11 maart 2012

voorjaarslieren


Soms is een heel saai en doodgewoon wiekend heerlijk. Sporten, klussen, krekel, lekker zwelgen en wenen bij het tragische leven van Edith Piaf, relaxed opbouwen in het zonnetje bij de Buizerd. Voorkabels wisselen, de ouwe garde weer begroeten, nakijken wat ik allemaal moet aanvullen en repareren om m’n uitrusting weer kant-en-klaar te krijgen. Ik zou als eerste starten maar de lierlussen op de Covert zitten toch echt heel veel te laag, dus dat werd gepruts om het release in de sleeplussen te frotten. Dus startten Martin en Tanno voor mij, en ze landden het laatst van iedereen.
M’n eerste vluchtje werd m’n hele radio + headset weer eens naar de mallemoer getrokken bij het releasen, het kostte me al m’n concentratie om te voorkomen dat ik over de snoeren zou struikelen bij het landen. De tweede vlucht ging beter, zonder instrumenten en met alleen een heel zacht variopiepje (ik moest m’n helm bijna van m’n hoofd trekken om het nog te kunnen horen) en een paar mooie wolkjes kwam ik uiteindelijk toch lekker op basis. Wel koud, ik was m’n jasje ook al vergeten. En m’n waterzak lekte tegen m’n rug aan. Hoe dan ook, de Sting is heel veel minder gevoelig dan de Litesport en de belletjes waren niet erg heftig, maar het ging lekker. Ik vermoed dat ik misschien toch weer wat geleerd heb in Australië.

25 februari 2012

Duinsoaren

Wat kan een niksig dagje toch lekker zijn. Beetje uitgeslapen, rustig krantje/ontbijtje, roofrack en vleugeltje opladen en rond twaalf uur stond ik in het zonnetje op Langevelderslag. Het was er gezellig, niet te druk, ook al verpesten de parapenters het weer eens. Urenlang in de duinen scherm oplaten, op en neer van beneden naar boven lopen, voor de start blijven hangen en zich van tijd tot tijd over opgebouwde delta’s laten sleuren. En ik verdenk ze er ook nog eens van hun auto’s gewoon achter het restaurant te laten staan. Overal ter wereld is het redelijk gezellig samen vliegen, behalve op Langevelderslag, hoe komt dat toch?
Nou ja, maak je niet druk, met Jacks en Gijs’ hulp m’n Unootje opgebouwd. Het is wel een raar ontwerp, je moet ‘m eerst rechtop zetten, daarna opspannen! Vrij lastig en je hebt er dus meestal drie mensen voor nodig om het allemaal voor elkaar te krijgen. Afijn, dankzij alle hulp startte ik heel relaxed, maar ik zakte er eigenlijk meteen wel uit. Naar boven lopen, pakspullen halen, naar beneden, in pakken, naar boven met de vleugel, weer opnieuw opbouwen. Om vervolgens te constateren dat de wind allengs afnam. M’n tweede start draaide ik daarom naar links, om zo dicht mogelijk bij de opgang te landen, en een uurtje later reed ik weer naar huis. Toch een voldaan gevoel. Met m’n antieke Firebird Uno Piccolo en m’n ouwe tenax maak ik me geen zorgen om zand of zout of voorbijgangers. Het weegt allemaal net een tikje minder dan een Litesport/covert. En ooit ga ik nog snappen hoe het ding moet worden opgebouwd.

26 januari 2012

Een schizofreen is nooit alleen

Australië is inmiddels weer ver weg. Verkoudheid begint een beetje te zakken, ik fiets weer elke ochtend in het donker door de miezerregen met bevroren tenen naar kantoor, heb me alweer lekker geërgerd aan slecht geschreven nota’s en debiele wetsvoorstellen (burkaverbod!). Vanavond misschien voor het eerst weer eens sporten, een opgave. Dat mis ik het meest, het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee je in Oz kan buiten spelen: vliegen, zwemmen, boarden.
Eénmaal terug in m’n ‘normale’ omgeving springt toch wel heel erg in het oog hoe verschillend mijn twee werelden zijn. De spetterende soapopera in de brandende zon van een zeilvliegwedstrijd; de subcultuur waarin het vooral draait om vliegkunst en sportprestaties, waarin zo’n vijftig mensen een vaste rol hebben die hen een tweedimensionaal karakter geeft, maar waarin we ons toch enthousiast druk maken om psychische en persoonlijke en sociale factoren die de vliegstijl bepalen. Een groep geliefde kennissen die kunnen feesten, die los durven te gaan, zonder terughoudendheid en daarbij hun lijf soms compleet uitputten. Alle verschillende culturen en karakters en hangups, ik vind het prachtig. Maar ik weet ook hoe vrijblijvend het is. Als ik niet meer kom vragen mensen aan Cameron waar ik gebleven ben, maar ze komen me niet opzoeken.
M’n werk, de overheid, is net zozeer een eigen subcultuur, van slimme en betrokken mensen die hard werken aan ontzettend interessante projecten. Intellectueel uitdagend, wereldverbeterend, er is minstens zoveel passie in m’n directie als op de paddock. Geef me een boek, een tekst, een computer, laat me denken, schrijven, praten. Een boekje in handen houden als eindproduct van maanden ploeteren, daar zit voldoening in. We beperken het privécontact tot korte praatjes over de vakantie, over het gezin, over het huis of de buurt. We houden geen contact op facebook maar op linkedin, waar het gaat om cv’s en skills in plaats van grappen en filmpjes.
Ben ik echt compleet schizofreen? Ik weet eigenlijk niet wat m’n ‘echte’ wereld is, wat mijn ‘normale’ ik is. Ik merk dat ik goed kan switchen tussen beide werkelijkheden, veertig uur nadat ik een Fun inpak typ ik commentaar bij een notitie over risicobeleid. No worries, wat een ongekende luxe om in tweeën te kunnen leven! Lang leve de rijkdom, hoera hoera hoera.

21 januari 2012

Central Coast - Bangkok - London - Den Haag

In Bangkok is het net iets onduidelijker waar je wezen moet dan elders, de security is net iets erger, en ik zit heel zielig in het midden. Vanaf het moment dat ik de trein uitstapte was de pret voorbij en probeer ik er niet bij te zijn, totdat ik in Den Haag m’n voordeur open. Alleen maar naar, zwaar, oncomfortabel. Ik ben nogal snotverkouden ook, dat maakt het nog treuriger allemaal.
Vanmorgen had ik er enorme moeite mee om Oz weer te verlaten, terwijl ik deze keer nou juist uitzicht heb op extra snel terugkomen. Om half zeven gleed ik uit bed, bikini aan, board en peddel onder m’n arm, even een uurtje standup paddleboarden in de stilte van de opkomende zon. Daarna inpakken, en nog even met Cameron en Lynn een bakkie doen op Soldiers. Daar was een bonus: honderden dolfijnen die een fantastische show weggaven. Zoiets maakt een reis helemaal af. Na al dat spektakel moesten we ons nog haasten om m’n trein in Wyong te halen, dat lukte op het nippertje, met m’n 26 kilo zware harnas op m’n rug en nog eens zeven kilo handbagage. Hoe is het mogelijk, ik laat een halve kast aan kleren en vliegspul bij Camo achter.
Inmiddels zit ik op Heathrow te wachten op het laatste stukje, heb me voorgenomen om deze keer een taxi te nemen in plaats van te lopen. Ik word oud…

18 januari 2012

Dag in paradijs

Uit bed meteen m'n zwempakkie aan, zo de zee in. Ontbijt in de surfclub met een laatste massage van Boris als toetje. Terug de zee in, insmeren en een dutje op het strand, daarna vleugels opladen en honderd meter verderop vliegen op Scenic. Blote voeten, hempje, korte broek, open helmpje op m'n kop, bijna net zo goed als helemaal naakt vliegen. Na een half uurtje ronddobberen (het was te licht om iets anders te doen) een perfecte landing in het park, op m'n blote voeten dus. Beetje bijkletsen met de locals, daarna naar huis waar we als een stel giechelende pubers betrapt werden door team Nic. Dat was niet de bedoeling, maar ach het maakt weinig uit ook. Terwijl ik een bijzonder geslaagde maaltijd stond te koken kwam Teya het water uit, er was weer een shark attack bij Redhead. Twee weken geleden ook al eentje langs de Central Coast, waar Cameron surft. Griezelig, en vanmorgen wappert er een rooie vlag maar we zijn toch om half zeven een stukje gaan zwemmen. Het is gewoon te fantastisch om op die manier wakker te worden.
Dat mis ik altijd het meest van Australie, het buiten spelen, de zon. Zonder enige moeite ben je hier continu aan het 'sporten' , je kan er gewoon niks aan doen om fit te blijven. Zwemmen, door mul zand lopen, berg op-en-af fietsen, surfen, paddleboarden. Zelfs het vliegen kan een vorm van exercise worden, als je iedere dag een paar uur doet. Of als je inland vliegt.
Ik buig me even voorover om te zien of er al iemand staat op te bouwen op Dixon, straks nog een vluchtje voor ik naar Cameron en dan naar huis ga. Snif, wat is dit lastig om te verlaten.

17 januari 2012

Stockton duinen

Ik ben enorm verkouden maar deze laatste paar dagen wil ik toch niet de hele dag in bed liggen. Dus eerst een uurtje op het strand liggen, af en toe een beetje zwemmen. Als je te ver afdrijft schalt de stem van de guard over het water: niet te ver, niet in de buurt van de rip komen, tussen de vlaggen blijven. Goed geregeld, als je in de problemen komt terwijl je tussen de vlaggen aan het spelen bent duikt de guard met z'n surfboard het water in om je te redden.
Vervolgens met het hele stel naar de zandduinen van Stockton. Teya, de vijftien jarige dochter van Ricky, ging mee om haar allereerste hanggliding oefeningen te doen. Superleuk, het kind is enthousiast en trots op haar prestaties, en niet te stoppen. Conrad is een prima instructeur, en met een Fun op de zandduinen kan je meteen al meters los van de grond komen zonder overdreven risico's.
Tussendoor oefenden we allemaal met vliegen zonder harnas, Nic in z'n nakie. Een oude droom vervuld, totale vrijheid. Ik was te moe om veel te doen, maar het was gezellig en als ik de spierpijn in m'n benen nu voel heb ik toch meer duinen op- en afgerend dan ik in de gaten had.

16 januari 2012

ziek

Nog een paar dagen om te vliegen in Newcastle, maar ik heb enorme keelpijn en koorts, en het weer is ook niet om te juichen. Zonde, want de halve groep uit Forbes is hier en Tish is druk met het organiseren van iedereen. Van lamlendigheid ben ik maar weer eens een krant gaan lezen. Er komt een moment dat ik de echte wereld weer onder ogen moet zien, geen feest. Zeker met m'n wattenhoofd kan ik niks prettigers bedenken dan in m'n bikini met een boek op het strand te liggen, en af en toe een vluchtje met de Fun te maken of zoals gisteren, een beetje oefenen met de kite. Best spannend trouwens, een veel te grote kite en veel te groot harnas dat me onder m'n oksels de lucht in trok, stevige aanlandige wind en Ricky die meer een shower dan een instructeur is. Nou ja het is toch altijd leuk om iets nieuws te proberen.

