16 september 2007

Eindelijk weer eens lieren in Nederland

Gisteren het broertje van Wouter mee voor een reportage die hij hoopt te verkopen aan een Haags krantje. Daardoor de hele dag vragen en dus proberen te formuleren hoe het is, dat vliegen, en waarom. Ik probeerde te beschrijven hoe het voelt om te spelen in een soort kijkdoos, vergissing natuurlijk want ik heb heel persoonlijke associaties met kijkdozen (vind ik prachtig) die niet iedereen deelt. De aarde, schitterend, prachtige kleuren en structuur en patronen, als achtergrond, ver weg. Wij drieën en een paar vogels in de glasheldere lucht zijn het enige wat beweegt, de drie dimensies zijn oneindig en maken een gigantische lege ruimte waarin alleen wij, heel klein, bestaan. Ik zie de zon spiegelen op de leading edge van de andere delta. De parapent draait rustig grote cirkels naar me toe. Een vogel vliegt in een rechte lijn, lijkt ons niet op te merken. Ik hoor en voel alleen mezelf, ben druk bezig om het belletje vast te houden en alles om me heen is stil.

Matthijs vroeg waarom ik vlieg. Moeilijke vraag, het antwoord was natuurlijk omdat ik niet anders kan en wil, omdat ik het altijd heb gewild, omdat ik de hoogte in wil en echt wil vliegen zoals een vogel zoals een zwemmer in de lucht. Daar nam hij geen genoegen mee, ik moest me nader verklaren. Vliegen met een zeilvlieger is ècht vliegen, je vliegt met je lichaam je hele lijf doet mee en het zijn de bewegingen de inspanningen van je lijf die maken of en hoe je beweegt in de lucht. Het is niet een vliegmachine waar je in zit, je bent zelf de vlieger. En natuurlijk het vooroverliggen, vliegen met je hoofd naar voren en je gezicht naar beneden, volgens mij de enige echte vlieghouding. Die twee aspecten maken dat ik nooit iets anders zou willen dan zeilvliegen, niet parapenten omdat je dan achterover zit en niet rigid of zweefvliegen omdat je dan niet met je lijf stuurt maar met een stick of met flaps. En natuurlijk al helemáál nooit gemotoriseerd, het idee!
Grappig dit is de eerste keer dat ik zelf begrijp waarom ik zo monomaan alleen maar wil zeilvliegen.

03 september 2007

Slechte score

Ik ben geëindigd als 55e van de 62, iedere dag binnen anderhalf uur uitgezakt een paar keer niet eens de startcirkel gehaald. Heel slecht, maar ach ik heb gevlogen en bijna zonder schade (ok paar blauwe plekken) geland. Ik weet dat het een compleet mentaal verhaal is, best gek dat het dan toch zo lastig is om er iets aan te doen. Wat me nu echt de das om heeft gedaan denk ik is m’n focus op grote vrije landingsterreinen. Ik durf gewoon nergens heen tenzij ik heel hoog zit, en zodra ik een pietsie hoogte verlies keer ik richting een aantrekkelijk terrein.
Na m’n crash bij Aspres vier jaar geleden ben ik voortdurend bezig geweest om m’n landingstechniek te verbeteren. In december was ik daar nou net mee bezig maar wel op de verkeerde plaats zodat ik hard tegen de helling aanpletterde en twee ribben brak, een boel kneusde en vooral een enorme angst voor de landing opliep. Ik ben toen meteen zoveel mogelijk gaan vliegen en landen, ik wilde voorkomen dat die angst zo diep zou gaan zitten dat vliegen een probleem zou worden. Deze week had ik het er met Kristoffer over die er in december ook bij was, hij was toch wel verbaasd over het totale gebrek aan hulp van Koos toen. Die liet me in de steek, ging zelf van Gourdon vliegen (ik oefende vanaf Kennedy) en advies of hulp kwam alleen met de grootste tegenzin. Nu achteraf vind ik het vooral ontzettend zonde dat ik toen die week niet voortdurend begeleide landingen heb gemaakt, zodat ik eindelijk eens m’n techniek weer had kunnen opvijzelen. Het probleem is dat ik dat wel bij een instructeur kan doen (maar ja wanneer? ) maar eigenlijk had ik alleen vertrouwen in mijn held Koos. Ten onrechte dus.

01 september 2007

Taak 4

Het wil maar niet lukken. Gisteren was ik redelijk uitgeslapen, overal ontwikkelden flinke cumulus en er stond weinig wind op de start. Wel raar, op de camping was het al flink aan het blazen, de wolken kwamen uit het noordoosten aandrijven en op starthoogte was er alleen een rustig westenwindje. Je dreef ook met de bellen naar het noordoosten toe, waar dus die wolken vandaan kwamen. Vreemd. Overal bubbelde het een beetje omhoog, zonder echte kernen, waardoor de gaggles nogal ongeorganiseerd waren. Twee keer moest ik heftig reageren om niet tegen iemand aan te botsen, te spannend naar mijn zin. Toen ik precies om 14:00 op de exitcirkel zat en iedereen terugvloog naar een mooie wolk vond ik het daarom wel lekker eigenlijk om op m’n eentje vooruit te vliegen. Stom, er stonden nauwelijks wolken boven de Coup en al helemaal niet verderop boven het dal van Digne, dus ik zakte er langzaam maar zeker echt uit. Bovendien ben ik deze hele week al lui. Normaal vecht ik tot ik kapot ben, nu geef ik al meteen op als ik er voor moet gaan werken. Lui, moe en toch ook wel heel erg gespannen over de landingen. Terecht deze keer want ik landde met een heel klein beetje wind in de rug, besefte ik later toen m’n vleugel bij het inpakken begon te wiebelen. Maakte bijna een overshoot op een megalang terrein met droguechute, whackte hard en nu heb ik hoofdpijn en een dikke arm. Maar geen schade aan de vleugel gelukkig dus ik kan vandaag gewoon nog een laatste poging doen om niet als alleralleronderste te eindigen.

31 augustus 2007

Taak 3


Het is net een dorp zo’n camping waar alleen wedstrijdpiloten en een enkele bejaarde camper staan. Goedemorgen Craig goedemorgen Steve, did you sleep well, didn’t fly yesterday? Lekker kleinschalig. Woensdagavond hadden we een feest bij Mark Taggart op de berg hier tegenover, waanzinnig mooie lokatie maar een verschrikkelijk lelijk huis. Overdag was ik met Dave en Paul naar Marseille. Ze zetten mij ergens in de stad af en gingen op zoek naar het ziekenhuis om Sam op te zoeken. Tegen de tijd dat ik een bijna complete nieuwe outfit bij elkaar geshopt had, ik hoefde alleen nog slippers, pikten ze me maar weer op omdat ze niet door het verkeer heen konden komen. Ik voelde me net pretty woman, een beetje met m’n creditcard zwaaien en steeds meer tassen vol kleren verzamelen terwijl mijn twee chauffeurs voor me rondreden. Het feestje was vervolgens veel te gezellig, behalve Jacques Bot dan die hyperirritant aan me bleef plakken, en om vier uur werden we eruit gegooid.

Geheel tegen de verwachting in werd het perfect vliegweer, mooier dan ik in maanden gezien heb, het klopte dus maar weer dat je de meteo kan beinvloeden door jezelf ziek te drinken. Ik twijfelde of ik wel moest gaan vliegen maar het zag er zo mooi uit en de taak was zo haalbaar, ik zou het mezelf nooit vergeven als ik in ging pakken. In de lucht bleek ik toch teveel hersencellen verloren te hebben, direct na het eerste keerpunt bij Barrème zakte ik eruit. Gelukkig met vier anderen, inclusief Oliver waar ik tijdens het feest erg leuk mee had zitten praten. We voelden ons allemaal heel heel heel erg stom, ik nog het meest want ik had beter moeten weten en bovendien sta ik zo ongeveer als allerlaatste op de scorelijst dus ik had ook een goeie vlucht nodig. Nou ja, het leverde wel een snelle retrieve op.

Vandaag ziet het er ook niet half zo slecht uit als de voorspellingen hadden gemeld, er hangt zo’n vierachtste altostratus en het komt een beetje uit het noordoosten. Ik heb iets meer geslapen en veel minder gedronken, maar als we starten zal de taak wel weer langer zijn dan gisteren. Ach ja.

29 augustus 2007

nattigheid

Het druppelt, er hangt een behoorlijk dikke laag stratus. Gistermiddag heeft Sam z’n nek gebroken, hij en Shedzy en Ben en Mike vlogen naar Digne en hij landde downwind. Hij heeft nog rondgelopen en door de radio gebabbeld maar het deed toch teveel pijn, dus nu ligt ie in het ziekenhuis in Marseille. Iedere dag een ongeluk, dat gaat niet goed. Vandaag zal er waarschijnlijk niet gevlogen worden, ook niet goed.

28 augustus 2007

gecancellde dagen


Taak drie ging niet door omdat we allemaal wat voorzichtiger zijn geworden na al die tumbles. Het waait stevig uit noordwestelijke richting, het is bloedjeheet en waarschijnlijk zijn er goeie bellen, dus alles bij elkaar weet je eigenlijk wel zeker dat het fors turbulent zal zijn. Het is altijd een van de allermoeilijkste dingen in vliegen, besluiten om niet te vliegen. We stonden klaar opgebouwd op de berg, het ziet er eigenlijk harstikke mooi uit, je kan zeker starten, allemaal goeie redenen om van de berg af te stappen. Bovendien heb ik nog niet een goeie vlucht gehad hier en morgen wordt het waarschijnlijk slechter. Maar aan de andere kant, ik was zelden zo weinig gemotiveerd en dat had waarschijnlijk toch wel te maken met de bijzonder spannende landingen. De meesten hebben ingepakt, ik uiteindelijk ook, en inmiddels staat het behoorlijk te blazen hier op de camping. Maar de jongens die wel zijn gaan vliegen hebben waarschijnlijk een fantastische dag, en daar was een chauffeur bij. Nou ja ik heb alles heel, dat is belangrijk.

Maandag

De wind was nog sterker en nog noordelijker gisteren, de lucht helderder dus de bellen sterker en turbulenter. Nou ja ik zoek redenen waarom ik er voortdurend uitzak, maar tja de jongens die wel doorvlogen zaten op 4000 meter in heel rustige lucht. Na twee pogingen om hoog bij de antenne aan te komen, weer terug hoogte tanken bij de start, weer naar de antenne, weer naar beneden pletteren in de rotor achter Lambruisse, gaf ik het gewoon op. Niet moe ofzo ik gaf het op, ik geloofde er totaal niet meer in. Een kwartier na mijn – erg spannende – landing werd de taak gestopt om veiligheidsredenen, en later hoorden we dat Ron Richardson bij Colmar in een boom hing. Hij is ok maar het heeft niet veel gescheeld, zonder parachute in een boom terecht gekomen. Ook anderen vertelden dat ze radicaal naar beneden doken, onze-lieve-heer dankend voor de sprogs.

Rinus had enorme pech, op de start kiepte de wind zijn vleugel om en die kwam op een grote scherpe steen terecht, dus nou heeft hij een groot gat in z’n zeil en een scheve vleugel. Inmiddels heeft Ropje de vleugel wel weer symmetrisch gekregen maar echt mooi is het niet meer. Egbert haalde Allons maar had lege batterijen, dus die krijgt ook al geen punten.

Als het vandaag weer zo spookt start ik niet eens.

26 augustus 2007

British Open taak 1


Het was erg warm vandaag, benauwd, maar toch trok de wind nogal aan westnoordwest. De taak was naar St. Vincent en terug, ik had er eigenlijk niet zo heel veel fiducie in want ik durf niet het hooggebergte in zonder dat ik een landingsmogelijkheid in het zicht heb, en ik begrijp dat er een stuk na de Cheval Blanc is waar je echt niet kan landen en zeker niks kan zien. Ach ik denk ik zie wel hoever ik kom, misschien kom ik skyhigh en dan is het straks gewoon een eitje. Ik was een van de eersten van de berg af ook al deed ik zo rustig mogelijk, ging harstikke goed omhoog en ik stak op dezelfde hoogte als anderen richting de antenne. Ongelooflijk wat het verschik in prestatie is, anderen gaan veel en veel sneller en blijven dan ok nog veel beter op hoogte. Ik moet echt een nieuwe vleugel! Na de bel boven de start was het niks meer, harstikke turbulente gemene kleine belletjes die na een halve slag alweer ophielden, forse sink, en hele stukken gewoon niks. Drie kwartier dobberde ik op en neer over de ridge, meestal net onder tophoogte soms even erbovenuit. Ik zag wel een gaggle ploeteren boven de antenne maar ik durfde er net niet heen, ze gingen niet echt goed omhoog en ik wist dat het daar doorgaans flink turbi kan zijn, en bovendien zijn de landingsterreinen bij Lambruisse niet echt om over naar huis te schrijven en dan heb je ook nog niet meteen een lift want er komen geen auto’s langs. Afijn om een lang verhaal kort te maken ik zakte er dus uit. Ik wilde terug naar de start om daar opnieuw hoogte te tanken en het dan gewoon opnieuw te proberen, maar ik zat honderden meters onder de start toen ik daar aankwam dus ik stak maar gelijk door naar de camping. Als eerste op de grond, en dan ook nog zonder de startcirkel gehaald te hebben. Ik baal ontzettend maar het was wel een moeilijke dag, Pedro de Spanjaard is getumbled bij Lambruisse dus het was daar inderdaad heftig.

