29 augustus 2012




Afgedraaid, pijn overal en twee keer uitgezakt. Maar de jongens hadden een superdag, dat is dan toch wel weer goed. Ik had eigenlijk überhaupt niet mee de berg op moeten gaan en beter nog een uurtje proberen te slapen, maar tja dat is achteraf slim bedacht natuurlijk. Ik startte veel te vroeg, nergens voor nodig maar dat overkomt me altijd, als ik éénmaal klaar ben met opbouwen en aankleden dan ga ik. En ik kan me nooit bedwingen om meteen bij aankomst te beginnen m’n vleugel op te bouwen. M’n landing was niet overdreven slecht maar het kostte me toch een upright en een pijnlijke elleboog, en de rest van de dag was het lastig om van m’n sjagrijn af te komen. Altijd leuke parapenters die heel origineel komen melden dat ik beter zou parapenten, mede-deltisten die komen toelichten hoe ik wel zou moeten landen, dat soort gezeik.
Gelukkig had ik m’n spullen bij me en het wisselen van de upright (de rechter, natuurlijk) was niet overdreven lastig, waarna ik kon ontspannen met m’n boek en uitzicht op de berg waar Bruce en Kees een geweldige termiekvlucht maakten. Leuk om te zien, ik weet vrijwel zeker dat ik hun gedachten kon lezen terwijl ze prachtig rustig een paar honderd meter boven start draaiden.
Het werd wel erg laat doordat ze een paar keer op en neer naar Perler gingen, zodat Ido, Andy en ik pas tegen half drie op de Zillertalerhöhestrasse startten, te laat om nog termiek te vinden. Ik deed wel een redelijke landing, nou ja een enorme final en ik moest fors bijlopen, maar niet te slecht. Het blijft tobben, en ik blijf me afvragen waar ik precies fout ga. Ergens tussen m’n ‘point of arrival’ en het moment dat ik zou moeten flaren verlies ik al m’n snelheid, en dat is ook wel de fase dat ik toch echt te bang ben zo vlak boven het lange gras.
Misschien is het morgen nog vliegbaar. Maar als ik nog een nacht niet slaap moet ik toch naar huis, hier word ik niet vrolijk van. Aan de andere kant is het gezellig, ik zie Kees en Bruce zelden en thuis heb ik weinig dringends. We zullen zien.

28 augustus 2012

roestige ouwe mannen


Ik voelde me een pietse torn between two lovers, wilde erg graag een mooie vlucht maken maar het was ook wel bijzonder geinig om mee te maken hoe Kees en Bruce hun eerste vluchtjes sinds lang maakten. ’s Ochtends buikschuivers maken in het natte gras, en dan omhoog naar de parapentestart voor het echie. Ze zaten zo luidkeels te klappertanden en nerveus te spelen dat Manfred, de instructeur, geen idee had hoe hij ze in moest schatten. Ervaring, idioten? Ik vond het ook wel erg spannend, ik ben sowieso al slecht in staat om andermans kunnen in te schatten, laat staan van twee vrienden die wel scherm, gemotoriseerd en zweef gevlogen hebben in de tussentijd maar al twaalf jaar geen delta van dichtbij hebben gezien en toentertijd ook niet zo heel erg ver kwamen. Bruce, die alles bijna vanzelf kan, startte als eerste en deed het helemaal niet slecht. Kees maakte een hoop misbaar maar startte nog beter, en ze landden allebei uitstekend terwijl ik met m’n gebruikelijke buikschuiver binnenkwam.
Interessant om te proberen de psychologie te doorgronden. Wat er gewisseld werd tussen Kees en Manfred maakte me al alert op zijn zenuwen over de wind, en ja hoor hij was vanalles kwijt en vergeten. Haast, zenuwen. De zekerste manier om fouten te maken. Ondertussen was m’n eigen start één van m’n slechtste geloof ik, bijzonder genant.
Zonder lunch en in de volle zon kwamen de Oostenrijkse hoeveelheden bier stevig aan, dus ik ga nu maar over op sap of water ofzo en dan morgen nog maar es proberen of hier ook wel eens iets omhoog gaat.

Zillertalerhöhestrasse




Al vroeg kwam ik op het landingsterrein, waar ik direct een Nederlander op z’n eentje ontmoette die een auto en chauffeur had voor een glijvluchtje vanaf de parapentestart laag op de Höhestrasse. Dat was mooi, ik sprong meteen bij ‘m in de auto, we bouwden gezellig samen op en terwijl hij niet op of om keek liep ik om elf uur van de berg af. Geen hangcheck en ook geen gezeur over neus omlaag, wel even anders dan wat ik gewend ben. Perfecte landing uitgevoerd, in de Stube naast het landingsterrein gelunchd, en toen weer met diezelfde jongen naar de Zillertalerhöhestrasse, een dik half uur naar boven rijden langs files van bejaarde toeristen in dikke pooierbakken, koeien die weigeren opzij te gaan en de streekbus.
Ik startte laat, vond een mooi belletje maar kon het boven 2050 (starthoogte 2030) niet meer vinden, vloog over de Penkenkabelbaan, Mayrhofen, langs de oostkant en zakte dan toch in een half uurtje uit. Terwijl ik stond in te pakken arriveerde Kees, moe van het verdwalen dus die ging ons niet nog een keertje omhoog rijden. Was eigenlijk ook niet erg want we zien elkaar eens in de zoveel jaar.
Auto opgehaald, Bruce opgehaald, tot diep in de nacht aan de schnapps moppen getapt, nu vroeg naar de oefenhelling om te bezien of de jongens nog weten hoe een zeilvlieger werkt.

26 augustus 2012

Mayrhofen




Terwijl ik drie gigantische spinazie-kaas-kauwgumballen drijvend in een badje van gesmolten boter wegspoel met een biertje, onder de buitenverwarming met vrolijke Oostenrijkse harmonicamuziek in m’n oren, overweeg ik m’n situatie. Vrouwen in debiele Heidi-jurkjes lopen af en aan met enorme pullen bier. De lucht is grijs en de kapsels van alle mensen ook. Ik ken hier niemand, weet niet waar de weg naar boven is en waar het landingsterrein voor delta’s (vroeger vlogen die hier nog wel eens, zegt de uitbater van Hause Panorama waar ik nog een nacht onze driepersoonskamer voor mij alleen heb). Geen idee of ik geacht word me eerst ergens te melden, misschien met een navette naar boven te rijden, of dat ik gewoon kan gaan. En sta ik dan op een startplek waar nog anderen zijn? We zullen zien. Voorlopig ben ik best moe, weinig geslapen en 850 km in de plensregen gereden, ik ga lekker om negen uur naar bed.

20 augustus 2012

Terug in Porta Westfalica

Het is een stukje rijden, maar dan heb je ook wat. Bij Deventer belde Rob me op om te vertellen dat er op Bruinehaar niet gelierd werd, dus ik reed meteen door naar Porta Westfalica. Daar werd ik weer allerhartelijkst ontvangen: mensen die me spontaan naar boven rijden, wildvreemden die m’n vleugel dragen, slapen en douchen in het clubhuis, helemaal goed. Het allerliefst was nog wel Norbert, de startofficier van dienst (Duitsers: hebben ze een perfect vlonder zodat je makkelijk elkaar kan helpen, of zelfs een willekeurige voorbijganger kan inschakelen, willen ze nog dat iemand een vrije dag opoffert om in de bloedhitte te controleren of piloten wel met gecertificeerde vleugels vliegen. En om het slot van het vlonder af te halen, er zou eens iemand vanaf kunnen vallen). Norbert reed me ’s ochtends naar boven. Ruud was mee, heel gezellig maar hij rijdt geen auto dus ik was toch afhankelijk van andere piloten. Norbert sjouwde m’n vleugel, Norbert wuifde m’n startgeld weg, en op het eind van de dag nam Norbert m’n pakzak mee naar beneden. Ik kwam ‘m tegen toen ik Kai omhoog reed om zijn auto op te halen. Hij stopte, ik reed door en ging ervan uit dat hij wel zou begrijpen dat ik iemand naar boven bracht, en dan beneden m’n spullen bij elkaar zou scharrelen. Maar toen ik boven keerde, stond Norbert ineens voor m’n neus. De lieve schat dacht dat ik misschien een derde keer wilde starten en daarom kwam ie terug, om me te assisteren.
Vier vluchtjes in twee dagen, een perfecte en drie redelijke landingen, bij elkaar bijna vier uur gevlogen tot uiteindelijk maximaal 820 meter. Het was niet heel erg makkelijk, de termiek was licht en laag, maar het was makkelijk genoeg om ontspannen rond te cruisen. Net leuk, beetje werken, beetje rondkijken, beetje opletten voor andere delta’s en zwevers, genieten van het vliegen. M’n laatste start was slordig want gehaast. Iemand wilde me helpen, sommige mensen denken dat ‘helpen’ betekent ‘instrueren’ en ik raakte licht geïrriteerd door zijn bazige aanwijzingen. Stom natuurlijk om dan niet even diep adem te halen en me te concentreren op een mooie start, maar ach ik kwam ermee weg en vloog vervolgens de lokale cracks eruit (niet allemaal, eentje bereikte duizend meter en maakte wat uitstapjes over het vlakland achter de Weser).
Aan de grens helemaal in vakantiestemming gegeten, de files vanuit Scheveningen uitgelachen, met z’n tweeën de auto uitpakken en als klap op de vuurpijl duwde Peter buurman ons ieder twee koude biertjes in handen. Wat heb ik goed!

