Heerlijk!
Gezellig iedereen weer zien bij de briefing, daarna relaxed boodschappen en
wasje doen, dan naar de paddock om de vleugels af te laden voordat de auto’s
weg moesten, rustig rondlopen en fotoos maken en de condities bekijken, en pas
na twee uur op m’n ellefendertigste opbouwen. Toen ik bijna klaar was kwam
Michelle me opjagen, net genoeg om een beetje tempo te maken, en zodra ik m’n
helm dichtgespte kon ik direct op een dolly stappen, hangcheck, instrumenten
aan, gogogo. De sleep was prima, de vlucht was prima, de landing was prima. Ik
had de luxe van Toni als chauffeur, helemaal speciaal voor mij alleen en ze
reed onder me met me mee. Ik kon zeggen wat ik wilde over de radio omdat er
niemand last van ons had, aanwijzingen geven welke weg ze moest nemen en waar
ze moest kijken om mij te zien. Omdat ik niet met de wedstrijd meedoe hoefde ik
niet op te sturen om de taak te vliegen maar kon ik gewoon lekker met de wind
meedriften, en omdat er overal enorme landingspaddocks onder me lagen kon ik
rustig blijven zoeken en draaien ook al zat ik harstikke laag. Genieten van het
uitzicht, het is hier altijd al ontieglijk mooi en nu het zo kurkdroog is is
het nog fraaier. In minder dan anderhalf uur was ik boven Trundle, waar een
gigantisch gemaaid korenveld wel erg aanlokkelijk precies langs de weg klaar
lag om in de harde wind veilig te landen. Selmsy belde gezellig net op het
moment dat ik de vleugel naar de weg begon te sjouwen, en Toni bracht me twee minuten
later een fris sapje. We waren vroeg genoeg thuis om ontspannen te koken en te
eten en op tijd naar bed te gaan.
14 januari 2013
12 januari 2013
Laatste dag van de Corryong Cup
Een uur
briefing, een half uur naar boven rijden, drie kwartier opbouwen, een kwartier
briefing, 9 minuut 21 in de lucht, drie uur retrieve… het geeft niet, zo ver
mogelijk glijden is nog altijd beter dan helemaal niet vliegen. En ik heb
altijd iets te lezen bij me, bovendien was het gaaf om Steve en Glen, allebei
teammaatjes en nummers één en twee in de comp, over me heen te zien glijden.
11 januari 2013
Taak verprutst
Vandaag lag
het echt niet aan de condities of de taak, ik maakte gewoon een domme fout. Het
was een vervelende gaggle, en hoewel de termiek uitstekend was wilde ik liever
iets minder moois maar dan voor mezelf. Dus toen de gaggle de enige juiste
route koos, noord langs Mount Mitta, overtuigde ik mezelf ervan dat er aan de
lijzijde ook stijg zat. Bij het vliegveld zakten we met z’n vijven of zessen
uit. Toen Howard me gevonden had moesten we eerst een lekke band verwisselen en
Howie is niet zo snel, dus ik lag pas om zes uur in de rivier. In plaats van
koken en eten verkleedden we ons voor de crossdressing party, maar dat viel
nogal tegen. We zagen er geweldig uit maar het bleek een soort miss-verkiezing
te zijn met de ColacColac-kampeerders als publiek. De briefings in de ochtend
zijn leuker (met Hubert die elke ochtend een nieuwe tekst over Stuwy ten gehore
brengt; Stuwy is Flip van Corryong) en ik had geen zin om de kampeerders te
amuseren.
10 januari 2013
Repeat bomber
Knieband om m’n
verzwikte knie, tape om m’n verstuikte enkel, Papaw’s treatment op m’n
geschaafde arm en daar gaan we weer. Opnieuw eerst een bombout, inpakken,
omhoog racen, weer opbouwen en nog voor half vier een tweede start maken. Samen
met Nikola draaide ik tot 1800 meter maximum, bij lange na niet genoeg om me
veilig te voelen. Ik boog af richting het veld waar ik gisteren landde, en daar
vond ik weer een rustig belletje waarmee ik wel verder van het keerpunt
afdreef. In het smalle, hoge dal van Cudgewa verloor ik weer iedere
concentratie en met een forse buikschuiver was ik weer aan de grond. Gelukkig
was er iemand thuis in het huis waar ik naast geland was, want in dat dal is
geen telefoonontvangst en ik had m’n radio niet ingeplugd. Howard was er in
tien minuten. Jeetje ik ben wel heel erg teleurgesteld. Corryong zou een
gezellig, simpel wedstrijdje zijn waär vooral beginners een goeie kans krijgen.
Maar de condities zijn niet makkelijk en de taken zijn toch redelijk pittig, en
kennelijk heb ik het totaal niet meer in me om een beetje een serieuze taak uit
te vliegen.
09 januari 2013
Tweede taak Corryong Cup
Tot gisteren
een hittegolf met temperaturen ruim boven de 42 graden, vanochtend is het
steenkoud. Australië, elke dag een verrassing. Ik deed twee starts gisteren en
de lucht was totaal verschillend. Bij de eerste ging ik wel omhoog, maar de bel
was extreem choppy: surges fel omhoog en dan weer hevige sink. We zaten met z’n
vieren op ongeveer dezelfde hoogte en niemand van ons had werkelijk controle
over z’n cirkels, dus ik vloog weg. Bombout dus, bij Curtis en Donny in een
ogenschijnlijk mooi veld. Het vee had de modder echter enorm vertrapt waarna
het knoerdhard was opgedroogd, dus de grond was een mijnenveld van gaten en
kluiten. Ik verzwikte m’n enkel erg pijnlijk en Curtis kwam m’n vleugel dragen.
Heerlijk om voortdurend als een prinses behandeld te worden. We gingen gauw
weer naar boven. Launchmarshall Stuy was nog niet gestart dus het window was
nog open. Hij is de absoluut allerbeste launchmarshall aller tijden: hij geeft
raad en informatie maar respecteert de piloten in hun zelfstandige beslissingen.
Hij begrijpt precies wanneer je hulp aan de voorkabels nodig hebt en hij stapt
snel naar de zijkabel. Elke ochtend krijgt degene die de mooiste start had een
prijsje en we worden geamuseerd met de slechte starts van de vorige dag.
Ik draaide met
twee vingers in m’n neus snel naar 2400 meter, en ging om half zes ’s avonds op
koers. Inmiddels was er flinke tegenwind, nu kon ik goed merken wat een enorm
prestatienadeel ik heb op de Litesport (met ronde bottombar). Donny gleed op
een Rev onder me door, ik was gewoon kansloos. Ik maakte een perfecte landing
langs de hoofdweg, liftte terug naar Corryong omdat Howard lang weg was om
Russel en Steve te retrieven, en had nog net tijd voor een uitgebreide douche. ’s
Avonds barbie op de camping, waardeloos waarom trap ik daar toch altijd in?
