep geweest om de litespeed te verkopen en m’n lelijke eendje aan te schaffen. Ik mis een hoop lol in de lucht, maar ik heb het vooruitzicht dat dat weer m’n beloning is als ik ondertussen eens heel perfect leer landen. Een jaartje focussen op techniek en daarna weer juichend de lucht in.

20 april 2010

Neumagen


Ik zit in een rokerige kroeg bij de ‘camping’, rozig van de wijn en zon de hele dag en ook een beetje sip. De derde Litespeed overgedragen, maar vorige keren had ik er geloof ik toch minder moeite mee. Dat het nu zo lastig is komt waarschijnlijk vooral doordat ik me nu even beperk tot een intermediate vleugel. Het is niet alleen een status-ding, het is ook echt: het vliegt gewoon minder. Minder prestatie, minder fantastische handling. Maar inderdaad, heel veel makkelijker landen en daar ging het nu om. Het is ook wel pijnlijk om te zien dat Rolf er meteen harstikke goed mee vliegt. Hij vliegt al twintig jaar, de laatste tig op een litespeed, maar toch ben ik jaloers. Ik geef toch m’n liefje weg.

En hoe het toch nog tof werd….
Terwijl ik zat te bloggen schoven Toru en Midori aan. Ik ken ze al een paar jaar maar nu hebben we echt zitten kletsen.
’s Ochtends zat ik heerlijk in het zonnetje op te warmen (’s nachts vriest het nog en m’n slaapzak was toch iets te dun), maakte een babbeltje met Guy, die m’n landingen filmde en later op de dag z’n auto ging halen, leeghaalde, om spontaan voor navette te spelen.
Eind van de dag had ik een upright krom (het kan verkeren, ik heb nóóit uprights krom en nou concentreer ik me op landen en jawel hoor), besteedt Reiner een compleet uur om me te helpen het rotding te wisselen.
Ik blijf me voortdurend verwonderen over de aardigheid van mensen. Terugkijkend was het een fantastisch wiekendje, terwijl ik zat te pruilen over de litespeed en zes uur rijden me geen enkele vlucht van meer dan twintig minuten opleverde. Ik heb vijf landingen gemaakt, m’n vleugel goed verkocht, ik ben verbrand in de zon en ik begin m’n nieuwe vleugeltje al een beetje te leren kennen. Top.

09 april 2010

Litespeed is thuis

Hehe een leerervaring zullen we maar zeggen. Kamer van koophandel – carnet. Douanedienst – papieren. Vrachtbedrijf – kist. Ander vrachtbedrijf – spullen naar Australië. Importbedrijf – rekeningen betalen. Australische douane, Australische quarantaine – geen invoer. Importbedrijf – weer betalen. Zeevrachtvervoerder – opnieuw betalen. Douane dienst – wegvoering. Loods – vrijgave. KvK – carnet. En dan heb ik het nog niet over al het op-en-neer gefiets en gebel met papieren en vragen en emails om te zorgen dat alle papieren en betalingen in orde komen. Of over de inschakeling van hulptroepen (Robert bedankt!) om zware vleugels op daken te tillen, kisten af te voeren en zachte bedjes voor onze vliegertjes te maken. Maar goed vierduizend euro en vijf maanden verder hebben we onze spullen weer terug, met een gave reis achter de rug en een hoop inzicht in de wereld van het internationaal transport.

05 april 2010

Verjaardag Rinus, doop lelijk eendje


Ergens tijdens m’n vluchtje van vijfentwintig minuten, niet hoger dan zes, zevenhonderd meter, moest ik hardop lachen. Pure vreugde. Wat een bizarre, fantastische waanzin toch dat ik kan vliegen!
Ik bedoel, het was helemaal niet zo’n superdag, ik kan ook nog nauwelijks iets zeggen over hoe de Sting bevalt want dat is echt nog te nieuw, het kost allemaal zoveel tijd en geld en inspanning voor die paar minuten, maar jee het is absurd en geweldig dat het kan! Deze keer dankzij Rinus, die me op z’n verjaardag opsleepte. En dankzij Emiel, die me starthulp gaf. Dankzij Robbie, die hielp opbouwen en checken. Dankzij Wouter die m’n cruisecontrol maakte. Dankzij Cameron die m’n Sting getestvlogen heeft. Dankzij Alby die speciaal voor mij een extralicht zeil maakte. Dankzij Shaun en Rick die me beter dan een vriendenprijs gaven. En vooral door een wonder, door iets magisch, iets ongehoords. Miljarden mensen weten al duizenden jaren dat mensen niet kunnen vliegen. Ik wel.

04 april 2010

Lelijk eendje


M’n gloednieuwe Sting3 is er, eindelijk. Nog niet eens helemaal vliegklaar want ik krijg op m’n eentje het zeil niet op de leading edges gespannen, maar als het nou eens mooi weer wordt kan ik weer buiten spelen. Het heeft zo verschrikkelijk veel moeite gekost om het ding hier te krijgen, dat ik al van ‘m hou ook al is het de lelijkste vleugel sinds m’n Uno Piccolo. Groot en lomp is ie, met een planvorm van een Rogallo, en dan ook nog zo’n onhandige mast vol kabels en lufflines. De pakzak is dik en zwaar, het lijkt niet de bedoeling overland te vliegen met dit ding en dan je spullen in je harnas te proppen. De leading edges zien er veel fragieler uit dan die van een Litespeed.
Maar het moest. Ik heb m’n knopen geteld, geprobeerd iedere ijdelheid te lozen, te vergeten dat de LitespeedS de fijnste vleugel is die ik ooit gehad heb en nog eens heel precies na te gaan waarom ik ook weer vlieg. Ik vlieg niet om wedstrijden te winnen en ik heb geen lol als ik bang voor het landen ben. Maar ik wil wel serieus meedoen met wedstrijden en ik wil ook tot het uiterste gaan om te proberen goal te halen. Performance nodig dus. En dat met een gemakkelijke handling en langzamer landen met een groter flarewindow.
Ik kan niet wachten tot ik het uit kan proberen. In Australië meer dan een jaar geleden heb ik twee of drie keer met een Sting3 en met een Sting2 gevlogen, heel leuk maar toch totaal anders dan een nieuw gebakje invliegen waarmee ik een jaar concrete doelen wil bereiken.