14 januari 2012

Laatste dag


M’n rits wilde absoluut niet dicht, na honderd pogingen en vier, vijf geweldige bellen stond ik weer eens aan de grond. Dat was niet al te erg want de finish op het vliegveld was gaaf om te zien: Gerolf, bijna vijftien minuten later Atilla, en daarna bleven ze een uur lang binnendruppelen. Alleen niet Cameron, dat was wel heel erg teleurstellend. Hij kwam dertien km tekort en Annabelle en ik sprongen in de auto om hem gauw op te halen. Niet dus. Hij stond ergens middenin een veld zonder toegangswegen, en pas na vier pogingen dwars door distels en over rotsen heen om hem te bereiken. Een retrieve van drie uur op dertien kilometer afstand!
Cameron was enorm teleurgesteld, na de eerste dagen toen het er nog naar uit zag dat hij in de top tien of zelfs top vijf zou eindigen, werd het nu een twintigste of dertigste plaats. Nou had ik ’s middags van Christine ook al bergen zelfverwijt gehoord, ik had het helemaal gehad. Ik zak zeven van de acht dagen uit en eindig met een pijnlijke keelontsteking, en dan moet ik aanhoren hoe slecht iedereen gevlogen heeft die dertig, veertig uur en honderdvijftig km per dag onder de riem heeft.Camo en Christine hebben fantastisch gevlogen, en Hans ook, die stond wel op de vijfde plek.
Het eten was heerlijk, de prijsuitreiking grappig en het feest gezellig. Nu inpakken, Corinna ophalen en dan naar Newcastle. En maar weer over naar het facebookcontact, snik.

13 januari 2012

Forbes - Skulls - Yeoval - Cumnock

Het is nu officieel: keelontsteking. Gecombineerd met slaapgebrek en moeie spieren, zonnebrand en slecht eten (vegetariër???? In Australië????) ga ik daar heel dom van vliegen. Niet zoals Cameron, die overwoog om z’n chute te gooien voordat ie flauw zou vallen en die al kotsend en kreunend 180 km vloog in vijf uur. Niet vergelijkbaar met Jonny, die met spoed opgenomen wordt en aan het infuus gelegd en dan twee keer uit het ziekenhuis wegloopt om een grote taak te vliegen. Maar ik ben voor mijn doen wel aardig op m’n eindje. Ach nou ja daar kom ik voor tenslotte, om zoveel te vliegen dat ik niet eens meer wìl. Dit jaar ben ik gewoon eerder tevreden dan anders 8-)
Ik werd goed afgezet, en het leek me een geweldig plan om bij Tove te blijven. Helaas, die draaide zoveel sneller omhoog dat ik haar al kwijt was voordat we de startcirkel uitvlogen. Wat er aan vliegers overbleef beviel me helemaal niet, er werd slordig gedraaid en ik was zelf ook te moe om een beetje netjes in de kern te blijven. Tot drie keer toe besloot ik om het erop te wagen en m’n eigen belletje verderop te gaan zoeken, en tot drie keer toe werd ik door een enorme gaggle besprongen die me m’n eigen belletje uitduwden. Na twee uur landde ik vlak over de startcirkel, dus zonder ook maar een pietsie resultaat. Niet erg, het was een leuk vluchtje en ik had veel minder pijn dan verwacht (de uitvinding van ibuprofen is toch wel een hoogtepunt in de menselijke geschiedenis). Het hek van mijn landingspaddock stond wagenwijd open, dus ik kon zonder uithaken direct doorschuifelen naar een schaduwrijke boom langs de weg, ideaal.
Christine stond tien km verderop, wel gewoon achter een net te hoog hek met gemeen prikdraad. Dat is meestal het grootste probleem, om je spullen onbeschadigd uit de paddock te krijgen. Er zijn allemaal griezelverhalen over slangen en zonnesteek en geen telefoonontvangst, maar ik heb de pest aan die hekken.
Het werd een klassieke retrievedag. Proberen te verstaan wat Hans op de radio meldt over hun positie, op de kaart turen om te verzinnen waar je het beste heen kan rijden, en dan uren rondcrossen door dit fantastische landschap. Kangoeroes die hun best doen om plotseling voor je wielen te springen, vossen, gala’s en slimmere vogels. Het landschap richting Yeoval is glooiend, parkachtig met weilanden en bomen, kreekjes en huisjes die er uit de verte heel romantisch uitzien. Je moet natuurlijk niet de auto uit want dan prikt en steekt alles wat er groeit, zie je dat het rooie dak van een huis compleet verroest is, en is het slalommen tussen de kadavers van aangereden wild.
We wilden graag de goal zien, en er leek een klein kansje dat ze het zouden halen, dus daar reden we naartoe. Curt, Gerolf en Atilla waren er al, en uiteraard het standaard goalpubliek: cousin Rob de goalie, Steve Moyes met een krat bier, Jamie met spectaculaire foto’s van Gerolfs landing en Dave May met z’n camera, en nog een paar chauffeurs. Via de radio hoorden we dat er een gaggle voorbij het laatste keerpunt was, maar er was zoveel schaduw dat ze aan hun nagels moesten blijven hangen. Hans landde 2,5 km tekort, en begon net onmiddellijke retrieve te eisen toen Scott, Rohan, Davide, Roland en Tullio laag over de bomen op goal speerden. Wat een fantastisch gezicht! Ik had de radio gewoon uitgezet, maar Annabelle en Christine waren toch braaf Hans z’n sapje gaan brengen dus die hebben dit gemist.
Even later landde Camo bij Hans, doodziek en teleurgesteld. Met z’n vijven reden we de 150 km naar huis, moe en ziek en hongerig, en om verschillende redenen zijn we allemaal blij dat vandaag de laatste dag is.

12 januari 2012

Bevrediging

Ik was vergeten hoeveel pijn het doet, hoe ontzettend door-en-door vermoeid je kan zijn. Toughen up girl! Vandaag doen we het opnieuw. En ik ben blij, ik heb eindelijk, voor het eerst in twee jaar, weer eens een fatsoenlijke vlucht gemaakt. Slechte emoties uit de weg, gáán!
Ik startte op nummer drie, erg vroeg, en de sleep achter Steve was enorm heftig. Dat is veelbelovend en inderdaad, we draaiden met een klein groepje makkelijk omhoog. De vooruitzichten waren dat het de hele dag blauw zou blijven, met een laag plafond, dus ik wist dat ik absoluut niet op m’n eentje op weg moest gaan. Maar een uur proberen rond te hangen bij de start, terwijl er wat meer wind stond dan voorspeld, leek me ook geen goed plan dus ik besloot om maximaal hoogte te tanken, zo lang mogelijk in een bel te blijven, en superconservatief te stoppen voor ieder piepje. De jongens om me heen vertrokken ook aarzelend en ongeorganiseerd, iedereen ging compleet verschillende richtingen uit en al gauw zag ik mensen onder me landen. De eerste zestig kilometer was ik dan ook alleen, maar dat beviel best. Ik krijg steeds meer oog voor termiektriggers, ik begrijp steeds beter waar ik heen moet en de Litesport maakt het eenvoudig om te voelen wat de lucht doet. Bovendien waren er overal kleine harde belletjes, precies het soort lucht waarin ik liever alleen vlieg dan met een gaggle waar ik voortdurend hard moet werken om niet tegen iemand aan te vliegen.
Na twee uur en 60 km was ik ontzettend moe, m’n benen en billen deden flink pijn van het gespannen duwen op m’n voetplaat, en het zag er naar uit dat ik uit ging zakken. Niet erg, ik was best redelijk tevreden ook al had het wel ontzettend leuk geweest als ik goal op 207 km had gehaald (m’n pb tot nu toe is 182 km). Toch begon het weer heel zwakjes te piepen boven de boerderij waar ik naast wilde landen, en heel voorzichtig dribbelde ik weer naar boven. Ineens zag ik een andere vleugel, en twee 360-ers verder ontdekte ik dat er zo’n vijftien leading edges in noodgang op me afkwamen. Help! Aan de andere kant: eindelijk, waar bleven ze nou? Cameron zat in de leadgaggle, het leek me dat hij verbaasd was over m’n veel te grote cirkels maar ik was nu al te moe om te proberen deze supersnelle jongens bij te houden. Ik was eigenlijk opgelucht toen ze er weer vandoor gingen, kon ik verder met m’n eigen belletje. Dit herhaalde zich nog een keer of drie, en ondertussen hoorde ik Hans en Christine over de radio dichterbij komen. Vlak voor het keerpunt (Bumf hahaha) draaide Christine onder me in, ze zei iets bemoedigends maar ik trok het echt niet meer. Ik was al langer dan vier uur aan het vliegen en ik was doodop. Nog maar zeventig kilometer naar goal, en de lucht was nog steeds prima, maar ik hoopte heel hard dat ik uit zou zakken. Toen ik mezelf daarop betrapte besloot ik gewoon opzettelijk te gaan landen, ik kon het eenvoudig fysiek niet. Dat is erg, na al die jaren trainen, maar zo was het gewoon. Ik landde downwind omdat ik met m’n stekende pijn in m’n schouder en totale vermoeidheid te dom was om te snappen dat ik flink driftte, maar de schade viel mee: een heel vies harnas. Na een kwartiertje kreunend en auw-auwend m’n spullen naar de weg gesjouwd te hebben kwam Annabelle er al aan. Vervolgens moesten we anderhalf uur zoeken naar Cameron, die de dagwinnaar had kunnen zijn maar 45 km voor goal te snel was gegaan. Terwijl Annabelle doorreed naar goal om Hans en Christine op te halen, aten wij een paar doorgekookte groenten in de plaatselijke pub. De rit naar huis was lang, koud en ongezellig, maar ik ben weer helemaal tevreden met een echte Forbes-ervaring. 145 km met een masttoestel, alleen op een blauwe dag. Niet slecht!

11 januari 2012

rustdag

Harde koude wind vandaag, dus de dag werd gecancelled. Ik ben met het team Boris/Martin/Johnno/Boot naar de radiotelescoop bij Parkes geweest, supersaai maar ach je moet wat op zo’n dag. Het is een leuk team, ongedwongen en aardig. Ondertussen zijn we in ons eigen team ook weer on speaking terms. Wie weet slaap ik vannacht zelfs.

10 januari 2012

in de krant

wereldberoemd in heel Forbes: artikel

alleen maar ellende


Ik wou dat ik thuis was. Het is afschuwelijk, wat kan je je ontzettend eenzaam voelen in deze sport. Het is sowieso eenzaam om de hele middag en avond in Forbes te zijn terwijl de rest van je team op goal is geland en middenin de nacht terugkomt. Ik vind het verschrikkelijk om vijf keer op rij uit te zakken. Maar het ergst is het om een team te hebben met ‘vrienden’ die er kennelijk op uit zijn om van me af te komen. Cameron was de hele ochtend ontzettend sjagrijnig en ik kon alleen snauwen krijgen, geen idee waarom. Onze lieve chauffeur dacht dat ie gewoon erg moe is, en het op mij uithaalt, mogelijk heeft ze gelijk maar dat maakt het niet echt draaglijk. Van Hans kon ik een scheldpartij krijgen toen ik meldde dat ik veilig geland was, een standaard korte melding die normale teamgenoten graag willen horen. Terwijl ik laag aan het ploeteren ben moet ik door alledrie hun radiochecks heen, en daarna krijg ik elke paar minuten een update van Hans’ positie, maar ik mag niet laten weten dat ik op de grond sta! Ik kon alleen nog maar huilen huilen huilen. Ik ben doodmoe, heb nauwelijks geslapen door een bonkende koppijn, heb drie heftige sleeps gedaan en ben de vijfde achtereenvolgende taak uitgezakt, en van m’n eigen team kan ik alleen trappen na krijgen.
Gelukkig werd ik wel fantastisch geholpen en getroost door ieder ander. Bruce tilde m’n vleugel over het hek na m’n tweede bombout, Blano en Steve sleepten me net die honderd meter extra, Flip stelde z’n schone t-shirt maar weer ns ter beschikking als snotlap, en zelfs Bill vond het nodig om me te troosten. Dat maakt vrijwel niemand mee, Bill die laat weten dat ik ok ben en not to worry. Ik mocht komen eten, precies wat ik vanavond nodig had om m’n gedachten te verzetten. Het is leuk om Bill en Molly in hun glorie mee te maken. Terwijl ik m’n vegetarische potje kookte hield Steve via facebook en twitter bij hoe de taak ging. Blenkie op goal, Rohan, Scott. Ik kon het niet laten om m’n enthousiasme (voor de Airbornejongens) te laten merken. In ieder geval weet ik nu dat ook binnen de Moyeskring mensen met Joe worden aangesproken…