Twintig dollar voor konijnevoer en gore vegadingen en enthousiaste dames die
oprecht geloven dat ze genoeg vegetarisch hebben voor de veertien (!)
vegetariërs onder de piloten. Nou ja het geld gaat naar het goeie doel, de
lokale brandweer geloof ik, en bovendien won ik een kadobon voor de lokale
krantenkiosk.
08 januari 2013
Wedstrijdje
Ik was vroeg
van de berg af gisteren, en vond meteen een goeie bel waarmee ik mooi richting
het eerste keerpunt dreef, maar daar liep ik vast. Boven het keerpunt kwam ik
goed omhoog maar ik dreef een akelig dal in vol hellingen en met nogal rotorige
belletjes. Ik probeerde rechtstreeks over de heuvels aan de overkant te komen,
maar daarvoor kreeg ik niet genoeg hoogte. Na meer dan een uur ploeteren
besloot ik een gigantische omweg te maken, via Corryong en dan vanuit het
noordwesten naar het tweede keerpunt. Ik zakte echter uit op het plateau, mede
door het storen van de radio. M’n landing was erg slecht en nou heb ik een
dikke pijnlijke knie en een kapot wieltje (gelukkig een reservesetje gewonnen
bij de Britse Open). Even later landde Mark Platneus bij mij, hij bleef zeker
tien minuten schelden en tieren, als een klein kind met een driftbui. Hm tien
jaar geleden zou ik hevig geweend hebben dus ik begrijp hem wel, maar inmiddels
kan ik me toch niet meer druk maken om een bombout op een moeilijke dag in een
vriendelijk wedstrijdje.
De rest van de
dag was het fantastisch spelen in de rivier met Selmsy en Nikola, Harry, Toni
en Hairy Karl. ’s Avonds in het donker op de fiets terug naar het huis waar ik
heel luxe in kampeer. Dat was iets te ver voor mijn kleine meisjesfietsje
zonder licht en eigenlijk toch ook wel riskant. Ik weiger dan wel een helm te
dragen maar dat wil niet zeggen dat ik niet door heb hoe slecht automobilisten
hier met fietsers omgaan. Je mag 100 rijden op de smalle B-wegen en niemand
verwacht een fietser. Bovendien wilde Selmsy perse rechts rijden, tegen het
verkeer in, zodat auto’s tussen ons door moesten.
8 januari Taak
gecancelled vanwege harde wind
Dus met z’n
vijven naar de waterval, heerlijk.
06 januari 2013
Bushfires
Bummer, de
eerste taak met een forecast van extreem goeie lift (bellen waar je niet uit
durft te vliegen) werd gecancelled toen ik volledig aangekleed in een lange
lange rij stond. Het is extreem heet, dik over de veertig graden (tegen de 49 hoor ik net) en iedereen
smelt in de schaduw, dus dit was bijna genoeg om dan maar helemaal in te
pakken. Maar de reden was blushelikopters op de taak, niet gevaarlijke condities,
dus ik bleef geduldig in de rij staan en startte alsnog. Een prachtige bel
bracht me naar 2250 meter, maar daarna vond ik niks echt bijzonder moois meer. Ik
zakte uit op Khancoban vliegveld en kon meteen met Adriaan meerijden en de rest
van de middag in de rivier spelen.
05 januari 2013
Corryong practice day
Ik zit nat en
naakt onder een gierende ventilator en nog is het te warm. Het lijkt Pakistan
wel alleen was de hotelkamer in Pindi niet half zo keurig en schoon als de
kamer waar ik nu in zit. Howard, onze chauffeur, is bijna klaar met het
opknappen van dit huis dat hij wil verhuren en ik mag er deze week gebruik van
maken.
Gisteren
twintig keer heel Forbes doorgecrosst op zoek naar Flip want die is jarig
morgen en op zoek naar Conrad om ‘m succes te wensen. In hq, de Mezzanine, op
de paddock, in de highschool overal kwam ik bekenden tegen en dat kostte een
hoop gezellige tijd maar Fifi is me ontglipt. Het hoogtepunt was op de camping.
Ik hoorde Noel aan iemand vertellen dat je echt genoeg water bij je moet hebben
en zonnebrand en een hoed, en ik wilde net roepen ‘just toughen the hell up’
toen ik zag dat het Diederik was! Die heeft me twaalf jaar geleden hier naar
toe gebracht, hij was onze gids, zonder hem was ik nooit down under terecht
gekomen. Supergaaf om hem hier te zien.
Ik had vijf
uur te rijden over gave kleine weggetjes langs prachtige witgoude heuvels tegen
een overdreven blauwe lucht, schitterend. Het was wel achterlijk heet en ik
verdom het om de airco aan te doen, maar ik viel niet in slaap. Op de free camp
eerst een duik in de keihard stromende Murray river, harstikke leuk. Je wordt
in een noodgang meegesleurd maar het is totaal niet eng omdat de rivier ondiep
en gelijkmatig is, het is meer een heerlijke koele kermisattractie. Zelfs voor
een zeer geoefende zwemmer is het onmogelijk tegen de stroom in te zwemmen. ’s
Nachts deed ik geen oog dicht door het gepraat van Adriaan en het gesnurk van
Ward, dus om vijf uur verplaatste ik m’n tent naar een stiller plekje. Dat was
dus niet nodig geweest want inmiddels ben ik opnieuw verhuisd, nu naar dit huis
in het dorp.
Vandaag was
practice day maar ik ben totaal niet fit en er werd bijna zeker onweer
voorspeld, en in de verte zag je voor twaalf uur al grote wolken opbouwen.
Bovendien steeg het wel erg gemakkelijk in het dal, dus ik vond het na een
uurtje welletjes en probeerde te landen op een groot vlak veld naast de weg.
Dat viel nog niet mee en uiteindelijk landde ik nog downwind ook, harnas smerig
broek kapot en hier en daar wat schaafwonden. Jammer want ik was absoluut in
voor een uitstekende landing.
Straks
registratie, dan wat eten en dan zo vroeg mogelijk naar bed. Al is het de vraag
of slapen zal lukken in deze hitte.