12 augustus 2012

Hard niks doen


foto's Ger

Dit zijn toch de zwaarste dagen: gewoon op tijd opbouwen, de hele dag twijfelen, en uiteindelijk niet vliegen. Het was mooi weer, de sfeer was prima, de lucht zag er waanzinnig goed uit, maar er stond een vrij stevige zuid-oostenwind die over de hangars heenrolde en daar had ik toch geen trek in. Bovendien zag ik Ropje, zHarrie en Kurt vreselijk hard werken toen zij wel startten. Maar Martin en Jochen gingen dan wel weer vrij normaal omhoog, en af en toe draaide de wind wat meer recht op de baan, dus het leek me toch verstandig nog even door te wachten.
Gelukkig mocht ik een vluchtje met Rinus mee, ontzettend genieten, wat is vliegen toch fantastisch! We zagen de wind door de mais jagen en dat maakte me nog wat huiveriger om een start te doen. Maar als ik dan drie uur lang zit te vechten tegen de slaap bij het naar huis rijden, met een rammelende maag omdat ik nog niet gegeten heb omdat ik niet te laat in Den Haag wil aankomen (en hulp moet zoeken om m’n vleugel naar binnen te tillen over dikke auto’s heen die pal voor m’n deur staan) dan ben ik toch wel erg teleurgesteld. Weer te weinig lucht…

in 't Groen





Benecup taak 1






Een egel die rond m’n tent scharrelde maakte een hoop herrie, gekrabbel en gesmak, het klonk wel schattig maar wel luiddruchtig. Vervolgens deed een kraai kond van z’n aanwezigheid, en meteen daarna begon de buurman te kuchen. Echt stil is het niet hier in het hoge noorden maar het voelt toch als een complete vakantie. Buitenlucht, zon, ontspannen en gezellig en een soort Bokrijklandschap en dik tevreden over m’n vluchten. De eerste zakte ik meteen uit maar ik maakte wel een aardige landing, op m’n benen precies op de goeie plek. De tweede zakte ik weer meteen uit, geen schande overigens want ook de cracks (Ropje, zHarrie, Martin, Jochen) kwamen weer naar beneden. Wel whackte ik hard de grond in, neus op m’n helm en m’n dikke knie nog dikker dan ie al was – mooie benen heb ik al lang niet meer. Ik kon wel janken en plengde inderdaad een traantje, ongelooflijk waarom blijft het toch zo onmogelijk om gewoon goed te landen? Het ergste was nog dat ik tot een seconde voor de whack werkelijk meende dat ik een goeie landing aan het maken was. Mogelijk heb ik me teveel geconcentreerd op het aanvliegen. Volgens Rob had ik m’n armen weer bijna gestrekt voor me uit, er was geen wind dus de grondsnelheid was indrukwekkend, domdomdom. Gelukkig was m’n derde landing, traditioneel ergens in Nieuw-Buinen (slechts twee belletjes van het vliegveld) echt perfect, afgezien van de plaats dan want ik moest kilometers teruglopen naar de weg.
Tijdens het inpakken kwam er een enorm blij hondje steeds z’n piepballetje brengen, heel erg schattig. Nico moest er niks van hebben, hij houdt niet van honden en al helemáál niet honden met balletjes. Hilarisch om te zien hoe de hond zich steeds aanhankelijker tegen Nico aanvlijde.
Met Nicolette ging ik Paul ophalen in Wezup, bij Emmen, gezellig met z’n tweeën maar wel inefficiënt, daar heb ik toch een hekel aan. Er stonden er nog een hoop in die buurt en we reden met drie of vier busjes allemaal op en neer om piloten op te halen, zonde. Nou ja, als we niet waren gaan rijden had ik waarschijnlijk de rest van de middag op het terras biertjes zitten drinken, ook geen zinnig tijdverdrijf. ’s Avonds met z’n allen naar de nieuwe pizzeria, en nu maar hopen dat het verstandig was om vroeg naar bed te gaan en het hippiefestivalletje bij de buren van Nico & Nicolette over te slaan.

10 augustus 2012

Zon in Stadskanaal

Ik zit in Connies en Rinus’ nieuwe caravan in weekendmodus te komen. Het is altijd zo erg rennen vliegen springen, vanmorgen om vijf uur m’n bed uit om alle zooi klaar te zetten, voor zevenen op kantoor zodat ik op tijd weg kon, thuis omkleden auto volgooien hapje eten laatste file check drie keer terug het huis in voor vergeten handoeken telefoonladers vliegschoenen, gauw voor de files uit rijden, bij Utrecht bedenken dat de wasmachine nog aan staat, in Borger terug om eindelijk dat kratje bier voor Dees eens mee te nemen, over het hek klimmen tentje opzetten bedje opmaken, waypoints uploaden tussendoor nog even met Scott skypen….hijghijghijg….De zon begint onder te gaan en ik ga lekker vroeg naar bed. Morgen eindelijk de langgehoopte Be(lgisch)Ne(derlandse)cup.

05 augustus 2012

Eén trekje



Typisch Hollandse zomerwiekendje. Het leek me gisteren geen goed vliegweer dus ik peddelde wat, te vroeg om het varend corso nog mee te krijgen. Vandaag naar de Buizerd, volgens de rasp zou het niks worden maar dan zou ik prima een paar landingen kunnen doen. Het liep anders doordat er nogal geteut werd, de wind voortdurend van opzij of zelfs uit de rug kwam, ik de eerste tig trappen in sink bezig was zodat ik na eindeloos heen en weer vliegen nog steeds op 200 meter boven de lier aankwam, en het slechte weer toch sneller aankwam dan we hadden gehoopt. Gelukkig heb ik nog tien minuten kunnen termieken, ’t is niet veel maar beter dan Bas, die helemaal niet startte, en zHarrie die alleen nog maar morsdooie lucht had (toch niet: later bleek hij toch nog zestig km gevlogen te hebben).
Inmiddels begin ik een aardige verzameling valkuiltjes te kennen, misschien moet ik ze eens systematisch opschrijven. De ouwe: te laag hangen en dan met je release over de bar zodat ik mezelf vasttrok na het overschakelen. Het velcro van het schuiflijntje dat aan m’n rits-open-touw vastknoopte zodat ik gevangen zat aan de kabel. M’n radiosnoeren die op de een of andere manier in de war raken met het schuiflijntje zodat de hele boel kapotgetrokken wordt bij het releasen. Mondstukje van m’n waterzak onder de releasehandle zodat ie niet open wil. Op de Chabre: quickpin niet helemaal in het hoekstuk wegens korreltje rotzooi in het gat, pas ontdekt bij de preflight check en m’n bottombar zat wel degelijk los. Al meerdere malen, vandaag weer: denken dat je je armen door de schouderbanden van je harnas steekt, maar nee, ik heb alleen het neopreen van de buitenkant over m’n schouder lopen. Radiozakje dichtritsen en daarmee het volume van de radio op nul draaien. Rits-open touwtje dat vastgeplakt zit op het velcro aan de binnenkant, zodat ik m’n rits niet dicht kan trekken. En de laatste: camera in m’n borstzakje is er tijdens de vlucht niet meer uit te halen.
Zo blijven we leren.

29 juli 2012

Einde vakantie

We hadden bedacht om vandaag nog te vliegen, of rustig aan naar huis te rijden als het slecht weer zou zijn. Dat werkte niet: we waren al compleet ingepakt toen de lucht er toch verdacht mooi uitzag. Tanno heeft geweldig gevlogen afgelopen twee weken, en ik ben ook best voldaan en ik wil zuinig doen met m’n vakantiedagen, dus we bedachten ons niet meer en reden weg. Tot Grenoble naar de wolken kijkend, onder het verzinnen van rampscenario’s als de hele dag op de berg zitten met westenwind, dusties, turbulentie en landen in een klaverveld. Daarna legden we er ons maar bij neer dat het nou eenmaal fijner rijdt als de zon schijnt en dat we het de achterblijvers van harte gunnen, en hoe prettig het is om de auto uit te pakken zonder bakken regen.

28 juli 2012

Laatste taak





Rugpijn! Ontzettend, ik voel me negentig, strompel van tent naar terras en ik moet er niet aan denken om spullen in te pakken. Het zou van de trampoline komen, nooit geweten dat een beetje springen zo slecht kon zijn. Tijdens de vlucht had ik er al last van, maar nu achteraf is het dramatisch. Lang leve de ibuprofen. En lang leve de droguechute ook trouwens, zonder dat ding had ik erger problemen gehad. Ik ging wel supermooi hard omhoog naar wolkenbasis bij de start, 2400 meter en met de wind in de rug naar een dikke congestus waar het ook weer met 5 m/s ging, en in no time was ik bij het eerste keerpunt. Daar dacht ik slim te zijn door dóór te vliegen naar een wolkje boven het dal van Gap, en die deed het niet, en toen had ik best tegenwind en sink en toen keek ik vooral naar landingsmogelijkheden en in no time stond ik op de grond. Jammer, teleurstelling, geen winnaar. En geen goal, dat is erger. Het ‘had-ik-maar-gevoel’ is het vervelendste onderdeel van zeilvliegen, het is zo snel en zo definitief over met je kansen. Nou ja, volgende wedstrijd nieuwe kansen.

Wind



Het waaide best en er hing een hoop cirrus en stratus dus ik verwachtte geen denderende lift. Luke werd van de berg afgegooid en ging nog best goed omhoog, maar je kon zien dat het wel schrapen was en daar had ik niet zo’n trek in tussen vijftig anderen. Bovendien maakte ik me zorgen over de tegenwind als ik zou uitzakken, de angst als je denkt dat je de Vis niet zal halen of als er nog drie anderen tegelijk willen landen. Toen ik éénmaal gestart was viel de lucht eigenlijk best mee en draaide ik ook mooi omhoog, maar ik had mezelf in de drie kwartier daarvoor al zo zenuwachtig gemaakt dat ik eigenlijk al was uitgezakt voordat ik in de lucht hing. Ik verliet de bel waar alle anderen in draaiden en ging naar de noordstart waar ik er twee goed omhoog zag gaan, maar daar was het al op. Toen ik terugdraaide zat ik te noordelijk van de riggel om te kunnen soaren. In plaats van me in te spannen om weer hoogte te vinden draaide ik in een impuls naar het noorden, naar grote veilige landingsterreinen en lege lucht. Beneden me cirkelden twee grote vale gieren, en er piepte wel iets maar omhoog kwam ik er niet op. Binnen vijftien minuten stond ik op de grond, een beetje teleurgesteld omdat hiermee dus mijn ene dag roem over was maar wel tevreden omdat ik me gehouden heb aan de belofte aan mezelf: eerst stressvrij landen, de wedstrijd komt pas op de tweede plaats.
Op de camping scheurden de toppers binnen: Andreas met één uur drie-en-twintig voor hun taak van 70 kilometer, Tanno superlaag met 1:54. Juicy haalde het net niet en draaide op het allerlaatste moment naar een klein veldje, wat ‘m een upright kostte maar wel een puntje in de 400-meter-goalcirkel opleverde. Ropje en Martin redden het niet, Araldo met z’n Sting haalde bijna goal (onze taak was 45 km). Iemand vertelde dat Araldo z’n vluchten voorbereidt met een slimme combinatie van meteo en oude tracklogs, z’n computer vertelt ‘m gewoon waar ie moet vliegen. Het zou mijn pret niet zijn, maar ik vind het wel geniaal.