09 januari 2012

Orkaankracht

Getverdemme alwéér uitgezakt. Nou heb ik er genoeg van, maar iedere dag is anders en de lessen van gisteren werken vandaag niet. Ik werd wakker met zo’n spierpijn in m’n onderarmen en handen dat ik bijna m’n koffie niet vast kon houden, en keiharde wind. Bij het opbouwen werd ik door een flinke dusty te grazen genomen, gelukkig hingen er meteen vier mannen aan m’n kabels. Opnieuw dacht ik dat het misschien niet startbaar zou zijn, maar Tish ging probleemloos de lucht in en als zij het kan met haar vijftig kilo moet ik het zeker kunnen. Ik was nummer twee, de sleep was hard werken en er was een moment dat ik bijna in een lockout raakte (tug maakt een bocht naar rechts in de lift, ik maak een bocht naar links in de sink) maar het leek me het makkelijkst om toch maar vol te houden en een herstart te vermijden. Ik werd netjes in een goeie bel afgezet, draaide snel naar 1600 meter, en de lucht was zo goed dat het ook met m’n lamme handjes wel moest kunnen. Wel blauw, en de wind maakte terugsteken naar een betere gaggle bijna onmogelijk. Ik ging dus op glij, achter iemand anders aan die laag zat maar die me mooi de volgende bel zou kunnen wijzen. Helaas, hij landde, en ik moest het verder maar op m’n eentje uitzoeken. Dat viel best mee, overal zat heftige lift. Nou is het met lamme handjes wel lastig te centreren in felle bellen die met een noodgang opzij geblazen worden, bovendien was de taak vrij cross op de wind en ik wilde perse bovenwinds van de koerslijn blijven, afijn om een lang verhaal maar weer kort te maken: binnen dertig kilometer stond ik alweer aan de grond. Ik was zelfs bang om te landen, en terecht, de wind was echt niet normaal. Voor het eerst in m’n leven pakte ik m’n vleugel in voordat ik me met m’n korte broek, proteinedrankje, contact met de chauffeur en harnas bezig durfde te houden.
Annabelle was er alweer nog voordat ik een artikel van m’n ouwe New Scientist uit had, de anderen vlogen nog, dus ze bracht me terug naar Forbes. Waar ik een gefrustreerde Nic trof, die alweer twee kapotte compeo’s had. Geen idee wat ie ermee doet, maar tot nu toe had ie fantastisch gevlogen en een dag zonder score zal ‘m z’n tweede of derde plaats kosten. Boris zit ook al in een auto, dus ik ben in ieder geval niet het enige uilskuiken.

08 januari 2012

wakeboarding

Wooo morgen zal ik niet kunnen lopen van de spierpijn, en m’n handen doen het ook niet meer. Maar ha wat was het leuk, wakeboarden achter de boot van Tove en Grant. Bij het opstaan was het al duidelijk dat er niet gevlogen zou worden vandaag, regen en zware bewolking, nul termiek volgens de rasp. Tove en Grant hebben de hele dag rondgevaren met maximaal tien mensen aan boord, eindeloos geduld, en wij afwisselend op het gras naast het water of in de boot. Alle anderen zijn natuurlijk sneller dan ik, twee, drie keer een mislukte start en dan hebben ze het door. Ik probeerde het vijf keer maar kwam niet eens helemaal uit het water. ’s Middags nog een paar keer, en toen ineens had ik ‘m. Superleuk, en na nog een of twee mislukte starts lukte het nog een keer om een paar minuten achter de boot te blijven hangen, zelfs een paar golven te trotseren maar dan komt er een dwarse golf en plons je toch weer ongenadig in de plomp. Ik ben doodmoe maar heel uitgerust.

07 januari 2012

Niet leuk

Een shitdag maar toch ook wel weer tof, ik ben door heel veel mensen super geholpen, behandeld als een prinses. Vanmorgen ruzie met Hans, die om de een of andere reden constant op m’n nek zit, en later tijdens het opbouwen nog eens een paar onaangename snauwen van Shaun. Atilla moest lachen, hij dacht dat het grapje moest zijn. Veel harde wind en bijbehorende enge dustdevils, Carols vleugel is eraan gegaan. Toen ik startte was het wat minder heftig dankzij de termiek, die de wind enigszins blokkeerde. Ik had een uitstekende start, maar op een meter of zestig brak het release (slijtage) en moest ik van het andere eind van de paddock terug naar de startrij. Terwijl het nog steeds rond de 38, 39 graden is. Maar het meisje op de quad kwam een dolly brengen, Ricky haalde m’n vleugel op en belde ondertussen Shane voor een nieuw release, Tine en Matthew startten me weer gezellig tussen de andere piloten door en Blano gaf me een paar honderd meter extra. Ik draaide heel aardig omhoog, moest overstappen op een andere gaggle waar de hogere lui rechtsom draaiden en degene op mijn niveau linksom, beetje verwarrend. Uiteindelijk bereikte ik wolkenbasis op m’n eentje, de anderen waren al doorgestoken. Inmiddels was ik een flink eind op koers gedreven en de wolken zagen er fantastisch uit, de lift was prima, nog een beetje laag (1600 meter) maar het leek een geweldige vlucht te worden. Tot ik er gewoon achterelkaar uitzakte. In minder dan een uur stond ik weer aan de grond, zo ongeveer op de startcirkel en niet naast een weg maar een spoor, daar vergis je je hier heel makkelijk in. Ik begon al moeizaam in de harde wind de spullen naar het pad richting boerderij te sjouwen, toen iemand me tegemoet kwam. Niet de boer, maar Martin, die m’n vleugel naar een schaduwplek droeg en me een lift naar Forbes aanbood. Super! Na een biertje in de Vandenberg meldde Boris zich, die er wel zin in had om mij een massage te geven na een duik in het zwembadje van de Apex. Na al die verwennerij even bijkomen op de uitschuifbare fauteuils naast Martins tent, echt van die dikke bloemetjesstoelen, hilarisch. Ondertussen heb ik één txt van Camo gehad, ze staan alledrie op goal, dat is mooi al maakt het mij een tikje eenzaam. En de sfeer in het team zal morgen niet noodzakelijk ineens goed zijn vrees ik.

06 januari 2012

taak 2


Teleurstelling, ik ben uitgezakt vlak na de startcirkel. Het was blauw, ik kwam niet door de inversie op 1200 meter, en net op het moment dat ik me echt moest concentreren begon de rest van het team door de radio te praten. Maar never mind, Annabelle is uitzonderlijk goed, we hebben de jongens op goal zien landen, Christine heeft bijna het derde keerpunt gehaald en ik kreeg een lift van de Duncans zodat ik lekker kon douchen voor het downloaden en eten. Plus, vanmorgen toen ik m’n vleugel aan het opbouwen was, was ik echt volmaakt gelukkig.

05 januari 2012

Forbes flatlands en pre-worlds Taak 1



Ik heb nummer 42 of 43 ofzo, dus ik kan pas erg laat starten. Tijdens het wachten zag je de gaggles lager komen, niet erg veelbelovend. Ik werd afgezet in een heel redelijke bel, waar helaas Boot als een blind paard continu dwars door alles en iedereen heen vloog. Het leek bijna of ie z’n best deed om iemand te raken, en ik had er geen zin in om die iemand te zijn. Na een minuut of twintig van dat soort stress had ik er genoeg van, en ik ging vanaf zeven- of achthonderd meter op glij in de hoop m’n eigen belletje te vinden. Niet dus, en vier kilometer verderop stond ik al aan de grond. Een paar minuten later landde Kiwi Phil in mijn veld, en samen tilden we de harnassen en vleugels over het hek. Terwijl we op onze retrieves wachtten stopte een meneer om een gezellig praatje te maken, dat is nou typisch Australisch platteland. Erg leuk.
Annabelle kwam keurig aan met Christine (die toch 900 meter verder was gekomen dan ik), ze is geweldig. Degelijk, zelfverzekerd en vriendelijk. Ze gebruikt haar hersens, rijdt snel maar voorzichtig, begrijpt wat we van haar willen en helpt vleugels sjouwen. Ze lijkt een ervaren retrievedriver, terwijl ze nog nooit eerder in de buurt van een hangglider was geweest.
Al snel kregen we bericht dat Hans voor het eerste keerpunt aan de grond stond, en kort nadat we hem hadden ingeladen meldde Cameron zich. Die had er nog 80 van de 135 km uit weten te persen, maar jeetje wat was het een moeilijke dag! Zwakke termiek en harde tegenwind, niet te doen. Ongeveer drie piloten haalden het tot 10 km voor goal, toen werd de taak gestopt wegens een ontploffende Cb op koers.

04 januari 2012

Moyes boys

Moyes maakt heerlijke vleugels en Vicki organiseert de Forbes flatlands, dus van mij geen klachten. Maar ieder jaar is het toch weer irritant om terecht te komen in een soort factie-strijd. De marketingstrategie van Moyes is elitair: je moet erbij willen horen. Tegen alle andere merken, vooral Airborne. Wat een onzin, als iedereen gewoon zou samenwerken en de tugs van Airborne waren gevraagd, hadden wij hier nu niet uren hoeven te wachten om opgesleept te worden. Bovendien ben ik vriendjes met de halve Airborne crew, ik kies m’n vrienden niet uit op grond van hun merk vleugel.
Piloten kunnen zich trouwens zelden veroorloven om serieus verschillende merken en types uit te proberen, wie kan er nou werkelijk vijf, zes verschillende merken vergelijken? Ik heb altijd graag op m’n Litespeed en LitespeedS –en gevlogen, en ik ben zonder meer verliefd op m’n Litesport. M’n Laminar007 was iets te groot voor mij en ik kon niet wennen aan de handling, maar ik vermoed dat het voor andere piloten een topvleugel is. De Rev wordt gewoon niet gebouwd in mijn maat, en Combats vind ik te zwaar. Misschien probeer ik ooit nog eens de T2, maar het is irritant dat WillsWing andere maten gebruikt dan alle andere fabrikanten.
Ik ben in ieder geval wild van Fun160, Fun190 en de Fun2, en de Sting3 is een top-intermediate. De Malibu leek me iets te zwaar voor het vrolijke kustvliegen dat je ermee wil doen, maar misschien is dat dan wel weer een betere vleugel als je ermee wil slepen.

practice day

Wat kan je het toch druk hebben in een hele dag absoluut niks doen. Briefing van tien tot elf, naar het vliegveld, wachten tot we het veld op mochten, drie verschillende aanwijzingen over waar we moesten opbouwen en klaarstaan. Davis had het kennelijk weer eens nodig om het baasje te zijn, dus m’n eerste officiele practiceday begon met ergernis. Links van de lijn opbouwen, nee rechts, nee toch links. Hou toch op, ik heb nummer 42 dus het duurt sowieso een paar uur voordat ik überhaupt in de buurt van een dolly kom. In die paar uur werd de lucht steeds donkerder, de castellanus veranderde in donkergrijze massa, en de wind nam flink toe en rolde veelal over de vliegveldgebouwen. Ik trok op een gegeven moment m’n harnas aan om zoetjes aan naar de start te schuifelen, net toen de één na de ander een lockout kreeg en met enge capriolen achter de tug uitbrak. Harnas weer uit, half uurtje aarzelen. Ik kan goed slepen en ik ben ook heel tevreden met een simpel glijvluchtje, dus ik had alle reden om gewoon te gaan starten. Aan de andere kant, ik had vannacht weer weinig geslapen en het zag er toch wel flink heftig uit, zonder de verwachting dat ik de taak van 120 km serieus zou kunnen vliegen. Toen de wind weer iets meer noordelijk werd haakte ik weer in, maar het draaide opnieuw naar het westen met alle bijbehorende turbulentie, dus uiteindelijk lag m’n vleugeltje om vier uur weer op de auto. Cameron landde terug op het vliegveld, en Hans en Christine hadden niet opgebouwd, dus we waren vroeg terug in Forbes. Omeletje bij de Chinees, chauffeur ontmoet en uitgelegd wat we van haar verwachten, Rinus en Ropje gezien en nu proberen een beetje bij te slapen. De rasp (weer- en termiekvoorspelling) voor morgen ziet er goed uit!