03 januari 2013
Vliegen in Forbes
Ondanks het
wachten op Matt, het omhelzen van de binnenstromende vrienden en bekenden, het
gebrek aan tugs, werd ik al rond een uur of twaalf opgesleept. Ik vond één bel
en driftte langzaam van het veld weg. Steeds raakte ik de bel kwijt en dan
bleef ik net zo lang zoeken tot ik ‘m weer beet had, op die manier was ik bijna
een uur zoet. Uitstekend, ik was behoorlijk tevreden met mezelf omdat ik niet
als een kip zonder kop op koers ging, want dat zou vrijwel zeker uitzakken
betekenen. Lesje van Gulgong. Toen ik de bel alsnog helemaal verloor stak ik
terug naar het vliegveld. Ik landde redelijk dicht bij de startrij, iemand
bracht me meteen een dolly en Vicki trok me direct naar de start. Binnen tien
minuten na m’n landing hing ik alweer achter een dragonfly. De sleep was iets
harder werken, een goed teken, en ik werd in een klein gaggletje afgezet zodat
ik meteen door kon draaien tot 1800 meter. Deze keer ging ik wel meteen op
koers: superlangzaam, rustig, elk belletje tot het plafond uitmelkend. Het
plafond steeg gedurende de dag maar ik kwam nooit hoger dan 2000.
De radio gaf
geen enkele sjoege, er waren geen wolken en andere vliegers waren in geen
velden of wegen te bekennen. Nogal lastig en eenzaam, maar ik was dolgelukkig
dat ik eindelijk weer eens een echte Forbesvlucht kon doen. Genieten van het
uitzicht, concentreren op de termiek zonder zorgen over landingsterreinen, met
een downwind taak.
Zo’n twintig kilometer
van het vliegveld kwam ik ineens een grote groep tegen, gezellig dacht ik nog,
maar ze vlogen de andere kant op. Kennelijk hadden zij hun taak al gerond.
Een stuk voor
Marsden, het eerste keerpunt, besloot ik eerst de taak af te snijden en
vervolgens om helemaal terug richting Forbes te vliegen, om de retrieve wat
makkelijker te maken. M’n been deed erg pijn van het verkrampt in een strak
harnas liggen. Altijd hetzelfde liedje: tegen de tijd dat ik me bewust word van
de pijn heeft het weinig zin meer om te wiebelen en te ontspannen en trouwens
dat ontspannen kan niet eens met lastige termiek. Ik besloot dat het genoeg was
geweest, drie uur en zo’n 50 km, en ik landde in een enorm veld. Kilometers van
de weg af natuurlijk, dus ik was nog ruim een uur bezig met m’n spullen sjouwen,
zodat ik in de schaduw langs de weg kon afbouwen.
02 januari 2013
Rij-dag
Een fijne rit
van Newcastle naar Forbes met Conrad. Bloedjeheet wel. Onderweg zagen we een
omgevallen truck, de achterwielen draaiden nog en de chauffeur stond rechtop in
z’n gekantelde cabine. Conrad hielp hem eruit maar iemand riep dat er fuel
lekte, dat vond ik nogal eng. Niks gebeurd en de chauffeur was niet gewond dus
we reden door. Beter dan Fluffy en James, die hadden een motorrijder achterop
dus ze hebben de halve middag op een politiebureau doorgebracht.
Morgen de laatste
vliegdag in Forbes, en dan is het weer een dag rijden.
01 januari 2013
Nic
De hele dag
bij Swiss Nic gezeten, gebabbeld, een complete doos tissues aangegeven. Hij is
gewoon zichzelf, alleen kost het hem extreem veel moeite om te spreken. Hij
houdt bijna voortdurend z’n ogen dicht en z’n korte termijn geheugen hapert. De
hele wereld weet wat er met hem gebeurd is, terwijl hij zelf niet eens door
heeft dat ie een ongeluk gehad heeft; daar wordt ie kwaad van. En hij wil
absoluut niet naar Zwitserland worden vervoerd vandaag, hij wil in Australië
blijven om te vliegen.
6 januari
Inmiddels is Nic terug in Zwitserland, zonder de zware medicijnen die ze 'm hier gaven. Hij loopt rond, opent een biertje met een aansteker, en praat als zichzelf.
6 januari
Inmiddels is Nic terug in Zwitserland, zonder de zware medicijnen die ze 'm hier gaven. Hij loopt rond, opent een biertje met een aansteker, en praat als zichzelf.
Oud en nieuw
Na een hele
dag wachten of de wind misschien zou gaan liggen sprongen we om vier uur in de
auto en reden in de bloedhitte, zonder bagage dus zonder bril telefoonlader
deken iets-te-drinken naar Sydney. Als in een echte actiefilm reed Conrad om
een roadblock heen, een enorm talud af, om de laatst overgebleven parkeerplaats
in de hele stad te bezetten. Met onze supergoedkope verplichte zwemvesten
renden we door de menigte, zweten zweten zweten
en alsmaar proberen te bellen, maar het kindervuurwerk begon en de boot
was weg. Toen het vuurwerk over was konden we eindelijk Kath bereiken. We klauterden in het stikdonker
naar de kleine vuurtoren, waar Woolfie ons in een rubberbootje oppikte. Hij
duwde de boot af en probeerde de motor te starten, maar dat lukte niet en
ondertussen dreven we snel de haven op, volkomen stuurloos en zonder peddels.
We seinden om hulp naar een politieboot, die ons streng toespraken maar daarna
toch naar de boot sleepten. Daar lagen we midden op de haven, met perfect zicht
op de brug, de opera en het spectaculaire vuurwerk, deinend op de golven met
coole muziek en champagne en zoenen met Kathryn en Dave, James, Fluffy, Alex en
vriendin, Jonas, Danish Stefan, Brad de eigenaar van de boot en nog een paar
mensen. M’n telefoons waren toch leeg dus ik hoefde niet eens moeite te doen om
mensen te bellen.
Nog even
nagenieten van het vuurwerk, Brad bracht ons terug naar de vuurtoren, en om
vier uur vannacht bereikten we Newcastle. Ik crashte in een willekeurig bed met
de wekker op zeven uur. Dat was niet nodig geweest want bezoekuur is pas om elf
uur en Nic wordt niet vandaag maar morgen naar huis gevlogen.
Het is
bloedheet en op een onverwacht moment eind deze ochtend zal ik compleet
crashen. We zullen zien.
30 december 2012
30 december
Gisteren was
het hard werken omdat het zo ongelooflijk hard waaide waardoor het heftig
turbulent was, vandaag was het hard werken omdat het zo stabiel was met
verschillende lichte inversies. In ieder geval was het een lekker vluchtje,
eindelijk eens wat minder wind. Onze gloednieuwe chauffeur Daniel, een jonge
local kwam precies aanrijden toen ik de pakzak dichtritste, het absolute
optimum. Hij bracht me terug zodat ik een duik in de rivier kon nemen. Ondertussen
is Conrad ergens bij Eugowra geland en vliegen Paris en Primoz nog. Als ik
opgedroogd ben ga ik de rijst opzetten.