Ropje en Egbert zijn bij St. Vincent uitgezakt, ze hebben een lift met het team van Dave Shields, Rinus stond bij mij omdat z’n gps het niet deed en Paul heeft goal gehaald. Ach nou ja ik heb alles heel, morgen weer een poging.

25 augustus 2007

St. André zaterdag


De hele weg hierheen zat ik te miepen hoe ik hoopte dat er misschien een Yvon of Hedder hier zou zijn, alles in en aan m’n rug deed pijn en ik weet dat sjouwen met vleugels het er niet beter op maakt. Sta ik op de camping kennis te maken met wat Britten, staat er een auto voor m’n neus met een reclame over backpain. Afijn, die was van Steve (even namen oefenen) en die heeft me net een half uurtje geduwd en gekneed, en voor het eerst in tijden kan ik m’n schouder weer helemaal bewegen. Geweldig!

Het is al erg gezellig, ik heb een paar bekenden weer ontmoet en vooral heel veel nieuwe namen en gezichten geleerd, en dan zijn er ook nog twee meisjes die helaas niet met de wedstrijd meedoen maar die wel vliegen. Vipri, een Finse die Christine weer kent uit Slovakije, en Connie die in Neumagen en Serrig vliegt. Dave Shedzy Shields, ken ik uit Oostenrijk, Richard Lovelace net terug uit Texas, John Aldrich en Sheila die ik de groeten van Fifi en Sjors heb gedaan, m’n nieuwe vrienden Jean-Marie en Gérard en ene Don die met een parapente + harnas van in totaal 7 kilo vliegt (hij zag er zelf niet veel zwaarder uit). Die laatsten heb ik ontmoet dankzij het uitzakken, na een hyperkort vluchtje van zo’n drie minuten was ik pak ‘m beet drie uur met de retrieve bezig (lopen/liften naar de camping, auto ophalen, vleugels opladen en weer naar de camping). Ach nou ja eigen schuld ik startte te vroeg. Ik moest wel aan Harry denken maar er waren al wat parapents in de lucht waarvan er een paar ook wat hoogte pakten, en bovendien ben ik tegenwoordig helemaal niet meer onzeker over het uitzakken. Ik vlieg nog steeds niet erg denderende afstanden en tijden, maar bij de start uitzakken overkomt me gewoonlijk niet meer. Nu dus wel en het was eigenlijk heel gezellig. Er zakten er veel uit en de lucht was ook een beetje melkig, dus ik voelde me niet overdreven dom.

Inmiddels is iedereen gearriveerd, Adri en Paul halen hun vakantie in nadat Pauls netvlies van z’n ogen afviel vorige maand. Hij is nu vrijwel hersteld, heeft wel een bril maar dat staat ‘m eigenlijk heel goed en hij kan gewoon rijden en vliegen. Ropje en Rinus zijn er net, Rinus heeft z’n vleugel aan Ropje opgeofferd toen die schade had na een slechte landing voor de NK, nu wil hij ook wel ns een wedstrijdje vliegen denk ik. En Egbert en ik dus, Egbert is een van de liefste Nederlandse piloten (tenminste dat denken we allemaal omdat niemand hem kan verstaan, hij is Zeeuw). Zelden iemand meegemaakt die zo een heer is. Voorkomend, hulpvaardig, altijd vriendelijk. En hij heeft een gloednieuwe WillsWing T2 en daar vliegt ie de sterren mee van de hemel. We hebben een paar jaar ongeveer gelijk gescoord maar ik voorzie dattie me nu ruimschoots voorbij gaat vliegen. Prima, als hij me maar ophaalt als ik buiten ben geland, dat is nog wel een probleempje we hebben geen retrievechauffeur. Adri heeft er natuurlijk geen zin in om een week door Frankrijk te crossen als Paul doorgaans gewoon op goal staat, en de Britten organiseren niks. Lokaal is er niemand meer te krijgen dus Egbert en ik hebben allebei een mooi liftbordje in ons harnas. Het zal wel lukken.

23 augustus 2007

St.André alweer



Woensdag
Net heb ik de laatste dozen uitgepakt zodat ik gauw in kan pakken. Zondag verhuisd, nu nog even de sleutel inleveren van de Kazernestraat, en dan met Egbert Paul de Gier Rinus en Ropje naar St.André voor de British Open. Ik heb er wel zin in na al dat geverf en gesjouw. En het is wel een leuk idee dat er een compleet huis met tuin en vleugelophangtakelinstallatie klaar staat als ik terug kom.
Hopelijk wordt het een beetje goed vliegweer, hopelijk maak ik alleen maar goede landingen, hopelijk vind ik elke dag een lift enz.


Donderdag
Net aangekomen na 13en een half uur rijden, tentje opgezet tanden gepoetst en nou nog even bloggen. Het is koud, ik ben vergeten om een trui mee te nemen. Ben eigenlijk wel heel erg veel vergeten, fietsie verlengsnoer batterijen bril petje zonnebrandsmurrie. Nou ja ik heb in ieder geval m’n vleugel harnas en helm en het ziet er naar uit dat het morgen droog is hier. Komt wel goed dus.

11 augustus 2007

Klussen ipv vliegen


Bevangen door de dampen van thinner, lak, ammoniak en peut weet m’n hoofd niet of het enorm pijn moet gaan doen of gewoon van m’n nek af moet zweven. M’n oren ringen van de schuurmachine (aha! Dáárvoor dienen die gehoorbeschermers!). M’n rug protesteert steeds heviger tegen het dag in dag uit tillen bukken boenen. Het ziet er uit als prima vliegweer en ik ben me erg bewust van de wedstrijd in Texas, maar ik sta te verven in plaats van te vliegen. Helemaal normaal ben ik dus niet. Maar mooi dat het wordt! Het blijft iedere keer als ik binnenkom een klein feestje, steeds een stukje meer af en helemaal van mij. Nog zeven nachtjes slapen…


03 augustus 2007

foto's

http://s78.photobucket.com/albums/j116/Hadewych/NK%20St%20Andre/

vliegen of verven?

Afwegingen, dilemma’s, twijfels… ingewikkeld allemaal. Aan de ene kant vind ik St.André gewoon geen geschikte wedstrijdstek, er zijn te weinig landingsmogelijkheden en soms zijn zelfs de grote terreinen gevaarlijk. Aan de andere kant heb ik afgelopen week erg voorzichtig gevlogen, dat kan ik dus, en dan toch een leuke wedstrijd vliegen (maar wel abominabel scoren). Dan hebben we nog m’n huis, waar ik wat tijd in zou moeten steken maar jeetje ik vind wedstrijdvliegen zo verschrikkelijk leuk. Vliegen is al goed, wedstrijdvliegen is helemaal geweldig vanwege de sfeer, de uitdaging, de inspanning en concentratie die het vereist. Maar maar maar als ik op m’n eentje de veertien uur naar St.André moet rijden heb ik er dagen extra voor nodig, en de Britten organiseren ook al geen retrieve. Ik ben dus enorm aan het dubben of ik eind augustus mee zal gaan doen aan de British Open in St.André. Ach nou ja eigenlijk is de beslissing al genomen, ik moet alleen nog iets regelen voor m’n vervoer. Het verven van al die enorme muren in m'n kast-van-een-huis komt later wel.

28 juli 2007

laatste dag

Ik besloot om de confrontatie maar aan te gaan, maar dat kostte toch teveel. Ik stond dus behoorlijk brak op de berg, en de wind nam snel toe. Wat een lastig dilemma, ik ben lid van de veiligheidscommissie maar ik heb geen benul. Normaal gesproken luister ik naar de overwegingen van Mart en Raymond en probeer daar van te leren. Maar Ropje adviseerde me terecht om vooral te bedenken of ik zelf zou willen vliegen als het geen wedstrijddag was. Vandaag was dat erg twijfelachtig maar dat had natuurlijk ook te maken met m’n gebrek aan slaap. Dus besloot ik om juist vroeg te starten, voordat de wind het onmogelijk zou maken, en eventueel vanuit de lucht nog te melden of het idioot werd. Dat bleek uiteindelijk niks te worden want er werd veel gepraat op de radio zonder dat ik het kon verstaan, dus ik zette ‘m uit.

Het kost me altijd even om helemaal goed in m’n harnas te liggen, lekker de lucht te voelen, compleet te focussen op het vliegen. Dat ging eigenlijk best makkelijk en we soarden eenvoudig tot een meter of honderd boven start. Er zat ook prima termiek, best hard maar niet turbulent, en het ging ook niet hoger dan 2000 meter. Ik zag wel dat er na de eerste tien, vijftien piloten niemand meer de berg af kwam maar waarschijnlijk stond de wind cross ofzo. Na drie kwartier rondhangen mocht ik starten, dus ik vloog de startcirkel in en bekeek waar het eerste keerpunt lag. Niet te bereiken. Een paar kilometer over the back en dat met die belachelijk harde tegenwind, no way. Ik voelde me toch best moe dus dit vond ik wel een geschikt moment om dan maar te landen. Geen wedstrijd meer, helaas, maar het was toch echt een beetje aan het randje om in de lucht te zijn. Pas boven het landingsterrein zag ik dat alle toppers er al stonden, kennelijk was de taak gecancelled. Het landen zelf was geen feest maar ging goed. Even later pletterde Moniek gevaarlijk tegen de grond. Toch weer een goede beslissing dus, om te stoppen met vliegen. Geen punten helaas.

Vanavond prijsuitreiking, morgen naar huis. Misschien wordt het nog leuk, er zijn erg veel mensen die me op allerlei manieren steunen. Troost, afleiding, zorg, helemaal perfect. Maandag weer werken.

Derde taak

Donderdag werd ons de mooiste dag van de week beloofd, maar bij de start zag het er maar matig uit. Strakblauwe lucht, de parapenters kwamen niet erg hoog. Ik startte dus maar eens niet als eerste of tweede, maar toch vroeg. Meteen vond ik een belletje waar ik heel rustig in omhoog draaide, ondertussen andere piloten aantrekkend die me af en toe ook inhaalden op weg naar boven. Op 2800 meter zat de gaggle en daar liet ik me erg door afleiden. Gaggles bij een NK zijn vaak nogal chaotisch, er vliegen een paar piloten mee die weinig ervaring hebben en die dan geen mooie cirkels om elkaar heen draaien. Bovendien zat iedereen op dezelfde hoogte. Ik vloog dus een stukje weg, ging er van uit dat ik het snel wel weer op zou pakken, maar ik verloor veel hoogte en heb dat niet meer terug kunnen pakken. Lager dan 2800 durfde ik niet rechtstreeks naar de Cordeill te steken, als er sink of tegenwind zit dan haal ik het niet en dan wordt het crashen in de kloof. Ik zag wel een wolkje middenboven de kloof met een paar delta’s heel hoog, maar deze dag ging ik het risico niet nemen dat ik dat belletje niet zou kunnen pakken.

Daarna heb ik twee uur langs de ridge gezocht naar een bel die me naar wolkenbasis zou brengen, maar ik kon niets centreren en ik werd steeds moeier. Uiteindelijk zag ik een mooi wolkje boven La Mure, m’n laatste kans. Ik werd echter binnen een seconde met plus acht of negen links omhoog en direct daarna naar rechts beneden gesmakt, nog nooit heb ik zo dicht bij een tumble gezeten. Het was de radicaalste wingover die ik ooit heb gemaakt en ik vond het niet leuk. Met moeite ontsnapt aan dat ding en daarna maar geland op het doelveld, zonder zelfs maar de startcirkel gehaald te hebben. Daar ben ik blijven kijken naar de finish van de twaalf piloten die na twee-en-een-half uur wel doel haalden, altijd een schitterend gezicht. Iedereen had grote moeite met de landing en de gruwelverhalen over bizarre turbulente bellen waren overal. In jaren niet zo slecht gevlogen maar ik heb er geen spijt van.