03 januari 2012

Opening


Zelfs ik red het niet meer zonder airco, en morgen wordt het nog heter. 42 graden en stijgend. Alles en iedereen plakt, voeten stinken, overal stikt het van de griezelige insecten. Een grote harige vliegende kakkerlak op m’n kussen, duizenden oorwurmen op de stoep, een donkerbruine sprinkhaan in de wastafel ieks. Je wordt er heel langzaam en heel lui van. Vandaag heb ik niks anders gedaan dan inschrijven, vijf verschillende typen radio’s met Duitse handleidingen op hetzelfde kanaal en tonesquelch programmeren, en me laten masseren door Boris. Vanavond diner en speeches, de laatste aankomers begroeten en griezelverhalen over dusties uitwisselen. Dat, en het gebrek aan tugs, zijn de ernstigste bedreiging. Het weer ziet er goed uit, we zijn allemaal goed ingevlogen en het landschap is fantastisch groen na alle regen die ze hier gehad hebben, dus de bellen zullen groot en rustig zijn.
Gisteren had ik een leuke dag. Ik startte redelijk vroeg, een uur of twee, en aangezien we geen chauffeur hadden vloog ik niet rechtstreeks richting het keerpunt maar bleef ik de asfaltweg volgen. Ook al reed er maar een auto per uur langs, de kans op een lift als ik uit zou zakken was toch iets beter dan vanaf een dirtroad ergens in de velden. Een groepje vloog naar het zuiden, richting cumuluswolkjes, ik ging op m’n eentje het blauw in, zuidwest.
De eerste bellen gingen erg goed en nu ik een Litesport vlieg kan ik ze ook goed vinden en makkelijk centreren. Vanaf 1400 meter ging de airco aan en had ik 3,9 m/s stijg, tot zo’n tweeduizend meter. Genieten van het uitzicht, maar ook heel erg van de vlucht. Ik was zo ontspannen en alleen dat ik veel beter oplette dan normaal, ik had beter in de gaten waar ik de volgende bel zou vinden en hoe de bellen zich ontwikkelden. Ik besloot om ongeveer anderhalf uur door te vliegen, dan de volgende goeie bel omhoog te pakken en daarna om te keren om terug naar het vliegveld te vliegen. Zo gezegd zo gedaan, al moest ik mezelf na die anderhalf uur wel bedwingen om laag om te keren, en ook toen ik na het doorvliegen alsnog m’n belletje vond had ik er moeite mee om gewoon omhoog te draaien, en niet alvast een beetje richting goal te sturen. Heel suf want de kans om goal te halen is natuurlijk een stuk groter met goeie hoogte, maar ik heb een duidelijke drang om er vast heen te gaan. De terugweg was tegen de lichte wind in, en de bellen werden slechter en lager, ik kwam niet meer hoger dan 1600 meter. Ik hoopte in ieder geval de rivier over te komen, zodat ik niet via Forbes zou hoeven terugliften en misschien zelfs kon lopen. Toen ik boven de rivier zat meldde m’n vario dat ik het op glij zou halen, maar m’n eigen inschatting was dat ik minstens twee enorme velden vóór het vliegveld terecht zou komen. Fout, ik haalde het makkelijk en met een heel acceptabele landing stond ik voor de hangar. Heerlijk!
Morgen officiele practice day.

31 december 2011

Newyears eve

Een volle dag gisteren. Ik kon totaal niet slapen en na vier uur hoefde ik het niet eens meer te proberen, met de zon recht in m’n gezicht. Om een uur of vijf kroop ik met bonkende koppijn uit bed en dat bleef de hele dag zo. Gelukkig kon ik alsnog kamer 12 krijgen, onze vaste kamer met een donker gordijn en geen duiven naast het raam, dus gauw voordat John me op kwam halen holde ik twintig keer op en neer om m’n rotzooi te verhuizen.
Ik was eigenlijk totaal niet fit om te vliegen maar het was de laatste dag van de peperdure xc-cursus en ik had er nog helemaal niks aan gehad. Ik wilde toch op z’n minst proberen om met Jonny te vliegen. Afijn, dat is mooi gelukt want ik voelde me zo slecht dat het eigenlijk niet zoveel uit zou hebben gemaakt als ik was uitgezakt. De sleep achter Bobby (!?) was hard werken zodat ik in ieder geval goed wakker was toen ik releaste. En daarna ging het eigenlijk helemaal van een lijen dakje. Jonny zorgde uitstekend voor me, gaf regelmatig goeie aanwijzingen en nooit teveel, dat leverde me vooral veel zelfvertrouwen op. Zo gek doe ik het uit mezelf toch nog niet. Soms moest ik wat meer de surges in cranken, soms gaf hij een iets andere koers aan, en toen ie een paar meter achter me draaide moest ik vooral niet bang zijn dat ie me aan zou vliegen. Wat ik dan ook maar achter me liet, ik heb honderd procent vertrouwen in zijn vliegkunst dus ik kon me gewoon concentreren op de kern.
Het mooiste moment was een bel vlak voor het keerpunt, waar we bijna met z’n allen in zaten. Zeven of acht studenten en Jonny, en zonder overdreven geklets maar met een paar bemoedigende woorden van Jonny draaiden we allemaal naar wolkenbasis, 1800 meter. Terug tegen de wind in had ik duidelijk een voordeel boven de Stings, en ik speerde met Jonny voorop terug naar het vliegveld. Op final glide keerde hij om, om de overige studenten te gaan begeleiden, ik tankte nog tweehonderd meter die ik precies nodig bleek te hebben om een landingscircuitje te maken, en in precies twee uur vliegen stond ik na 55 km aan de grond. Niet slecht. Boris was me voor, en er landden nog een of twee studenten op goal uiteindelijk, maar ik was er niet minder blij om. Eindelijk weer eens een echt goeie prestatie.
Ik had nog steeds koppijn en ik wilde eigenlijk het liefst een middagdut gaan doen, maar Hans en Christine waren uitgezakt en moesten worden opgehaald. Afijn, die retrieve kostte me uiteindelijk vier uur rijden omdat ik Hans niet kon vinden, die me ook nog eens de les ging lezen toen we ‘m dan uiteindelijk in de auto hadden. Dat is Hans: de aanval is de beste verdediging. Hij was op een of andere dooie boerderij gebleven in plaats van naar een weg te lopen, maar ik kreeg de wind van voren omdat ik m geen txt had gestuurd. Ruzie. Gelukkig is Hans ook iemand waar het makkelijk goedmaken mee is, dus na een snelle douche bracht hij me als een liefdevolle pubervader naar het Moyesfeestje. Zonder m’n vrienden, Moyes is altijd enorm selectief in hun uitnodigingen. Nou zijn Hans en Christine toch niet van die enorme feestvierders, en ik had het er in elk geval enorm naar m’n zin, zelfs de hoofdpijn werd weggewerkt. Conrad wierp zich op als mijn chauffeur, heerlijk, van feestje naar feestje en een hoop nieuwjaarszoenen en knuffels. We eindigden in Hunterstreet, Alex en Curt in damesondergoed met bizarre hoeden op waren echt grappig, maar om twee uur was het welletjes en belandde ik heerlijk in m’n verse bedje. Gelukkig 2012!

30 december 2011

Forbes

Van 08 Forbes dag 1

We zijn er. Forbes is nog leeg, alles is nog dicht inclusief het Vandenburg. Gelukkig hadden Hans en Christine twee cabins gereserveerd, dus ik kon prima slapen vannacht. Het weer is nog grijs en nat, waarschijnlijk zou je niet eens kunnen starten, ik neem aan dat de paddock een grote modderpoel is. H&C zijn met Lukas naar Gulgong, om dragonflies op te halen. Ze hopen vandaag met z’n allen hierheen te vliegen, als dat lukt kunnen we morgen beginnen. Ik had heel erg weinig zin in weer 500 km rijden, dus ik blijf hier om m’n kamer te krijgen, de autoruiten doorzichtig te poetsen en hopelijk uit te vinden hoe de radio’s werken. We hebben een uhf-ontvanger in de auto zonder handleiding, dat wordt ingewikkeld. Ik moet uit zien te vinden hoe we ‘m op tonesquelch krijgen, zodat we niet alle boeren in de omgeving horen als we aan het vliegen zijn. Eerlijk gezegd heb ik gigantisch spijt dat ik onze eigen tweemeterradio’s niet mee heb genomen, veel makkelijker en bovendien had het een hoop stress gescheeld.
Van 08 Forbes dag 1

De reis hierheen was al genoeg stress. Toen we wegreden uit Sydney volgde ik de tomtom, die de onhebbelijke gewoonte heeft om naar ‘home’ te wijzen als ie uit is geweest. We reden dus terug naar Cameron, en kregen prompt ruzie omdat Hans met de kaart in de hand de andere kant op wilde. Dat kwam gelukkig wel weer goed natuurlijk, maar ondertussen waren we wel verdwaald, dat kostte gauw een uurtje extra rondrijden door Liverpool. Later werden we helemaal enthousiast toen we een kangoeroe zagen, maar terwijl we nog aan het jubelen waren werd het beest door een tegemoetkomende auto harstikke dood gereden. Vreselijk. Door al dat gedoe waren we pas om acht uur klaar om iets te eten te zoeken, maar alleen de nieuwe Thai op de veranda was nog open en die heeft geen vegetarische gerechten. Vandaag dus maar ns uitgebreid mezelf installeren, en vooral studeren.

Dinsdag
Helemaal moederziel alleen in het Vandenburg. Ik heb de sleutel van voordeur en kamer, officieel is het nog gesloten dus buiten mij is er echt helemaal niemand. Hoop ik dan maar, beetje eng is het wel.
Ik heb twee sleeps gedaan, ideaal in boterzachte lucht met Steve als tugpiloot, en ik heb m’n zelfvertrouwen voor het slepen wel weer terug. Voor het landen helemaal niet: ik landde echt slecht, en aangezien de towpaddock op dit moment een modderig meer is in plaats van een grasveld is alles ongelooflijk smerig. M’n vleugel, m’n harnas, m’n instrumenten en de modderspetters zitten zelfs op m’n helm. De tweede landing ging beter maar was wel weer erg ver van m’n beoogde spot. Daarna zo snel mogelijk inpakken in de hoop nog ergens iets te eten te scoren, maar dat zat er niet meer in. Ze krijgen in Forbes al jaren en jaren in januari tweehonderd hongerige piloten die allemaal pas laat in de avond tijd hebben om een restaurant te gaan zoeken, maar het is nog niet doorgedrongen tot de dorpelingen dat ze daar flink aan zouden kunnen verdienen. De keuken van de Forbes Inn was onherroepelijk dicht. Gelukkig bood neef Rob (we hebben jaren geleden besloten dat we familie moeten zijn) z’n frietjes aan en van Jonny kreeg ik een half bord mie, dus ik zal niet van de honger omkomen. Het bier komt wel extra aan zo, dus ik ga maar gauw slapen.