27 juli 2012

1000 punten

Yep, niet alleen ben ik dagwinnaar, met voor het eerst in m’n leven 1000 punten en twee of drie topless vleugels in de sportsclass, ik sta zelfs bovenaan in het klassement! Ontieglijk leuk dit, ik loop al sinds gistermiddag te genieten. Wat had ik het fout, vroeger, toen ik het nut niet inzag van een b-klasse of een sportsclass of aparte vrouwenrankings en dergelijke. Maf dat ik helemaal vergat dat we thuis duizenden keren spelletjes deden: kaarten, mens-erger-je-niet, monopolie, zeeslag. Dat ging ook zeker om het winnen, terwijl winnen volstrekt onbelangrijk was. Allemaal zen dit: van haast word je langzaam, je kan alleen scoren als je niet hoeft te scoren en het spelen van een spelletje is pas echt leuk als je speelt om te winnen.
Nu is het zaak om m’n kop goed te houden vandaag en morgen. Met dezelfde instelling de berg af als gisteren, niet proberen om m’n positie te behouden maar blijven mikken op een leuke lange vlucht, goal halen en netjes landen.
Maar nu eerst maximaal genieten.

26 juli 2012

Sportsclass dagwinnaar?



Goal, heerlijke lucht, prachtig uitzicht, alles op m’n eentje gevlogen. En misschien ben ik zelfs dagwinnaar, dat zou dan voor het eerst zijn. 71 kilometer in 2.17 uur, Chabre Serres Ajour Hongrie en terug naar de camping. Ik heb enorm m’n best gedaan om geduldig te zijn en zowaar: het werkt. Niet te snel van de berg afgelopen, er waren geen winddummies en de parapenter ging niet echt hard omhoog. Niet te snel van de Chabre weggevlogen: bijna tot wolkenbasis in vriendelijke kleine gaggletjes doorgedraaid. Ik was wel zo ongeveer als eerste bij de Beaumont, nou ja nog een flex en een rigid voor me en een dikke wolk, dat gaf toch moed. De echte wedstrijd kwam op dat moment over me heen, Ropje en Tanno en nog een stuk of vijftien. Man wat ga ik langzaam in vergelijking met hen. Ze stijgen ook beter, dat is gewoon een kwestie van techniek, maar afijn ik kwam redelijk bij het eerste keerpunt en dankzij een paar markers vond ik een bel tot 3000 meter. Daar scheidden zich onze wegen: ik moest rechtsaf naar de Aujour, de anderen gingen door richting Pic de Bure voor hun taak van 140 km. Bij de Aujour zakte ik er bijna uit, net toen ik aan Montse doorgaf dat ik laag zat vond ik het reddende belletje, en vervolgens ging het met wind mee naar het tweede keerpunt. In gedachten bedankte ik Heather voor haar massage, daardoor kon ik zonder al te veel rugpijn goed centreren. Ik lig toch altijd enorm te spartelen in m’n harnas als ik ingespannen op zoek ben naar de lift.
Boven de Tête de Bouges stond een wolk en er draaide een zwever, dus dat gaf weer vertrouwen. Het laatste stukje via de Hongrie was ondanks een lichte tegenwind een eitje, alleen is het altijd spannend om zo lang te glijden. M’n vario gaf me eerst 400 meter boven goal, later verbeterde dat tot 700 meter en toen pas durfde ik er echt de sokken in te zetten. Met een heel redelijke landing was ik als eerste op goal. Duik in het zwembad, biertje van Cornelia, zoen van de meethead en dan superlui langzaam afbouwen in bikini.

Hangwaiting



Een bijzonder zware dag gisteren, de hele dag niks doen. Om elf uur waren we opgebouwd op de Longeagne, tegen een uur of vier reden we er weer vanaf. Voortdurend dustdevils dus je kon niet bij je vleugel weg om eens een beetje te gaan kletsen. Wachten tot het startbaar zou worden dus ik kon niet lezen zonder elke halve zin op te kijken en de wind te checken. Toen de taak gecancelled werd en Gary vrij startte, overwoog ik nog even om ook naar beneden te vliegen maar er kwamen zulke grote dusties langs dat ik dacht dat de landingscondities misschien ook niet denderend zouden zijn. Tanno en Juicy vlogen wel. ’s Avonds Peters verjaardag, buffet en dansen. Leuk maar niet meer als vanouds nou er niks meer te flirten valt.

24 juli 2012

Ontevreden

Fucked up, maar ik heb een piepklein excuusje. De Beaumont deed het niet, Christian denkt dat het met de oostenwind te maken heeft en Gordon had al laten weten dat ik veel te vroeg was. Dat had ik zelf ook al bedacht. En ik leek op enig moment hoog genoeg te zitten om naar de volgende riggel te glijden, ik kon het zweefvliegveld goed zien maar ik durfde niet. Het risico dat ik hard zou zakken boven Serres en dan in een bijzonder nare situatie terecht zou komen was heel klein, maar ik neem liever enorme marges. Bovendien groeiden er prachtige wolkjes boven het dal, en ik heb al zo vaak meegemaakt dat ik op weg naar een landing weer heerlijk omhoog schroef dat ik er bijna op rekende. Maar deze keer gebeurde het helemaal niet. Tim was al voor me geland, liet verdorie z’n vleugel ongekeerd middenop het veld staan, en ik kreeg het ook nog voor elkaar om een slechte landing te maken. Kwam met een harde klap op de grond, er schoot een kramp in m’n rug en dat geeft vooral het gevoel dat je tachtig bent. Naast het ongemak. Dus ik meldde me direct bij Heather, die werkelijk magie heeft. Ze is uitzonderlijk goed, kneedde en wreef alle pijn uit m’n lijf. Een kwartier na de behandeling is het wel terug, maar minder erg. Bovendien heeft ze m’n spierpijn in armen en schouders weggewerkt. Heerlijk.
Nou gauw ergens een pizza scoren en dan zo vroeg mogelijk naar bed.

British Open taak 1





Martin beloofde stijg tot 4000 meter en min vijf graden, maar ik ben niet hoger dan 2900 geweest. Frisjes, maar het grootste deel van de vlucht was vooral hard werken en veel zweten. M’n gebruikelijke fouten: te snel een bel verlaten, met min 7 tegen de wind in ploeteren, omhoog worstelen en weer opnieuw. Eénmaal geland, na twee-en-een-half uur en zo’n dertig kilometer, was ik zo gruwelijk totaal compleet uitgeput dat ik ’s avonds bij de pannekoeken van Ad niet eens meer kon lachen. Compleet lege spieren.
Voor het eerst in twintig, dertig wedstrijden zit ik in de sportsclass. Erg leuk, we krijgen gewoon een kortere taak dan de gewone wedstrijd, Gordon geeft een uitvoerige briefing met aandacht voor landingsmogelijkheden en slimme routes, en het allermooiste is dat er geen tijden zijn. Je mag van de berg af wanneer je wil, starten wanneer je wil, en dat betekent dat de score niet gebaseerd is op een race maar op elapsed time. En dat betekent weer dat je veel kan scoren met leading points, en daar had ik er gisteren genoeg van om als tweede te eindigen. Van de sportsclass, de beginners en de masttoestellen, maar toch leuk.

23 juli 2012

Via ferrata


Een hoogtepunt: de via ferrata. Precies goed: pittig maar wel te doen als je fit bent, leuk eng niet akelig eng, veilig zonder overdreven betutteling. Drie uur klauteren en zweten en zoveel mogelijk om ons heen kijken om extra te genieten van de hoogte en de uitdaging. Het waaide natuurlijk wel erg hard anders waren we wel in de lucht geweest, en op de hangkabel was dat wel griezelig. Als beloning aan het einde drie keer over een kloof heen repellen (geen idee hoe het heet eigenlijk), fantastisch. We waren allevijf een beetje euforisch. Knap van Jonas die een beetje hoogtevrees heeft.
Het was ’s avonds niet simpel om enige conversatie op gang te houden, jeetje wat zijn die Zweden stug zeg. Nu z’n maatjes er zijn is Andreas ook weer stil en gereserveerd, terwijl hij vorige week honderduit babbelde. Gelukkig kletste Paddy ons de oren van de kop. Hij is verliefd en Australiër, niks gereserveerds aan.
Blauwe plekken schrammen en spierpijn vallen mee, al kan ik best een massage gebruiken. Eerst maar weer eens vliegen vandaag, hopelijk.

22 juli 2012

Geen vliegdag



De Belgische Open is afgelopen, de Britse Open zijn begonnen. Er zijn een paar mensen vertrokken, een hoop oude bekenden kwam gisteravond aan. Andreas is gedeserteerd; er zijn twee Zweden bijgekomen waar hij een team mee vormt. Jammer van het babbelen op de achterbank, dat was gezellig, maar voor de retrieve maakt het eigenlijk weinig uit. Hij landt toch meestal op goal. Met alleen Tanno en Montse is het net zo ideaal. Tanno is net zo’n vroeg type als ik, Montse helpt altijd met sjouwen, we lijken alledrie dezelfde verhouding te willen van samen dingen doen en los van elkaar. Montse gaat rennen en zwemmen en allerlei vage dingen doen met allerlei vage mannen, maar vaak wil ze wel mee naar de kloof of een performance in het dorp. Tanno zit te lezen of met Martin of Juicy te praten, en ik hang bij de Ieren rond of bij m’n muppets, voor politieke discussies met Enda met m’n boek op schoot terwijl Shedsy op z’n gitaar tokkelt. Ideaal, totdat Geoff en Shaun weer wiskey in a jar beginnen te spelen.
Ik ben gisteren de camping niet af geweest, er stond een enorme puist wind en iedereen was sloom van de zon en de late avond ervoor. Bijna miste ik de prijsuitreiking, de Belgen zijn extreem op tijd, dus ik mocht meteen doorlopen om m’n prijsjes op te halen. Derde in de sportsclass, en eerste, tweede en laatste vrouw. Toch een hele prestatie, om vrouw te zijn. Ik trok het roze t-shirt van de British Open aan zodat iedereen kon zien dat ik echt geen jongetje ben.