26 juli 2007

NK taak twee

Ik ben er altijd van overtuigd dat er tijdens een vlucht geen gedachten emoties problemen zijn maar soms is dat toch een leugen. En van het grienen word ik ook een beetje raar. Dus gisteren voelde ik me sowieso niet normaal, m’n kop m’n lijf voelden raar, ik vloog voortdurend in de buurt van Koos wat toch erg afleidt en de lucht was ook nogal heftig. Kneiters omhoog maar ook keiharde klappen, een paar keer knalde ik met een harde twang van de zijkabels een stuk gewichtloos in m’n harnas. Heel erg vermoeiend. Terwijl het begin zo makkelijk was, bij de start schoot m’n neus omhoog en draaide ik in no time naar wolkenbasis op 3000 meter. Drie kwartier wachten tot de startgate open was, toen met de kopgroep mee naar het eerste keerpunt. Daar draaiden we allemaal min of meer tegelijk om naar het volgende keerpunt, maar dat was tegen de wind in en dan wreekt zich mijn lichte gewicht en oudere vleugel. De toppers schoten vooruit, ik krabbelde, fors sturend want m’n vleugel wil voortdurend naar links, in een omweg (ik durf niet dwars over een onlandbaar gebied heen) naar het keerpunt. Daar weer hoogte gewonnen, terug naar de bel bij Thorame Haute, een half uur keihard werken om op wolkenbasis te komen en toen door naar Allons. Daar kwam ik maar net genoeg over het riggeltje heen om te zien dat er inderdaad een landingsterrein lag, en na drie uur in de lucht was ik zo harstikke moe dat ik er geen werk meer van maakte om omhoog te komen. Ik rotorde naar beneden, was zo bang voor de landing (ik werd echt alle kanten op geslagen) dat ik mezelf hardop toesprak om snelheid te maken en rustig te blijven, en zette ‘m op z’n wielen drie velden verderop dan m’n beoogde landingsterrein neer. Ik stond nog na te hijgen en te bibberen toen Holger ook hard naar beneden knalde, hij viel gewoon twintig meter uit de lucht gelukkig kreeg hij vlak boven de grond weer wat snelheid zodat hij pijnloos op het veld stond. Twee keerpunten, 58 kilometer, achttiende plaats.

24 juli 2007

Drie dagen gecancelled


Al drie dagen wachten tot de wind gaat liggen. Saai. Hier Rob die eindelijk pas z'n harnas uit de regen gaat halen als het al plenst.

21 juli 2007

Eerste wedstrijddag

Hoe moet ik dit nou nog uitleggen? Dat het toch echt een gave sport is. Doodmoe, vijf uur op de ophaal zitten wachten we stinken hebben het koud zijn elkaars grappen zat en hebben een paar vieze pizzas op, we weten dat we bij lange na niet bij de top-helft zitten want we hebben er een hoop terug zien komen van het eerste keerpunt en terug op de camping blijkt het scoringsprogramma niet te werken. Die arme Henk Lucardie, die ik als nieuwe scorer hier heen heb gelokt, ziet er doodmoe en ongelukkig uit. Peter Nauta onze topchauffeur (sinds GertJan pleite is) is sjagrijnig want hij heeft sinds negen uur vanochtend alleen maar gereden en starthulp verleend. Busje twee is nog niet eens terug.

Ik startte als tweede of derde, draaide met Koos best leuk omhoog maar zoals altijd: Koos draait zonder problemen door naar wolkenbasis en ik zak weer honderden meters onder de start weg. De termiek was – voor mij althans – behoorlijk heftig af en toe donderde ik vertikaal naar beneden, dus ik was al moe voordat de wedsrijd echt begon. Op een bepaald moment besloot ik dan maar te gaan landen, vanaf dat moment ben ik toch heel langzaam en linksom (draairichting was natuurlijk rechts vandaag) omhoog geschroefd. Iedereen was al lang en breed weg en ik wist wel dat ik eigenlijk door moest werken tot de wolkenbasis maar ik bracht het niet meer op, was al een uur bezig. Het volgende dalletje zakte ik er weer bijna uit, nu was er geen fatsoenlijk landingsveld meer. Toch maar richting een mogelijk weitje, en ja hoor opnieuw pakte ik een 0,1 en tot m’n grote opluchting kwam ik over de riggel heen zodat ik in ieder geval het landingsterrein van Thorame kon halen. Ondertussen waren de batterijen van m’n gps opgegaan dus ik wist niet waar ik heen moest. Met een hoop hoogteverlies zitten eikelen tot ik m’n foretrex uit m’n zijzakje had geplukt, de nieuwe knopjes bestudeerd en net zolang zitten eikelen tot ik een goto had gevonden zodat ik in ieder geval wist welke kant ik ongeveer op moest. Toen weer op zoek naar termiek. Op dat moment zag ik in de verte Koos van het eerste keerpunt aan komen speren. Natuurlijk draaide hij wel omhoog op een plek waar ik niks kon vinden. Met een paar gieren kwam ik toch nog het volgende dal in, maar daar raakte ik in de stress omdat ik maar een mogelijk landingsterrein zag. Daar raak ik dan zo op gefixeerd dat het gewoon trekt. Dus na anderhalf uur vliegen en maar een paar kilometer van de taak rotorde ik snel naar Colmar, waar Rob de Regt al stond en Rob (even zwaaien op final) en Johnnie Baas snel na mij erbij kwamen. En nu dus eindelijk terug, gauw een beetje zweet afspoelen en slapen.

18 juli 2007

18 juli

Vandaag zetten we een taak naar de Dormillouse uit, de meteo gaf fantastisch weer op met termiek tot vier, vijfduizend meter. Ik was als eerste de berg af, had niet goed gekeken waar de parapenters omhoog gingen en moest dus weer flink ploeteren om omhoog te komen. Hoger dan drieduizend meter lukte me niet en ik realiseerde me tijdens deze vlucht dat ik kennelijk oud begin te worden, want af en toe was ik gewoon soort van bangig. Bizar. Knijpen in m’n bottombar en m’n hart in m’n keel. Heb ik eigenlijk nooit, ik ben bang voor het landen maar niet in de lucht, niet voor turbulentie of heftige termiek. Maar hier is de lucht echt groot, je wordt af en toe heel erg op je kant gegooid en een paar keer lijkt het erop of je over de kop zal slaan. Het helpt natuurlijk niet dat ik de vleugel zo weinig onder controle heb nu die veel te groot voor me is. Afijn, als rechtgeaarde landingsschijterd hield ik het ook voor gezien voor de Cheval Blanc. Ik kon niet hoog genoeg komen om over de rand heen te kunnen zien of er achter de berg geschikte landingsterreinen lagen, en om om te draaien naar het veilige Thorame tegen de wind in, moest ik toch ruim op tijd besluiten dat het tijd werd om op te geven. Zonde. Na vijf kwartier vliegen stond ik in Thorame. Kort daarna landden er vier Fransen, waar ik een lift van kreeg terug naar de camping waar Ad, Jacques en Han inmiddels zijn gearriveerd. Heerlijk, allemaal goede vrienden om me heen. Frankje en Rob zijn al goed voor me, de drie stoute mannetjes erbij maken het compleet. Ik kan van tijd tot tijd bij ze uitsnikken en verder bespreken wij uren, dagenlang, seks, drank en slechte landingen. Zo komt een mens wel over liefdesverdriet heen.

17 juli 2007

17 juli

Het waaide vandaag iets minder hard, meteen is het ook termischer en dus vlageriger. Terwijl we stonden op te bouwen probeerde een parapenter weg te komen. Als je dat getob ziet ben je toch weer dankbaar dat je gewoon kan deltavliegen jeetje wat ziet dat er naar uit. Sommige van m’n beste vrienden zijn parapenters maar het is toch een afwijking, om aan zo’n kreukelig lapje een berg af te springen. Niet-vliegers beseffen denk ik niet hoe groot en sterk en zwaar de lucht kan zijn, het is een reus die je kan verpletteren als je niet een beetje geinig meespeelt. Onder een delta is dat al erg indrukwekkend, maar zo’n flipflopgeval brrrr. De man viel na een half uur ellende eindelijk de lucht in, knalde hevig pendulezwaaiend net niet tegen de bomen aan en landde gelukkig snel.

Ik was snel daarna klaar en hoewel Harry me ooit – terecht – verboden heeft om als eerste te starten wilde ik nu toch niet meer wachten. Er zat een delta in de lucht, geen idee waar die vandaan kwam, ik had aan de schermvlieger kunnen zien dat het goed omhoog moest gaan en ik ben trouwens ook wel echt over m’n uitzak-fixatie heen. Niet dus. Ik startte en begon er zowaar uit te zakken. Dat zal me toch niet gebeuren zeg! Na lang heen en weer gezoek toch een kneiterbel gevonden, dit was bijna weer tè maar ik hield ‘m vast en uiteindelijk zat ik op 2800 meter (onder Tanno die me dan toch weer snel inhaalt). Bij het steken verloor ik echter alle hoogte razendsnel en bij gebrek aan acceptabele landingsterreinen keerde ik dan maar om. Dat werkt zo vreselijk demotiverend dat ik de prachtige bel van drie kwartier daarvoor nu niet meer echt serieus probeerde te pakken, dus ik zakte er nu echt uit. Nou zit ik om vier uur uitgevlogen en ingepakt op de camping, gek. Zo vroeg, zoveel tijd, dan maar blablaverhalen voor m’n blog schrijven…

16 juli 2007

St. André-les-Alpes

Nog heter dan gisteren, en het waait nog net iets harder. Tegen de tijd dat ik klaar was om te gaan starten was het zo aan het blazen, dat ik besloot om maar weer in te pakken. Het zag er allemaal niet slecht uit, maar ik voorzag weer drama om m’n vleugel om te draaien, op te pakken en stabiel te krijgen op de gladde helling met de veel te sterke wind. Gisteren heb ik twintig minuten staan eikelen voordat ik eindelijk m’n vleugel zo in m’n handen had dat ik kon gaan rennen. De start zelf gaat dan wel uitstekend, maar ik was al moe voor ik begon op die manier. Dus nu ingepakt, uniek natuurlijk zeker aangezien vrijwel alle anderen wel startten, maar ik kreeg er geen spijt van want de meeste starts zagen er waardeloos uit. Bovendien hoorde ik op de grond dat de ervaringen zaten tussen ‘niet echt leuk’ en ‘doodsbang’. Beetje turbulent dus.

Nu even Rob ophalen en dan inpakken, naar St. André.

Camping municipal St. André-les-Alpes

Terwijl ik totaal shakend van de kou met twee truien aan m’n bevroren handen om een koffiekop hield, volgens mij heeft het gevroren vannacht, liepen andere campinggasten vrijwel bloot rond te scharrelen. Niet normaal. Ik begin nu pas (negen uur) een beetje te stoppen met rillen.

De camping is totaal anders dan Laragne, veel luxer en groter en schoner enzo maar echt helemaal niet zo leuk. Trouwens de camping in Laragne is ook prachtig geworden, daar zijn Hayo en Cornelia mee begonnen natuurlijk maar inmiddels is het echt schitterend. De dieren zijn weg dus er ligt geen stront meer in je servies, kapotte stoelen blijven niet meer staan, de douches hebben nieuwe haakjes en er is zelfs een zwembadje.

St.André is schitterend maar als afscheid uit Laragne kregen we nog even een paar horrorstories mee over het landen hier. Berucht is het hoofdlandingsterrein hier bij de camping aan het meer, waar niet alleen de drie windvaantjes de onhebbelijke gewoonte hebben om alledrie een totaal andere richting op te wijzen, maar ook nog 180 graden om te slaan op het moment dat je net op final zit. Het veld ligt dan ook precies op het punt waar drie valleien bij elkaar komen. En verder is er niks, ja alleen piepkleine hellinkjes waar het ‘se poser très delicate’ is, brrrr. Eerlijk gezegd zie ik daar behoorlijk tegenop, ik wil nou eindelijk eens een jaar zonder botbreuken en grote schade zeg. De Fransen zijn behoorlijk verbaasd dat we een NK, een wedstrijd waar toch niet echt toppiloten aan meedoen, hier hebben georganiseerd. Maar de voorzitter van de wedstrijdcommissie (Koos) houdt meestal geen rekening met de mensen die wat minder getalenteerd zijn dan hij, en hij wil zoveel mogelijk afwisseling, dus werd het St.André. Nou ja we zullen zien.