Woensdag
Ontspannen dagje, begonnen met de cursus waarover ik nu denk dat ik er niet in had moeten zitten, ik ben de enige met veel xc- en competitie-ervaring en er zitten zelfs een paar jongens in die nog nooit overland gevlogen hebben. Maar ach what the heck, van Jonny en Curt kan ik waarschijnlijk toch wel een hoop opsteken en vierhonderd dollar is nou ook weer niet totaal onoverkomelijk. Wel slikken, dat wel. Zeker zonder retrieve en zonder lunch. Hoe dan ook, ik had geen haast vanmorgen om naar de paddock te komen, ik had typische dehydration koppijn. Toen ik om een uur of één dan toch opgebouwd klaar stond, bleef ik nog een uurtje kletsen met Jamie. Vervolgens in de startrij, prettig omhoog gesleept en zelf losgegooid omdat de tug wel erg enthousiast boven me uit steeg, om daarna in een halfje tot zo’n duizend meter te draaien. Het is nog erg nat en de wolkenbasis was laag, maar het ging best en ik had het heerlijke gevoel dat ik eindelijk eindelijk weer eens echt aan het vliegen was. Gewoon genieten, omhoog draaien en een overlandje gaan doen, zonder stress en zonder me met landingen bezig te houden. Dat is zo fijn van Forbes, je kan overal landen dus die zorg is uit de weg.
Er was een hoop geklets over de radio, tien onervaren piloten die elkaar gezellig vroegen hoe de vleugel was en dat soort onzin, en die uitlegden waar ze waren alsof ze een auto de weg moesten wijzen. Ik meldde me twee keer en draaide daarna de radio uit, dit geblaat is zonde van m’n vlucht. Daardoor vloog ik wel alleen, en ik lette bovendien niet goed op zodat ik al snel 8 km van de koerslijn afweek. Verdwaald! Toen ik probeerde terug te steken losten alle wolkjes waar ik heen wilde, op, dus al snel stond ik ergens in the middle of nowhere aan de grond. Geen telefoonontvangst, geen bruikbare radio, en de verkeerde route-aanwijzingen aan m’n team gegeven. Niet handig.
Tijdens het inpakken bedacht ik dat het altijd eenzaam en fysiek erg zwaar is, buitenlanden. Maar tegelijk ook heel leuk. Het is een beetje avontuur, je weet niet hoe het verder gaat en trouwens, ik ben heel redelijk voorbereid en het is ook wel een tof gevoel dat ik dit allemaal wel aankan. Na het afbouwen begon ik met m’n loodzware harnas op m’n rug richting asfaltweg te lopen, waar ik al snel werd opgepikt door een gezin met vijf kinderen. De man zei dat ik nog kilometers weg was van telefoonontvangst, dus hij bracht me naar z’n buurvrouw, waar ik zou kunnen bellen. Mooi. De buuv bleek een ontzettend aardige vrouw te zijn, werkelijk bijzonder. Achteraf heb ik nog nooit zo’n fantastische retrieve-wait gehad, zelfs die keer in Texas niet. Ik kreeg liters lemon squash, een heerlijke salade van allemaal groenten uit eigen tuin, een toetje van quints of zoiets, een soort exotische appel-peren. Daarna wasten we gezellig af, terwijl meneer aanwijzingen aan Hans en Christine gaf over hoe ze moesten rijden. Ondertussen babbelden we gezellig over de kleinkinderen en het harde leven als tarweboer in een land waar het jarenlang te droog is afgewisseld met overdreven regenval, over hanggliding en hoe mooi het landschap rond Forbes is.
Van 08 Forbes dag 1


Donderdag
Twee hele dure dingen waar ik spijt van heb, terwijl ik me nooit druk maak om geld (maar ja, het is nu op zegt de bank, dat maakt het onderwerp wel ietsje pregnanter) zijn m’n Covert harnas (€ 1200) en de xc-cursus ($ 400). Wat een weggegooid geld. De cursus is geschikt voor piloten die nog nauwelijks overlandervaring hebben, en om het helemaal mislukt te maken deed m’n radio het gisteren niet, zodat ik ook in de lucht geen coaching kon krijgen. Dat zou nog wel de moeite waard kunnen zijn, al denk ik achteraf dat ik minstens zoveel had kunnen leren van Hans. Jonny en Curt zijn absoluut toppiloten, maar Jonny is niet zo’n talentvolle instructeur en Curt is veel te druk en gestresst met het geven van drie cursussen tegelijk. Ach, zondegeld maar ik neem er wel wat zelfvertrouwen van mee, ik merk dat ik toch wel een hoop ervaring heb opgedaan in de afgelopen tien, vijftien jaar.
Van 08 Forbes dag 1

Veel pijnlijker is het harnas want dat ding kost me gewoon mooie vluchten. Ik vind het nog steeds een prachtig en degelijk ding, ermee vliegen is een feest want de pasvorm is perfect, maar alle mogelijk details zijn waardeloos. Het angle of dangle touwtje is al twee keer geknapt doordat het over een scherp randje van de rugplaat schuurt. Er is geen plaats voor bepakking. Alle gewicht zit in de boot zodat je je voeten er niet in krijgt na de start. Er is geen plek voor een radio zodat ik het ding ergens op m’n rug moet frommelen waar ik er niet meer bij kan tijdens het vliegen, met alle gevolgen van dien zoals een gemiste cursusdag gisteren. Het harnas is loeizwaar waardoor ik me helemaal ongelukkig sjouw als ik na de landing naar een weg loop, dertig, veertig graden in de zon en kilometers ver geen telefoonontvangst. Dat is overigens het probleem waar ik vannacht wakker van lag. Ik ben Christines telefoon vergeten, en inmiddels is gebleken dat m’n eigen toestel hier in de omgeving nauwelijks werkt. Dit is geen land om zonder contact in de middle of nowhere te hopen dat je retrieve je toevallig ontdekt. Waardeloos.
Maar ach dat is een hoop gezeur, het vliegen gisteren was toch weer mooi. De eerste sleep mislukte, op 200 meter dreigde ik in een lockout te raken dus ik releaste. Mooie landing met applaus van Hans, Jonny en Jamie, dat deed me enorm goed. Plus het positieve commentaar op m’n starts: ik ben weer als vroeger, een goeie sleperd. Voor de tweede sleep kreeg ik voorrang in de wachtrij, hoogst ongebruikelijk en Gerolf, net aangekomen, begon meteen te miepen maar ik liet me lekker naar de start trekken voor vijf anderen hihi. Daar liet Bill me weten dat ik zo vaak terug mocht komen als ik wil, omdat hij me graag ziet, wat is hier aan de hand? Hij wordt wel heel erg oud als ie ineens vriendelijke dingen gaat zeggen. Nou ja ik hou nog steeds van ‘m, met z’n tachtig jaar de hele dag in de brandende zon dollies naar de start staan slepen is toch ongelooflijk.
Na de start is er niet veel meer te vertellen, the usual: makkelijk naar wolkenbasis, eindeloos gepiel om m’n radio te pakken te krijgen, opgegeven, op glij, downwiind van het keerpunt tot 800 meter gedrift en toen tegen de wind in het keerpunt gepakt. Veel te laag en bovendien begin ik in die situatie vaak totaal ongeorganiseerd rond te vliegen, van de ene wolk naar de andere zonder serieus door te zetten. Een minuut later stond ik netjes en dichtbij de weg aan de grond, dat dan weer wel. John landde direct achter me en Martin stond al klaar met de retrieve-auto. Stuart en Daniel waren al eerder uitgezakt, dus binnen een uurtje waren we terug op de paddock. Van waar ik terug moest naar precies mijn landingsplek, om Hans en Christine op te halen. Gelukkig had iedereen goeie zin.
Van 08 Forbes dag 1


Vrijdag
Ik ben moe en teleurgesteld. De cursus levert me absoluut niks op, we zitten ’s ochtends twee uur over helemaal niks te kletsen terwijl Jonny op z’n eentje een taak uitzet. Vervolgens zak ik er twee keer uit, één keer omdat ik door het geouwehoer op de radio m’n eigen vario niet kan horen en één keer omdat ik gewoon te laat ben. Ik ben wel tevreden over m’n low save, van 80 meter terug naar 600 en vervolgens nog een keer van 200 naar 500, maar het was toch echt over. Monika bracht me terug naar het dorp en nu probeer ik een beetje bij te slapen.
Van 08 Forbes dag 1

25 december 2011

Dag alleen

Proefondervindelijk vastgesteld dat de zonnebrandcreme uitstekend werkt: overal waar ik het niet heb opgesmeerd ben ik vuurrood verbrand. Had ik kunnen weten, een boek lezen + in slaap vallen op het strand, niet optimaal. Maar niet erg ook, het was weer een bijzonder ontspannen dagje. Om een uur of elf bouwde ik op op Catherine Hill Bay, een nieuwe stek voor mij en ik was helemaal alleen. Ik kreeg wel wat telefonische aanwijzingen van Conrad, maar toch, ik geloof dat ik nog nooit eerder compleet op m’n eentje van een nieuwe stek ben afgelopen. Het kon makkelijk met Fun en apron harnasje, (te) weinig wind en een breed strand maar ik ben toch trots. Helaas zakte ik onmiddellijk uit, het woei echt te weinig en het duin waarvan je start stelt niet zoveel voor. Vleugel halverwege omhoog gesjouwd, ingepakt, auto gehaald, ondertussen waren Shaun, Kari en Virpi, en Julia met nieuw vriendje aangekomen. Julia zie ik altijd graag, een gek meiske maar lief en enthousiast en een beregoeie piloot (omdat ze alleen maar happy thoughts heeft denkt Conrad, hij kon wel eens gelijk hebben). Toen ik weer boven kwam waren ze allemaal weg, en de wind begon ook al iets te draaien maar ik wilde het toch nog een keer proberen. Helaas, ik was te laat, ik heb een kwartier startklaar gestaan maar er zaten geen veilige momenten meer in. Dan maar weer inpakken, en een paar meter verderop op een vrijwel leeg strand neerstrijken. Toen ik daar helemaal gaar gebakken was ging ik weer op huis aan, waar ik de board en paddle snaaide om nog even op en neer naar de brug te peddelen. Pittig, met toch een flinke tegenwind, maar een erg lekkere beweging. Onderweg kwam ik langs allemaal kerstfeestjes die duidelijk al enige glazen onderweg waren, dus het commentaar galmde over de rivier. Australiërs zijn niet echt overdreven verlegen ofzo.
Morgen haal ik Hans en Christine op in Sydney en rijden we naar Forbes, zo’n 500 km. Dinsdag wordt er voor het eerst gesleept.