29 december 2012
practice day
Eergisteren
waaide het zo keihard dat we maar naar de Hobbit gingen, in Orange, 115 km
verderop. Geen succes. Gisteren zou een superdag worden, dus we belden ons het
schompes om een chauffeur te vinden, laadden onze instrumenten, aten driedubbel
ontbijt. Ik startte min of meer als eerste omdat de wind zou gaan toenemen. De
sleep zelf was makkelijk maar dat kan ook aan de tuggie liggen. We zochten
overal naar goeie lift, Steve zette me op 700 meter af en ik vond wel iets maar
het was geen echte bel. Typische Forbeslucht. Voor elke meter lift werd ik drie
meter naar het noorden geblazen, dus ik probeerde terug naar de paddock te
steken voor een herstart. Dat kostte al m’n hoogte en twee kilometer verderop
trok ik m’n rits open om te gaan landen. Op dat moment kreeg ik een superbel te
pakken, 5 m/s omhoog en niet overdreven turbulent. Trundle here I come! Niet.
Vrij laag hield het op terwijl het landschap omhoog kwam, en het was allemaal
zo verschrikkelijk hard werk dat ik geen zin had in schrapen. Ik landde in een
gigantisch veld zonder schaduw en terwijl ik naar het hek liep met m’n harnas nam
de wind dramatisch toe. Toen ik me omdraaide om m’n vleugel te checken zag ik
dat ie hard over het veld mijn richting opgeblazen werd (ik heb wielen).Het
inpakken was een lastige klus, ik moest met één hand de vleugel vasthouden om
te voorkomen dat ie tegen het hek geblazen zou worden, en met de andere hand m’n
latten uittrekken.
Gelukkig kwam
Polona me snel ophalen zodat ik niet gekookt werd in de zon. Ik zette haar af
en ging de jongens ophalen bij Trundle, waar het inmiddels 50 km/u blies. Dat
heb ik nog niet eerder meegemaakt, tenminste niet op een vliegdag. Niks voor
mij.
27 december 2012
Windshear
Ik was als
eerste op het vliegveld, helemaal leeg, niks of niemand bewoog. Geen vleugels,
geen dragonflies, hangars gesloten. Gek, maar ik wist dat de anderen later
zouden komen dus ik las rustig m’n boek en wachtte af. De eerste die aankwam
was Blenkie, leuk om hem weer te zien en ja hoor binnen tien minuten waren we
als vanouds aan het kibbelen. Hij is zo’n afgrijselijke betweter dat ie je
vertelt wat je fout deed in een start waar hij niet eens bij was. Even later
stonden Pedro en Claudia, Primoz en Tullio, Federico en Blenkie en ik op te
bouwen om door de enige beschikbare tug opgetrokken te worden. Ik heb al sinds
gisterochtend koppijn en Nics ongeluk zit toch erg in m’n hoofd, maar ik
verwachtte dat een potje vliegen dat allemaal wel zou genezen. Het lukte me
niet om op hoogte achter de tug te komen, alsof er een olifant op m’n zeil
stond, dus ik releaste vrij laag en vloog terug naar de paddock om te landen en
een reflight te doen. Vlak voor ik op circuit ging vond ik een enorm goeie bel
en ik spoot omhoog, fantastisch, maar op 600 meter werd het wel heel erg heftig
en toen ik hard met m’n benen tegen de kiel sloeg besloot ik meteen te gaan
landen. Ik wist wel dat ik spijt zou hebben zodra ik op de grond stond, zeker
als de jongens ’s avonds blij terug komen van een fantastische vlucht, maar ik
vond het vandaag niet de dag om me bovenmatig in te spannen of mezelf bang te
maken. Het kostte nog behoorlijk veel moeite om sink te vinden, alles ging hard
omhoog (de lucht was blauw en er was slechts een enkel cumultje, de wind was
niet overdreven hard maar wel overdreven wisselend).
Volgens
Claudia was m’n landing goed, maar het was niet op de plek waar ik had moeten
landen en ik was zo gespannen dat ik de helft van alle nodige handelingen weer
eens vergat. Naar het arrivalpoint kijken, benen rustig onder me houden,
grondfase, trim voelen…. ik plempte ‘m gewoon neer, blij dat ik veilig aan de
grond stond. Rationeel weet ik heel goed dat ik aan m’n techniek moet werken om
met meer zelfvertrouwen en dus ontspannen en blij te landen. Maar in de
praktijk ben ik zo gespannen dat ik alle lessen in de wind sla en simpelweg doe
wat ik altijd doe: te langzaam op een vreselijk lange final. Enorm frustrerend
dat ik m’n eigen hersenen niet eens kan disciplineren.
De rest van de
middag voerden Claudia en ik een goed gesprek, over angst en vertrouwen en
ouder worden en de lol van naïviteit. Nu zit ik met nog steeds hoofdpijn te
kijken naar Conrad en Paris die gelukkig toch maar hun tent bij mij opzetten,
ondanks de nieuwe eigenaar van de Apex die de prijzen enorm verhoogd heeft en
bovendien allerlei rare eisen stelt.
Nog even een
half uurtje over Conrads rug op en neer gelopen, hij meent dat 63 kilo exact is
wat ie nodig heeft en hij is dokter dus het zal wel kloppen.
26 december 2012
Forbes camping
Zes dagen niet
gevlogen en als er morgen geen sleep is ben ik een hele week aan de grond
gekluisterd. Het was wel gezellig bij Tove en Grant, maar ik was er juist nu
heen gereden om voor de wk met Tove te vliegen. Goeie training voor haar en
leuk en leerzaam voor mij. Maar Tove wil een perfecte gastvrouw zijn, voor mij
en voor de complete schoonfamilie, en bovendien waaide het erg hard dus vliegen
kwam er niet van. Ik heb ook nooit getrucktowed en ze nemen dat erg serieus. En
ik lag een nacht wakker na een ernstig ongeluk van een goede vriend, die
gelukkig inmiddels een wat betere prognose heeft dan in eerste instantie het
geval was. Alles bij elkaar een maffe week, heel veel uren en kilometers
gereden en genoten van het landschap: enorme okergele paddocks, legergroene
bomen en diepblauwe lucht met waanzinnig perfecte witte cumulus. Het is zo
prachtig, en tegelijk kan je zien dat er een hoog firedanger is vanwege het
lange droge gras, en overal staan borden die waarschuwen voor flooding, en
alles prikt en steekt en is giftig. Ik viel maar een paar keer in slaap
onderweg dus ik kwam redelijk op tijd op de camping aan, waar Blano een
geweldige banjo- en gitaarsessie hield met m’n nieuwe buren. Zijn maat Sam
nodigde me uit om mee te eten en zo ben ik weer eens uitstekend verzorgd,
ondanks het gestoorde viswijf dat hysterisch begon te blazen toen ik m’n
electrakabel langs haar caravan legde. Wat heb je toch een rare mensen.