Alweer dronken o jee

Vroeg de berg op, maar helaas de wind trok toch aan ook al dachten we het voor te zijn. Joost en Rob startten toch, ik pakte weer in met de bedoeling om te wachten tot een uur of vijf, zes, tot het allemaal wat rustiger zou worden. Ach als je lang genoeg wacht bovenop een berg in de brandende zon, dan lijkt die wind gaandeweg toch weer minder te worden ook al verandert er niks. Om drie uur had ik twee starthulpen, ik had er zin in, en op het moment dat ik nog bezig was om m’n vleugel stabiel in m’n handen te krijgen (dus vóórdat ik daadwerkelijk ging starten) besefte ik dat ik al twee meter boven de grond hing. Dan maar door. De lucht was eigenlijk heel rustig, maar er stond zo’n enorme puist wind dat ik absoluut geen meter naar achter durfde want dan zou ik nooit meer terugkomen op het landingsterrein. De rook van de bosbranden honderd kilomter zuidelijk prikte in m’n ogen, de lucht was oranje-grijs van de viezigheid. Nog een stukje met een tiental enorme gieren gevlogen, geweldig, eentje kwam dichter dan vijf meter bij me. Na een uurtje wilde ik wel ns landen want het was een beetje saai zo en bovendien wilde ik graag een goeie landing achter de rug hebben hier op dit beruchte terrein. Alleen, ik kwam niet naar beneden. Waar ik ook vloog wat ik ook probeerde, stallen, slippende bochten, maakte niet uit de vario bleef piepen. Uiteindelijk toch een beetje lager uitgekomen en een prima landing gemaakt. Mooi zo, de eerste vlucht in St.André zit er op.

14 juli 2007

Laragne


Ik zit op het terras van de camping in Laragne, de temperatuur is heerlijk heet met een behoorlijk windje. Ik ben rozig van m’n half uurtje in de pool en de biertjes na een half uurtje vliegen. Langer hoefde niet, het was nogal heftig weer met harde wind en flinke bellen, en ik wilde erg graag het landingsterrein bij de camping halen dus daar was ik zo op gefocust dat ik niet meer echt ging vliegen. Was maar goed ook want ik kwam nauwelijks tegen de stevige wind in, er zat nog sink ook dus het was niet eens zo’n rare gedachte dat ik het mogelijk niet zou halen.

Toen we gisteren uit Nederland wegreden regende het, de wolken hingen op vijfhonderd meter of lager en het was echt koud. De rit was vermoeiend, met twee auto’s en drie personen dus vooral Frank heeft lange stukken moeten rijden. De radio’s werkten al niet meer als je meer dan een kilometer uit elkaar was, dus moesten we toch steeds per sms afspreken waar we zouden tanken of wisselen. Maar dat werkte dan weer uitstekend dus uiteindelijk was de reis wel te doen, en kon ik proberen om niet al te veel te denken aan hoe het normaal zou zijn geweest.

Morgen gaat het nog harder waaien dus vliegen zit er niet in. Ik denk dat we dan rustig inpakken en naar St.André afzakken, om daar dan hopelijk vanaf maandag te vliegen.



25 juni 2007

Trug

Jeetje wat een kater. De laatste dagen hebben we alleen kleumend in de stromende regen doorgebracht, ruzieënd over het al dan niet scoren van de vierde taak (hadden de Nederlanders hun zin gekregen, dan was ik een paar plaatsen beter geëindigd en als 7e van de meisjes ipv 8e, maar ik was het toch niet met het Nederlandse protest eens). Beide gecancellde dagen heb ik wel gevlogen, gelukkig heel vroeg want de late starters scheten zeven kleuren omdat ze de wolken ingezogen werden en met keiharde rukwinden moesten landen. Onbegrijpelijk dat ze gestart zijn, maar kennelijk was op de start niet te zien hoe gevaarlijk het werd. Dat vind ik dan wel weer een akelige gedachte, dat je op de start de omstandigheden niet kan beoordelen. Eergisteren was het vooral de regen die het erg lastig maakte. Ik had een uitstekende landing, mooie afsluiting van een niet zo’n geweldige week, maar Martin knalde hard tegen de grond en brak z’n arm. Verschrikkelijk sneu, vooral de spijt waar hij zeker last van zal krijgen, dagen weken lang door je kop malen ‘had ik maar’. Niks zo erg als dat, ik heb nog spijt van m’n gemiste seizoen van drie jaar geleden, toen ik m’n pols brak. En trouwens ook van de gemiste kansen in wedstrijden, nu weer, ik ben als 124e geeindigd omdat ik domme fouten maak of m'n aandacht af laat leiden stomstomstom. Daardoor geen kans dat ik volgend jaar mee mag doen met de EK (als het Nederlandse protest was aanvaard had ik boven Daphne gestaan, dan zou er nog een minikansje zijn).
Door het op en neer gerij naar het ziekenhuis miste ik de prijsuitreiking, maar ach daar mis je eigenlijk niet zoveel aan en al helemaal niet als het maar blijft stromen van de regen. Direct daarna ging het merendeel van de deelnemers al naar huis (veel van de Nederlanders waren al weg). Ik wilde nog feest vieren alleen bleef Koos erg lang zodat er voor mij weinig te vieren was. Uiteindelijk was de kust dan vrij en kon ik gaan dansen (in de regen, met een waardeloze band maar met goed gezelschap). Heddertje zong de stemming erin, Dave Seib gaf een stripshow weg, Dave Shields entertainde de pasgescheiden meisjes en het Zwitserse team ging compleet uit hun dak.
Gisteren in dertien uur (!) met Heather naar huis gereden, vandaag een complete dag bezig om uit te pakken tent te drogen wasje te doen mail te checken bed opmaken busje terugbrengen enz enz enz en dan maar vroeg naar bed om morgen weer helemaal fris me te werpen op m’n nieuwe huis en werk. Jeetje.

21 juni 2007

onweer

Gisteren was het al ruim voor de start erg duidelijk dat je niet laag moest komen. Boven de 2000 meter ging het goed omhoog maar daaronder was het ontzettend stabiel, dat kon je zelfs zien. Dus ik dwong mezelf om eindeloos te blijven volhouden tot ik op wolkenbasis zat, pas een half uur na de opening van de start vloog ik dan eindelijk de cirkel in. Toen had ik terug moeten vliegen naar m’n belletje, maar dat was drie kilometer terug terwijl ik toch graag op koers wilde. Bovendien zag ik in de verte mensen draaien, dus ik gokte erop. Mis. In no time zakte ik onder de 2000 meter, en ook verder piepte er niks meer. Ik zakte weer uit (net als drie jaar geleden, toen het ons ook nadrukkelijk verboden was) op het vliegveld. Keiharde wind, spannend, ik dacht kom maar op met die boete maar ik ga wel m’n botten en buizen heel houden. Trouwens ik zag nog twee anderen ook daar landen. Ik liep zo snel mogelijk naar de kant, bloedheet en zwaar met de keiharde wind. Bij de boerderij waar ik terecht kwam vond ik de mooiste afbouwplek ever: vers gemaaid gazon in de schaduw van een paar bomen, een boerin die me limonade en een banaan kwam brengen en een boer die hielp om de vleugel te tillen. Schitterend. Ondertussen zag ik verderop op de koers een enorme dikke grijze regenbui ontwikkelen en inderdaad ik zat nog niet in het busje of de taak werd gestopt. We zagen tientallen piloten keihard voor de bui uit vluchten, veel te hoog, of landen in de regen wind en dikke hagel. Heel akelig maar er is niemand echt gewond geraakt.
Er komen nu complaints en protesten omdat het niet eerlijk is de taak te scoren terwijl de priority piloten het tweede startgate moesten nemen, die lagen dus twintig minuten achter en ze hebben gelijk. Wel jammer voor mij want dat kleine vluchtje van gisteren levert me vier plaatsen stijging op de ranglijst op.

Vandaag rustdag. Er komt fohn aan en vanmiddag mogelijk zwaar onweer. Ik merk ook dat alles wat ik op wil tillen waanzinnig zwaar is, m’n spieren zijn gewoon op. Inmiddels hebben we ook bedacht dat de vleugel echt veel te groot voor me is, 13.3 terwijl ik nu minder dan 57 kilo weeg. Geen wonder dat ik totaal niet vooruit kom en dat het zo bizar zwaar is om een bocht in te zetten. Heb ik me eigenlijk nooit gerealiseerd maar tja ik woog tot kort geleden ook wat meer. Flink eten dus maar en fantaseren over een nieuwe vleugel. Eerst deze verkopen.

19 juni 2007

taak 4

Alweer dronken, nou ja dat gaat snel nu. Drukkend heet, dertig tot vijfendertig graden en humid, de hele dag op de berg en in de lucht hard werken en altijd te weinig eten. Een biertje en ik ben al van de wereld.
Om tien uur stond er al castellanus boven de ridge, om twaalf uur kregen we een serieuze bui over ons heen en de voorspelling was dat het zou kunnen overontwikkelen of toch juist inzakken. Geen idee dus. Toen het window geopend werd stond ik natuurlijk snel vooraan (is nogal standaard, ik ben meestal als een van de eersten de berg af) en we draaiden met een vijftal redelijk makkelijk naar wolkenbasis. Van daaruit richting startcirkel, we hoefden niet al te lang te wachten want het was nog acht kilometer vliegen en ik was pas drie kwartier voor de eerste start van de berg af. Maar goed ook want jeetje deze gaggle was wel heel anders dan gisteren zeg. Helemaal niet relaxed en ruim, maar juist eigenlijk gewoon doodeng. De bellen waren klein en ontzettend fel, de wolkenbasis was totaal niet plat dus af en toe zat je toch echt dik in een wolk terwijl iemand naast je nog driehonderd meter door kon draaien. Soms draai je een kwart en ineens knalt er iemand van onder je voor je neus langs, of je vliegt een stukje rustig rechtuit en de lucht gooit je met gigantische kracht op je kant. Heftig! M’n stemming was ook niet goed, moeilijk te definieren maar het was niet goed.
Ik verloor natuurlijk weer veel te veel hoogte dus tijd met m’n start, moeizaam terug naar de wolken gekrabbeld en daardoor hobbelde ik weer achter de meute aan. Voorbij de startberg kwam ik Christine weer tegen, leuk en bovendien draait ze harstikke goed dus het is ook echt een hulp. Hans had ons gewaarschuwd om vooral goed hoog te blijven bij het eerste keerpunt. Voor ik de oversteek maakte tankte ik maximaal ook al regende het flink op m’n helm en vleugel tiktiktik en recht vooruit ontwikkelde zich een grote vertikale cumulus. Onder me kwamen de eersten al terug van het keerpunt, een aantal zakte eruit dus ik was extra gewaarschuwd. Direct na het keerpunt dus niet omdraaien en tevergeefs proberen om hoogte te maken bij de ridge waar ik vandaan kwam, maar doorvliegen en proberen langs de Weissensee iets te vinden. Anderen die hoger aankwamen dan ik lukte het, maar mij (en een paar anderen die ook zo laag zaten) niet meer. Ik zat enorm te wachten op vogels, tot nu toe ben ik gewend dat ik indien nodig vaak gered word door vogels. Ze kwamen ook, maar draaiden te dicht bij de berg en gingen te langzaam omhoog, en bovendien zat ik inmiddels zo laag dat het toch tijd werd me op een landing te gaan concentreren. Helaashelaashelaas. In m’n landing nog wel gauw even het keerpuntje meegepakt, ik kon het niet laten, en vervolgens een belachelijke overshoot gemaakt die totaal niet nodig was maar er was gelukkig niemand om het te zien.
Ik was net ingepakt toen het busje van de wedstrijdorganisatie, volgeladen (dus op weg terug naar de camping) langskwam en ik mocht nog mee. Fijn. Effe een paar baantjes in het meertje gezwommen, douchen, biertje en nu in de zon m’n stukje schrijven, het is allemaal wel vol te houden. Straks gaan Christine en ik eten want Hans staat natuurlijk op goal dus die eet daaro. Hans en Christine hebben ontzettend goed voor me gezorgd, het team ook trouwens. Erg fijn om zulke mensen om me heen te hebben. Zoveel gebaren blikken opmerkingen die steun geven, dat is goud. Maar het blijft belachelijk moeilijk.