24 december 2011

Crackneck



O oh ik zit me hier helemaal ziek te vreten aan mierzoete chocolaatjes die ik van Cameron heb gekregen bij wijze van christmas present. Ook al weet ie dat ik me totaal niet druk maak over kerstmis, de schat voelt zich toch nog schuldig omdat ik alleen thuis ben. Maar ik zit er totaal niet mee, het was weer een mooie dag en ik wil vroeg naar bed want misschien valt er morgen nog wat te vliegen. Na het zwemmen van Ricky naar Cameron gereden, waar ik Djenghiz aantrof die de C4 van Nic huurt. Na flink heen-en-weer-georganiseer van radio’s en basebars en whatnot togen we naar Crackneck, zo geheten omdat het vee zich daar vroeger van de klif kapot liep. Heeft helemaal niks met hangglidingongelukken te maken. Ik voel me inmiddels helemaal zelfverzekerd op de kleine Fun met het apron-harnasje, dus binnen twintig minuten liep ik van de start af om heerlijk een beetje rond te dobberen tussen start en vuurtoren. Maar de wind nam ietsje af en dreigde ook wat te gaan draaien, en er waren nogal veel parapenters die elke keer voor flinke turbulentie zorgden als ze voorlangs vlogen, en ik kwam op een bepaald moment gewoon niet meer serieus boven starthoogte uit dus ik nam geen risico en koerste al na een half uurtje richting landing. Als je onder de start uitzakt kan je je mogelijk nog wel redden op een rotsplaat, maar dat is toch geen geschikt landingsterrein en bovendien kom je er na je landing niet zo makkelijk meer weg. Vandaar. De landing ging uitstekend, kan ook niet anders met een Fun. Ik zette de vleugel aan de kant, trok m’n bikini aan (daar was nog net plaats voor in dat kleine harnasje) en spetterde binnen vijf minuten na m’n landing in de golven. Helemaal goed. Toen ik afgekoeld was liftte ik terug naar de auto, haalde m’n handdoek, boek en zonnebrandsmurrie op en ging naast de vleugel zitten wachten op Camo. Glen opgehaald, vleugels ingepakt, Djenghiz naar z’n auto teruggebracht, en op naar de kroeg. Altijd weer verbijsterend hier in Australië, de ‘pub’. Het heeft echt helemaal niets van een pub, meer van een soort enorm partycentrum met een grote bar, duur en niet al te denderend buffet, grote tv-schermen overal, terrastafels-en-stoelen en vaak een paar biljarttafels. Bijzonder ongezellig in Europese ogen: fel licht, geen andere ‘aankleding’ dan bingotabellen en meestal galmend leeg. Het was wel grappig om te horen hoe Cameron Europa uit de doeken deed aan Glen: over piepkleine caféetjes, fantastische bergen, formele kleding en overal campings. En natuurlijk de budgysmugglers. Aussies zijn bijna bang voor strakke zwembroeken of onderbroeken voor mannen, ze worden er extreem kinderachtig van. Allemaal behalve Camo, een Aussie met een open mind.

23 december 2011

laatste dag in Newcastle

heerlijk heerlijk. Uit bed bikini aan, huissleutel onder een steen en even de golven in. Het had eigenlijk een naaktstrand moeten zijn 8-)

Heaton northeast

Het zag er niet zo best uit vanmorgen, dus Ricky nam me mee voor een stukje fietsen langs de haven. Natuurlijk werd ik door een agent aangesproken toen ik net rechts door het rood scheurde, zonder de verplichte helm. Met m' n vetste Nederlandse accent kwam ik er met een waarschuwing vanaf, maar ik blijf weigeren om een helm op m'n kop te zetten. Daar staat tegenover dat ik wel uitkijk en voorrang geef aan verkeer van rechts, in tegenstelling tot de locals die gewoon blind alle kruispunten over scheuren en indien gewenst de stoep nemen.
Daarna een mini duikje in de golven hier voor de deur, vervolgens met Conrad de berg op om nog net op tijd een glijvluchtje te maken. Terwijl ik m'n harnas stond aan te pakken knetterde de donder vlakbij, oh well, ik geef het op als het gaat regenen, ja hoor de eerste spetters terwijl ik naar de startplek liep, oh well ik wil toch wel bijzonder graag nog even op de Litesport vliegen. Excellent start (zei Conrad), suffe landing maar niks gevaarlijks, en ik hoefde niet eens weer naar boven te lopen want ondertussen waren Shaun en de Finnen aangekomen. Voor hen was het te laat, dus zij konden mooi onze auto naar beneden rijden.
Na een douche enzo straks eten bij Conrad en Alicia, en morgen alweer de laatste dag hier. Ben benieuwd of er toch nog een echte vlucht in zit.

21 december 2011

Dixon Park


Ook al deed ik vannacht geen oog dicht (de oceaan maakt een pokkeherrie en ik had niet zoveel wijn moeten drinken) het werd toch een prima middag. De vleugels naar de overkant van de straat getild, en onder Conrads begeleiding een paar hopjes gemaakt. Ik zakte eerst uit maar hij hielp de vleugel weer naar boven lopen, daarna ging het iets beter en de volgende vlucht was met het Fun2 prototype, helemaal verrukkelijk. Als toetje vond Conrad het toch wel tijd worden dat ik eens in het park ging landen, en dat is zowaar gelukt. Over het rotorige gebouw heen, net over de telefoondraden, tussen palen en prullenbakken door, precies op m’n voetjes voor de parkeerplaats. Hoe mooi. Nu met Cameron naar z’n ouders, en morgen hopelijk in de bergen vliegen.

20 december 2011

Merewether

Een dagje rondhangen op Merewether, zon wind en goed gezelschap, niks mis mee. Ik bouwde wel om elf uur al op, maar de wind was me toch nog te hard en iets te cross, zeker voor een nieuwe stek met een belachelijk vlakke start en hoge bosjes direct daarachter. Pas rond half vier startte ik eindelijk, moeiteloos met de kleine Fun. Na een uurtje ronddobberen tussen de beginners en uitwijken voor de loopings van Jimmy durfde ik toch de oversteek naar Dixon park niet te maken, dus ik landde netjes op het strand. Scott vloog m'n vleugeltje terug naar boven, superdeluxe. Ik durf echt niet te toplanden, maar ik zou het wel kunnen leren als ik hier elke dag vloog.
Terug bij Dixon Park waren Rick en Shane aan het spelen met de nieuwe Fun2, een joekel van een ding maar ik wilde 'm toch even proberen. Biertje weg, harnasje aan en op blote voeten gestart, too easy. Het was fantastisch! Wat een geweldige vleugel, handling alsof het een performancetoestel is en een oppervlak waarmee ik hoger dan de flats kwam, ondanks de afnemende wind en de lage duintjes hier. Na een half uurtje landde ik keurig exact voor de strandopgang. Met een Fun kan ik het wel!

19 december 2011

Dunegooning

Geen best weer, miezerig en bewolkt en de wind viel steeds weg, maar het was een superdag. Met Ropje en Ellen naar Williamstown, waar Conrad ons met de 4wheeldrive ophaalde. Schitterende omgeving, hoge brede zandduinen van puur stuifzand, loodzwaar om in te lopen maar ideaal voor een beetje spelen met de Fun. Geen idee hoe vaak ik vandaag naar beneden gevlogen ben en weer omhoog gestrompeld, m'n voeten deden zeer en ik piepte alsof ik nog een pakje shag per dag rookte, maar het was superleuk. Een vluchtje zonder harnas (wel toch maar een helmpje, voor de zekerheid) en toen bleek dat ik te stijf of te moe was om m'n benen op de bottombar te slingeren. Ik vloog hangend aan m'n armen, te hoog om los te laten maar gelukkig te kort om uitgeput te raken. Toen ik de grond raakte viel ik languit in het zand, de vleugel ging er op z'n eentje nog een stukje mee door, grappig gezicht.
Vanavond logeer ik bij Rick Duncan, direct aan zee met een klein startplaatsje beneden aan de overkant. Het weer ziet er niet goed uit, maar wie weet.

17 december 2011

wiekend




Mooi! Het was maar tien minuten, maar ik heb met de Litesport gevlogen en ik ben verliefd. Wat een fijn lief vleugeltje! En prachtig, strak en elegant, wauw. Nog even wennen aan de dikke uprights en ronde bottombar, maar verder ben ik helemaal verkocht. Het was best spannend om te starten op Brokenback zuidwest, de rots die als ramp wordt gebruikt ziet er nogal heftig uit en met een beetje crosswind kan je voorzien dat de rechtervleugel duidelijk eerder wordt opgetild dan links. Het landingsterrein is groot maar niet plat, er is een soort greppel in het midden en het terrein loopt van daaraf omhoog. Erg fijn om Cameron naast me te hebben, ook al is hij er tegen dat ik een litesport vlieg. Hij is desondanks de meest vertrouwwekkende coach die ik kan hebben.
Ik startte goed, maar kreeg m’n voeten absoluut niet in m’n harnas zodat ik m’n angle of dangle niet kon aanpassen. Het was nogal rotorig rond de berg dus tegen de tijd dat ik eindelijk eens kon gaan vliegen had ik nog net hoogte voor twee cirkeltjes, om daarna te besluiten achter Ebs aan te landen. Dat ging heel prima, zonder overdreven stress, en ik was helemaal verkocht.
Brian was er natuurlijk weer voordat we waren ingepakt, we haalden Shane op in Singleton, en de rest van de middag was ik zoet met de retrieve van Cameron, Scotty en Conrad.
’s Avonds met Andy en Lynn naar de Thai in Budgewoy, en vervolgens ‘uit’. Dat viel niet mee. De eerste gelegenheid had nog het meest weg van een gymzaal waar een bar en een podium in waren gezet, tl-licht en tafeltjes en stoeltjes en honderden pubers. De tweede, verondersteld de leukste want alleen voor 40-plussers, liet ons alleen binnen na een check op id-bewijs en vingerafdruk. We wilden allevier niet, Cameron om principiële redenen (what’s next? Straks krijgen we allemaal een barcode bij geboorte ingetatoeëerd), ik om veiligheidsredenen (de lui aan de deur snapten hun eigen systeem niet eens: nee hoor we nemen je vingerafdruk niet we slaan het alleen gecodeerd op samen met je id) en Andy om z’n civil rights. Mooi was dat.
In de volgende tent vonden we een bartafeltje en viel er zelfs te communiceren, ook al hingen de muren vol met grote tv-schermen met bijbehorend geluid . We lachten om de meisjes met hoog opgetrokken rokjes en Minimouse-schoenen. Arme kinderen zijn toch al vrij mollig, met van die dikke witte kuiten, zitten ze ook nog opgescheept met zo’n mode. De jongens zien er niet beter uit: ze dragen extreem strakke stretchspijkerbroeken met het kruis halverwege de dijen, heel oncomfortabel.

16 december 2011

Strzelecki




Yes! Eerst een tandem met Tony gedaan, dat was precies wat ik nodig had. Ik wilde niet weer in zee landen, gevaarlijk en m’n schoenen gaan er kapot aan en de vleugel zit onder het zand, maar ik word bloednerveus van het park, waar normaal geland wordt. Het ziet er klein uit, in het midden is een groot hek plus verhoging, en het griezeligste zijn de hoge lichtmasten rondom. En dan weten mensen ook nog te vertellen dat er wel eens een belletje loskomt, zodat je een overshoot maakt onder de electriciteitsdraden door. Brrr. Maar de wind was helemaal goed, vrij stevig en recht op de klif, en Tony was bereid me even een goeie approach te laten zien als er geen klanten kwamen. Tussen start en landing in het park deden we ook nog even een perfecte landing en start bij het monument, een bizar klein veldje in mijn ogen (voor Tony moet het gigantisch zijn, hij landt tenslotte ook op het startvak, nog geen kwart). Om het allemaal nog fantastischer te maken volgden we tijdens het vliegen een grote groep dolfijnen, met jonkies, ik ging helemaal uit m’n dak!
Terug boven rustig geluncht, opgebouwd en gestart, en een half uurtje gezellig rondgedobberd. Daarna was ik wel weer klaar, met de Fun en het apron-harnas kan ik toch niet veel strakke bochtjes ofzo doen en bovendien ben ik daar toch te schijterig voor. Stel je voor dat ik onder klifhoogte kom en niet meer omhoog weet te soaren, dan heb ik echt een probleem aangezien je er echt niet onder kan landen. Grote golven beuken daar op de rotsen, het eerste stukje vrij land is een paar honderd meter verderop. Dus ik toog naar het park, deed een uitstekende approach en…. undershot! Erg ongebruikelijk voor mij, maar tja met een enkeldoekertje en stevige wind niet zo gek. Ik stond keurig in één keer op m’n voeten middenin het sportveld, dik tevreden.
Nu ongezellig op m’n eentje. Cameron is naar Lynn omdat hij morgen met mij gaat vliegen, dus ik moet me met mezelf amuseren. Het is inmiddels te fris om te gaan paddleboarden, ook al gloei ik nogal met m’n flink verbrande armen en nek. Een potje koken en voor de tv hangen denk ik.