21 juli 2012

Leuk vluchtje



De lucht zag er vandaag flink gnarly uit, ik verwachtte heftige turbulentie en ellende. Mijn ervaring was echter juist het tegendeel: bijna geen wind en brede rustige bellen. Net als Niels, maar anderen hebben echt een wasmachine gehad. Bovendien wisselden wolkenvelden met schaduw, en zon met mooie cumultjes, elkaar af en het was maar net toeval wie waar wanneer was. Ik draaide makkelijk omhoog boven de start, maar verloor ook weer veel hoogte, draaide daarna nog een paar keer tot zo’n 2300 meter of iets meer, uiteindelijk had ik het idee dat rondhangen bij de Longeagne gewoon niks meer op zou leveren dus ik stak rechtstreeks naar het keerpunt, midden over het dal, over lage heuveltjes en aantrekkelijke landingsterreinen. Tanno meldde dat hij geland was, overal stonden vleugels geparkeerd en er schoof een dik schaduwveld over ons heen. Ik zocht een fijn veld uit en bedacht m’n circuit, en zoals zo vaak begon het toen een beetje te piepen. Samen met een topless draaide ik in, hij heeft het uiteindelijk niet gehaald maar ik kwam terug op 1800. Met een schuin oog op het vliegveld van Serres en een ander op m’n vario, dreef ik langzaam achter die pukkel aan de oostkant. Ondertussen genoot ik van het fantastische uitzicht, dit is toch echt de allerallerallermooiste plek ter wereld om te vliegen. Ik vond een sterke bel tot 2200 en begon naar de St. Genis te steken, maar de hele berg lag in de schaduw dus ik zakte flink en het keerpunt lag nogal diep in onlandbaar terrein. Dan maar omgedraaid naar Montrond, midden tussen de grote vlakke velden, in de zon, en sowieso meestal wel een goeie termiektrigger. Inderdaad, hij deed het, en ik driftte al stijgend richting het keerpunt. Beneden me was een klein stripje waar ik een delta op zag landen, dat gaf vertrouwen maar het bleek een trike te zijn die daar net startte. Nou ja, toch wel bruikbaar dan. Ik was ondertussen erg tevreden met mezelf: netjes geduld betracht en geen hele domme fouten gemaakt, keurig. Daar gaat het dan ook altijd mis, als ik te vroeg dik tevreden ben. Na het keerpunt draaide ik rechtstreeks op koers naar de Aujour maar nou kon ik niet meer hetzelfde spelletje spelen omdat het dal waar ik overheen vloog een beetje in de lij van de pukkels daarvoor lag. Bovendien trokken de brede gemaaide velden me hard naar beneden, en m’n onverdiende zelfvertrouwen deed de rest. Een parapenter was midden in het dal heftig aan het spiralen, hij had me duidelijk niet gezien en hij zat behoorlijk in de weg. Na onze landingen kwam hij op me afgerend om z’n excuses te maken, en even later kwam z’n pa, de man die ik in St. Vincent ontmoet had, me een koud biertje brengen. Eind goed al goed, ik heb maar vijfentwintig kilometer gevlogen en slechts een miezerig keerpuntje, maar ik ben bijna euforisch over dit lekkere vluchtje. Eens een keer niet kwaad op mezelf. En ik ben eens een keer niet allerlaatste, ik was gisteren 26e dat lijkt eindelijk weer eens een normale score.
Gisteravond was Fran z’n laatste avond, dus dat werd laat. De beste campingzanger ever. Vandaag en waarschijnlijk morgen ook zijn rustdagen, veel wind, we hebben kennelijk niet genoeg gedronken.

20 juli 2012

Mart

Mart kwam aan z’n chute naar beneden, drie kilometer van de camping net toen ik op het landingsterrein was. Het zag er vreselijk uit, hij werd net als de meeste anderen die ik heb zien neerkomen alle kanten opgeslagen, hij tolde rond en hij daalde absurd snel. Binnen een minuut nadat hij uit zicht verdween belde hij Heather, die een speakertelefoon heeft zodat we allemaal mee konden luisteren. Hij klonk helemaal niet goed, ook al beweerde ie dat er niks aan de hand was. Terwijl Heather tegen ‘m bleef praten, om z’n coördinaten bleef vragen, kwam iedereen naar haar toe om te vragen hoe en wat, bloedirritant. Andreas was al op goal en Tanno was niet ver meer, dus ik pakte Tanno’s auto om ‘m te gaan zoeken. Dat was het rottigste deel van het hele avontuur, bergpaadjes op en af scheuren en locals die verkeerde aanwijzingen gaven. Toen we ‘m eenmaal gevonden hadden, flink geschokt en gebutst moest ie persé terug om z’n harnas en instrumenten te halen en wat fotoos te maken met een big smile naast het wrak. Heather en ik overlegden hoe we ‘m het snelst in een ziekenhuis konden krijgen, maar dat bleek niet nodig, hij had flink pijn en hij was misselijk. Ik was bang, inmiddels heb ik voldoende ervaring met ongelukken om te weten dat rondlopen en lachen niet betekent dat je in orde bent. Afijn, na alle onderzoeken en fotoos blijkt hij niks gebroken te hebben, z’n kop is in orde en ze hebben ‘m een nachtje ter observatie gehouden zodat ie ook niet stiekem leeg kan bloeden.
Andere wachtenden bij de noodhulp droegen t-shirts met schermvliegers, rockclimbing en motorrijden, eigenlijk een soort van grappig. Heather verzuchtte dat we vreselijk gevaarlijke dingen doen, ik zei heb je wel eens bekeken hoe leeftijdgenoten die niks doen eruit zien? Maar ondertussen is het niks, die emergence in Gap. Ik ken het inmiddels goed, en ik ben doodsbang voor een chutedeployment. Maar ik heb ook keer op keer gezien dat diegenen die hun chute gooien er meestal behoorlijk goed vanaf komen. Toch maar weer eens vouwen dat ding.

19 juli 2012

Taak 1 Belgische Open







Er zijn kleine dingen die het leven enorm veraangenamen: de zekerheid dat Montse me zal ophalen, zodat ik pakzakken en hoedje en slippers enzovoort met haar mee kan geven en niet in m’n harnas hoef te proppen. Dat ze altijd helpt m’n vleugel te tillen. Martin die het weer checkt, waardoor ik gewoon te lui ben geworden om er zelf nog naar te kijken. Mart die even uitlegt hoe ik de taak zou kunnen vliegen, jammer alleen dat ik het niet verder dan de startcirkel heb gebracht. De zon, heerlijk, als er iets is wat het leven makkelijk maakt is het zon.
Opbouwen was wel zoals gebruikelijk vervelend. Heet, onhandig op de steile helling met de losse sintels, en veel deelnemers zijn niet gewend aan wedstrijden en een beetje efficient indikken zodat we allemaal aan een ketting kunnen staan. Terwijl er wind van zowel zuid als noord kwam, met een westvoorspelling, honderd procent zeker dat er dustdevils langs gingen komen. De vrij onervaren organisatie was nogal gestresst, wilde het te goed doen zodat er onmogelijke opstoppingen ontstonden boven het vlonder. Zolang de piloten rustig zijn mag de startvolgorde best een beetje losjes zou ik denken, maar afijn ik liep op een mooi moment het vlonder af. De lucht was behoorlijk bubbelig maar ik dreigde toch uit te zakken. Ruim op tijd keerde ik richting de vis, zodat ik alle tijd zou hebben om er een goed circuit te maken. De vis is een heuveltop met bomen eromheen; als je het fout doet heb je geen alternatieve opties meer.
Op weg daarheen kwam de reddende bel, en ik draaide naar 2300 meter in een bijzonder vriendelijke gaggle. Er zaten mensen nog hoger, maar het leek een beetje in te zakken dus ik begon naar het eerste keerpunt te glijden. De hele weg zakte ik alleen maar, en tegen de tijd dat ik bij het einde van St. Cyr was zat ik al bijna op tophoogte. Rechts de gaggle, die best goed omhoog ging maar daarvoor zou ik dieper het onlandbare gebergte in moeten, links de velden. Ik ging naar links. Jammer van de wedstrijd, maar ik voel me niet overmoedig meer. Samen met Ken zakte ik inderdaad uit op een veldje langs de weg naar Ribiers, en na ons landden er nog drie. Een klein uurtje en minder dan tien kilometer gevlogen, maar wel ontspannen, leuk.
Duik in het zwembad, boodschapjes, roséetje met A&J&H, koken en babbelen met zo ongeveer het prettigste team in m’n leven, op tijd naar bed. Het leven is goed!

17 juli 2012

Gorges de Meouges






De sfeer is helemaal goed, gezellig, stressvrij. We hebben een leuk team en de zon schijnt, jammer dat we niet kunnen vliegen maar in ieder geval is het vakantie. Even dachten we dat het vliegbaar was, de balise zei 14 km/u maar op weg naar boven kwamen we auto’s met vleugels tegen die de andere kant op reden. Kennelijk stond er boven een puist wind. Omgedraaid, zwemspullen gehaald, weer terug en de middag verder in de kloof doorgebracht. Ik durf gelukkig nog te springen, het is verleidelijk om het niet te doen maar te leuk om te laten. Iedereen die z’n eerste sprong gemaakt heeft, meestal kleine kinderen, zwemmen met een gelukzalige overwinningslach weg.
Later zetten Shaun en Geoff hun bandje op stroomafwaards, maar ze weten eigenlijk niks meer te spelen dan een of ander wiskey nummer daar ben ik nou wel flauw van. Gekookt en gegeten met ik weet niet precies meer wie, het was een in- en uitstroom van mensen die al dan niet een hapje mee aten, en Ad met de anderen kwam aan dus ik heb geen last meer van m’n knuffeldeficiëntie. Nu naar bed, wie weet kunnen we morgen gewoon de wedstrijd vliegen.