18 juni 2007

taak 3

Voordat we mogen starten, negen kilometer voor het eerste keerpunt om kwart over twee, draaien we met z’n honderdveertigen drie kwartier onder een grote wolk aan de rand van de start. Fantastisch gezicht, het gekrioel van al die vleugeltjes. Schitterend maar ook flink spannend, de wolkenbasis was laag (2200 meter) en nog variabel ook, de bellen ongeorganiseerd maar wel fel en het was gewoon beredruk. Maar tegelijk, iedereen is enorm alert want niemand wil botsen en er was ook genoeg ruimte om vrolijk een beetje rond te dobberen. Ik vond het in ieder geval prachtig, spannend, en het mooiste was ook nog toen de start dan eindelijk opende om 14:15 en de massa als een gigantische zwerm richting het eerste keerpunt gleed. Waanzinnig, dit zou niemand mogen missen in z’n leven.
M’n vlucht was traag. Wel leuk om een heel stuk met Christine en Uschi te vliegen, voortdurend afwisselend in de beste kern.

21 mei 2007

NK sleep


De dagen voor hemelvaart was ik erg gespannen, en ik mediteerde me suf om mezelf volledig te concentreren op lekker vliegen. Dat leek me wel te gaan lukken, en ondanks alle last minute klusjes die allemaal op de inschrijfochtend moesten gebeuren (upright bij Bob ophalen, chauffeur van het station halen, spullen in orde maken enz) stond ik om half twaalf toch redelijk ontspannen op te bouwen. Maar bij de preflight check bleek m'n vleugel harstikke asymmetrisch, er was geen sprake van dat ik daar mee zou kunnen vliegen.
De grond zakte echt onder m'n voeten weg. Ik had m'n kaarten helemaal gezet op een leuke NK-sleep, sowieso het NK onderdeel waar ik de beste kansen heb om een beetje te scoren omdat ik nou eenmaal beter sleep/vlakland vlieg dan bergvlieg. Voordat de eerste taak begon was al duidelijk dat ik niet meer mee kon doen.
Gelukkig mocht ik de litespeed van Rinus gebruiken, wat een waanzinnig geweldig gebaar! Ik was wel erg dankbaar maar het leverde toch geen herstel van m'n kansen op. De vleugel is toch behoorlijk te groot voor mijn (flink afgenomen) gewicht, en het stuurgedrag kostte weer een hoop gewenning. De eerste start lukte het me daardoor niet om de lastige termiek te pakken, de tweede en derde start moest ik releasen om niet in een lockout te raken.
's Avonds repareerden Koos en Harry m'n vleugel voldoende om er op te kunnen vliegen, maar helaas had het toch nog wat rare kuren en zo lukte het me ook de tweede wedtrijddag niet om hoogte te pakken. De timing was ook een probleem, want met deze iffy vleugel en de harde wind en turbulentie leek het me wel zo veilig om alleen achter de dragonfly te slepen, maar dat betekent dan wel lang wachten en laat starten.

Ook erg jammer: eindelijk, na jaren persberichten schrijven en redacties benaderen, kwam er een fotograaf van de Telegraaf en ik zag al mooie plaatjes in de zaterdagkrant of zelfs de sportTelegraaf op zondag. Geweldig! Maar helaas, een ontsnapte gorilla eiste alle aandacht op en de foto's worden niet geplaatst. Wat een teleurstelling, weer een kans op positieve publiciteit voorbij.

Geen succes dus, deze NK sleep. Nou ja dat was ook niet echt de verwachting, maar ik had natuurlijk wel gehoopt op een paar punten en een fijne vlucht. Gelukkig was er wel fijn gezelschap, uiteindelijk misschien wel het allerbelangrijkste.

01 mei 2007

mijn beste vlucht ever


De taak gerond, 160 km gevlogen in vijf-en-een-half uur, alle keerpunten gehaald. Bevroren vingers op 3400 meter, m'n vario praat niet meer met m'n gps dus ik heb geen idee waar de wind vandaan komt, geen radiocontact en een paar verkeerde beslissingen waardoor het allemaal wel heel erg spannend werd. Uiteindelijk was de vlucht vanaf Windische Höhe identiek aan die van een paar jaar geleden, toen ik tijdens de Womens World met Regina en Elena goal probeerde te halen. Maar nu wist ik dat ik het had kunnen halen, dus ik stak nu wel het zadel voor de Weissensee over met de boomtoppen slechts enkele meters onder m'n buik.
Van spanning, vermoeidheid en toch nog uitdroging (ondanks de liters vocht die ik kennelijk wel kwijt moest) was m'n concentratie naadje bij de landing, dus ik moest nog enorm ver lopen voordat ik in kon storten. Maar afijn deze vlucht heb ik wel binnen.

21 april 2007

blond dagje


De zon heeft m'n kapsel al flink gebleekt de afgelopen weken want vandaag was ik echt blonder dan ooit. Neem m'n pakzak niet mee, zak er vervolgens natuurlijk uit op slechts 2,5 km afstand van het veld, heb geen telefoonnummers bij me van mensen die me even op kunnen halen en als klap op de vuurpijl sta ik ook nog op de landerijen van een klooster, achter gesloten hekken dus. Nou ja toch even lucht gehapt en in ieder geval buiten bezig geweest. Ik voelde me wel bijzonder suf.

02 januari 2007

Twee ezels en een steen


Zaterdag was helemaal perfect: schitterend weer, genoeg mensen om keer op keer mee naar boven te liften en dus drie prima landingen. Vooral m’n tweede landing maakte me helemaal blij: perfect circuit, optimale snelheid, keurig geflared en dus rustig op m’n voeten geland. En ik had er nog pret in ook, om zoveel mogelijk snelheid aan te trekken op final. Na het derde vluchtje was het over, ik moest de Falcon inleveren en ik was ook fysiek wel op. Net toen ik de vleugel aan JeanLuc teruggaf, kwam een Duits meisje me vragen of die Falcon misschien iets voor haar zou kunnen zijn. Ze had namelijk exact dezelfde fout gemaakt met hetzelfde toestel (een kleine Laminar 07), en ze had ook exact dezelfde mentale schade. Woedend op zichzelf, bang om onzekerder te worden over haar landingen en daardoor alleen maar slechter te gaan vliegen/landen, paniek over de mogelijkheid dat ze misschien minder of helemaal niet meer zou kunnen vliegen. Ze had heel dringend een enkeldoekertje nodig om het goed te maken, zoals ik de afgelopen dagen heb kunnen doen. Helaas, de Falcon was een 170 en zij woog maar 52 kilo, dan wordt het toch een probleem om gecontroleerd te vliegen en te landen. Beter van niet, als je niet zeker weet of het toestel de bocht wel in wil als je stuurt. Ik had haar graag wat troost willen inknuffelen maar dat kon nou juist niet, troost was nog volstrekt niet aan de orde.

’s Avonds met z’n achttienen oud-en-nieuw-diner gemaakt en gegeten, erg gezellig. Colette zorgde voor heerlijke champagne Provencal, maar trok zich terug op hun slaapkamertje om samen met Violette opera’s te bekijken. Onuitstaanbaar: Violette ligt al veertig jaar zielig en hulpbehoevend te wezen terwijl Colette echt ziek is, reuma en kanker en hartproblemen maar zij moet ondertussen wel het pension runnen. Vannacht droomde ik dat ik Colette ging redden, ze woog even weinig als een enkeldoekertje.

1 januari was het niet vliegbaar, dus we zijn lekker vroeg thuis. Morgen weer aan de slag, met pijnlijke ribbetjes maar met een paar geslaagde vluchtjes om aan terug te denken.

31 december 2006

oudjaar


’s Ochtends is het erg. Ik word laat in de nacht wakker van de pijn, het is onmogelijk om nog te blijven liggen want m’n eigen gewicht drukt op m’n ribben. Dan maar een pil (ik slik er nog maar één per etmaal in plaats van zes) en douchen, dat helpt. Het wordt wel iedere ochtend een tikje erger, of omdat ik het zat ben en steeds minder uitgeslapen ben, of omdat ik overdag druk aan het bukken en sjouwen en vliegen ben. Overdag is het allemaal bijzonder goed te doen, alleen struikelen is niet handig.
Ik heb nu vijf vluchtjes en prima landingen gemaakt op een WillsWing Falcon 170, een heel simpel enkeldoekertje waarmee je eigenlijk onmogelijk een fout kan maken. Het ding is iets te groot voor me dus sturen en snelheid maken gaan een beetje zwaar maar ach, landen is een nobrainer en dat was nu even wat ik nodig heb. Ik heb het ding gehuurd of geleend (geen idee of JeanLuc er iets voor wil hebben) en het is m’n redding. Natuurlijk moet ik binnenkort ook weer goed kunnen landen op een prestatievleugel, en natuurlijk is dit geen echt vliegen, maar ik zie er nu wel weer een gat in. Vandaag nog een of twee vluchtjes, het zou mooi zijn als ik ook nog een beetje termiek kon pakken. Vanavond maken wij de sla en de anderen zorgen voor de rest van het eten, dan oud-en-nieuw en morgen ben ik vleugelloos. Heel misschien lukt het om m’n leading edge te sleeven en dan zou ik ook nog een laatste vlucht met m’n eigen vleugel kunnen doen, maar ik vrees eigenlijk dat de Laminar gewoon te zwaar voor me is om bij de start op te tillen. Als het al pijn doet om alleen maar op de start te stáán, hoef ik niet aan een stevige run te beginnen. Maar ik weet in ieder geval dat het binnenkort weer kan halleluja!

17 oktober 2006

tv opname

Zondag kwam alles nou eens bij elkaar: we hadden een sleepveldje en sleeppiloot (de onvolprezen Guenther), de duo en de dolly zijn in orde, de complete filmploeg kon op zondag en we konden al dagen van tevoren vrij zeker zeggen dat het weer goed zou worden. Dus wij naar Kerken, in Duitsland bij Venlo. De vleugels en dolly waren in een half uurtje klaar, maar toen begon het pas. Een ploeg van vier techneuten had uren nodig om alle camera’s en microfoons precies goed te zetten, te checken of het allemaal wel ok was, instructies te geven enz. Precies op het moment dat we dachten klaar te zijn voor een eerste proefvluchtje kwam Bart Peters, de presentator, aan. Het bleek een erg vriendelijke, rustige man (met een bijzonder leuk gezin van enthousiaste vrouw en dochters, die een wonderbaarlijk vermogen hadden om niemand in de weg te lopen). Geduldig liet hij zich alles welgevallen, harnas aan, helm op, toch weer harnas uit, opnieuw aan voor de opnamen, inhangen, uithaken, eindeloos. Iedereen was enorm druk in de weer, en hij had niets anders te doen dan wachten wachten wachten tot er dan eindelijk een startje werd gemaakt. Het bleek ondertussen niet goed mogelijk voor mij om tussendoor nog even zelf te vliegen, ik moest als een goed afgerichte assistent continu touwtjes boutjes tangetjes halen of gespen dichtklikken. Vond ik ook wel erg leuk, om zo’n tv-opname van zo dichtbij mee te maken. Bovendien waren al die lui vriendelijk, enthousiast over het vliegen, relaxed. Koos en Bart maakten twee vluchtjes, het interviewtje (wat is termiek?) is gelukt, en om een uur of half zeven konden we de boel inpakken. Opgelucht dat het allemaal gelukt is. In maart komt het op tv, ‘Hoe? Zo!’ van de Teleac, op Nederland 1 om half negen. Ik probeer m’n verwachtingen een beetje bescheiden te houden maar ik hoop heel hard dat dit nieuwe deltapiloten op gaat leveren.

23 augustus 2006

Thuis

Laatste verslagje zomer 2006, voorlopig geen vliegavonturen meer. Over de terugreis valt niks te melden, m’n dagcreme en tandpasta werden in beslag genomen en de vleugels werden bemonsterd en uiteraard duurde het wachten nog veel langer dan normaal. Ik heb wel enige jetleg nu, lang geslapen vannacht maar toch voelt het alsof het vijf uur ’s ochtends is. Afijn het is echt over, morgen kantoor. M’n belangstelling voor gebeurtenissen in de wereld staat wel op een erg laag pitje maar als ik een paar dagen bij de rekenkamer zit wind ik me vanzelf weer op over Kamerleden die de parlementaire regels niet kennen, over regeringen die de rechtsstaat onderuit halen en over burgers die hun democratie verkwanselen. Dan heb ik er weer lol in om de klok te luiden. Al kan ik het nu alweer niet laten om naar de lucht te kijken en m'n hart sneller te voelen slaan als ik mooie cumultjes zie. Zaterdag vliegen, lekker ouwerwets in Bruinehaar.