25 december 2012
23 december 2012
22 december 2012
Tocumwal
Zo cool! Meteen
de eerste poging om op de board overeind te komen en dan achter de boot te
blijven hangen slaagde! Ik kon zelfs met één hand vasthouden en de eerste paar
golven lukte ook nog. Vandaag gaan we de hele dag op het meer spelen want het
wordt 40 graden, te heet om te vliegen. Bovendien voelt Grant zich niet
helemaal fit en Tory, de oudste zoon, is thuis en hij wil niks liever dan
waterskieën en wakeboarden. Net zo verslaafd als Grant aan hanggliding. Het is
ook vrij ideaal, de hele familie doet mee, om beurten bestuurt iemand de boot
en hangt er iemand achter, de omgeving is schitterend en de wind en het water
maken het verrukkellijk.
21 december 2012
Gundagai
Cameron trok
een vies gezicht toen ik zei dat ik hier zou overnachten, maar het is best
aardig. Ik heb net even een rondje gefietst, in het donker weliswaar, en
volgens mij is dit ideaal voor een tussenstop. Een soort mix tussen Ittervoort
en Thorn… Neeritter! Alleen is het oudste bouwwerk uit 1850 in plaats van 850,
en er worden heftige pogingen gedaan om het dorp cultuur-historische allure te
geven. Twee compleet vervallen bruggen, de oudste in hun soort in Australië
volgens een enorm bord. Maar het stikt van de motels en twee campings (helaas
pal naast de snelweg) en de omgeving is heel prettig. Om de tachtig kilometer
een afslag van de Hume highway, en verder glooiende heuvels met her en der
bomen en koeien, grote keien en lang geel gras. Het landschap uit de
phantasynovels, buitenaards. Met Philip Glass op m’n nieuwe radio en de
gezellige aanwijzingen van de tomtom was het uitstekend te doen, vijfhonderd
kilometer. Ik moet nu wel gauw m’n tentje in want de muggen vreten me op.
20 december 2012
Merewether
‘Thuis’, bij
Camo, alleen is hij er niet dus bijzonder gezellig is het niet. Bij Conrad voel
ik me ook uitstekend thuis, toch is Blue Haven m’n basis hier down under.
Conrad trekt het niet om om zes uur ’s ochtends in de pool te liggen, dus toen
hij om een uur of negen de zee in wilde ging ik gezellig mee, tweede duik
vandaag. ’s Middags belde J.O.D. dat het on was op Merewether, dus we spoten
naar boven en binnen twintig minuten startte ik. Het ging goed omhoog ook al
draaide de wind door naar het zuidwesten. Voorzichtig vloog ik richting
oceanpool maar echt enorm hoog kwam ik toch niet en toen ik terug wilde zakte
ik natuurlijk als een baksteen omdat ik achter een spur zat. Ik had nog wel
omhoog kunnen krabbelen ware het niet dat ik niet zo ver naar achteren durfde,
dus even later stond ik op het strand. Terwijl ik enorm m’n best liep te doen
om naar boven te klauteren landde Conrad bij me en hij droeg de vleugel tot
halverwege omhoog. Daar wachtten we twee uur in de hoop dat de wind weer aan
zou trekken, maar het nam alleen maar af en uiteindelijk moesten we alle zooi
over het steile paadje naar boven sjouwen. Zweetzweetzweet dus we doken voor de
derde keer de zee in. Heerlijk, er waren geen boarders meer omdat de golven wat
kleiner waren, dus ik kon me op m’n rug laten wiegen, ik viel bijna in slaap.
19 december 2012
Ervaring
Laatste ochtend in Newcastle voor tenminste een maand, dus
ondanks de dreigende lucht toch nog gauw even de oceanpool in. Het water was
heerlijk, de opkomende zon spectaculair, en de andere zwemmers – meest ouderen
– groeten me als een bekende.
Gisteren was een heet zweetdagje (vandaag 40 graden, maar
met veel wind). Heel Conrads gras gemaaid, boodschappen gedaan en nog net geen
120 dollar boete gekregen wegens het linksafslaan door rood plus fietsen zonder
helm (“same rules apply to you as to any motorvehicle”, alsof ik een
levensgevaarlijk voertuig bestuur), daarna uren in de hangmat in de schaduw
liggen lezen. Om half vijf belde Hairy Karl en na een blik op Catho’s, waar het
erg cross en hard was, stonden we half zeven opgebouwd op Wydung. Ik aarzelde
even of het niet te hard voor me was, en dat bleek inderdaad het geval want het
moment dat Karl m’n voorkabels losliet kneiterde ik omhoog en achterwaards, met
vleugels alle kanten op en m’n handen nog aan de uprights. Gelukkig heb ik de
juiste instincten dus ik greep de bottombar en hield m’n benen zo goed mogelijk
onder me, en binnen een halve minuut had ik de vleugel min of meer onder
controle en wapperde ik niet meer verder naar achter. Ik zette meteen koers
naar het strand, overwoog nog even om ‘m neer te zetten op de rotsplaat recht
onder me want er zaten ook enorme sinkstukken maar stond uiteindelijk in minder
dan tien minuten recht voor het trappetje naar de parkeerplaats. Ik kreeg een
lift van drie Koreanen naar de auto, dat scheelde toch gauw vier kilometer
lopen, en toen ik terug op het strand was stond Hairy Karl daar net. Hij was
wel uitgezakt op de rotsplaat en had het hele stuk ingehaakt en vechtend tegen
de nogal turbulente knoerdharde wind moeten lopen.
18 december 2012
Australisch
“You should
be wearing shoes doll”
“You’re
tough but.”
“Excuse
me…”
“You’ll be
right mate”
“You’re a
cheeky sheila ain’t you? Fair dinkum!”
I stopped
drinking. Ever since guzzling was invented.
I only open
my mouth to change feet.