16 juli 2012

Window of opportunity






De eerste dag van de Belgische Open werd gecancelled wegens teveel wind, en inderdaad stond er een behoorlijke puist te blazen. Sommigen gingen naar St. Vincent, anderen naar Mens, en wij bleven hier in de hoop dat de wind ’s avonds misschien een beetje af zou nemen. Maar vroeg in de middag kwam Irene al melden dat er mensen boven de Chabre hingen, en dat het nu licht was maar straks weer zou gaan toenemen, dus wij togen naar boven. Inderdaad, uitstekende condities. Ik draaide vrij makkelijk tot de inversie op 1600 meter, maar liet me dan ook weer iedere keer honderden meters naar beneden sinken. Een uurtje stuiterde ik zo boven de ridge, steeds proberen om de kern weer terug te vinden en een beetje met één of twee anderen samen in te draaien. Het lukte me niet om door de inversie heen te draaien, totdat ik een uurtje in de lucht was en me verder naar achteren liet drijven dan voorheen. Ik vertrouwde het niet echt en ik was inmiddels een beetje moe, dus in plaats van m’n geplande overlandje besloot ik dat het welletjes was voor vandaag. Ik overwoog om bij Remco en Sheila te landen en even hallo te zeggen, maar gelukkig wist ik mezelf tot de orde te roepen. Ik heb nog niet één echt goeie landing gemaakt, laat ik nou eerst eens even een paar keer netjes op de camping landen voordat ik alweer doordraaf en vergeet dat ik er niet zo goed in ben. De camping is lekker groot en heeft een windzak, en hulp voor als het mis gaat.
Ik kwam honderd meter boven starthoogte boven de camping, waar echt overal lift zat. Ik had geen haast om te landen dus ik draaide grote lome bochten over het dorp en de heuveltjes in het oosten, het kostte bijna een kwartier om naar beneden te komen. M’n landing was ok, en net op tijd want Tanno die twintig minuten later binnenkwam had al fors moeite met de turbulentie door de toegenomen wind. Latere landers hadden het duidelijk moeilijk, en de paar uurtjes vliegweer waren alweer over.

St Vincent



Misschien is m’n teen toch gebroken, verdorie. M’n landing was helemaal zo slecht niet, ik kwam alleen nogal hard op m’n voeten terecht, en nou heb ik een blauwe teen en flink pijn. Zo jammer, het is onprettig in m’n harnas en het maakt lopen over stenige paadjes lastig. Niet dat het veel uitmaakt want voorlopig vlieg ik toch niet, het is mistral. Tanno, Andreas en Juicy vlogen wel gisteren in St. Vincent maar ik durfde niet. Geen fatsoenlijk bombout field, en het was ook nog eens heftig turbulent aan de grond.
De mannen landden pas laat, en we moesten een schitterende kloof door om Andreas op te halen. Velden rood van de klaprozen, romantisch meertje, rotspartijen en watervallen, prachtig. De pizzeria die we uiteindelijk tegen half tien vonden liep net vol met parachutisten van Gap-Tallard, zodat we pas na anderhalf uur ons pizzaatje kregen. Ook dat maakt niet uit want vandaag wordt weer een niet-vliegdag dus ik kan met een middagdutje een beetje bijslapen.

15 juli 2012

14 Juillet






Je hebt van die ochtenden dat we met z’n allen urenlang besluiteloos rondhangen in onzekerheid over tijd en plek om naartoe te rijden. Ik begon de dag maar ns met thee drinken bij Heather en Mart, en daardoor miste ik Tanno’s sms. Zo kwamen we pas tegen de middag op de lage noord. Binnen een uur stond ik op het noordlandingsterrein, uitgezakt. Gelukkig was Montse er al voordat ik helemaal ingepakt was, en hup reden we nog een keer naar boven. M’n tweede vluchtje was heerlijk: rustig, overal langs de rigde termiek en een paar andere masttoestellen om gezellig mee rond te darren. Ik overwoog om ergens naartoe te vliegen, het was nog vroeg, maar de termiek was niet erg overtuigend en ik lag nogal oncomfortabel in m’n harnas. Ik besloot een uur boven de start te blijven en dan te gaan landen, maar uiteindelijk werd het me toch te saai en zo stond ik na 58 minuten op de camping. Inschrijven, koken, douchen en toen was er nog een hele avond de tijd op 14 Juillet te vieren. Shaun had een vat van z’n eigen bier mee, lekkerder nog dan twee jaar geleden, en Fran dook op. De beste campingzanger die ik ken en gelukkig spartelde hij niet al te veel tegen, binnen de kortste keren hadden we een concert. Iemand sjouwde het drumstel uit Shauns tent, Shedsy speelde nog wat, Montse hield me warm. Ik probeerde wat te babbelen in m’n kleuterfrans maar dat leidde tot ongewenste versierpogingen.
Keurig om één uur naar bed, koud, wind, de Belgische Open begint met mistral.

14 juli 2012

Eerste vluchtje

Donderdag waaide het hard en het was bloedheet. Een rustdagje dus, tot het ’s avonds iets rustiger werd en Frank ons wel wilde rijden. Eénmaal op de start, met behoorlijk harde wind met een beetje westelijk erin en met koppijn van het lezen en dutten in de zon, was ik gewoon niet gemotiveerd. Tanno en Jochem vlogen wel en ik wist al dat ik er spijt van zou krijgen als het de komende dagen niet vliegbaar blijkt te zijn, maar ik had gewoon geen zin. Vreemd.
Gisteren kostte het een paar uur om te besluiten of waar en met wie we omhoog zouden gaan, en toen we uiteindelijk vroeg in de middag op de lage noord aankwamen stonden er al zeker tien op te bouwen. Toch was ik de eerste die startte, ik wilde niet wachten om te zien of het misschien termisch zou worden met het risico dat ik uiteindelijk de berg helemaal niet af zou komen. M’n kwartiertje in de lucht gebeurde er eigenlijk weinig, maar ik had m’n bar toch stevig vast en ik voelde m’n hart flink kloppen. Er stond een enorme puist westenwind, overal lenticularis, ieder moment kon het gruwelijk turbulent worden dacht ik. Ik vond een uitstekende bel maar deed geen moeite om boven starthoogte te komen, ik vreesde daar compleet alle kanten opgegooid te gaan worden. Tanno en Jochem zeiden later dat het op 2000 meter echt verschrikkelijk turbulent was.
Met m’n belletje dreef ik over het noordlandingsterrein, waar ik liever niet wilde landen, en m’n landing bij de camping was uitstekend. Op de plek waar ik van plan was te staan, rustig met een beetje oversnelheid, op de voetjes. Fijn om een goeie eerste vlucht gemaakt te hebben.
De rest van de middag teuten, boodschappen doen, koken en met z’n vieren eten terwijl Juicy en Chiel hun tenten naast de onze opzetten, helemaal gezellig. We staan naast het zwembadje dus om het uur neem ik even een duik om af te koelen. ’s Avonds togen we naar het dorp, waar afgetrainde dames in strakke gymbroekjes waar een theedoek uithing bij wijze van rok op waardeloze Britney Spiersnummers pornopersiflages ten beste gaven. Erg pijnlijk om aan te zien dus ik kroop vroeg m’n tentje in. Snurken, babygehuil, startende auto’s, ritsen, pratende mensen om me heen, schijnbaar vlak naast m’n hoofd. Het is een raar soort intimiteit op een camping. De tentjes geven een vaag idee van privacy maar eigenlijk lig je met z’n allen bij elkaar in bed. Lang leve de oordoppen.

12 juli 2012

Laragne

Hoera zon, kennissen en bergen. En veel wind, dat dan weer wel. Gelukkig werd dat gisteravond al voorspeld zodat we zonder gewetensstrijd nog een karafje wijn konden bestellen en inderdaad, ik zou vandaag beter niet vliegen. Het is nog rustig op de camping, veel Tsjechen, Duitsers Nederlanders Fransen natuurlijk en al een enkele Belg. Phil en Jeff natuurlijk, een Aussie uit Bright en Bart. Geen ganzen of geiten meer, een paar extra douches en natuurlijk het zwembad. Heerlijk, een dagje boodschappen doen, kletsen, lezen, dutten en dat alles bij vier, vijfentwintig graden en noordewind.


09 juli 2012

zomervakantie

Al tijden niet meer in Laragne geweest. Ik heb er zin in, vergeet voor het gemak maar even de lange klim in de hitte naar de slipperige start, de dusties en avond aan avond vette pizza. Nou ja eerst nog maar even zien dat we er überhaupt komen, met een afgeladen auto (ik ga hemel en aarde bewegen om m’n fietsie mee te nemen zodat ik nog een schijn van onafhankelijkheid overhou) en oververmoeide Hollanders in zweterige files. Op naar termiek overal, gezellige Belgen en Britten, ruime dalen en m’n lievelingschauffeur Montse.

07 juli 2012

Buizerd




M’n eerste start releaste ik boven- en onderlijntje tegelijk, dus dat was snel over. De tweede ging goed, en ik draaide een pietsie in een nulletje maar snel stond ik toch alweer beneden. De derde keer brak het breukstukje toen ik over wilde schakelen met iets teveel ruimte in het schuiflijntje, dus opnieuw stond ik binnen een minuut aan de grond, ergens diep in het veld met een harde wind in de rug (waardoor de vleugel loeizwaar wordt). Nou schoten zHarry en Tanno wel charmant te hulp, dat alleen al maakt het een leuke dag. In ruil leende ik zHarry m’n release uit, wetend dat ik hem dan ook ergens ver weg op zou moeten gaan halen.
Maar toen mocht ik het release van ene nieuwe Martin lenen, omdat ik toch van plan was om gewoon bij het veld te blijven. Dat was ik echt absoluut eerlijk van plan, maar jee ik koppelde los en draaide meteen heerlijk omhoog naar wolkenbasis, daarmee ruim over Moergestel wegdrijvend. Ik loog door de radio nog dat het me speet (wat natuurlijk niet echt waar was aangezien ik het gigantisch naar m’n zin had), en begon me te oriënteren op een route rechtsom Den Bosch. Dat was helaas weer iets te optimistisch, zoals gewoonlijk stond de wolk die ik hebben moest precies de andere kant op en zo zakte ik voor de duizendste keer al na m’n eerste belletje naar de grond (bij Maaskantje!).
Ik zocht een mooi groot gemaaid weiland naast een doorgaande weg uit waar zelfs iemand in liep, altijd handig voor als er onverhoopt iets mis gaat. Die iemand begon helaas wel tegen me te schreeuwen, “van m’n land af!” en of ik maar direct op wilde rotten. Gelukkig stond ik al aan de rand dus ik kon hem meteen terwille zijn, en ik zette vleugel en harnas bij het volgende huis neer. Daar kwamen allerliefste mensen naar buiten die me vroegen hoe ze me konden helpen, of ze misschien een keer een tandem konden doen en wilde ik iets drinken misschien?
Stom genoeg had ik van niemand een telefoonnummer bij me, maar ik was nog zo dichtbij het veld dat ik radiocontact met Jos kreeg toen hij in de lucht zat. Even later liet Tanno me weten dat hij me op zou halen, terwijl Jan achter zHarry en Martin, in Renkum! aanging.
Dat betekende wel een uurtje wachten, zonder iets te lezen en met de voorspelde regenbuien dreigend steeds dichterbij. Ik bleek weer eens geen talent voor meditatie te hebben, dus ik oefende fluiten tussen m’n duimen, fotoos maken met de zelfontspanner, fluiten op gras, bloemetjeskransjes maken, een deuntje fluiten, ronddrentelen tot ik er flauw van was. Toch altijd nog beter dan tien kilometer lopen en liften.
Om half negen ’s avonds thuis hielpen de buren nog even met de vleugel afladen. Met een biertje haalde ik herinneringen op aan andere dagen dat ik bijzonder vriendelijke mensen op m’n landingsplek trof: ik heb wel eens op een verjaardagsvisite met een gebakje op schoot op m’n retrieve zitten wachten. Het is één van de mooiste dingen van het overlandvliegen, de kleine gesprekjes met vriendelijke mensen, en de hulp die van alle kanten komt.