21 augustus 2006

Laatste dag

Vandaag de laatste twee vluchtjes gedaan, niet de meest fantastische vluchten van m’n leven maar het slepen hier op Quest is toch wel een genot. Het terrein is in mijn Nederlandse ogen mega mega groot, de tugs zijn fantastisch zowel de dragonflies als de piloten je kan slapend naar boven, de lucht laat het water in je mond lopen overal fijne kleine cumultjes en het is hier nog plat ook dus in theorie kan je overal landen. En overal termieken haviken en buizerds dus je hoeft nooit naar lift te zoeken. Het kost wel twintig dollar per sleep maar ja in Nederland zijn we tegenwoordig meer kwijt. Na die twee vluchtjes van ieder een half uurtje begon het inpakken van de vleugels, altijd weer een traumatisch gebeuren. Ik heb wat schade van de heenreis dus ik wil morgen nog een paar honderd meter extra bubbeltjesplastic aanschaffen. Bob vertelde dat Paris z’n vleugel ooit zo waanzinnig dik in het bubbeltjesplastic had gewikkeld dat de airline het ding net zo goed uit het vliegtuig hadden kunnen gooien, schade was onmogelijk. Dat wil ik ook.

Om het zweet en zand af te spoelen na enkele uren inpakwerk doken we het zwembadje in, een beetje groen van de algen maar toch altijd nog aantrekkelijker dan het meertje waar tenminste een alligatortje in huist. Je weet maar nooit of z’n ouders niet op bezoek komen. Na het zwembad ontdekten we de jacuzi, gloeiend heet water puur door de zon. Het ding is afgedekt met een zwart matras dat kennelijk uitstekend isoleert, het was echt bijna te heet om er in te gaan zitten. Heerlijk, want het koelde buiten net een beetje af vanwege de dagelijkse onweersbuien met bijbehorende windvlagen. Daarna naar de Thai, het eerste echt lekkere eten dat we hier hebben gehad en spannende sleepverhalen van Neil en Jim die al elf en zestien jaar slepen. Vroeger hadden ze geen dragonflies, weaklinks, vinnen, driepuntsbridels of dollies, en dat leverde een ruim gevarieerd aantal bijna-dood-ervaringen op waar je een lange avond mee kan vullen. Slepen tussen de bomen door, eerst de tug en dan de sleep even uitduwen om er overheen te komen maar de kabel er echt tussenin, in turbulente lucht op je kop getrokken worden door een delta zonder breukstukje, slepen onder hoogspanningskabels door en starten in bochten zo scherp dat de tug met een wiel over de grond rijdt. Een sleep waarbij de tug op lage hoogte naar beneden moest duiken om een rigid te ontwijken, bij de grond aangekomen achterom kijkt en ziet dat de delta nog steeds achter ‘m zit, en dus maar gewoon doorstart met sleep en al. Schizofrene computers die een woest gevecht tussen tugpiloot en gashandle veroorzaken. Dat soort verhalen. We werden uiteindelijk het restaurant uitgegooid en kwamen terug op Quest waar nog altijd een nerd-achtig ventje nonstop spelletjes achter een computer zit te doen, op de vliering waar het altijd bloedjeheet is. Bizar tafereel. Nou slapen, de laatste keer strijd om airco aan of uit (het ding maakt zo’n herrie).

20 augustus 2006

Terugweg

First baptist church, methodist, presbytarian, pentacostal ministries, apocalyptic church, freedom church, united methodist, seventh day adventists, church of christ, church of god, baptist church of christ, missionary ministries, take your family to service now, they need and deserve it, wacht niet langer kom nu naar deze kerk, cooled inside, catholic churche, service every hour, it’s not a choice it’s a child, SOB (save our borders), elect Sally Penn for circuit judge, vote for John sheriff, elect Joe Smith road commissioner, food next exit turn left. We zitten nu twee dagen in de auto en hebben elke mogelijke kerk wel gezien. Heel veel. Als het groot en van steen is en bizar keurig dan is het een kerk, verder zie je af en toe een houten huisje meestal prefab en dan op een trailer verplaatst naar de lokatie waar de koper wil wonen. Extra breed transport. Tankstations, Taco Bells, speed limit 55. Gister zijn we uit Oklahoma vertrokken en via Arkansas, Texas, Louisiana en Mississippi in Alabama aangekomen. Vandaag hebben we de kustroute in Florida genomen, honderden mijlen langs de Golf van Mexico, leuk om Amerika echt te zien want vanaf de interstate zie je alleen maar bomen en reclameborden. Het schiet alleen niet op want je mag maar 55 mijl per uur rijden. Even voorbij Mobile zijn we uren naar een dolfinarium geweest, voor mij de eerste keer dat ik dolfijnen op hun staart over het water zag lopen en vijf meter de lucht in zag springen door een hoepel. Heel bijzonder. Ook een show met zeeleeuwen, de sierlijkste zwemmers, en een duikster die de platvissen ging voeren. Tot m’n verdriet liet de Amerikaanse rivierotter zich niet zien en ook de alligator had weinig puf. Desondanks schitterend om de zeezoogdieren van zo dichtbij en zo interactief te zien. Daardoor werd het wel weer zo laat dat een duik in de Golf er niet meer in zat, ondanks de temperatuur (pak m beet 40 graden Celcius), het spierwitte fijne zachte strandzand en het lauwe lichtblauwe water. Volgens de bordjes was het gevaar van enge beesten als haaien gering en viel het met de stromingen ook wel mee.

Florida is veel voller en ik denk ook hipper dan de staten waar we nog meer geweest zijn. Er staan langs de hele kust huizen op enorm hoge palen. De kust ziet er erg onbeschermd uit, geen duinen en de huizen echt op drie meter van het water af, maar er liggen wel voor de hele kust langwerpige eilanden parallel aan de kust. Die staan natuurlijk ook weer vol met appartementen en huizen dat wel. Kennelijk maken ze zich toch niet zo heel veel zorgen over de volgende orkaan. Er staan wel overal bordjes langs de wegen om te melden dat het om een (orkaan) evacuatieroute gaat.

Nou nog een paar uurtjes rijden naar Quest, nou ja Koos rijdt ik zit er naast en kijk uit het raam in de hoop beren of een racoon te zien. Tot nu toe hebben we vooral herten en heel veel dode armadillos gezien. Wel borden die beloven dat er beren over zullen steken, aan de kust! Morgen misschien nog een vluchtje maar we hebben ook een hoop in te pakken en moeten zien dat we de auto een beetje fatsoeneren. Die ziet er nogal goor uit van buiten vooral, na meer dan 5600 mijl over dirtroads beplakt met ducktape om het vleugelrek te bevestigen.

17 augustus 2006

Mount Buffalo, Oklahoma

De hummingbirds schieten om me heen, de krekels besloten een halve minuut geleden om van start te gaan, en in de verte hoor ik wat gerommel van een ver onweer. Ik zit op het balkon van Daves half-afgebouwde huis, bovenop Mount Buffalo. Het is hier een ongelooflijk zootje, zo ongeveer alsof je Wouter net naar een nieuwe antikraak hebt verhuisd, maar tegelijk is het zalig. Niet stil want de wind en de dieren maken een hoop geluid en anders babbelt Dave wel nonstop door, maar behalve Dave en Bruce en nog een zo’n kluizenaar en hun honden woont er niemand op deze berg. Geen waterleiding geen electriciteit geen riolering. We kunnen douchen achter een houten schavotje met een pieletje bronwater, de temperatuur is prima want overdag is het ongeveer 39 graden Celcius dus koud wordt het niet. Er is wat stroom van een stapel accus en een generator, maar dat ding maakt zo’n herrie dat Dave ‘m alleen aan zet als hij echt een film wil zien. De plee is een schop om een kuil te graven ergens in het bos. We slapen op een plak foam op de grond van het skelet van het huis, meer is er nog niet. Dave woont hier al drie jaar en volgens mij vordert hij nauwelijks met het huis. Vier jaar geleden hebben ze ‘m verteld dat ie nog een jaar te leven had en dat hakte er nogal in. Hij vliegt al bijna dertig jaar, is hier komen wonen omdat dit z’n favoriete stek is, en buiten het vliegen bestaat er helemaal niets. We hebben ‘m in Big Spring ontmoet waar hij hielp op de launchline. Een klein enorm dik mannetje, met een zwaar zuidelijk accent en een baard van tien dagen. Hij is blij met ons gezelschap en wij zijn blij met zijn hulp; we kunnen hier slapen en hij rijdt voor ons. Vandaag hebben hij en ik gevlogen en zou Koos rijden. Tot mijn grote sjagrijn zakten we er allebei uit, ik maakte bovendien een buiklanding met m’n gescheurde spijkerbroek (gescheurd toen de weaklink brak in Big Spring en ik op het asfalt moest buiklanden) dus m’n blote knietjes schaafden over de droge grond. Twee rijksdaaldergrote schaafplekken doen toch flink pijn. Toen ik er sterilon op moest gieten van Koos (jeetje wat is ie streng zeg maar ja een open wond in een veld dat met varkensmest wordt besproeid is niet ideaal) stond ik echt te brullen. Een mevrouw dacht dat ik geslagen werd.

M’n start was al net zo vreselijk als gisteren, ik loop te weinig energie erin en dan krijg je geen voorwaartse snelheid en dus gaat de vleugel niet vliegen. Beide keren kwam ik er nog net goed vanaf, ik heb van Pien geleerd om te blijven vliegen no matter what, en dat redt me in dit soort situaties, maar lollig is het niet. Ik merk trouwen sook dat ik ontzettend moe ben, ik kan nauwelijks meer een vleugel op de auto tillen, de hitte en het reizen beginnen me toch op te breken. Ik zou graag nog een mooie lange vlucht maken, maar dat zal dan morgen moeten gebeuren want daarna moeten we naar Florida waar het slecht weer is. Ik kan me niet voorstellen dat ik volgende week op kantoor zit…

13 augustus 2006

Laatste dag


De laatste dag begon met een spotlandingwedstrijd, uitstekend vermaak. Mensen landen echt op de kegel die als spot is neergezet, bijzonder knap (voor mij geldt iets al als een spotlanding als ik in een straal van 20 meter sta). Ondertussen ontwikkelden de wolken, het kon een perfecte dag worden maar de kans op overontwikkeling was wel erg groot. Ik voelde me goed fit, en de taak was haalbaar (69 mijl) dus ik hoopte erg op een tweede goal-dag. Helaas, de startrij ging te langzaam en ik moest een keer herstarten wegens een weaklinkbreuk, dus om kwart voor drie zat ik onder een goeie wolk. Op koers zag ik echter een grote donkere regenbui, achter me ontwikkelde zich ook een bui en ik voelde zelfs een paar spetters. Westelijk van de bui waren mooie cumultjes en veel dustdevils, maar het risico op nog meer buien in die hoek was daardoor wel groot. Oostelijk was een blauw gat en bovendien verplaatste de bui zich naar het oosten. Ik begon enorm te eikelen, ik wilde proberen hoog te blijven en af te wachten tot de bui voorbij was, ik wilde er links langs en ik wilde er rechts langs, en ik wilde ook nog half gewoon gaan landen uit veiligheidsoverwegingen. Dat kan niet goed gaan dus na 12 mijl stond ik alweer aan de grond. Uiteindelijk hebben vierentwintig man (inclusief Koos met een bijzonder snelle tijd, 1 uur 32 minuten) goal gehaald, dus het was mogelijk als je vroeg en snel was. Ik had er grote moeite mee om over die teleurstelling heen te komen, maar ik zag ook wel dat het niet echt veilig was om door te vliegen.

’s Avonds was er een goed feest bij mensen thuis in hun tuin, de meesten waren er nog en de prijsuitreiking was grappig en informeel, heel goed. De margaritas hadden te weinig tequila maar ach dat is de volgende dag dan weer positief. Om een uur alle nieuwe en ouwe vrienden omhelsd, de eerste vertrekkers uitgezwaaid en alvast de eerste zooi opgeruimd. Nu is het 11 uur en wij zijn met de Duitser de laatsten in het hotel. Het regende vanmorgen, nu is het heet en enorm vochtig. Koos is jarig maar dat gaat nogal ongemerkt voorbij, afgezien van de telefoontjes midden in de nacht dan. We rijden via Dallas naar Mount Buffalo in Oklahoma om morgen nog wat te vliegen. Kent zal een feestje organiseren vanavond voor Koos dus dat wordt weer laat waarschijnlijk.