09 maart 2010

retrieve chauffeur gezocht


De jaarlijkse zoektocht naar een goeie chauffeur gaat weer van start. Ik heb iemand nodig voor de NK-slepen in de wiekenden 29-30 mei en 5-6 juni, waarschijnlijk in Stadskanaal.
M’n gemengde (Brits-Colombiaans-Nederlands) team zoekt nog een chauffeur voor de womens worlds van 8 – 22 mei aan de Tegelberg in Zuid-Duitsland. En m’n andere gemengde (Australisch-Iers-Nederlands) team zoekt een chauffeur voor de pre-worlds van 1-7 augustus aan de MteCucco in Italië.
Wie heeft er zin om te rijden, voor een onkostenvergoeding en een beetje, of wie kent iemand die zou willen rijden? Naar Stadskanaal en Tegelberg kan de chauffeur met mij meerijden, naar de MteCucco is dat wat lastiger maar op de één of andere manier komen we daar wel uit.

26 februari 2010

prijs


Prijzen winnen is nooit mijn streven en ik ben het niet gewend ook. Die hoogstenkele keer dat ik eens een medaille of beker in m’n handen krijg (of toen ik elf was, een beeldje met de tekst ‘voor de sportiefste judoka’, krijg er nog tranen van in m’n ogen), voel ik me vooral ongemakkelijk. Vereerd, blij natuurlijk, maar tegelijk verschrompel ik juist een beetje. Ik ben nooit verlegen, maar onder zulke publieke loftuitingen weet ik me geen houding te geven. Eerlijk gezegd betwist ik het oordeel van de jury maar tja, die eigenwijzigheid is het ‘m nou juist.

01 februari 2010

spierpijn


Spierpijn, geschaafde knokkels, snotneus. M’n eerste cursus eskimoteren, ik dacht eigenlijk dat het gewoon een truukje was maar nee, je moet echt werken om een ondersteboven kayak weer overeind te krijgen. Leuk om weer eens iets nieuws te leren, en interessant om zo langzamerhand de patronen in m’n sport-leren te ontdekken. Explosieve kracht breng ik niet op, ik word enorm ongeduldig als ik een techniek niet onder de knie krijg, een keertje goed wordt onmiddellijk gevolgd door een slordige mislukking, en ik heb er de grootste moeite mee om te stoppen als ik moe word. Ik ben een doorzetter geen vlammer. Niet zoals Julia, die afgelopen week in Forbes eerst 275 km heeft gevlogen, en de volgende dag (als ieder normaal mens op apegapen zou liggen na zo’n prestatie) nog eens 325 km van Forbes naar Hay. Wauw. Ik blijf ervan overtuigd dat ze binnen nu en tien jaar wereldkampioen is.

23 januari 2010

moeizame thuiskomst



In Hongkong wachtte Gijs terwijl ik m’n tanden poetste enzovoort. Dat enzovoort, dat duurde kennelijk te lang want hij was verdwenen toen ik de wc uitkwam. Ook opfrissen dacht ik, dus ik maakte me geen zorgen. Ik ging goed zichtbaar bij de gate zitten met m’n computertje, vond het wel opmerkelijk dat ik ‘m niet meer zag maar never mind we keutelden iedere keer op eigen houtje over saaie vliegvelden rond. Hij had me erop gewezen dat de gate gewijzigd was dus ik wist dat ie niet verkeerd kon zitten.
Boarden verliep chaotisch en ik zat middenin m’n REMslaap-momentje, als een duffe zombie volgde ik de massa het vliegtuig in en zodra ik zat zakte ik in diep coma weg. Gijs had een stoelnummer ver voor mij, dus het was niet gek dat ik ‘m niet meer zag. Bij het uitstappen wel. Niet in de rij voor de douane. Niet bij de bagageband. Niet bij de enthousiaste ophalers waar z’n verse vriendin toch zeker zou staan. En ik vond het niks voor hem om er als een speer vandoor te gaan zonder degelijk afscheid. Zeer verontrust pakte ik na een uur toch maar de trein naar huis, en via facebook vroeg ik z’n vriendin om me te bellen. En ja hoor, vanmiddag de verlossing: Gijs is in Hongkong in slaap gevallen en heeft het vliegtuig gemist. Krijg nou wat.
Thuis trof ik een beschimmeld nat bed aan, de bovenbuurman heeft twee weken geleden een enorme lekkage gehad. Het bed ziet er zo ongeveer uit als de lucht buiten: smerig en nat en ontzettend onaantrekkelijk. Ik wil trug!

22 januari 2010

naar huis

Eindelijk een stopcontact gevonden waar echte stroom uit komt, dus ik zit nu middenin het winkeldeel van het vliegveld te bloggen. Ik ben Gijs kwijtgeraakt en m’n telefoonsaldo is op, dus ik kan ‘m niet bellen ook. Dalijk m’n katertje wegdutten in een lounge, ik heb een paar uur zoet te maken omdat m’n Albury – Sydney vlucht nogal vroeg was. Zonde, maar ik had toch niet veel meer kunnen doen met die paar uurtjes.
Gisteren was een herhaling van de laatste dag vorig jaar. Cameron vloog als winddummy nog voor een taak gezet was, en toen ik hem zag ploeteren hoefde ik niet diep na te denken voor ik de Fun inpakte. Met de LitespeedS had ik misschien nog wel gevlogen, maar een enkeldoekertje in die wind, brrr. De hele lucht stond vol lenticularis, schitterend maar weinig aanlokkelijk. Terwijl we naar beneden reden nam Ollie Cameron mee in de Blanik, en ik mocht daarna. Toen was het front inmiddels hard over ons heen gekomen, dus een serieuze vlucht zat er niet meer in. Het lieren was wel heftig, bijna recht omhoog en met veel meer kracht dan ik met zeilvliegen gewend ben. Beetje achtbaangevoel.
’s Avonds eten bij de cricketclub, ook ieder jaar weer een succes. Na een potje pennies poepen en een hair wrestling match (erg succesvol uitgevoerd door mijzelf deze keer) uitgebreid afscheid van iedereen genomen, en nu dus naar huis. Cameron blijft nog tot na de prizegiving. Maandag stoppen hij en Kari de vleugels in de kist, en wie weet gaat er deze keer iets wel goed. Ik ga in slaapstand in ieder geval, de komende dertig uur hoef ik niet perse bewust te ervaren.

Hongkong, ergens midden in de nacht ook al beweren ze dat het net avond is. We vlogen vanmiddag pal over Forbes, erg moeilijk om het weer achter te laten. Nog 16 uurtjes.