17 december 2012
terug in Newcastle
De auto volgepakt, driehonderd dollar achtergelaten bij de
garage met het verzoek om het wisselgeld in het dashboardkastje te stoppen en
de sleutel in het contact. Iedereen lachte me uit, de rekening zou nu zeker
boven de tweehonderd uitkomen en de auto vast gestolen of leeggehaald. De
reparatie zou nog geen 150 mogen kosten. Zelfs m’n bushmen vonden me bizar
naief. Maar toen ik ’s avonds de auto terugvond, bleek maar weer eens hoe
eerlijk mensen zijn als je uitgaat van vertrouwen. Pas nadat ik juichend
aantoonde dat de mens van nature goed is, zagen we de mannen van de garage op
de veranda van de pub zitten, genietend van mijn lol.
Vanmorgen eerst diepgevroren in de oceanpool, daarna
spanning en stress maar het is weer gelukt om m’n rekeningen te betalen, en
vervolgens het gebruikelijke adrenalineshot bij het communiceren met Qantas
over de zoveelste vluchtwijziging… hopelijk gaat het waaien vanmorgen en kunnen
we nog een vluchtje doen op Bombala street.
16 december 2012
Bushmen
Ik zal ze erg missen, m’n ridder op z’n witte truck en de
bushfilosoof. Je zou denken dat zulke types een uitvinding van Hollywood zijn,
maar ze zijn compleet authentiek. Slim maar zonder onderwijs of kunst; stoer
van het type ruwe bolster sneeuwwit blanke pit; enorm sociaal en behulpzaam en
tegelijk xenofoob in de letterlijke zin van het woord, een gigantische afkeer
van alles wat vreemd is. Met z’n drieën klikte het super, ik in het midden op
de vettige bank in de rammeltruck, plagen en grappen en hier en daar een
serieus gesprek.
15 december 2012
Heerlijk vliegen
Ik mag niet meer met m’n auto rijden tot de reparatie
maandag, dus m’n nieuwe maatjes haalden me op de camping op en om elf uur
stonden we opgebouwd klaar op de weststart. Binnen een half uur kwamen ook
Conrad, Paris en Toni aan en even later Pedro, Claudia, Tullio en Primoz:
ineens een berg vol hangies! De condities waren weinig veelbelovend en de ene
parapenter die startte zakte snel uit, dus Conrad raadde me aan te wachten.
Moeilijk moeilijk moeilijk, als je er al bijna van uit gaat dat het niet meer dan
een sledride zal worden. Ondertussen draait de wind dus voor je het weet moet
je op de start inpakken, dan maar liever die sledder. Toch gewacht, en Conrad
als eerste laten starten. Hij ging goed omhoog, Toni ook, maar ik zakte meteen
zo diep door dat ik m’n rits alweer opentrok. Net voordat ik richting landing
koerste voelde ik een piepje, en een kwartier later zat ik op 2000 meter.
Richard deed precies hetzelfde, alleen draaide hij veel verder door tot
wolkenbasis en daar bleef ie verder onze hele vlucht. Terwijl de anderen
richting Tamworth vlogen, bleven wij lang pielen boven Godfrey’s, om na een
uurtje nieuwe hoogte te tanken boven Manilla. We konden mooi zien hoe Anthony
de auto naar beneden reed en toen ik besloot om te gaan landen, vanwege regen, een
ideaal landingsterrein en algehele voldoening, kon ik hem precies vertellen
welke straat ie in moest rijden. Ik, Paris en Richard landden vlak na elkaar,
bijna euforisch.
In de kroeg werden Paris en ik afgesnauwd omdat we groenten
wilden eten. Iets zonder vlees en vis vroeg ik, ik heb het woord ‘vegetarisch’
niet in de mond genomen maar de dame haatte ons sowieso. Goddamned greenies
denk ik, of stadslui, of yuppies.
14 december 2012
Hulp van alle kanten
Een supergave dag, kon de grijns niet van m’n smoel
krijgen, niet vanwege het vliegen want
dat viel weer tegen maar vanwege de vriendelijkheid van mensen. Ik bouwde op de
weststart op terwijl drie beginnende parapenters om beurten naar beneden vlogen
en elkaar ophaalden. Het is een four wheel track als je snel op en neer wil,
dus ik ging ervan uit dat ik één kans had, en als ik uitzakte moest ik naar
boven lopen/liften, hopen dat er nog iemand uitgezakt zou zijn, want het is de
achterkant van de berg dus veel verkeer is er niet.
Aan één van de parapenters had ik gevraagd me te helpen bij
het starten. Net toen ik inhaakte kwam er een verse groep naar boven, en daar
zat een Duitse Australiër bij die iedereen een handje kwam geven en die bijna
hijgend achter me aan holde om me ook te helpen. Hij was immers ook hangglider
zei ie. Bloedirritant, hij ging me vanalles uitleggen waar ik niet om gevraagd
had, kwam de hele tijd voor m’n neus staan ik denk omdat hij zich dat nog
herinnerde uit z’n zeilvliegtijd, en op het moment dat ik wilde gaan starten
begon ie iets tegen me te zeggen. Ik hoor weinig meer als ik m’n vizier dicht
heb, dus ik moest de vleugel neerzetten om te vragen wat er aan de hand was.
Niks, puur belangrijkdoenerij. Maar die Tom was juist wel perfect, gewoon
rustig aanwezig om m’n vleugel te grijpen als het nodig zou zijn.
Ik zakte uit,niet op het steil aflopende parapenteveld maar
een weiland flink verderop, dus een snelle lift kon ik wel vergeten. Bovendien
moest ik nog inpakken en ondertussen zag ik geen schermen meer omlaag komen.
Net toen ik dwars door de weilanden een weg bereikt had belde Paul, een andere
parapenter uit dat beginnersgroepje, dat ie me met mijn auto kwam ophalen.
Super! Dat betekende dat ik nog een start kon maken, want het was pas één uur.
Boven aangekomen begon de auto heel hard tegen me te sissen:
radiatorvat gebarsten. Paul legde uit dat ik er met voldoende water bijvullen
in ieder geval wel mee naar beneden zou komen. Net op dat moment arriveerde een
aftandse pickup truck met een hangglider erop, een zwaar getatoeëerde Anthony
de bushman en een crockadile dundee-achtige Richard Ryce stapten uit. Ze
ontfermden zich over mij en beloofden me na het vliegen terug naar m’n auto te
brengen. Ik was al half opgebouwd toen de wind 180 graden draaide en we met z’n
allen weer in moesten pakken om naar de ooststart te verhuizen (de beruchte
Borah shuffle). Rich droeg m’n vleugel, Anthony programmeerde m’n radio, enfin
ik werd behandeld als een prinses. Hij noemde me verdorie ‘miss’ maar dat heb
ik ‘m al betaald gezet. Het is een lokale jongen die 23 jaar geleden van
MtBorah vloog, en voor wie hanggliding een manier van leven is en niet een
commerciëel bedrijf of een competitieve sport. Toen Godfrey de grond kocht en
startgeld ging heffen, weigerde Rich te betalen en werd hij van de stek
verbannen. Hij zou Godfrey het liefst in elkaar timmeren maar hij is inmiddels
pappie dus iets bedaagder. Ik vind ‘m heel erg leuk en dat zal me nog opbreken
want de verhoudingen zijn bijzonder vijandig.