15 december 2011

Eerste vluchtje

Eén van de leukste dingen van Australiërs is hun enthousiasme over het feit dat je van overseas bent (ook al moeten ze dan weer niks hebben van boatpeople, vluchtelingen, maar dat even terzijde). Iedere Ozzie zal onmiddellijk vragen ‘where are you from?’ en nadat ik ‘Netherlands’ ‘Holland’ of ‘Europe’ heb gezegd volgt onvermijdelijk ‘that’s great’. En ze menen het nog ook. Ik vind ze sowieso erg leuk, Ozzies zijn open en hartelijk en heel veel meer gezellig dan Nederlanders. Er zitten eikelige exemplaren tussen natuurlijk, en er is veel racisme/seksisme/homo-angst, maar dat neemt niet weg dat het hier goed toeven is voor een witte single vrouwelijke piloot.
Na een mega-afwas vanmorgen reed ik naar Merewether, prompt verdwalend omdat ik de tomtom niet begreep (was dat echt 150 meter?) en omdat ik al m’n aandacht nodig had voor het links-rijden. Het verkeer is heel makkelijk hier, iedereen rijdt exact de op de borden aangegeven snelheid en er is ruim baan voor onze grote bakken van auto’s, maar toch heb ik met m’n dopey hoofd de neiging om rechts te rijden. En ik moet elke keer diep nadenken welke kant ik moet bekijken om aanrijdingen te voorkomen. Ingewikkeld als je bioritme net besluit tot een middennachtelijke shutdown.
Op Merewether trof ik als afgesproken Tony Barton, Amerikaanse hangglidinglegende en lokale superinstructeur. Zijn leerlingen stonden in vol ornaat te wachten, en een ervaren piloot startte uitstekend, maar ik besloot al snel om daar vandaag toch zeker niet te gaan vliegen. Veel te plat, eindeloos lang hard doorlopen en dan in de rotor van de forse struiken terechtkomen, om vervolgens te moeten landen op een vaag heideveld zonder toegang voor een retrieve-auto. No way. Gelukkig draaide de wind en togen we allemaal naar Strzelecki, waar de condities absoluut perfect waren voor een zenuwlijer als ik. Genoeg wind om te soaren, te weinig wind om te moeten vechten met de vleugel. Ene Wayne hielp me starten, iemand waarvoor ik door verschillende mensen werd gewaarschuwd. Hij was inderdaad nogal arrogant en ongeduldig, maar ik kwam toch zonder overdreven stress weg. Ondertussen was Adam druk aan het loopen en low-passen, het is gevaarlijk maar jee wat ziet het er toch goed uit. Spectaculair. Ik voelde me een ontzettende dope, bleef alleen maar brave slagjes heen en weer dobberen maar ik was toch echt heel veel te moe en te zenuwachtig om iets anders te doen. Na tien minuten ofzo vond ik het wel weer welletjes, de wind leek ook een pietsie af te nemen en ik wilde eigenlijk alleen maar een start en landing doen vandaag, dus ik gleed naar het strand en landde prima, alleen wel tot m’n knieën in de golven want het was hoogtij. Shit had ik nou maar m’n zware boots niet aangedaan, ik had best op blote voeten kunnen starten en landen. Suf, dat gaat dagen duren voor die droog zijn.
Ik kreeg meteen een lift naar de auto, pakte de vleugel in en raakte nog een gezellig uurtje aan de praat met Dan en Anton, ook fans van Cameron gelukkig. Vervolgens weer naar boven om Ricky Duncan te treffen, die me z’n huis liet zien en de logeerkamer waar ik gebruik van mag maken. Bovenop een alternatieve startplek, met uitzicht op de golven en de lucht, en een bankje voor publiek. Helemaal goed, ik ga er na het wiekend bivakkeren denk ik. Ik mag een van de nieuwe Stings vliegen dus ik kan heel prettig van Fun via Sting naar Litesport, ideaal om er weer even in te komen.

14 december 2011

paddleboarden






M’n dag-en-nachtritme begint er alweer aardig op te lijken, al heb ik eind van de middag nog wel een enorme dip. Daar kwam ik goed overheen met een potje stand up paddle boarden. Het ziet er niet uit en ik was bang om in het water te vallen (het is behoorlijk koud, 22 graden en bewolkt) maar het ging lekker. Op de terugweg zagen we een schattige kangoeroe, een pelikaan vloog over en tussen het riet stond een witte ibis. Schitterend!
Ik probeerde te koken, Lynn kwam over dus ik wilde wel iets goeds maken. Helaas, het boodschappenrugzakje is te klein voor serieuze vulling van de lege voorraadkasten, m’n geheugen liet me in de steek en de voorraadkasten zijn dus leeg. Geen kruiden, geen olie en azijn, geen gereedschap. No worries, de wijn had zulke mooie etiketten dat het wel lekker moest zijn.

aan het bijkomen


M’n herinneringen aan Oz vloeien zo in elkaar over dat ik niet meer precies weet hoe vaak ik hier nou geweest ben. Ik tel op m’n vingers: een jaar of tien geleden met Diederik, onze honeymoon. Toen naar Kees en in het team met Hans en Nic en Montse, ontsnapping aan m’n ex. Daarna met Cameron en Blenky en Grumpy, onze rit langs de kust. Mis ik nou een jaar, of was de volgende met Djenghis? Dan is dit de vijfde keer.
Ik was even bang dat het allemaal te gewoon, te bekend is, ook al heb ik een jaartje overgeslagen. Ik hou van de herhaling, van het vertrouwde, maar de lol van een halve wereldreis is toch ook wel dat het exotisch is. Gelukkig zag ik een paar kookaburrahs en vond ik vegemite chips in de supermarkt. Camo in de pizzeria op en top de persoon waar ik zo ontzettend van hou: vriendelijk, humoristisch, voorkomend. We raakten weer niet uitgepraat over vliegen, over de mentale aspecten en motivatie en wedstrijden. Hij heeft het liever over een ‘meet’, omdat we allebei meedoen vanwege de gezelligheid en de uitdaging, niet om tegen anderen te concurreren. Hem beluisterend besef ik weer hoe veel ik nog te leren heb. Hij is goed in het beoordelen van de condities, en daarop z’n beslissingen aan te passen. Daardoor haalt ie meestal goal wel. Ik ben nauwelijks bezig met het inschatten van de omstandigheden, met het plannen van m’n vlucht. Ik ben er redelijk goed in om de kansen die zich voordoen te benutten, als ik m’n vliegtechniek verbeter maak ik steeds beter gebruik van de mogelijkheden die weer en landschap me bieden. Maar ik creëer m’n kansen niet, ik bedenk veel te weinig wat m’n tactiek moet zijn om uiteindelijk goal te halen. Ik ben nog veel te veel bezig met het vliegen van landinsmogelijkheid naar landingsmogelijkheid, en met techniek en emoties; frustratie en angst. Laat ik dit jaar eens proberen echt wat verder vooruit te kijken dan het volgende belletje.
Na het eten nog even bij Chainsaw langs. Ook weer een bijzonder persoon, simpel maar niet dom. Compleet op zichzelf, onaangepast en weinig sociaal, maar hij maakt de mooiste stenen Aztekenkoppen na en hij is heel onAustralisch begaan met het milieu. Via hem kwamen we op groepsdynamiek, en hoe er in elke groep een pikorde ontstaat. Hoe mensen als Chainsaw en Cameron en ik daar niet echt in passen. Ik heb me nooit willen conformeren aan de normen van een groep of m’n plaats willen bevechten in de groepsorde. We staan niet helemaal onderaan in de pikorde, maar de topdogs zijn niet onverdeeld enthousiast over zulk soort buitenstaanders. Tegelijk is er voortdurend druk om wel mee te gaan met de mores van de groep, om ons een status toe te kennen. Camo’s weerzin over het geroddel en de eisen die anderen aan hem stellen heeft hier mee te maken, en mijn volhardend negeren van rangen en standen ook. Ondertussen zijn we zelf ook dol op roddel, nou ja gossip, iets vriendelijker. Het wordt interessant in Forbes, met meer dan tien vrouwen en een hoop gezamenlijke geschiedenis.

13 december 2011

thuis





Zo dat was wel de allersoepelste halve-wereldreis ever. M’n harnas hoefde niet open om het houten kadootje en het proteinepoeder eruit te vissen (ik deed of ik achterlijk was, white powder to put in my water, no idea what’s in it), er waren geen rijen om lang stil te staan met m’n 28 kilo op m’n rug, de trein Het is nu half twaalf, ik zit een bakje muesli te lunchen terwijl Cameron in de garage aan het werk is. Onderweg van het station naar huis hebben we even een tomtom en een simkaart gescoord, ik zou zo weg kunnen rijden. Ik ben nog niet eens een complete zombie, ga vanmiddag zoet met m’n spulletjes spelen die ik hier nog had liggen (dozen vol kleding, stekkerdozen, boeken) en als het droog blijft misschien nog even naar de winkel fietsen. Misschien zelfs m’n nieuwe vleugel al even goed bekijken. En vast bedenken hoe ik morgen de dag doorkom.
M’n telefoonnummer is (0061)(0)439522562

12 december 2011

Singapore

ik ben alweer halfdood, slapen lukte nauwelijks, maar hier in Singapore staan dan wel weer van die voetmassagedingen. Dat helpt me er wel doorheen. Straks met m'n 28 kilo harnas naar Cameron sjouwen, als ik maar niet door het station heen slaap.

10 december 2011

voorbereidselen

Nou moe gezellig eten bij Riënne was wel gezellig inderdaad, maar ik dacht even tussen hoofdgerecht en toetje in te checken, dat was dus fout gedacht. Ongeveer de hele avond geprobeerd om ergens in te checken, de beurs nog maar weer eens getrokken om me te verzekeren van een stoel aan het gangpad, zeker toen ik op de Qantassite zag dat de vlucht 22 (schermpje achter ‘nadere informatie’) tot 25 uur (hoofdscherm) gaat duren. Misschien dat die drie uur verschil bedoeld zijn voor het inchecken, de belachelijk trage site is natuurlijk al ingecalculeerd. Het leek m’n werk wel. Ondertussen is Ropje natuurlijk al geland, de mazzelaar.
Dan kan ik me nu zorgen gaan maken over m’n bagage, 28 kilo in een veel te groot harnaspak, ik weet eigenlijk sowieso niet hoe ik het allemaal naar Schiphol ga slepen laat staan dan ik zomaar langs de bagagejuffrouwen kom. Dat wordt natuurlijk weer dokken. Nou ja, als we maar opstijgen deze keer…

06 december 2011

zwemmen

Voor mij is het gevolg van een lekker potje zwemmen meestal een vreselijk moeie dag. ’s Nachts lig ik uren wakker met een snotneus en dikke droge keel, volgens mij is het wakkerliggen zelf ook al een symptoom van de allergie. Maar het is zo onweerstaanbaar lekker, drie kwartier baantjes trekken in ons reservaat, de doorzwembaan. Ook al was ik gisteren de langzaamste, vreselijk, waar ben ik zo traag van geworden? Mark zwom altijd al enorm hard en het lieve meisje met turbo in d’r reet is van een hele andere categorie dan wij, maar Bernhard haalt mij tegenwoordig ook in. Zij moeten net zoveel last hebben van de hoge watertemperatuur als ik. Nou ja, het was hoe dan ook weer zo heerlijk dat ik me voornam om zondagochtend nog stiekem een paar baantjes te doen, ondanks m’n zelf opgelegde verbod om ooit nog rond te poedelen in natrium en chloor.