21 januari 2010

Afgelopen


De briefing begon met Davis’ meteomodellen, met belachelijke getallen voor de wind en vooruitzichten van nog verder toenemende wind. Er stond trouwens de hele ochtend een enorme lenti boven de bergen. Vervolgens mocht iedereen z’n zegje doen over de veiligheid van de taak van de vorige dag. Gerolf zei het goed: als we niet in staat zijn om een dag als gisteren te cancellen, dan zijn alle veiligheidsvoorzieningen een farce. Toch werd er geklapt voor een man die weinig ervaring had en die wist te vertellen dat hij een fantastische vlucht gehad had. Ik had het team al bijna gesmst dat de dag gecancelled zou worden, toen besloten werd dat de safety committee zou overleggen. Vervolgens werd de briefing uitgesteld tot elf uur. Een tiental piloten ging gewoon weg, Gerolf was in alle staten. Ik zie het vooral als een ritueel: iedereen moet de gelegenheid hebben om z’n zegje te doen en om zich gehoord te voelen, maar het is van het begin af aan duidelijk dat er niet gevlogen wordt. Dit is het soort beslissingen waar de meetdirector echt belangrijk is. Flip had altijd een perfecte balans tussen goed luisteren naar de piloten, en de verantwoordelijkheid dragen om zelf een beslissing te nemen. Davis laat over alles stemmen, dus verantwoordelijkheid neemt ie niet. En John heeft volgens mij de neiging om nogal autoritair te besluiten zonder de mening van piloten te vragen. In ieder geval een positie die ik nooit zou willen hebben.
Wij besloten om te kijken of het op Gundaring misschien mogelijk zou zijn om hopjes of een lokale vlucht te maken, maar terwijl we buiten MountBeauty op Rohan stonden te wachten keken we elkaar aan, en draaiden om richting een watergat. Op weg daar naartoe presteerde Cameron het om z’n derde auto in twee weken kapot te krijgen (misschien valt het nu weer mee). Het was een rare middag. Cameron in een slechte bui, Hans stikte bijna in een appel, Virpi had kuren, het intieme afscheidsetentje werd wat groot met drie jongens die we via Uli kennen.

11:30
Ingepakt, betaald, inmiddels al helemaal in afscheidsmodus. De Zwitsers zijn vertrokken, Gerolf en Zhenya, Shedsy, Zac en Jamie, iedereen is weg. Misschien zit er nog een vluchtje met de Fun in vanmiddag, maar net zo makkelijk niet. Cameron zit bij de garage, Hans en Christine proberen de moed erin te houden. Wat een belabberd einde van zo’n mooie reis.

19 januari 2010

turbulent


Als winddummy moest ik al om één uur van de berg af, te vroeg voor haalbare termiek. Ik heb wel gelijk m’n functie vervuld want iedereen bleef nog dik een uur wachten. Uiteindelijk hebben de meesten gevlogen, vijftien op goal, maar er zijn er ook veel uitgezakt en een paar zijn geland omdat ze de lucht gevaarlijk vonden. Keiharde wind, windshear. Dat was vroeg op de dag dan weer wat minder denk ik. Ik dacht eerst eigenlijk dat er iets mis was met m’n toestel. Ik kwam wel boven start uit maar verloor het ook meteen weer en ik begreep niet hoe de belletjes driftten. Dan maar landen, niet in de bombout waar het gras te hoog is en waar bomen omheen staan. Ik landde in een groot plat vrij veld waar de boer net z’n koeien uit aan het drijven was. Hij kwam op z’n quad op me af en ik meende te zien dat hij niet erg vriendelijk gezind was. Toen hij zag dat het om een vrouw ging veranderde z’n lichaamshouding. Hij liet me weten dat zijn property niet gebruikt kon worden voor ons event, ik verontschuldigde me en legde uit dat in deze omstandigheden dit de beste optie was, en hij vertrok weer. Toen we een paar uur later m’n vleugel ophaalden stond Blano in hetzelfde veld.
Na een hike van vier kilometer met m’n loodzware harnas op m’n rug kreeg ik weer telefoonontvangst, en Mick had me in no time op het vliegveld waar we de helden van de dag binnen zagen komen. Uitgezakte Cameron opgehaald, een tijdje in een rivier zitten wachten op nieuws van Blenkie en toen we hoorden dat hij op final glide was terug naar het vliegveld geracet om hem nog net op tijd te zien landen. Ondertussen was er weer eens autopech in Hans z’n team, dus wij haalden Christine op. Ze had drie uur lang gevochten en gevochten en uiteindelijk 35 km gevlogen, keigoed.
Vandaag m’n laatste vliegdag, morgen moet ik inpakken en dan is het weer over.

16 januari 2010

Cartowing



De briefing om half negen werd uitgesteld naar elf uur, vanwege onduidelijke weersvoorspellingen. Wat wel duidelijk is, is dat het de komende dagen echt slecht wordt. Ik zou liever hopjes maken en landingen oefenen ergens dan een paar dagen in de regen triest uit het raam gaan zitten staren, maar zonder auto kunnen we helemaal niks. Iemand suggereerde om te gaan cartowen op het vliegveld, dat zou ideaal zijn. Het had een hoop voeten in de aarde om het rond te krijgen, toestemming, auto, cartow spul, instructeur, release. Tegen elf uur hoopte ik bijna dat de dag gecancelled zou worden en jawel, veel te veel wind. In no time waren we op het vliegveld, waar zeker vijf heren zich in het zweet werkten om mij een paar keer de lucht in te krijgen. In ruil lever ik dan gratis entertainment en heel veel dank/bier maar toch, ik voelde me de prinses op de erwt.
Bij cartowen moet je uitduwen tijdens het slepen, heel tegennatuurlijk. Ik had Rohan op de radio en hij liet me perfecte circuitjes doen. Het was m’n eigen schuld dat ik maar twee starts kon maken: op de practiceday had ik zo’n extreem slecht circuit gedaan dat Ollie bijna tegen me op gevlogen was en de hele zweefclub twijfels kreeg bij het hanggliden. Ik had dus een hoop goed te maken en dat is denk ik wel een beetje gelukt.
’s Avonds zouden we een barbie bij onze hut hebben, en ik weet dat Hans het ok vindt als er wat extra volk mee komt. Hij maakt gewoon wat extra aardappelsalade. Voor ik het wist had ik het halve dorp uitgenodigd, vlees bijgekocht en Gijs leverde een krat bier. Cameron had nog vuurwerk (dat trok een bijna Nederlandse politieagent aan, die vriendelijk duidelijk maakte dat bezit van vuurwerk heel illegaal is) en de Finnen hadden wodka gemengd met salmiak. Een perfecte dag.