Richard zakte uit maar ik kon eindelijk een beetje boven
blijven. Ik draaide precies boven de plek waar Rich en Anthony zaten te roken,
dat moeten krachtige peuken geweest zijn. Ik had al gemeld dat ik zo mogelijk
bij Godfrey zou landen, omdat dat nou eenmaal veiliger is dan ergens tussen de
bomen op een helling begroeid met lang gras en distels. Terwijl ik inpakte, zo
ver mogelijk weg van Godfreys huis, haalden de mannen m’n auto op zodat ik in
één beweging door m’n tassen dichtritste en de vleugel op het dak kon leggen.
Perfect.
Met z’n drieën in de kroeg behandelden we het dorpsleven en
de Oostenrijkse neiging om overal briefjes op te hangen met wat je wel mag en
niet mag en moet en welke kant je op moet en wat acceptabel gedrag is… rond
Godfreys huis (zijn ouders zijn Oostenrijkers) stikt het van de aanwijzingen,
zoveel dat ik alles negeerde en dus meteen met Godfrey in aanvaring kwam (auto
op de verkeerde plek geparkeerd, foute paadje naar de voordeur genomen, niet
lang genoeg gewacht na het bellen…dat herken ik wel van Oostenrijkse campings.
Terug op de camping kon ik een cabin regelen voor Claudia,
Pedro, Primoz en Tullio die nu net aankomen. Morgen vroeg op om
autoreparatiespul te kopen, trouwens ik word hoe dan ook om vijf uur wakker van
de ongelooflijke oorverdovende pokkeherrie die de cockies eksters en gala’s
maken.
13 december 2012
Blijven uitzakken
Volgens mij is er helemaal niemand op de camping. Dat maakt
het gevoel van falen nog sterker: de anderen zijn nog druk aan het vliegen en
rijden in inpakken en bij-eten, ik zit al uren in de schaduw na een potje
zwemmen in de rivier en een kouwe douche (het rivierwater was warmer dan de
douche). De stek lijkt heel gemakkelijk. Het is niet voor niks wereldberoemd,
er ontstaan mooie cumultjes recht boven de start, en er zijn grote
landingsmogelijkheden aan de voet van de berg. Maar daar zit ook een beetje het
probleem: er is niet echt een ‘voet’. Mount Borah is zo’n 800 meter hoog,
Godfrey’s, ongeveer twee kilometer verderop is 350 meter, en tussen top en
bottom loopt het heel geleidelijk af. Je zou denken dat de grens waar de bomen
beginnen te groeien een duidelijke knik in het landschap is, maar in plaats
daarvan zijn de weiden voorbij de bomen net zo steil aflopend als de berg zelf.
Dat levert gezichtsbedrog op, en iedere keer een vroegtijdig vertrek richting
landing. Plus de angst om een overshoot te maken; er staan wel degelijk hekken
en koeien en bomen in de weg.
Alan MacMillan vloog gisteren 350 km op een Sting3, hij is
de absolute Stingking! Waanzinnig, en nog waanzinniger is dat hij vandaag weer
een forse afstand aan het vliegen is. We zouden downwind zien hoever we konden
komen, met Fred uit Zuid-Afrika die altijd verdwaald lijkt, en Simon op een
Fun2 die vandaag z’n allereerste xc ging maken. Ik had er alle vertrouwen in,
we hadden Gordo als chauffeur en de parapenters gingen al aardig omhoog. M’n
vluchtje van twaalf uur duurde echter slechts tien minuten, en het vluchtje van
twee uur niet veel langer. M’n landingen werden wel iedere keer ietsje beter,
meer gecontroleerd, ik begin ook in de gaten te krijgen hoe het landschap hier
werkt. De laatste landing was netjes langs de weg, zodat ik voor de verandering
eens niet hoefde te sjouwen. Om vier uur was ik terug op de camping, flink
teleurgesteld en een beetje armer (benzine en chauffeur kosten 30 dollar pp per
dag) maar in ieder geval zonder schade.
12 december 2012
Manilla
Ik ben helemaal afgedraaid, van de hitte, de herrie van de
vogels, de wijn van de buren, het gesjouw met m’n vleugel en belachelijk zware
harnas, stof, dehydration, wind, angst. En tegelijk intens gelukkig.
Gisteravond tegen elf uur kwam ik in Manilla aan, vijf uur rijden met m’n eigen
muziek keihard door de auto dankzij Conrads soldeerkunsten, hapje Chinees
onderweg, met Camerons tomtom direct naar de camping en Katharina’s tentje in
het donker opgezet. Vanmorgen wakkergeschreeuwd door de vogels (gala’s en witte
kakatoos denk ik, een soort kraaien, een soort eksters, en iets merelachtigs en
allemaal even luiddruchtig en tam). Heel relaxed m’n ontbijtje in elkaar
geflanst, spullen geordend, en om half tien op zoek naar de start. Een stoere
jongen in z’n truck (een joewt, geen idee hoe ze dat spellen en waar het
precies voor staat, maar het is een echte redneck-pickup) vol doodshoofden en
wulpse dames wees me de weg naar Godfrey’s, en terwijl ik stond te aarzelen bij
welk huis ik precies moest wezen kwamen Alan MacMillan, Fred uit Zuid-Afrika en
hun chauffeur net langs. Gauw m’n spullen op hun auto, m’n registratie bij
Godfrey geregeld, en naar boven. Mount Borah is niet enorm hoog maar het
schijnt altijd termisch te zijn, er zijn startplekken naar alle kanten en het
uitzicht is schitterend.