12 augustus 2006

Slome hangdag


Een deprimerend dagje vandaag. De grote storm die we gisteren tegemoet vlogen is vannacht onze kant opgeschoven, wel wat minder stormachtig geworden maar het regent ten noorden van Big Spring en er vallen al de hele dag wat drupjes op het vliegveld. Gary Osoba, de absolute meteogoeroe, verwachtte dat het voorbij zou trekken en vanmiddag goed zou worden met goeie lift en weinig wind, precies mijn soort van weer. Gewoon opgebouwd dus, en inmiddels is de taak al twee keer een uur uitgesteld en zitten we allemaal moedeloos rond te hangen. Met een beetje pech krijgen we straks nog een bui op onze kop, maar als het nog een pietsie mee wil zitten kunnen we vanavond mogelijk nog een vluchtje doen, gewoon voor de lol.

Gisteren was wel een goeie dag, keimoeilijk maar daardoor wel boeiend. Ik heb 73 mijl gevlogen, grotendeels op m’n eentje en grotendeels onder de 1000 meter. Boven de taak lag een groot blauw gat en in de verte ontwikkelde zich een grote cumulonimbus. De start duurde eindeloos omdat zelfs de tugs geen lift konden vinden, dus ik kwam pas van de grond af om twee uur, toen de start al open was (en ik dus eigenlijk al 15 mijl verderop had moeten zijn). Een uur lang heb ik zitten pielen, met een oog op het vliegveld omdat ik misschien zou moeten relaunchen, en met het andere oog op m’n instrumenten want ik dreef toch wel fors weg zonder hoogte te winnen. Uiteindelijk met een paar andere trage piloten op glij gegaan, ik zag er twee, drie uitzakken en ik bedacht dat ik toch in ieder geval de startcirkel wilde halen maar het was twijfelachtig of dat zou lukken. Zo rond de startcirkel verloor ik m’n gezelschap en juist toen ik helemaal alleen was boven onlandbaar gebied, kreeg ik de beste bel van de dag. Die heb ik vooral benut om m’n handschoenen uit te doen en m’n radio aan te krijgen, want ik zag die storm in de verte en wilde wel graag radiocontact om eventueel te horen als de dag gecancelled zou worden. M’n rits was kapot dus ik kon niet comfortabel liggen, ik had kramp in m’n darmen en pijn in m’n benen van het strekken. Desondanks bleef ik in de lucht en bereikte ik het plateau waar we overheen moesten, waardoor ik helemaal laag boven de grond zat. Een keer of vijf, zes heb ik m’n rits opengemaakt en ben ik aan een landingscircuit begonnen, elke keer piepte de vario in m’n laatste bochtje en krabbelde ik weer omhoog. In dit vlakke land is dat goed te doen, als het tegenvalt kan je altijd wel landen, dus zo kwam ik toch nog twee uur en zo’n twintig, dertig mijl verder. Ik landde uiteindelijk na vier-en-een-half uur, behoorlijk tevreden. Meteen stopten er mensen die vroegen of ik hulp nodig had, en uiteindelijk werd ik mee naar huis genomen door Ray en Barbara, methodisten (ze vroegen welke religie ik dan wel aanhing en om ze niet al te erg teleur te stellen heb ik me maar als katholiek voorgesteld, ook niet helemaal wat ze bedoelden). Ik mocht douchen, kreeg macaroni met kaas en broccoli, en de rest van de avond deden de kleinkinderen gymnastiekkunstjes. Tegen tien uur arriveerden Koos en Tony. Ze hadden m’n vleugel al ontdekt en opgeladen, dus we konden direct naar huis (Andre had een lift). Twaalf uur naar bed, ’s ochtends om half acht gps-en uitlezen.

Toen iedereen al ingepakt en weg was heb ik nog een sleepje gemaakt. Ik bleek toch wel erg moeie armen te hebben, jeetje zelfs achter Bobby Bailey had ik het nog zwaar. Geen termiek gevonden, en als Bobby het niet vindt dan is het er niet. Nu naar Carlos, waar volgens mij veertig hanggliderpiloten zitten te eten, en dan vroeg slapen.

10 augustus 2006

Wedstrijdsleur


Als we eind van de dag met een beetje mazzel rond een uur of acht in het hotel terugkomen is het enorm haasten om alledrie te douchen en ergens nog wat eten te scoren. Langs de 87 stikt het van de restaurantjes maar alles is om negen uur echt dicht. Zelfs de truckstop hiernaast, vierentwintig uur open met douches en wasmachines en gokkasten, levert alleen warm eten tot uiterlijk kwart over negen. Ik eet iedere avond burritos of tortillas. Beetje flauw dat Mexicaans eten maar het vult wel. ’s Ochtends een waffle met mierzoete drab erop, dan hoef je gelijk de rest van de dag nauwelijks meer te eten. Eigenlijk moet je dan de serveerster een tip geven, er staat een tipjar op de balie, maar dat vind ik toch moeilijk in m’n systeem te krijgen. Prijzen zijn altijd overal zonder tax, dus als je afrekent valt het altijd zo’n twintig procent tegen, en dan moet je ook nog tippen.

Straks nog gauw even langs de Wallmart, tig liter drinkwater halen en mueslirepen en bananen, en batterijen, dan kunnen we weer. Niet dat ik nog veel kan, ik ben nu al gevloerd maar er zijn nog vier of vijf taken te vliegen. Gisteren een driehoek bij behoorlijk harde wind, ik ben niet erg ver gekomen maar het was wel leuk. Ik vertrok bij het tweede gate, samen met de leadgaggle van zo’n veertig man, wat een schitterend gezicht om veertig vleugels allemaal tegelijk onder een wolk vandaan te zien gaan en dan met z’n allen op glij. Dat was alleen al de moeite waard van die vlucht.

Vandaag zullen ze zeker proberen een record te vestigen: de langste taak ever in een wedstrijd. Dat wordt laat en vermoeiend.

09 augustus 2006

GOAL!!!

De dag was bijzonder makkelijk, de wolkenbasis steeg van zo’n 1100 meter naar 2000 eind van de middag, elke wolk werkte, zelfs oplossende wolken, ze zaten dicht genoeg bij elkaar om gewoon op redelijke hoogte aan te vliegen en ik werd voortdurend ingehaald door piloten die mij dus mooi de route en de termiek aanwezen. Twee uur en vijfendertig minuten gedaan over ongeveer 76 mijl (125 km?). Dat wil niet zeggen dat ik zo kort gevlogen heb, ik moest een uur in de lucht wachten voor de eerste startgate openging. Dat is doodeng, ik ben altijd bang dat ik eruit zak voordat de wedstrijd uberhaupt begonnen is. Je probeert dan een uur op wolkenbasis te blijven, onder een wolk waar nog tien anderen hetzelfde proberen, en ook nog liefst op dezelfde plek. Ik dreef wel een beetje uit de exit-cirkel, dus toen het half twee was moest ik eerst nog anderhalve mijl terugvliegen en opnieuw de cirkel uit.

Alles is volgens mij zo goed gegaan omdat ik de radio uit heb gelaten, als ik niet hoef te communiceren hoef ik niet teveel te denken, en omdat ik toch wel het een en ander heb geleerd de afgelopen jaren. Ik ben niet meer zo bang voor gaggles (als ze niet te groot zijn), ik heb geen seconde aan landen gedacht of naar landingsopties gekeken, en ik heb bij iedere goeie bel doorgedraaid tot ik op wolkenbasis zat. Het enige dat me gisteren naar de grond had kunnen krijgen was de pijn in m’n dij en bil, ik span m’n linkerbeen erg aan tijdens het vliegen (en mogelijk is m’n harnas toch iets te klein) en na een uur rollen de tranen over m’n wangen van de pijn. Dat krijg je dan ook niet meer goed, ondanks voortdurend verliggen en af en toe m’n rits open (ook om te piesen, tja je probeert toch je harnas schoon te houden). Ik moest nog oppassen dat niemand die benen buitenboord zou interpreteren als het cancellation-signaal, als je op je radio hoort dat de taak gecancelled is kan je het anderen laten weten door met je benen te gaan fietsen. Uiteraard word je gediskwalificeerd als je dat doet om een tegenstander desinformatie te geven.

Op een gegeven moment begon m’n vario me te vertellen dat ik het zou halen met 500 meter extra, en uiteindelijk zag ik het vliegveldje ook liggen op ongeveer tien mijl. Ik durfde toch niet al te gaan glijen, nog een paar slagen hoogte winnen en uiteindelijk kwam ik inderdaad ruim 400 meter boven goal aan. Nog even een fatsoenlijke landing (het hele vliegveld was harstikke termisch dus dat viel niet mee) en dan verder de hele middag juichen. Ook al stonden er nog vijftig anderen op goal, maakt niet uit, ik heb het gehaald en ben er dolgelukkig mee.

Koos was er natuurlijk al, die had me halverwege de vlucht ingehaald en hij had ook een later startgate, en Andre kwam een paar minuten na mij binnen maar ook hij had het tweede gate dus hij heeft ook een snellere tijd. De Dutchies doen het niet slecht!

08 augustus 2006

Dag twee gecancelled


Dat schiet niet erg op, ik heb gisteren dertig mijl gevlogen in twee-en-een-half uur en nou sta ik op de tachtigste plaats zeg. Afijn de grootste teleurstelling is dat ik goal niet gehaald heb, terwijl het gisteren zeer mogelijk was. Maar het was toch een mooie vlucht en vandaag was ik er helemaal klaar voor om minstens net zo goed te vliegen. Bovendien is de scoring zo dat je niet nul punten krijgt als je te vroeg de startlijn voorbij vliegt, je krijgt alleen geen speed-punten maar wel de afstand. Eigenlijk geen straf dus voor mij, want speedpunten krijg je sowieso alleen als je goal haalt. Aan onze oostelijke kant waren al mooie cumultjes, westelijk waar we heen moesten nog totaal niet, maar ik wilde al vroeg starten om hoogte te winnen en dan gewoon met de eerste gaggle mee op koers. Helaas, m’n start (op asfalt remember!) was van erg korte duur want toen ik de dolly losliet brak m’n weaklink. Even voor de leken: je hebt een breukstukje in je release zitten, als het nou helemaal misgaat met slepen dan breekt dat stukje en zou je nog veilig kunnen landen. Maar die stomme dingen breken natuurlijk ook wel eens als je dat liever niet had gehad. En verder scheur je met zo’n dolly met ongeveer 45 km/uur over de grond, dat is even een spannend moment voordat de tug de lucht in gaat en je allebei op veilige hoogte komt. Normaal start je op gras en dan maak je gewoon een buiklanding als de weaklink breekt, maar asfalt is heel slecht voor je spijkerbroek. Gelukkig heb ik me niet laten verleiden tot het dragen van een korte broek, het is dan wel heet maar ik heb geen behoefte aan opengeschaafde knietjes. Geen verwondingen dus, wel wat gerafeld stof.

De mislukte start kostte een hoop energie en zweet maar ik ben niet van het opgeven dus ik sloot weer achteraan in de inmiddels nogal lange startrij. Toen begon het echter te regenen en niet te weinig ook, dus de taak werd gecancelled, iedereen die al in de lucht was kwam vanzelf naar beneden (zo’n onweersbui ziet er nogal indrukwekkend uit dan wil je liever veilig op de grond staan dan ergens door de lucht wapperen). Alle spullen naar de hangar gesjouwd, en de rest van deze zeer teleurstellende middag zitten we te lezen, schrijven, slapen, vervelen. Het ziet er naar uit dat het elke dag zo kan zijn, en dan kan je alleen maar hopen dat het onweer zo laat mogelijk in de avond is zodat we gewoon kunnen vliegen. Niet echt waarvoor we helemaal naar Texas zijn gekomen.