Bogong cup


Ik heb een ochtendhumeur. Niet alleen doordat we al drie weken non stop als een stel bij elkaar zijn, het is ook koud en ik heb een splinter in m’n vinger die er niet uit wil en m’n spieren voelen nog steeds als gesmolten rubber en ik moet eerst boodschappen doen voordat we kunnen ontbijten. Grr.

15 januari
Weer in de blokhut van twee jaar geleden, nu met Hans, Christine, Kari, Virpi en Cameron. Een beetje vol maar het is top om hier met Hans en Christine te zijn. Christine heeft gisteren op Camerons Fun gevlogen, haar ribben waren nog wel pijnlijk maar het ging uitstekend. De landing was niet best maar dat lag volgens haar niet aan haar zicht maar ze miste haar Combat. Dat kan, want zij doet bij het landen precies goed wat ik altijd weer mis: snelheid. Ik word wanhopig van mezelf, had me gisteren erg voorgenomen om een perfecte landing te doen. De omstandigheden waren prima, we landden op het vliegveld waar het gras mooi kort en groen is en waar een windzak staat, ik nam een final van kilometers, beetje vg, geen turbulentie en nog kom ik te langzaam binnen en glij ik op m’n buik naar de grond. Als Cameron wil, zou ik de hele rest van de week wel willen oefenen op landingen want dit moet absoluut uit m’n systeem. In meer dan duizend vluchten in de afgelopen zestien jaar heb ik harstikke foute landingen in m’n spiergeheugen geprogrammeerd, en als ik het er niet uit krijg is voortijdig stoppen met vliegen onvermijdelijk.

Verhaal van Kari
In april ’97, toen Kari nog niet zo lang vloog, startten ze in Finland op het ijs van de dichtgevroren meren. Hij vloog met z’n Magic en hij vloog over gebieden die normaal gesproken onlandbaar waren, maar vanwege de vorst waren overal meren waar hij op zou kunnen landen. Binnen de korste keren vloog ie van de kaart af, hij was nog nooit zo ver geweest. Na ongeveer zes uur vliegen en bijna tweehonderd kilometer verderop landde hij uitgeput en gelukkig bij een dorp. Daar werd hij opgepakt, urenlang verhoord en twee dagen in de gevangenis gezet. Het was Rusland.

In Finland in de jaren negentig vonden ze alles wat met delta’s te maken had wel erg duur. Een paar piloten die hun kabels moesten vervangen besloten ze zelf te maken, maar ze hadden geen nicopressen. Na een dag werk was het tijd om te vliegen met de opgekalefaterde vleugels. Net voordat iemand zou starten, kreeg er één de ingeving om misschien toch eens even te testen of de nieuwe kabels het hielden. Ze braken bij honderd kilo.

16 januari
Beter vliegen: tolerantie en confidence. Tolerantie voor stress, angst, concentratie, gaggles, vermoeidheid. Confidence: weten dat je de vaardigheden hebt en weten dat er termiek is als je kan zien dat er iets omhoog gaat.
En vasthoudendheid en doelgerichtheid, doorzettingsvermogen, geduld. En inzicht en slimmigheid. En natuurlijk moet je fit zijn. Hm, na alle lessen en briefings van Cameron zou ik maar zo kunnen denken dat het allemaal iets teveel gevraagd is. Hij heeft gelijk maar tjeetje ik sta nou niet echt bekend om m’n geduld, vaardigheden, doelgerichtheid of slimheid. Vermoeide spieren en slaapgebrek, en ik word me toch een partij dom.
M’n skills groeien gelukkig wel, langzaam langzaam want als ik ergens traag ben is het het aanleren van vaardigheden en het afleren van foute gewoonten. Af en toe moet ik beseffen dat ik vooruit ga. Gisteren een goeie dag daarvoor. Ik maakte een low save vanaf minder dan honderd meter boven de grond tot wolkenbasis, ik draaide beter omhoog dan drie andere goeie piloten, en het belangrijkste: m’n circuit was ok, en ik had meer snelheid dan gewoonlijk op final. Beetje jammer dat ik alsnog te laat flarede zodat ik alsnog een buikschuiver maakte.
De opening van de Bogong cup was gisteravond. Grumpy was helemaal in z’n element als organisator. Na veertig keer m’n eerste keer als winddummy. Raar om niet mee te doen: geen goodies, niet stemmen, niet m’n tracklog uit laten lezen. Officieel is het geloof ik zelfs niet de bedoeling dat ik probeer de taak te vliegen, maar dat zal me roesten.

Het weer ziet er slecht uit, maar nu Camerons tweede auto kapot is is zijn auto voor de Duitsers/Finnen dus wij kunnen nergens heen. Never mind, het plan is om te gaan cartowen op het vliegveld met Rohan als instructeur. Kan ik landingen oefenen, geweldig!

12 januari 2010

feestje


Als de meteo er gisteren, op dag tien, iets minder dreigend was geweest, of als we dezelfde vooruitzichten hadden gehad maar op dag twee, dan zouden we misschien wel zijn gaan vliegen. Maar de safety committee besloot dat iedereen veel te moe was na tien dagen aan een stuk vliegen (de practice day was ook al zo goed) dus er werd geen taak gezet. We namen het zwembad over en deden zo niks mogelijk. Toen we allemaal gruwelijk verbrand waren was het tijd voor Molly’s eten en de prijsuitreiking. Iedereen is inmiddels vertrokken maar dat geeft niet, vanavond zien we elkaar allemaal weer in MountBeauty.