04 juli 2012

Record

Wow. Jonny en Dustin hebben 768 kilometer gevlogen. Waanzinnig. Hier Jonnies blog: http://www.jonnydurand.blogspot.nl/ en hier de ongelooflijke tracklog: http://chorlton.homeip.net/spotmap/zapata.html (wel even linksboven op 'gisteren' en 'Jonny' klikken.)

30 juni 2012

Lieren in Moergestel

Eigenlijk wist ik gisteravond al dat het te hard zou waaien vandaag, maar jee ik heb al een hele maand helemaal niks meer gevlogen, terwijl er doordeweek vaak schitterende cumultjes langs m’n kantoorraam drijven. Tien anderen waren net zo wanhopig als ik, dus bij zeker tien knopen stonden we op het korstste baantje op Moergestel. De eerste trek moest ik alle zeilen bij zetten om de bar nog vast te kunnen houden, overschakelen was echt onmogelijk. Losgegooid boven de lier, bijna rechtstandig naar beneden gedwarreld, en iedereen was zo lief om me meteen weer te laten starten. Dat scheelt een hoop gedoe met harnas uit- en aantrekken, radio installeren, hangcheck enzovoort enzovoort. Wel vergat ik daardoor om er wat meer vg op te doen, en ik hing ook een slagje hoger dan normaal omdat m’n release zo beroerd aan m’n harnas vast zit. ‘zHarry trok wel minder hard, maar het woei echt knoerdhard en daarbij was het nog flink turbulent ook. Ik zag alle anderen later ook ontzettend wiebelig omhoog gaan.
Na drie trapjes hield ik het daarom voor gezien. M’n armen waren al helemaal òp, ik had niks meer over voor als er iets geks zou gebeuren.
Bijna ongemerkt ben ik toch echt ouder en rustiger geworden. Aan de ene kant heb ik kennelijk wat minder kracht in m’n armen, aan de andere kant weet ik precies waar ik mee bezig ben. Een paar jaar geleden zou ik veel langer hebben geaarzeld voordat ik überhaupt zou starten, flink zenuwachtig, maar vervolgens wel doorgaan tot ik er bij neerviel. Nu is het andersom. Ik start, constateer dat het niet leuk is en ik besef dat het gevaarlijk zou zijn om te lang door te gaan.
Dan maar weer kijken of het Zeeheldenfeestje nog gezellig is.

18 juni 2012

geen thrillseekers

Nou ik toch leuk aan het plagiëren ben: Helen postte dit artikeltje over haar dochter: don't try this at home

lastig landen

Davis postte dit stukje, te mooi om niet integraal over te nemen:

Jim Rooney writes:

The first issue with landing a hang glider, the nose stalls before the tips.

There's so much focus on body position and hand position, which do help, but virtually nothing on how the whole shooting match works. Quite simply, if you can stall the tips of your glider, you will have a good landing. If you do not stall them, you will not have a good landing.

How you accomplish this is the source of so much debate. So many inadequate explanations that all start with "well you just…"

Landing a hang glider is unnatural. To do it well, you must come in fast. You must stop the glider and make it tail slide, something you never do otherwise and never even toy with otherwise, as the results would be disastrous.

You have to approach the ground at a speed both vertically and horizontally which, if you did nothing else, would hurt and would likely put you in the hospital. Every instinct you have screams at you to not do this.

Every bone in your body begs you to come in at a speed that won't hurt. You want to slow down, both horizontally and vertically, to a speed which will not harm you. This is the #1 reason people whack.

Because at this slower speed (descending at trim), it is insanely difficult to stall your tips. The nose of the glider will quite happily stall, leaving your tips flying and pushing the trailing edge up. This pushes the nose down. This is why pilots feel like the glider is "getting ahead of them".

This concept is crucial to any discussion of landing technique. Before it is understood, no real progress is made. There is so much emphasis on the rest of "how to land," and universally, people skip the lynch pin of landing.

16 juni 2012

Fietsen

Wegens aanhoudend pokkeweer moest de BeNecup alweer gecancelled worden, en met de keiharde wind vandaag zie ik het ook niet zitten om ergens te gaan lieren. Maar het is wel prachtig weer, en Ad is jarig, dus ik ben een alternatief dagje buiten geweest. Vijfentwintig kilometer met de wind in de rug door fris groen, langs lammetjes en kuikentjes en jongetjes en veulentjes, door Randstedelijk molen- en slotenlandschap. En ja, ook weer 25 km terug, tegen de wind in, maar ik heb tegenwoordig een fiets met versnellingen dus dat hinderde niet zo.

05 juni 2012

Noodweer

Terwijl ik op kantoor een verslag van het politicologenetmaal aan het tikken ben, beuken zes meter hoge golven op de kusten van NSW. Cameron heeft m’n Litesport hoger neergelegd zodat hij niet nat wordt bij een eventuele overstroming. Nieuwszenders raden mensen aan om vooral niet in de buurt van electriciteitskabels te komen, onder bomen of torens te gaan staan, enzovoort. Dankzij skype, facebook en internet maak ik het allemaal van heel dichtbij mee, maar natuurlijk is het toch nog steeds zestienduizend kilometer en acht uur tijdverschil verderop. Ik maak me zorgen om m’n vliegvriendjes en onze vleugels. Gelukkig hebben zij meer ervaring met dit soort natuurrampen, ook al is die van deze week wel uitzonderlijk heftig.

29 mei 2012

Burgen

Een gemengde laatste dag weer: twee keer een minuut in de lucht, met een heel fatsoenlijke landing aan het eind, en verder 8 uur in de auto, 2 keer op- en weer afbouwen, vele uren wachten en eindeloos besluiteloos zitten te wezen. En dat alles met een flinke rugpijn van een verrekt spiertje ofzo na m’n eerste vlucht zondag. Toch ben ik al met al blij dat ik gebleven ben. De twee uur file over vijf kilometer in de brandende zon, met honger en hoofdpijn en uitlaatgassen, vergeet ik wel weer. Wat ik niet vergeet: de hulp van Timo en Inez, die me naar boven brachten om m’n auto te halen, de hulp van een buurjongen die ’s avonds de vleugel over een onhandig geparkeerde kar hielp tillen, de hulp van twintig parapenters die mij nog nooit gezien hadden en meteen m’n spullen tweehonderd meter door het bos sjouwden en m’n auto naar beneden reden.
’s Ochtends konden Inez en ik nog snel een startje maken in de oostenzon, terwijl er al een zuchtje wind uit het westen begon te stromen. In m’n landing holde ik met uitgestrekte armen achter m’n vleugel aan, maar never mind ik bleef overeind. Daarna met Guy en Bernd filosoferen over de slimste actie. Iedereen was naar Serrig, ik had pijn in m’n rug en nog vier uur rijden voor de boeg, de windrichting en ontwikkeling was onduidelijk. Uiteindelijk meldde ik me op het landingsterrein van Burgen, waar je naar verluidt niet mag vliegen als je niet via de website bent aangemeld. Dat bleek geen probleem, er werd eerder enthousiast gereageerd op het feit dat ik op m’n eentje en met een delta daar was. Een stel Nederlanders reed me voor naar de start, een paar Belgen hielpen m’n spullen dragen, binnen een uurtje stond ik opgebouwd en klaar om te starten maar de windzakken kronkelden griezelig om hun paaltjes heen. Ik vond het spannend, om te beslissen of ik überhaupt zou moeten starten daar, om niemand om raad te vragen, om het zonder starthulp te stellen. Een uurtje probeerde ik gewoon te genieten van de buitenlucht en m’n boek te lezen, maar elke halve zin keek ik op naar de windzakken. Tegen een uur of twee werden de startbare momenten langer, en kwamen ze ook sneller, en een groep parapenters was net van de berg af zodat er wat ruimte was.
Ik moest eindeloos ver doorlopen en zakte daarna nog een stuk door, en dat op een start van 150 meter boven een landingsveld vol hoog gras en met hekken eromheen. Ik deed niet één volle cirkel moeite om termiek te vinden en speerde direct naar het landingsterrein. Dat leverde achteraf dan wel weer complimenten op over m’n mooie landing. Ik denk dat ze (parapenters tenslotte) niet gewend zijn aan een netjes circuit, want de feitelijke landing was toch geen applaus waard, maar goed het is altijd leuk om een pluimpje te krijgen. Terwijl ik stond in te pakken bleven de pents eindelijk hangen; ik was toch nog een uurtje te vroeg. Nou ja, pas om half elf thuis om de auto uit te laden, ik had ook niet veel langer moeten blijven.

28 mei 2012

Neumagen

Nondeju naarmate het wolkenveld verder over ons heen schuift krijg ik meer de pest in. Van dat ‘had ik maar’gevoel, stomstomstom gemiste kansen. En het is koud ook en m’n tentje staat helemaal ingebouwd tussen de kampeerwagens met rokende Limbo’s, blaffende honden en snurkende vetzakken. Had ik dan toch om acht uur op m’n eentje even een startje moeten maken? Straks kom ik helemaal de lucht niet in dit wiekend, terwijl ik heel ongezellig om zeven uur bij Hanneke weggereden ben om maar maximaal profijt te kunnen trekken uit dit pinksterwiekend. Gisteren hebben zo’n tien, twaalf man gevlogen, ik heb niet eens opgebouwd. Tornadokracht oostenwind, mooi pal op de start en de lucht zag er rustig uit, maar het starten trok me toch niet en bij de gedachte aan landen in de lijzijde van de wijnheuvel aan de overkant draait m’n maag om. Toru en Mido lieten het alternatieve landingsterrein bovenop zien en verzekerden me dat het daar nooit spookt, maar het ziet er toch wel uitdagend uit zo glooiend en ver weg. Als je je over de back laat wapperen kom je beslist laag aan, en dan heb ik geen tijd om een rustige landingsindeling te verzinnen. Ik heb me dus nuttig gemaakt als starthulp. Dani met haar fairfex, 63 en klein maar nog altijd zin om te vliegen. Een Nederlander die ik nog niet kende maar die toch ook al sinds ’94 vliegt. Bernd, zo’n typische electrotechnicus-turned-computerman met een mooie Z9. Toru, altijd kalm en degelijk. Tegen negen uur was ik zo verkleumd en hongerig dat ik naar beneden racete om m’n prakkie te koken. Het werd ineens windstil en het meisje op de U2 heeft nog een prachtig uurtje gevlogen, maar ik bracht het wachten gewoon niet meer op.