07 augustus 2006

Eerste wedstrijddag


Gisteren is de wedstrijd dan echt begonnen. Meteen goed, we hadden het mooiste weer totnutoe, de launch verliep heel ordelijk en snel dacht ik (ik weet niet, ik ben altijd al vrij snel van de grond dus ik maak weinig mee van de startperikelen), bijna alle piloten stonden op goal na een dus kennelijk heel haalbare taak (ik niet snik maar ach ik ben toch heel tevreden over m’n vlucht) en we waren ook nog eens redelijk op tijd thuis. De lift was wel lastig te pakken, geen echte kernen maar verspreid over een groot gebied zat her en der wat stijg en ook veel sink. Het hielp dus nogal om bij een gaggle te blijven, en om veel geduld te hebben. Heb ik nooit, gisteren wel dus ik ben heel trots op mezelf. Daar heb ik uiteindelijk dertig mijl mee gehaald, in twee-en-een-half uur, geen topprestatie maar ik heb mezelf weinig te verwijten. Alleen, had ik de radio maar uit gedaan. Ik zat eigenlijk best goed toen Andre landde, en ik probeerde te achterhalen of hij de vleugel precies onder me was (was ie ook). Helemaal fout want daardoor ging ik enorm denken en zo verloor ik m’n concentratie en dus m’n stijg. Heel kort daarna stond ik dus ook aan de grond in een katoenveld, tussen de dustdevils. Al snel reed er een auto langs, met een hele familie mennonieten. Kei-aardig. Ze hadden me boven hun huis zien uitzakken, waren met z’n vieren in de auto gesprongen om tien kilometer te rijden om me te zien landen. Hun zoon Cornelius rijdt ook voor een van de teams en ze waren eergisteren naar de start wezen kijken. Nederlanders beweerden ze (ik vroeg natuurlijk naar die Cornelius, hoe kom je daar nu aan?) maar ze spraken echt puur Texaans en een of andere taal onder elkaar die ik voor Spaans hield maar die misschien wel Diets was ofzo.

Ik was nog niet ingepakt of Tony onze chauffeur stond al voor m’n neus. Snel Andre halen, dan naar goal voor Koos die ongeveer tegelijkertijd met mij was geland alleen vijftig mijl verder.

05 augustus 2006

Trainingsdagen


André is gisteravond gearriveerd dus nu zijn we compleet. Het begint ook allemaal te gebeuren, gisteren eindelijk de eerste trainingsdag. Slepen op vliegveld, heel apart. Als je een misstart maakt glij je met je bottombar en benen over het asfalt, pijnlijk. Koos heeft elke sleepstart die hij hier in Amerika maakte eerst een breukstukje-breuk, en ja hoor gisteren ook en daardoor crashte hij nogal hard (wel op z’n voeten gelukkig). De vleugel is een beetje beschadigd en we moeten nog bekijken of z’n leading edges in orde zijn. Daarna heeftie wel een paar uur gevlogen, terwijl het voor mij echt veel te licht was om boven te blijven. Nou ja ik hang toch ook echt te laag, vandaag ga ik een lus in m’n hangloop maken en hopelijk kan ik dan iets beter de lucht voelen en ook wat preciezer sturen. Ik heb in elk geval drie prima sleepstarts gemaakt, mij gaan ze niet meer vertellen dat ik weer naar huis kan (de wedstrijdorganisatie is zo panisch voor ongelukken dat ze nogal agressief voortdurend lieten weten dat iedereen die niet netjes achter de tug zou blijven zonder pardon en zonder refund -$ 700 – zou worden weggestuurd.

Afgezien van de gigantische kosten en de suboptimale organisatie (arme Heather, zij is steward dus zij heeft een waslijst van eisen en dus potentiële conflicten met David Glover) begint het wel erg gezellig te worden en de grote-wedstrijd-sfeer zit er al een beetje in. Ik denk dat de meeste deelnemers (110 aan de pre-WK, 5 rigids, 10 single surface en nog een twintigtal in de sportsclass) hier in het Whitten motel zitten, dus de ontbijtzaal zit weer helemaal vol piloten en iedereen loopt voortdurend langs je raam. Ook in de WalMart bots je tegen de piloten op terwijl je daar gemotoriseerde rolstoelen moet gebruiken om de enorme afstanden te kunnen behappen. Nou ja, als je wat ouder bent dan.

02 augustus 2006

Motel Whitten, Big Spring (Texas)


Inmiddels hebben we wat ervaring met de Amerikaanse horeca. Mensen zijn altijd enorm vriendelijk, denken met je mee (Eet je geen vlees? Dan maken we toch een taco met bonen en kaas. Alleen een salade, tuurlijk kan dat), zijn flexibel in hun dienstverlening. Echt fantastisch en je gaat je van de weeromstuit schamen voor de Europese botheid. Eetgelegenheden zijn over het algemeen schoon, er is altijd een toilet, je krijgt zoveel drank als je wil en overal hebben ze grapefruitsap. Koffie kennen ze niet, iedereen (ook prive) kookt water waar ze op de een of andere manier een bruin kleurtje aan geven, absoluut niet te drinken. Alleen Starbucks heeft redelijke espresso maar die zitten niet in de outback.

Motels zijn naar ons idee ongeveer identiek: een groot bed, tv, microwave, douche bad en toilet en uiteraard airco en koelkast die ik onmiddellijk uit wil zetten vanwege de herrie en de onaangename kou en die Koos graag aan heeft omdat de buitentemperatuur ongeveer 36 graden is (100 graden Farenheit, dat klinkt toch wel heftig). Het ene motel is wat nieuwer dan het andere en soms hebben ze wifi en een zwembadje en ze kosten allemaal ongeveer 40 dollar per nacht. Waar we nu zitten heeft zelfs een koffie-apparaat en ik zit nu dus aan m’n eerste zelfgebrouwen koffie, beter dan wat de Amerikanen doen (ik heb de helft van het water gebruikt) maar nog steeds slap.

Ik had al maanden geleden een camper of cabin of zoiets gereserveerd en betaald op het RV camp en inderdaad heeft het RV camp mooie cabins. Ze hebben echter ook een vies klein oncomfortabel uitklapcaravanding, het stond te schudden in de wind en je kon er niet rechtop in staan. Dat was volgens de gemene heks achter de balie wat ik gereserveerd had, voor ongeveer dezelfde prijs als een cabin of een motelkamer. Toen wij sputterden (met Andre erbij was er absoluut geen plek om bagage neer te leggen, koken in dat ding was beslist onmogelijk en slapen zou ook niet gaan lukken) riep ze meteen dat ze het best vond als we ergens anders heen gingen maar haar policy was om geen refund te geven. In dezelfde zin liet ze weten dat deze tent zo geweldig was en dat het zo druk werd dat ze ‘m wel zestien keer zou kunnen verhuren, en toen we een toespeling op die onlogica maakten krabbelde ze terug naar een halve refund tot uiteindelijk het grootste deel van het bedrag. Koos en ik stonden allebei nogal te koken, we werden echt enorm genaaid en bovendien hadden we zo’n misselijk wijf nog niet eerder meegemaakt. En we waren ook erg onblij met het vooruitzicht om een hele wedstrijd in zo’n goor ding op zo’n ongezellige camping (parkeerplaats voor RV’s eigenlijk) te bivakkeren.

Na de refund togen we dus linea recta naar het Super 8 motel, waarvan we inmiddels hadden gehoord dat de meeste piloten er zouden zitten, hopend dat dat iets beter zou zijn en dat er dan nog plek was. Het contrast had niet groter kunnen zijn. Direct bij binnenkomst werd ik allerhartelijkst begroet door de eigenaar en twee baliemeisjes, we kregen een perfecte kamer voor een discountprijs omdat we hanggliderpiloten zijn, het is het mooiste motel tot nu toe (inclusief koffie-apparaat, strijkplank en betaal-tv) met kennelijk de beste service (bent u uw tandeborstel of scheerzeep vergeten? Krijg je on the house. Net als drinkwater, koffie, af en toe een Budweiser) en de lokatie is ideaal want er zijn restaurants en winkels op loopafstand (Lopen???!!! Dat kennen ze hier niet. Als iets te dichtbij is voor een auto dan neem je natuurlijk een golfkarretje, electrische rolstoel of quad).

Amerikanen zijn dus volgens ons waanzinnig vriendelijk en op een leuke manier nieuwsgierig, nooit verlegen maar ook nooit te familiar, maar ze zijn ook dik en lelijk en zo overdreven op gemak gericht dat ze iets weeks krijgen. Temperaturen zijn altijd gematigd tot fris, muziek is easy listening, eten smaakt flauw en is doorgekookt, veiligheid en hygiene worden altijd en overal gegarandeerd en waar dat niet kan moet je een waiver tekenen met twintig parafen zodat je het niet in je hoofd gaat halen om de eigenaar te vervolgen. Afijn er zullen ook wel andere typen zijn, we zitten hier tenslotte in Texas met echte cowboys en southern belles dus we gaan het zien.

Mount Magazine, Arkansas


Direct na m’n start gistermiddag realiseerde ik me dat ik het geheugen van m’n vario had gewist en daardoor had ik geen geluid. Ik moest dus even op gevoel en visueel wat hoogte proberen te winnen, en als ik boven de berg zat op de knoppen gaan duwen om te proberen m’n audio terug te krijgen. Zonder de piepjes van de vario is het erg moeilijk om te centreren in de termiek. Ik was dus nogal onhandig bezig, gelukkig wist ik waar de huisbel zat en bovendien was er een vogel (buizerd, redtail hawk of een turkey vulture) aan het draaien. Afijn, die vogel heeft zich om mij bekommerd en heeft me tot aan wolkenbasis voorgevlogen. Fantastisch, de bel was erg shifty vanwege de harde wind en telkens opnieuw kwam de vogel recht op me af gevlogen, bleef zo’n drie meter voor m’n neus vliegen en draaide z’n kop naar me om alsof ie wilde zien of ik nog volgde. Dat deed ik en verdomd, dan draaiden we inderdaad in betere lift. Als ik linksom ging draaien deed de vogel dat ook, als ik rechtsom ging draaien paste hij zich weer aan. Waanzinnig gaaf zo’n toegang tot die andere wereld. Ik denk dat de vogel vooral aan mijn bewegingen, aan m’n manier van vliegen, kon zien dat ik een nogal dom kuiken moest wezen en me daarom les is gaan geven.

Mount Magazine (Arkansas) was echt gaaf, een fijne berg, fraai landschap en uitstekende vliegcondities (wel veel bomen, dus het dichtstbijzijnde landingsterrein lag nog behoorlijk ver weg). Toen we aan kwamen rijden zagen we Dave Dunning met een hangglider op z’n dak langs de weg staan, hij stond net te overwegen of hij zou wachten tot de wind ging draaien of naar de film zou gaan. Hij liet ons de starts van Mount Nebo zien (daar had ik niet gevlogen, landingsterreinen niet te halen op glij) en reed ons vervolgens voor naar Mount Magazine, vernoemd naar een munitiemagazijn in de burgeroorlog. ’s Nachts kampeerden we met Mark Strump en Cherry, en James, allemaal piloten sinds 1975. De gastvrijheid en de goede zorgen zijn weer overweldigend, mensen rijden zo honderd kilometer voor je om even een auto op het landingsterrein te zetten of je op te halen, iedereen voorziet ons van koffie en eten en van Mark en Cherry kregen we allemaal beddegoed zodat we in de auto konden slapen. Het koken ging op een houtvuur met Dutch ovens, gietijzeren pannen waar een extra laag in zit zodat je gloeiende kolen rondom het eten kan leggen. Ze hadden ook een prehistorisch gietijzeren oventje waarin blueberry pie werd gebakken. Gisterochtend hebben Ron en Wynne ons gevoerd, wafels waar je twee dagen later nog vol van zit. Ook weer mensen die out of their way gingen om het ons naar de zin te maken. Hetzelfde tafereel gisteren na m’n landing, een meisje van 15 komt op een grote quad naar me toe gereden, vraagt of ik water wil hebben (ja!) en later word ik door pa en de andere vier kinderen binnen uitgenodigd om in de airconditioning (in het donker) te komen zitten.

Alle vuilnis in een beer-veilige container, we hebben dan ook geen beer gezien.

Zaterdag na het vliegen namen we een duik in een of andere afgraving, fantastisch de temperatuur van het water was exact perfect verfrissend maar niet koud. Er dreef een blok hout zo groot als een complete boom, en Mark vertelde dat dat blok er al dreef toen zij er in ’75 zwommen. Je kan er goed mee spelen, met z’n allen op proberen te staan enzo, ik moest er natuurlijk weer tegenaan zwemmen zodat ik een bult precies midden op m’n hoofd heb. Dat komt er dan nog eens bij, ik heb al een gigantische blauwe plek op m’n been van een slechte landing, een stijve nek van al die airconditioning en nog wat kwaaltjes en ongemakken. Nou ja als ik maar kan vliegen maakt het niet uit.