05 december 2011

nog zes nachtjes slapen...

Eerst is er het gestresste ticket kopen, uren rondsurfen op zoek naar de goedkoopste vlucht met de beste tijden en dan de gekozen vlucht niet meer terug kunnen vinden omdat je ip-adres wordt bewaard en aanbiedingen worden weggehaald als je kennelijk serieus op zoek bent naar een ticket. Dan me langzaam maar zeker gaan verheugen op de reis, naarmate het hier kouder en natter wordt en ik langer geleden voor het laatst gevlogen heb. Dan de gruwel van het inpakken, maximaal twintig kilo inclusief harnas en instrumenten en altijd zeker weten dat ik iets essentieels vergeet. Inmiddels begin ik ook weer flink tegen de reis op te zien, éénentwintig uur nonstop rechtop zitten na ruzie met de stewardess over m’n handbagage. En tussendoor, altijd, maandenlang, gigantisch schuldbewustzijn over mijn schandalige olieverbruik en milieuvervuiling. Daar komt ik nooit uit, cognitieve dissonantie ten top, hoe kan ik mezelf wijsmaken dat het ok is om jaarlijks de wereld over te vliegen enkel voor wat pret, terwijl de aarde sterft? Het lukt me niet dus ik probeer er niet aan te denken, lekker m’n kop in het zand, maar zolang ik nog thuis ben en kranten lees en tv/internet zie is het moeilijk te missen. Eén keer in Oz, van vroeg tot laat buiten spelen, hard werken om zo lang mogelijk zo ver mogelijk te vliegen en goed te landen, is het over. Dan geniet ik alleen nog maar. Hoop ik, want ik ben toch een pietsie gespannen over m’n landingsvaardigheden.

24 november 2011

Moe

Bob vraagt heel gemeen waarom ik in slow motion zwem, de rotzak ;-) Hij moest me de brug op zien fietsen, pure evenwichtskunst!

30 oktober 2011

Biesbos

Super dagje met Ruud peddelen in de Biesbos. Ik ga altijd graag met Ruud op stap, met z’n tweeën zijn we echt “Jut & Jul op safari”. De temperatuur was perfect, de lucht was een fantastisch dreigend grijs zonder dat het regende, de Biesbos was vrijwel leeg en de kayaks waren comfortabel. In drie-en-een-half uur peddelen hebben we zo’n vijfentwintig kilometer gedaan, geweldig zwanen eenden aalscholvers meerkoetjes futen reigers ganzen mussen en een ijsvogeltje gezien. Interessant om te zien hoe al die vogels met een bocht vlak over het water vliegen, in plaats van rechtstreeks naar hun bestemming.
Ik ben wel redelijk afgedraaid nu, stukje fietsen van Dordrecht naar de jachthaven en terug erbij, Ruud gaat nog skieën vanavond maar dat hoeft voor mij toch niet. Ik ga lui m’n Douglas Adams uitlezen.

23 oktober 2011

Intrinsieke motivatie

Met Cameron bespreek ik urenlang elk minuscuul detail van de mentale aspecten van vliegen. Hij heeft net een sportpsychologisch artikel ontdekt over intrinsieke en externe motivatie. Daardoor werd voor mij duidelijk waarom ik geirriteerd was door de bewondering die uit Mit dem Wind sprak, en de bewondering van mensen die horen dat ik vlieg. We vliegen niet om hoe het eruit ziet, we vliegen niet om iets te laten zien of iets externs te krijgen zoals bewondering. We vliegen omdat het vliegen zo verrukkelijk is. Het gekke is dat bewondering afbreuk lijkt te doen aan die interne motivatie. Als je benaderd wordt alsof je vliegt vanwege het stoere imago, het avontuur, het scoren, wordt je het echte genot ontnomen. Je vergeet op enig moment zelf waarom je ook weer vloog.
Dat wil niet zeggen dat gewoon maar een beetje in de lucht hangen genoeg is. Soms is het genoeg, soms ben ik gigantisch gelukkig alleen van het vliegen en het uitzicht en de hoogte en de beweging en de wind en zon en de vario die piept. Maar meestal wil ik meer. Uitdaging, afstand, werken. Ik wil iets bereiken. Het mooiste om te bereiken, voor mij (maar voor een ander kan het echt iets heel anders zijn) is goal in een wedstrijd. Het zal me roesten hoe lang ik erover doe, het maakt me niet uit of ik laatste ben op een dag dat iedereen op goal staat, voor mij is het het mooiste wat er is. Een taak volbrengen die je niet tijdens de vlucht aan kan passen.
Ik heb enorm respect voor piloten als Cameron en Hans die op hun eentje taken vliegen en daar van genieten. Voor mij is dat nu nog te moeilijk. De moeilijkheid is mentaal, niet technisch. Ik heb een wedstrijd nodig, met veel mensen en een wedstrijdleiding die een optimale taak voor me bedenkt, en de referentie van andere piloten. Enige externe beloning is harstikke leuk, ook al ben ik nog zo intrinsiek gemotiveerd.

Prachtig weer

Bizar, wiekend na wiekend is het schitterend weer, en toch kan ik niet vliegen. Koud en pittige wind wel, dat verklaart misschien ook de lage opkomst. Het is bijna niet te harden, naar buiten kijken naar een schitterende najaarszon, blauwe lucht, crispy, weinig wind aan de grond. Ik ga wel peddelen om dan toch maar buiten te spelen, maar verdorie wat is dit teleurstellend.
Ondertussen heeft Kathryn haar arm gebroken in een landing, over teleurstelling gesproken. Mijn nieuwe vleugel is geloof ik niet zwaar beschadigd, maar het is wel ontzettend jammer dat zij er de laatste weken niet meer de sterren van de hemel mee vliegt. Ze is een leuk wijf en enorm gedreven wedstrijdpiloot, ik had haar niet gegund om het jaar zo te eindigen. Naast meeleven is er ook nieuwsgierigheid: zal ze net zo onzeker worden als ik na mijn ongelukken? Ik hoop het niet. Ik hoop dat ze me kan laten zien hoe het wel moet. In Forbes zullen we samen vliegen, twee dames met de nodige mentale littekens.

02 oktober 2011

Zomer in oktober

Glorieus, was het woord dat ik voelde. Zó prachtig en zó rustig en zó vrij, het maakt niet uit dat het ontzettend stabiel is. Een beetje heiig, met een naar oranje neigend licht. Weilanden in allerlei verschillende kleuren groen, en dan bij de laatste start de fel zwart-witte koeien die in kolonne naar de schuur lopen, prachtig prachtig prachtig. Het veen, de hei, buizerds en reetjes en hazen. Een fijne nacht, zomerse temperatuur, gezellig en stressvrij op het veld. ’s Avonds uit in Almelo, onverwacht gezellig. Twee-en-een-half uur naar huis rijden is wel vervelend, en dan nog een half uur de auto uitladen en warme hap naar binnen schuiven, maar ik beloon mezelf met een heet bad, knorrend als een tevreden kat.

25 september 2011

Prachtig herfstwiekend

Doorgaans maal ik niet zo om moordenaars en verkrachters. Ik ga er altijd vanuit dat vrijwel niemand me ziet, en het zou wel enorm toevallig zijn als de wandelaar die m’n tentje ziet ook nog eens een psychopathische gek is. Maar ik voelde me toch enigszins kwetsbaar vannacht, en deed dus maar geen oordoppen in ondanks de herrie van de autoweg en de onvermijdelijke schuurband met disco na. Uiteindelijk heb ik toch goed geslapen, en vanochtend kon ik heerlijk tutten in de herfstzon, met af en toe een ree en hier en daar een haas. Helemaal goed. Gisteren vier startjes, vandaag drie, zeven heel redelijke landingen en wat nodige aanpassingen aan m’n harnas. Klaar is het nooit, maar als dit het laatste vliegwiekend was dan kan ik met een gerust hart naar Australië.

10 september 2011

Guinea pig

De derde keer dat ik bij de Buizerd ga vliegen en dat er gedoe met de lier is, nou ben ik er wel overheen zeg. Nou was het vandaag geen denderend vliegweer, en het was allemaal niet acuut dodelijk deze keer, en ik hoefde maar twee keer een uur in de file te staan om drie vijf-minuten-vluchtjes te maken dus ik mag niet klagen. Bovendien heeft Martin me geholpen met een zakje carbonspul voor m’n bottombar die beschadigd is door het release, doordat het release zo achterlijk laag zit op de covert. En Niko was net als Jan vorige week prettig erkentelijk voor m’n optreden als proefkonijn, dat doet wel weer goed. Ik voel me ook wel enigszins moreel verplicht om een nieuwe lier uit te proberen, met m’n vier- of vijfhonderd lierstarts, noblesse oblige. Ik mag dan stom landen, en geen benul hebben van techniek, maar lier- en sleepstarten kan ik wel. Ook al blijft de wet van Murphy of zo’n andere Ier altijd gelden, je kan het zo gek niet verzinnen of het kan wel mis gaan. Vandaag werd er niet geremd bij het uitvliegen, zodat de kabel compleet naar de grond zakte dus tegen de tijd dat ik omgekeerd was lag ie in de bomen. Later werd er juist te hard of te snel geremd, waardoor ik een forse ruk kreeg vlak voordat ik terug naar de lier wilde draaien, ook nogal onprettig. Maar de liermannen deden hun best, en het apparaat leek wel soepel te lopen, dus dat komt wel goed. Volgende week misschien?

04 september 2011

oude lier

Altijd hetzelfde dilemma: Stadskanaal, Bruinehaar of Moergestel. Ik koos toch maar de dichtstbijzijnde, vooral omdat Egbert met z’n lier zou komen en ik had hem al zo vreselijk lang niet meer gezien, dat gaf de doorslag. Voordat er iemand anders was had ik al opgebouwd, rondgerend met de gerepareerde vleugel (hij lijkt niet helemaal recht te vliegen, maar verder is ie in orde), radio in oude helm geinstalleerd enz.
Egberts lier bleek toch behoorlijk tricky. Jan deed z’n uiterste best om zo veilig mogelijk te lieren, maar het was elke keer een harde ruk, dan een paar seconden helemaal niks zodat je struikelend tegen de grond ging, en dan heel hard trekken waardoor het overschakelen lastig was, om vervolgens te weinig kracht te ontwikkelen om je echt hoog te krijgen. Trappen ging al helemaal niet, dus Tanno en ik deden allebei een paar startjes tot 150 meter terwijl de cumulus lokten. Ik had net besloten om ermee op te houden, want ik werd moe en dan is wordt zo’n start gewoon gevaarlijk, toen Tanno inderdaad struikelde in de start en hard tegen de grond ging. Kennelijk vergt die lier een hoop oefening, dus moeten we wachten op een veilig windje.
Daardoor was ik wel mooi vroeg thuis, op tijd om me te douchen en met Ruud de museumnacht te doen. Dat werd dan toch weer meer een kroegennacht, tja twee Limbo’s bij elkaar die moeten kiezen tussen cultuur of bier…