Zes uur

Wat zijn er toch een rare mensen. Een op het oog heel aardige Belg die vraagt of ik alleen ben, en als ik ja zeg meteen meldt dat ie dat onverantwoord vindt. Dat is ook wel een beetje het sfeertje in Neumagen, iedereen is best vriendelijk en behulpzaam maar ze zijn vooral continu bezig elkaar op te voeden. En dan op z’n Duits: tientallen dingetjes die verplicht zijn, tientallen andere dingetjes die verboden zijn. Alsof piloten niet kunnen wachten om hun buizen en botten te breken. Ik heb nagelaten om de Belg uit te leggen dat je in de lucht toch echt alleen bent, hoeveel vriendjes of geliefden ook op het landingsterrein naar je staan te kijken.
Ondertussen overheerst juist de solidariteit. Toru en Midori, ontzettend lieve Japanse Duitsers zijn op een rustige en bescheiden manier voortdurend in de buurt om te helpen. Het klikte meteen goed met ene Bernd en die komt dan vanzelf wel even een hangcheck geven als ik voor de start sta. Reiner overhandigt me de pakzak die ik boven had laten liggen. Ik klets wat met een mannetje dat ook een Covert heeft, met een piepklein Belgje dat dezelfde landingsissues heeft als ik, met Helga die pas op haar vijftigste begonnen is en nu op haar drie-en-zeventigste overweegt om alleen nog maar bij 3 Bft te starten.

Vanmorgen zag ik zulke gore wolken aankomen dat ik gauw naar boven ben gegaan voor een glijvluchtje. Vervolgens een start om een uur of twee, toen het zo verschrikkelijk druk was dat je geen driezestig kon draaien vanwege al het verkeer langs de berg. Daarna nog een derde start. Er stonden zeker vijftien mensen ingehaakt te wachten op termiek, dus ik heb me opgeofferd als winddummy. Als ik op m’n beurt had moeten wachten had ik pas laat in de avond kunnen starten, maar tja inderdaad ik zakte wel direct uit. Nou ja, drie prima landingen, mijn dag is weer goed.

22 mei 2012

Positief

Meteen een positief stukje erachteraan voor het evenwicht. Kennelijk lezen ook anderen dan m’n naasten deze blog, en het doet enorm goed om zoveel lieve steun te krijgen. Maar het was sowieso maar een dipje hoor, niet de dagelijkse stand van zaken. Die is juist uitstekend, met een leuk team afgelopen wiekend. Gezellig logeren bij Eppo, trots op Djenghiz omdat ie zo waanzinnig goed gevlogen heeft, blij met Martijn. We hebben niet eens alleen over vliegen gepraat, best knap van ons. Tussen neus en lippen door hebben we ook nog even de wereld verbeterd, het milieu beschermd en menselijke karakters ontleed. Een uiterst productief wiekendje dus!

21 mei 2012

post-NK depressie

Raar, om op een zonnige zondagmiddag thuis te komen. Martijn afgezet, spullen opgeruimd, gras gemaaid. Leeg en moe. Ik had misschien toch gewoon een startje moeten maken en een mooie landing, maar ik was zo vreselijk moe en verdrietig. NK is leuk, maar wat ik mezelf ook wijsmaak, de confrontatie met verraad en gemis blijft jaar in jaar uit scheuren. Het kreng over ‘onze eigen’ dolly horen, dat ding dat we samen hebben gemaakt, waar ik de houten blokken nog van heb geschuurd. Foto’s die herinneren aan verliefdheid en vertrouwen. Een stem die mij beloofde voor altijd. Liefde en vliegen, vliegen en liefde. Zo verweven dat ik geen onderscheid wist te maken, maar dat hoefde ook niet. Ook al was het slecht voor m’n vliegen dat ik me richtte op scoren, zodat ik bij hem kon zijn. Ook al zijn pijn en rouw slecht voor m’n vliegen geweest omdat ik opnieuw m’n aandacht niet wist te houden daar waar het moest. Ik speld m’n diamanten badge op. Die had ik niet bij elkaar gevlogen als ik niet had moeten vluchten, een andere wereld opzoeken waar ik vrij kon zijn van herinnering en vernedering. Waar ik de focus weer kon terugvinden, vliegen, genieten, leren, vrijheid. De badge is opgedragen aan Cameron, Ropje, Vicki, Hans, Kees, die de ontsnapping mogelijk maakten. Liefde en vliegen weer met elkaar verbonden.

20 mei 2012

19 mei 2012

NK slepen dag twee

Ik ben te moe om een compleet verhaal te schrijven, maar niet ontevreden. De eerste sleep was om de een of andere reden erg zwaar, en na het loskoppelen was ik ongelooflijk snel weer naar beneden. Zoals Martijn opmerkte stortte de windzak in, het was echt enorme sink overal. De tweede start sleepte Rinus me een mooi belletje in op flinke hoogte (Rinus kan je altijd het gevoel geven dat je speciaal bent, en tegelijk weet je dat hij iedereen eerlijk gelijk behandelt) maar ik donderde er toch meteen weer uit. Al gauw zag het er naar uit dat ik me tevreden zou moeten stellen met een fatsoenlijke landing, maar op 215 meter begon het te piepen en met iedere keer driekwart lift eenkwart sink ploeterde ik in meer dan een half uur naar wolkenbasis. Mooi zo, maar ik was inmiddels echt heel erg moe en ik vond het uitgestrekte bos op koers behoorlijk eng. Ik wilde mezelf niet gek maken dus ik koos voor de omweg via een paar grote weilanden, maar tja daar zaten natuurlijk net de wolken weer niet. Dan maar uitzakken tussen Apeldoorn en Teuge, met een schuin oog op de dropzone van de parachutisten. Geen idee hoever ik gekomen ben maar ik heb in ieder geval m'n best gedaan. Filmpje met allemaal interviews van Johan Kaal.

18 mei 2012

NK slepen, Deelen 2012

Het blijft lastig om de goeie balans te vinden tussen opgeven, en gewoon erkennen dat het voorbij is en dat het tijd wordt om een veilige landing te organiseren. Ik word zo pissig op mezelf als ik vind dat ik te snel heb opgegeven, dat ik meestal net iets te lang blijf doorzoeken en proberen en dan geen mooi circuit meer kan maken. Zeker boven Nederland, waar je altijd overal kan landen, heb ik de neiging om nog net even dat volgende veldje te pakken, en het volgende, en dan dus zonder circuit aan de grond. Nou ja, gisteren ging dat heel redelijk, een rondje wind checken had wel geholpen om iets mooier recht in de wind te landen maar ik had in ieder geval een enorm, kortgemaaid veld met een asfaltweg erlangs en heel vriendelijke mensen die me meteen iets te drinken aanboden. Ik weet nog niet zeker of ik niet toch beter m’n best had moeten doen. Het was een rare dag, met af en toe een hele dikke harde bel tot 1700 meter maar ook heel veel sink, of gewoon niks, en een stratusdeken die de zon bijna overal buitensloot, vrij harde crosswind waardoor je steeds fors van koers afdreef. Met m’n Sting kwam ik maar langzaam vooruit en verloor ik toch wel veel hoogte bij het glijen, maar dat ik zoveel trager naar boven schroefde dan Maarten, Ropje en de zwevers waar ik mee in een bel zat kan ik niet aan de vleugel wijten. Er stonden er zo een stuk of acht op goal, dus het was ook geen onmogelijke dag. Ik vermoed dat ik het met een Litespeed ook niet gehaald had, ik maak nog steeds enorme fouten. De belangrijkste: liever alleen vliegen dan met een groepje, en meer dan zestig procent van m’n route laten afhangen van landingsterreinen. Misschien gaat de rest van de NK beter. Aan het team kan het niet liggen. Leidse lijster Martijn blijkt een ideale chauffeur/verzorger/supporter, we logeren gezellig bij Eppo en Djenghiz zorgt voor auto + goal. Gisteravond nog even langs bij het festival waar de emu uit Elst z’n tenten heeft staan, heel erg leuk.

16 mei 2012

Fijne dingen

Ik word blij van mooie dingen, en mensen. Schilderijen, muziek, een vrolijk appelgezicht. Adembenemende bouwwerken: de Taj mahal met steeds een andere lichtval; de maidan in Isfahan vol bemozaiekte moskeeën en paleizen; Sana’a zoals het was voordat kogels zoveel verwoestten. Ik word blij van muziek, swingend op de fiets of hard meezingen in de auto. Nog gelukkiger word ik van natuur, van landschappen. De kleuren, geuren, geluiden van het Haagse bos in het voorjaar. Lichtgroene kleine blaadjes, bemoste stammen eindeloos lang als de benen van Ester, roodbruine aarde, merels. Bloemen langs de gracht, spetterend roze en wit en geel en donkergroen en lichtgroen en het bruine water. Ontroerende weilanden, vers gemaaid. Frisse wind waar je een loopneus van krijgt, zon, zweten tegen de wind in, warm ingepakt met handschoenen en een muts op. Of juist wandelen in de zomerzwoelte, met zo min mogelijk stof om de huid. Het allerblijst word ik van vliegen. Als je vliegt krijg je het landschap niet kado, je moet het verdienen. Eerst hard werken, concentreren, m’n benen in een kramp gestrekt van de spanning. Pas als je goed gecentreerd in een stevige bel zit, alleen zodat je niet hoeft op te letten dat je nergens tegenaan botst, met zekerheid op weg naar de wolken, kan je ineens om je heen kijken en genieten van het steeds platter en vager wordende landschap. Kleuren en lijnen lopen in elkaar over, details verdwijnen, de wereld wordt een plaatje. Groen, bruin, water, grijs asfalt, rode daken. Het is genieten uit een ooghoek, want ik heb m’n volle aandacht nodig voor het vliegen zelf. Een draaiende vogel is niet alleen fijn om te zien, het betekent ook dat daar termiek zit. Is m’n angle of dangle goed, hoeveel vg gebruik ik, langs welke route zal ik naar het keerpunt gaan, waar kan ik landen, hoe steil draai ik in? Het gekraak van de radio moet worden genegeerd, m’n helm zit over m’n oren zodat ik de vario niet goed hoor, kouwe wind waait via m’n nek naar binnen. En de kick van een goeie bel, omhoog schroeven, met twee of drie meter per seconde steeds meer ruimte krijgen. Vliegen is een hoop gedoe, bepaald niet de verstilling van meditatie, maar het effect is vergelijkbaar: leven wordt beleven, er zijn.