11 januari 2010

te moe om te vliegen


Het was gisteren dik veertig graden, we kregen een lange taak crosswind en tijdens de briefing ’s ochtends werd er flink gezeurd over de staging en onweer. Iedereen is harstikke moe. Ik besloot mezelf een kans te geven en vóór de eerste start op koers te gaan, de penalty is miniem en ik vind goal halen belangrijker dan de punten. Dat was een lastige beslissing want een deel van de lol is wel dat je je aan de regels van het spelletje houdt, maar Camo overtuigde me van de noodzaak om echt op tijd te vertrekken. Mijn tempo is gemiddeld 25 tot 30 km/u, de grote jongens vliegen met snelheden van boven de 40 km/u, dus voor een lange taak heb ik echt de hele dag nodig.
Tijdens de sleep had ik de vario niet aan, waardoor ik een beetje in verwarring boven kwam. Zonder piepjes lijkt de lucht heel rustig (en het was ook compleet blauw) maar ik moest toch flink werken om netjes achter Rinus te blijven. Het was erg lastig om te centreren, ik was dood en doodmoe en ik deed vrijwel de hele vlucht niks anders dan opgeven, toch maar weer een belletje pakken, weer opgeven. M’n armen deden helemaal niks meer, ik was bang voor de gaggle, schrok van een heftig belletje dat me op m’n kant gooide, vond de dusties eng en ik wilde eigenlijk vooral slapen. De radio was weer eens niet goed dus elke keer als Cameron begon te zenden kreeg ik een snerpende piep in m’n oor. Ik was te vroeg gestart, de termiek begon pas en de eerste wolkjes popten ver weg op. Na anderhalf uur hing ik nog te zwoegen boven het vliegveld, en ik had het helemaal niet naar m’n zin. Ik besloot om zo ver mogelijk op koers te glijden, eventuele belletjes wel mee te pakken maar eigenlijk gewoon in te zetten op een landing naast de weg zodat ik naar huis kon liften en een dutje doen.
M’n landing sloeg nergens op en ik moest een enorm stuk sjouwen om m’n spullen in de buurt van de weg te krijgen, maar ik was wel tevreden dat ik op de grond stond. Ik brandde m'n vingers aan de latten. Cameron landde in Forbes en haalde me op. De rest van de middag aan het zwembad gelegen, en ’s avonds met de Moyes-familie en diep teleurgestelde George, die als enige in de sportsclass uitgezakt was terwijl alle anderen hun goal haalden, eten in de Wan Wah. Ik was zo moe dat ik tijdens het eten moest vechten om m’n ogen open te houden.
Vandaag de laatste dag.

10 januari 2010

Taak 8


Zo gaaf! Ik heb echt ontzettend veel geleerd van de drie dagen dat Cameron als coach met me meegevlogen heeft, en gisteren toen hij geen radio had bracht ik het allemaal in praktijk en vloog driekwart van een grote taak. 137 km in vijf uur. Ik had graag goal gehaald omdat het maar een paar kilometer verder was dan m’n langste afstand (182 km) maar ik was te langzaam. De dag was op, en mijn energie ook. Het hielp wel dat ik het harnas korter heb gemaakt, zodat ik niet meer voortdurend hoef te reiken, en ik heb voor het eerst een paar pijnstillers op m’n upright geplakt om onderweg te slikken, dat werkte ook perfect. Bovendien had ik het naar m’n zin en dan is het makkelijker ontspannen.
Rinus sleepte me op, en op vijfhonderd meter boven de grond brak het breukstukje. Het kostte even moeite om een goeie bel te vinden, maar samen met Shedsy kwam ik toch op wolkenbasis. Cameron hing er alweer op me te wachten. Ik gleed van gaggle naar gaggle, twee bellen met Jörg die een fantastische exit had. Hij steeg nog honderden meters door, naast de wolken in plaats van er onder maar het lukte me niet om zijn liftlijn te vinden. De volgende bel zakten we nogal door. Ik raakte Cameron kwijt, maar Julia en nog iemand staken onder me in. Ik bleef een paar honderd meter hoger dan zij, geweldig! Normaal gesproken termiekt Julia mij er makkelijk uit, deze ene keer niet. Uiteindelijk staken zij naar een volgend wolkje en draaiden goed omhoog, terwijl ik lang bleef zoeken naar die lekkere kern die ik eerder had gehad. Julia haalde goal gisteren.
Tien km voor het keerpunt ging ik mooi omhoog, en ik molk de bel uit tot 2800 meter zodat ik al draaiend naar het keerpunt driftte. Na het keerpunt stak ik naar twee termiekende vleugeltjes, en ik vond weer een mooie kern. Inmiddels was ik drie-en-een-half uur in de lucht en ik was flink moe, de wolken zakten in en de wind tegen zette me iedere 360er honderd meter terug. Alex en Cameron meldden over de radio dat ze in Peak Hill stonden, en ik was al bijna klaar om op te geven. Toch vond ik het zonde om geen gebruik te maken van de vleugeltjes die laag wanhopig aan het draaien waren, en ik steeg weer tot 2500. Het was inmiddels duidelijk dat ik goal absoluut niet meer kon halen, maar het leek me wel leuk om eens één keer ietsje verder dan Gijs te vliegen. Hij is per slot van rekening onze cliënt, dan staat het toch niet goed als ie mij er voortdurend uitvliegt. Ik gleed naar een mooi vlak groen landingsveld met weg en huis. Ik moest nog flink hoogte afbouwen om te landen, dus een paar kilometer verder had ook nog wel gekund maar dit zag er te goed uit om te laten liggen. Een goeie landing (eindelijk weer eens), rustig m’n proteïnedrankje en zonnebrandsmeer en schone kleren en coördinaten opschrijven, en net toen de auto het veld opreed ritste ik m’n laatste rits dicht.
Terwijl we de laatste 60 km naar huis reden hoorden we Blenkie op goal landen, wat een held.

09 januari 2010

moe moe moe



Gisteren de derde dag dat Cameron me coacht. We weten inmiddels bijna hoe het moet, ik heb tijdens het samen vliegen al een hoop geleerd en Cameron heeft zo ontzettend veel gezien van hoe ik vlieg, dat hij uren kan vertellen over m’n verbetermogelijkheden. Ik vlieg emotioneel, ik let te weinig op en ik ben niet erg slim in het vinden van termiek. En op cruciale momenten luister ik niet naar ‘m, ik weet niet wat me bezielde gisteren maar als ik onder de laatste wolk naar ‘m geluisterd had, had ik gisteren op goal gestaan. M’n eigenwijzigheid bracht me 14 km van het tweede keerpunt, off course. Een deel van de reden was de onbeschrijflijke pijn in m’n benen, echt niet meer te harden. Tijdens het vliegen strek ik voortdurend m’n tenen tegen de boot van m’n harnas, deels uit spanning/concentratie deels waarschijnlijk ook omdat het harnas niet echt goed past. Na tien dagen van dat tenen strekken is de pijn overweldigend. Schouders, armen, rug, allemaal goed getraind en pijnloos, maar een halve tube voltaren en twee ibuprofen later hou ik het nog maar een paar uur vol met m’n dijen.
Gijs heeft wel goal gehaald, ik ben natuurlijk best jaloers maar het is wel tof dat hij de vakantie van z’n leven heeft. Hij doet het bijzonder goed. Vaak vallen aankomende hotshots een beetje tegen als ze wat meer wedstrijden vliegen, maar Gijs vliegt volgens het boekje, luistert goed naar Blenkie en wordt niet moe na iedere dag vier, vijf uur vliegen.