Ik startte om half twaalf als eerste, ging goed omhoog maar
verloor concentratie en bel doordat ik eindeloos aan het vechten was met m’n
rits die nooit dicht wil. Binnen 25 minuten stond ik bij Godfrey op het
landingsterrein. Het was nog vroeg en de berg is niet enorm dus desnoods kan ik
de auto te voet gaan halen, dus ik reed weer omhoog. Daar keek ik recht tegen
de billen van Norm, die op een wat onhandige plek zat te poepen, en ik kon hem
mooi van de berg af helpen. Het woei inmiddels hard en zijn eerste tweehonderd
meter zagen er akelig uit, dus ik legde wel m’n harnas klaar maar bouwde m’n
vleugel nog niet op. Net toen het wat rustiger leek te worden kwam er een stel
parapenters omhoog, dus ik greep deze kans en liet me door hen de berg af
helpen. Helemaal op m’n dooie eentje starten vind ik al niet fijn en zeker niet
op een nieuwe plek, met zoveel wind en termiek en zo ver te lopen. Ik had niet
veel aan ze want ze hadden geen flauw idee hoe ze moesten helpen, maar het was
een fijn idee dat er mensen waren. De lift was niet heel krachtig en desondanks
was er hevige sink aan de randen van de bellen, het leek de hele vlucht van
twaalf minuten lang alsof ik in een rotor van iets zat. Zodra ik onder
starthoogte zakte begon ik met vol vg naar Godfrey’s te glijden, maar de sink
was zo heftig dat ik het nevernooit zou halen. Ik vloog wel over grote
weilanden, maar ze waren erg gearceerd, met hekken en koeien en bomen erin en
geen weg in de buurt. Doordat ik lang aarzelde waar ik zou landen, terwijl ik
helemaal geen tijd had om daarover na te denken, wapperde ik vrij stuurloos
over het platste en leegste terrein, kilometers van de weg af. Ik was
behoorlijk bang en deed alles verkeerd, behalve mezelf streng toespreken:
“vliegen!”, waardoor ik misschien net voldoende snelheid aantrok om heelhuids
aan de grond te raken.
Met de schrik vrij, had ik nu twee kilometer te sjouwen door
hoge distels, gras, dikke hopen stront. Niet helemaal achterstevoren dit keer,
een mooie meevaller. Ik bedacht dat ik op dit gebied toch wel ’s werelds
ultieme expert moet zijn: totaal alleen in de bloedhitte tussen de jonge
stieren langs vier hekken naar een weg zien te komen, zonder telefoon- of
radioreceptie. In eerste instantie had ik eigenlijk liever een potje willen
grienen, van de schrik, maar daar was geen tijd voor.
Toen ik de pakzak dichtritste kwam er een auto aan: Norm en
Patrick, een ouwe Belg die al sinds ’72 vliegt. Ze hadden van de parapenter
gehoord waar ik geland was, en brachten me naar boven om m’n auto op te halen. Hoewel
ik vrij langzaam en lichtbeladen naar beneden reed slipte ik toch twee keer
bijna de weg af, jeetje ik zou zo’n landing overleven en dan alsnog een dom
auto-ongeluk hebben! Afijn, ook dit avontuur ging weer voorbij en om zes uur
zat ik fris gedoucht aan de witte wijn. M’n buren zijn zo’n typisch Australisch
stel: semigepensioneerd, huis verkocht, reizen ze door het land van klus naar
klus en genieten ze van het campingleven. Hun kleinkinderen, die ze voor een
belangrijk deel opgevoed hebben (ook vrij typisch hier), komen voor kerstmis
naar de caravan. Ze vonden dat ik er verbrand en alleen uitzag, vandaar de
lieve uitnodiging. Inmiddels heb ik m’n potje gekookt in de campingkeuken en
word ik dol van de vogels. Vroeg tandjes poetsen en naar bed lijkt me.
09 december 2012
Vliegloos wiekend
Twee teleurstellende dagen achter elkaar, boe. Zaterdag was
ik te laat om bij de Newcastlegroep aan te sluiten. Ik had niet goed begrepen
hoe het nogal ingewikkelde website aanmeldsysteem werkt. Vandaag reden we met
z’n allen naar Wataga, het zag er fantastisch uit, en net toen ik m’n harnas wilde
inhaken merkte Scot op dat het tijd was om in te pakken. Inderdaad, de wind
begon over de rug te blazen en tegen de tijd dat we terug in het dal reden
stond er een hevige storm uit het zuidoosten. Koud grijs en nat, net thuis.
Eén van de gave aspecten van wedstrijden, of rondhangen met
toppiloten, is het meeluisteren naar hun gesprekken. Neil kwam Paris’ Combat
brengen, eerst ging het twee uur lang over composieten en vg-compensatie en
sterkte en gewicht van carbon (Neil stelt dat carbon helemaal niet zo denderend
is, het is totaal niet buigzaam zodat het snel breekt en je hebt zoveel nodig
voor voldoende sterkte dat het harstikke zwaar wordt). Vervolgens over de
winglets en de keelpocket en wat het effect daarvan is op het asymmetrisch
opbollen van je zeil en de rek op het onderdoek ten opzichte van het bovendoek
en de aspectratio en hoe dat het termiekgedrag beinvloedt. Ik kan het niet
allemaal reproduceren maar het is leerzaam, ik kan er niet genoeg van horen. De
rest van de middag bespraken Paris en Conrad de verschillende
termiekeigenschappen van verschillende vleugels en hoe ze wel of niet highsiden
en wanneer en op welke manier, superleerzaam. ’s Avonds was het Newcastle
Hanggliding Clubfeestje bij Hairy Karl, naast de schoolbus waar hij in woont,
in een grote loods. Het was gezellig, een beetje sloom. Goed om Pedro en
Claudia te zien, als stel. Met Pedro nam ik nog eens een uurtje allerlei
termiektechnieken door. Selmsy en Don wilden dat ik hun electrische fietsen
testte, mijn oordeel is dat het leuke snorfietsen zijn maar met een echte fiets
heeft het niks te maken.
Nu vroeg naar bed want morgen is het of slepen in Denman, of
ochtendvliegen met Hairy Karl.
07 december 2012
dagje niks
Een hangerig dagje. Geen puf om te gaan zwemmen, geen weer
om te gaan vliegen. Paris en Toni zijn er, erg gezellig maar wel heel druk
ineens. Pas om een uur of drie sprong ik op de fiets om te kijken of er
gevlogen werd; er hingen twee vleugels boven Scenic dus ik deed gauw m’n
boodschappen, gooide de Fun op de auto en speerde naar Strezlecki. Paul en
Harry stonden na te praten, ze waren wel uitgevlogen (Paul was ’s ochtends toen
het nog donker was gestart) maar ze bleven net lang genoeg om mij te helpen omdraaien
en een hangcheck te geven. Ik draaide twintig minuten bochtjes terwijl de wind
steeds meer cross begon te staan en ik iedere slag een halve meter hoogte
verloor. Uitstekende landing in het park, ingepakt met Boudewijn de Groot uit
m’n auto schallend, thuis badpak aan en nog gauw even een half uurtje in de
golven spelen. Het water is heerlijk warm en pas toen ik er uit kwam zag ik dat
het vol bluebottels zat.
Abonneren op:
Posts (Atom)




