Mijn vlucht op de olc: http://xc.dhv.de/xc/modules/leonardo/index.php?name=leonardo&op=show_flight&flightID=123575
Met een beetje rondklikken kan je het tracklog op google earth projecteren, andere vluchten van mij bekijken en andere vluchten van deze dag bekijken.

08 januari 2010

Mooie vliegdag


Bijna goal. Stomstomstom, ik wilde het zo graag halen en als ik er een pietsie harder voor gewerkt had was het ook gelukt. M’n laatste bel voor het tweede keerpunt was niet genoeg, ik moest nog 29 km en ik wist dat ik perse nog een keer wolkenbasis moest hebben. Direct na het keerpunt zag ik Ebs heel laag heel voorzichtig draaien, en ik stak er naar toe maar met te weinig hoop en te weinig kracht. Ik landde in het veld waaruit hij z’n laatste belletje pakte om goal te halen, terwijl ik 14 km te kort kwam.
Bijna vier uur/114 km vliegen, ik was harstikke moe maar redelijk voldaan. Alleen moesten we daarna nog Cameron en Gijs op gaan halen, dus weer een paar uur de auto in. Onderweg hoorde ik dat Ropje z’n arm gebroken heeft, zo ontzettend balen. Hij landt altijd goed en het is zo’n enorme positivo, helemaal verkeerd dat hij zo’n pech heeft. Ik probeerde Connie te bellen maar had nergens ontvangst. Terug in de Vandenburg was iedereen alweer ruim over de schrik heen.

07 januari 2010

De Grenfell Weekly


> It's a Bird, It’s a Plane, No it’s a Hang Glider
>
> Forbes is currently hosting their annual Flatland Hang Gliding Championships, so if you see a rather large, strange looking bird flying around, don’t be alarmed, it’s a hang glider. I came across Hadewych Van Kempen who had just landed her hang glider in Hunter’s canola stubble on the Mid Western Highway on Tuesday. This is the fourth year Hadewych, 42 from the Netherlands, has competed in the championships and she just loves it out here. The championships are run over 10 days and have attracted over 70 pilots from beginners to well known experienced ones. A large number of these pilots are from overseas. Hadewych is pleased to see a few more women taking up this exhilarating sport, with two Russian girls, one from Germany, Austria and Finland taking part in this year’s event. Hadewych is a part of team with two other male pilots from Sydney. The teams are set tasks for the day. Tuesday task was to fly 110km south to a goal, target. Unfortunately, Hadewych fell short of ‘goal’ flying only 50kms, which had her up in the sky for just over 2 hours, but her team mates where radioing in saying they were only 35km from goal. She was however very pleased with her landing in the paddock and once she had her energy drink, she phoned the driver, fourth member of the team, her co-ordinates so she could be picked up. Back in the Netherlands she works as a civil servant which helps fund her passion for hand gliding which she took up 17 years ago and has been all over the world with her trusty Moyle’s. (she misunderstood Moyes of course)

Moeilijke dag


Erg moeilijke vlucht gisteren, dat eindigde weer eens ouderwets in een enorme huilbui. God wat voel ik me stom. Bijna twintig jaar vliegen en geen spat vooruitgang. Cameron meent te zien dat m’n gezichtsvermogen niet goed is, hij zegt dat ik gaggles en vogels enzo gewoon mis. En ik laat me veel te makkelijk bellen uitzetten. Gisteren veel last van een gekleurde Aeros Combat, iemand die me voortdurend in de weg zat. Niet agressief maar meer stom, volgens Cameron was hij net zo de weg kwijt als ik.
’s Avonds en vanmorgen lange lange lange gesprekken, die beginnen als debriefing en verworden tot het bespreken van onze relatie. Moeilijk allemaal. Gelukkig was er een enorme scene in de hal, zodat we weer weten dat de soap niet alleen over ons gaat.

06 januari 2010

lesdag


We hebben de ultieme oplossing voor Camerons blues gevonden, een echte win-win. Hij is m’n persoonlijke coach. We vliegen op een apart radiokanaal, hij blijft voortdurend bij mij in de buurt en landt bij mij, in de lucht geeft ie af en toe aanwijzingen (maar niet teveel want ik heb er de pest aan als m’n concentratie doorbroken wordt) en hij kijkt vooral naar wat ik doe zodat hij me ’s avonds feedback kan geven. Cameron weer helemaal gelukkig, en ik kan er alleen maar beter van worden. Behalve dan die storende radio natuurlijk, en de verschrikkelijke frustratie dat ik hem rustig tegen een wolk geplakt zie wachten terwijl ik me in het zweet werk om überhaupt omhoog te komen. Nou ja, hij is nou eenmaal duidelijk een heel veel betere piloot dan ik. Gisteren leek hem het grootste probleem dat ik me uit de kern laat zetten, hij denkt dat dat misschien komt omdat ik licht zou zijn. Ik denk dat het meer een gebrek aan agressie is, ik zal moeten leren om krachtiger in te draaien en een breder zoekpatroon te ontwikkelen. Niet te snel tevreden zijn met 2 meter stijg als er misschien ook nog 3 meter is.
Er was gedoe met de luchtvaartautoriteiten gisteren, dus we kregen een strikt verbod om over de baan te vliegen. Normaal mag je er boven 1500 ft wel overheen, maar we zouden gisteren ons allemaal supernetjes aan alle regeltjes houden, roomser dan de paus. Normaal gesproken worden piloten door de sleeps her en der afgezet en zijn er zo’n drie of vier gaggles boven het veld, maar nee, juist gisteren werden we allemaal in die ene dikke bel afgezet, precies boven de startbaan. Een gaaf gezicht weer, 70 vleugels die in een enorme kolom omhoog draaien en hopen dat er wolkjes gaan ontstaan boven de route. Naast me zag ik er drie tip aan tip om elkaar heendraaien, wauw wat een schitterend gezicht! Wat een vertrouwen in elkaar ook. Ik geloof niet dat ik het ooit zo ver breng. Ik hou het een minuut of tien vol, en dan is m’n stresspotje wel weer gevuld dus ik stak tegelijk met Ropje en nog een paar anderen op koers, ook al had ik nog niet maximale hoogte. Die fout bleef ik de rest van de dag steeds weer maken, en zo werd het een ontzettend vermoeiende vlucht. 2400 meter, steken, geen termiek meer vinden en doorzakken tot een paar honderd meter boven de grond, en dan weer verschrikkelijk langzaam met een paar andere sukkels omhoog draaien, terug naar Cameron. Een bel draaiden we met z’n drieën, Camo, Les en ik, keurig om elkaar heen. Leuk, maar met een onderlinge afstand van tientallen meters toch een heel ander verhaal dan die drie bij de start. Les vloog door en haalde goal, terwijl wij nog doorschroefden tot 2700 meter om een groot blauw gat over te steken. Ik haalde het niet, was ook totaal kapot van de hoofdpijn en pijn in m’n benen (daar gaat al m’n spanning in zitten) en de landingsangst kwam opzetten, dus ik gaf het op. Twee-en-een-half uur vliegen om 40 km te doen, jezus wat een slechte dag! Nou ja, het was moeilijk voor iedereen en Cameron heeft wel een heleboel informatie over hoe ik vlieg, daar kunnen we nog wel een tijdje mee vooruit. Ik moet sneller en agressiever reageren en een gestructureerd zoekpatroon ontwikkelen.
Vandaag pijnstillers mee.

05 januari 2010

Gustfront day

Uiteindelijk leek ik gisteren zo ongeveer de enige die lol in de vlucht gehad had. Mensen zaken uit in de startcirkel, Trent werd tijdens de launch door een dusty gegrepen (en kwam er deze keer vanaf met een kapotte upright), Nics instrumenten hielden er mee op. Ik startte erg laat, draaide moeiteloos naar wolkenbasis en liet me al draaiend de startcirkel uitdrijven. Ik hopte van gaggletje naar gaggletje, een paar slagen met Virpi onder me die te wijd draaide, en zonder enige moeite was ik al veertig kilometer verder. Ondertussen dumpte een wolk in het westen een regenbuitje, niks spannends dacht ik want hij bewoog niet hard en ik dacht dat ie achter me langs zou passeren. Hier in Forbes kan je altijd mooi de buien zien en er gewoon omheen vliegen. Als je op de grond kijkt waar de regen neerkomt kan je precies in de gaten houden welke kant het op gaat en hoe snel.
Nadat ik Virpi achter had gelaten was ik alleen, en prompt zakte ik uit. Heel laag boven de grond vond ik weer een belletje, en ik draaide langzaam omhoog, tot ik opnieuw naar de bui keek en zag dat ie sneller bewoog en ook recht op me af. Daarom stopte ik op duizend meter, laag, en stak vervolgens een beetje crosswind door om de bui vóór te blijven en hopelijk helemaal uit z’n pad te vliegen. Dat bleef zeker een kwartier zo, laag glijden, beetje hoogte tanken, een blik op de bui werpen en als de wiedeweerga doorsteken. Bij Grenfell hield het op en landde ik keurig. Er stond een flinke puist wind en dan lukt het me meestal wel.
Een leuke dame stopte en begon meteen een interview voor de Grenfell Weekly. Binnenkort ben ik wereldberoemd in heel Grenfell (ik schat zo’n 1000 inwoners). Daarna gauw ingepakt om het gustfront voor te zijn, en ik stond net met m’n vleugel op m’n schouder te overwegen hoe ik nou het hek over zou komen, toen Alex parkeerde en me een handje hielp.
De 100 km die we nog naar goal moesten rijden was de lucht hier en daar zwart en de buien waar we doorheen reden waren flink heftig. We verwachtten dus wel natte piloten op goal, maar hun gezichten leken eerder op ‘ernstig ongeluk’ te staan. Het bleek dat ze er met z’n twaalven waren, toen een gustfront vanuit het westen in seconden tijd over ze heen kwam, en terwijl iedereen probeerde te redden wat er te redden viel werden ze overvallen door nog een gustfront, vanuit het zuiden. Totale chaos dus, een paar zwaar beschadigde vleugels en eentje total loss, Tony naar het ziekenhuis met een bijna afgerukte vinger nadat hij de kabels vast probeerde te houden, anderen op het nippertje uit hun A-frame gesprongen, deuken in auto’s waar leading edges tegenaan waren geknald. Jamie zal de fotoos wel op haar blog zetten, ik heb ze nog niet gezien. http://naughtylawyertravels.blogspot.com/
Ondertussen hadden we al een uur niks meer van Gijs gehoord. Het laatste was dat hij op 50 km zat. Nergens is telefoonontvangst, dus dat is niet zo gek, maar we hadden ook geen radiobericht over landen of positie ofzo. Hij moest ergens bij Murringa geland zijn, een gebied zonder telefoon of bewoning of wegen. Ik maakte me zorgen, met die idiote gusts kon hij wel een ongeluk hebben gehad en dan zou het nog heel lang gaan duren voordat we ‘m zouden vinden.
Tegen zeven uur kon hij bellen bij een farmers huis, toevallig net op een moment dat wij ontvangst hadden. Niks aan de hand, hij had harstikke goed gevlogen en was na z’n landing ook meteen op zoek gegaan naar een manier om contact te maken.
Op de terugweg boden Ropje, Connie en Nathan me een lift aan, erg goed want ik trok het bijna niet meer in Blenkies auto en bovendien had ik dringend behoefte aan een goed gesprek. Om natuurlijk terug in Forbes precies het tegenovergestelde te doen van wat Ropje adviseerde, en hij heeft vrees ik gelijk maar ik wilde naar Cameron toe. Die was vrolijk, zat met Nic en Les aan de sambuka helemaal tevreden dat hij een dag had overgeslagen.

04 januari 2010

taak 2




Toen het echt makkelijk werd, na het keerpunt, was ik meteen m’n concentratie kwijt en in minder dan tien minuten nadat ik op wolkenbasis zat stond ik op de grond. Duf konijn, ik wist het zelfs al toen ik nog naar het keerpunt toe vloog, dat ik me mentaal nog niet rijk moest rekenen. Zeventig van de 194 km, dat lijkt nergens op. Vooral niet op zo’n mooie dag, wolkjes, goeie termiek, stevige wind in de rug na het keerpunt.
Cameron stond al voor het keerpunt aan de grond. Het gaat niet goed met ‘m, ik neem aan dat het dezelfde blues is die Robert Reisinger vorig jaar had. Geen motivatie. Robert is er overheen gekomen en vliegt weer in de top twintig, dus het kan allemaal nog goed komen.
Ik whackte in op een fantastisch landingsveld, gigantisch, kort gras, naast een weg. Via de radio gaven Blenkie en Djenghis m’n positie door aan de auto. Ik hoefde me sowieso geen zorgen te maken over de ophaal want de landeigenaars kwamen een kijkje nemen en de chauffeur van een ander team reed toevallig langs, dus er waren genoeg mogelijkheden om m’n coördinaten door te geven. Ik realiseerde me wel dat ik net zo makkelijk onvindbaar zou zijn geweest, als de radio niet had gewerkt en die mensen er niet waren. Geen telefoonontvangst in een gebied van zo’n vijftig kilometer, geen verkeer, geen huis op loopafstand.
Djenghis vloog z’n persoonlijke record, je hoorde ‘m over de radio al hallelujahen. Leuk, ondanks de steeds ondraaglijker wrijvingen in het team. Tenminste iemand die het heel erg naar z’n zin had.

Plaatjes op http://www.moyes.com.au/articledetail.asp?ID=326
Filmpje en scores op http://www.moyes.com.au/Forbes2010/Results/Results.aspx (nou ja niet iets waar ik speciaal trots op ben)

03 januari 2010

taak 1

Een jammer-dag. De lucht was strak blauw en door de regen is alles groen en zijn er geen dusties, termiek is volkomen onzichtbaar dus. Het waaide weer hard en de belletjes waren klein en gebroken, moeilijk om de kern te vinden en er was echt geen plaats voor twee. Dat is geen probleem zolang iedereen op verschillende hoogte bezig is, maar ik liet me twee, drie keer de bel uit duwen zodat ik een paar honderd meter buiten de startcirkel al aan de grond stond. Ik was geland bij een andere vleugel, dat is altijd veiliger en praktischer dan op je eentje in een veld staan. En ja hoor, net als vorig jaar bleek het Cameron te zijn, die nogal sjagrijnig is vanwege z’n slechte performance vandaag. Desondanks droeg ie m’n vleugel, bloemen voor die man! Alex was er ruim voordat ik ingepakt was, en ze bracht ons meteen terug naar Forbes zodat we niet de hele middag in de auto hoeven zitten. Dat is dan de bonus voor heel erg slecht scoren, dat je in ieder geval een wasje kan draaien en met je harnas kan spelen.

02 januari 2010

Practice day


Het wordt gewoon ieder jaar beter! Ik hing nog maar net in de lucht of ik wist alweer: dit is waarom ik helemaal naar Australië afreis ieder jaar. Wauw wat is het hier toch schitterend! Mooi, fijne lucht, nooit een zorg om landingsvelden, helder. Het slepen ging ook weer heerlijk, de dollies rollen prima, de tugs vliegen langzaam, m’n vleugel gaat op rails. Terwijl ik ontspannen aan het genieten was dacht ik vrijwel voortdurend aan Christine, en ik mis haar enorm, en toch kon ik tegelijk een supermooie dag hebben.
Ik liet me lekker makkelijk met de wind meedriften naar Parkes, gewoon om me niet overbodig in te spannen en van het uitzicht en het vliegen te genieten. Dat kostte zo’n drie kwartier, wel genoeg zo, dus ik draaide na 20 km om om te proberen tegen de harde wind in terug richting vliegveld te komen. Iets teveel uitdaging, dus na acht km stond ik aan de grond. Kilometers van de weg af, dus ik moest de vleugel en m’n harnas tegen de wind in vechten om alles heel en snel klaar te krijgen voor de chauffeur. Zweetsoppende schoenen, geen tijd voor korte broek of zonnebrandsmurrie, vette haren voor m’n ogen. Alex was er al voordat ik helemaal klaar was, ze is wel piepjong en een beetje bleu, maar dit lukte uitstekend. Virpi stond even verderop dus die pikten we ook op, en nog voor het eten zat ik al gedoucht met een biertje in de bar. Iedereen kwam blij binnen, we hadden allemaal niet verwacht dat het zo goed zou worden vandaag.
’s Avonds briefing, met cabareteske introducties van de tugpiloten. Ik hoefde geen ogen in m’n rug te hebben om te bedenken dat Rinus het liefst ongezien had willen ontsnappen, en de grap is dat hij daarmee nou juist laat zien wie hij is. Een superbescheiden, zorgzame, enthousiaste sleeppiloot. We moeten wel nog een goeie naam voor ‘m bedenken want Rinus is niet uit te spreken voor het Engelstalig volk.
Morgen taak 1, met fantastische weersvoorspelling!

01 januari 2010

Forbes loopt vol

Gisteren absoluut niks gedaan maar het was gezellig, iedereen kwam aan. Het werd een soort startfeestje, leuker dan het eindfeest vorig jaar. Grappig hoe je sommige mensen alleen maar een keer de hand hebt geschud vorig jaar, en nu vanwege de herkenning innig omhelst alsof het om dikke vrienden gaat.
Voor Christine was het erg moeilijk. Het is inmiddels wel tot haar doorgedrongen dat ze hoe dan ook niet mee zal vliegen, haar oog moet herstellen en haar vleugel is flink beschadigd. Ze stelde zich met afgrijzen voor hoe ze dag in dag uit in het Vandenburg zou rondhangen, op haar eentje eten, niks te doen, en laat in de avond komen de piloten moe en voldaan terug. Ik weet precies hoe het voelt, van m’n traumaatje met m’n gipsen arm op de Chabre ben ik nooit meer hersteld. Dit is nog erger, omdat het zo’n unieke kans is om hier te vliegen en omdat er echt nulkommanada te doen is in Forbes.
Hans geeft de wedstrijd op, en gaat met haar langs de kust toeren naar MtBeauty. Cameron en ik hebben overwogen om mee te gaan, maar uiteindelijk ben ik hier toch ook voor het vliegen (flying comes first, nou ja nadat friends have been taken care of uiteraard). Nu dus maar hopen dat het veld vandaag droog genoeg is en de wind niet te hard, zodat we de lucht in kunnen.