14 mei 2012

Knoalkup

Een gezellig dagje Stadskanaal weer, dankzij de goede groene zorgen, een beetje zon en een hoop vliegvriendjes. De Knoalkup werd vrijdag en zaterdag afgelast vanwege de keiharde wind, maar daarom niet getreurd want zo kon ik zaterdagmiddag heel benzinebesparend naar het verre noorden trekken, m’n hevig klapperende tent opzetten en met z’n vijven bunkeren bij de Turk. Konden die ook eens zien dat wij wel degelijk in staat zijn om frisgewassen en ongehaast te dineren. Zondag verliep alles volgens het boekje. Iedereen op tijd, weinig wind recht op de baan, een leuke chauffeur, twee schattige dollyboys die zich uit de sloffen werkten om steeds maar weer de volgende piloot klaar te hebben als de dragonfly binnenkwam. Dees en Rinus zijn ideale sleeppiloten en de lucht was rustig genoeg voor probleemloze starts. Daar zat dan ook wel het enige verdriet van de dag: de meesten zakten gewoon op het veld uit en alleen ‘zHarry wist goal te halen. Ik zag ‘m heel laag op weg naar het laatste keerpunt toen ik net, na m’n tweede start, omhoog begon te schroeven. Ik herkende ‘zHarry aan alles: het laag schrapen, z’n route, het feit dat hij drie uur daarvoor gestart was en dat hij op onmogelijke dagen toch altijd de taak uitvliegt. Ongelooflijk knap. Ik moest nog aan de taak beginnen, en draaide met Sander naar de wolk op 1250 meter. Dat valt me toch niet mee met de Sting. Best een fijne vleugel, ideaal om m’n landingen te oefenen en op rails aan de sleep, maar ermee termieken vind ik gewoon erg moeilijk. Ik voel minder wat de lucht doet, reageer ook niet altijd adequaat met dat ding omdat ie een andere input vraagt dan Litespeed of Litesport, en tussen de bellen door verlies je ook snel hoogte. Ik stak eerst naar Sander die boven het kanaal een bel had gevonden, maar stuurde bij nader inzien toch maar iets bovenwinds op. Boven Nieuw Buinen zag ik het veldje al liggen waar ik twee jaar geleden m’n hand brak, omdat ik zo stom was om perse een paar extra meters door te willen vliegen in de hoop op een laatste reddend belletje. Die fout maak ik niet meer, en op driehonderd meter ga ik al serieus beoordelen hoe m’n circuit moet worden. Verrek, opnieuw staat de grondwind zuidelijk terwijl de bovenwind toch echt hard uit het noorden komt! Bizar, maar ik trap er dus nu niet meer in en pletter redelijk onbeschadigd tegen de grond aan, één glijvluchtje vanaf het veld. Jammer, maar zo kon Vicar, m’n chauffeur en aankomend zeilvlieger, wel alle aspecten van een wedstrijd meemaken. Ook het wachten op de scores, en de prijsuitreiking. Daarvoor kom je eigenlijk bij de Knoalkup: Rinus maakt er altijd een fantastisch feestje van met allerlei aardigheidjes en stimulerende praatjes voor iedereen. Alle deelnemers en zelfs m’n ex en heks kregen groene kadootjes. Dat was wel het enige jammere, dat die er waren. Ik ben nog altijd verbijsterd dat hij z’n gezicht durft te laten zien. Hij zal zich neem ik aan toch gruwelijk diep schamen, het moet een hel voor ‘m zijn. Dat hoop ik dan maar.
Hier een leuk filmpje van Djenghiz

30 april 2012

Koninginnedag

Bizar, prachtig mooi weer en ik loop een beetje te lanterfanten. Ik had me opgegeven om in Bruinehaar te gaan vliegen vandaag, zag dat er een paar leuke clubgenoten zouden komen maar ook dat het misschien in de loop van de dag wel hard zou gaan waaien. Bier en laat (fijn) bezoek maakten een definitief einde aan m’n motivatie, heel raar. Ik lag vroeg wakker te verzinnen dat het niet helemaal normaal is om niet te gaan vliegen, maar bracht het toch niet op. Dan maar uitgebreid ontbijt / uren praten over vliegen met Camo, stukje gepeddeld, stukje over de vrijmarkt geslenterd, ’s middags in bikini in de tuin met een boek. Ik word oud!

28 april 2012

Wim Derksen, Loopgek

Als het boekje niet door Wim geschreven was, had ik het nooit gekocht want ik heb helemaal niks met hardlopen. Ik kan me nauwelijks iets verschrikkelijkers voorstellen eigenlijk, behalve dan hardlopen in een team rond een bal. Wims boek bevestigt wat ik al dacht: dat ik heel veel luier ben dan hij. Niet half zo verslaafd. Ik train juist helemaal niet met schema’s, doe ook vaak een jaar of tien, twintig precies hetzelfde (75 baantjes zwemmen in 42 minuten, anderhalf uur fietsen van Voorburg via Leidschendam naar Wassenaar en terug, uurtje krachttraining met altijd dezelfde gewichten en dan een half uurtje op de crosstrainer, en ’s ochtends eeuwig hetzelfde setje situps, pushups en lunges. En dat allemaal minder dan drie keer per week meestal). Serieuze prestaties in het vliegen heb ik ook nog niet echt geleverd, op een enkele keer goal na. Ik lijk meer op zijn eeuwige uitvaller uit één van zijn laatste hoofdstukjes, dan op de bijna ongezond gefocuste held. Toch herken ik de gekkigheid van dóórgaan met de tranen over m’n wangen van de pijn, minuten lang na de landing trillen en duizelig van de uitputting, taken vliegen zonder me af te vragen of het wel leuk is. Het genieten tijdens de taak, ondanks al die lichamelijke ongemakken. Totaal negeren van iedere vorm van decorum, je gaat natuurlijk niet opgeven alleen maar om de lagere noden van het lijf. Zenuwen vooraf, en het lastige gesprek met jezelf tijdens de wedstrijd. En ok, toegegeven, toch wel de verslaving, het enige wat verklaart waarom je het blijft doen, niks anders wil doen. Tegen de tijd dat ik zijn finish las was ik zowaar ontroerd. Niet zo hevig als wanneer ik zelf op goal sta, maar met zo’n boekje beleef ik andermans sport in ieder geval veel meer mee dan bij het kijken naar een tv-verslag. Goed dat ik vandaag niet kon vliegen met al die regen, kom ik tenminste weer eens aan wat lezen toe.

23 april 2012

ophaalchauffeurs gevraagd

Het is weer tijd voor het jaarlijkse ritueel: ik zoek chauffeur(s). Wie heeft er zin om aanwezig te zijn bij de (sleep)starts op een wedstrijddag, om vervolgens in mijn auto te springen en met kaart, gps, radio en telefoon de speurtocht naar mij te ondernemen, om me vervolgens weer terug naar de scorer te brengen? Ik ben al blij met een chauffeur voor één dag, maar meerdere dagen mag natuurlijk ook. Ik betaal de reiskosten en avondeten, zorg voor spektakel en gezelligheid en voor de auto en radio, ben eeuwig dankbaar en probeer natuurlijk ons team naar het erepodium te vliegen. Er is een ophaalchauffeur nodig: 11 mei (de andere dagen heb ik al iemand) in Stadskanaal 15, 16, 17 juni in Stadskanaal en 15 en 16 september in Büllingen (België) Voor de NK 17, 18, 19, 20 mei in Deelen (bij Arnhem) ben ik al voorzien!

14 april 2012

lier testen


Wilde vandaag wel erg graag weer ns vliegen, maar het weer zag er niet spetterend uit en de lier moest getest. Toch maar naar Tilburg afgereisd, als ik in ieder geval een startje zou kunnen maken vind ik het wel weer mooi. Het gras was nat en lang, de wind stond minstens 90 graden cross, de lier trok niet zo snel als we wel zouden willen. Net toen ik me desondanks klaar maakte om achter Tanno te starten, ging hij op z’n plaat omdat er zo langzaam werd getrokken dat ie gewoon te ver moest lopen (met die crosswind). Ik besloot om veiligheidshalve uit te haken, en natuurlijk draaide de wind vanaf dat moment weer goed. Buizerd boven het bosje, overal ooievaars, en toch wel veelbelovende wolken dus ik trok alles weer aan. De start ging prima, ik vond ook een belletje maar kon het toch niet vasthouden. Ach, het was gezellig, ik ben voor de bui ingepakt en vroeg thuis, en de lier is getest. Volgende week beter.

10 april 2012

Dave

In de hangglidinggemeenschap kan je makkelijk vrienden, minnaars, kennissen jarenlang mislopen. Je gaat toevallig net niet naar dezelfde wedstrijden, iemand focust net even op een ander seizoen, piloten hebben soms geen geld of vakantiedagen om met de verschillende wedstrijden mee te doen. Vrij veel krijgen een kind en doen dan een paar jaar wat minder mee. Zelfs op facebook zie je lang niet iedereen regelmatig. Dave kwam ik meestal in Australië wel tegen, maar de laatste jaren vloog hij niet mee in Forbes. Toevallig spraken we elkaar in januari, ik merkte op dat hij er belachelijk gezond uitzag en hij nodigde me uit om naar Manilla te komen in december. Afgelopen maand was hij ineens actief op facebook, kennelijk had ie het enorm naar z’n zin in Brazilië. Ik ben blij dat ik af en toe nog likes heb geplaatst bij z’n fotoos.
Als een piloot verongelukt heb je het niet eens zo direct in de gaten. Ik zag Paul toch al zelden, ik kwam zelf niet zo heel vaak in Bruinehaar waar Alphons altijd lierde, Missy had ik de jaren voor het ongeluk nog niet ontmoet, Ricci vloog andere wedstrijden dan ik. Seibsy zal ik op dezelfde manier missen, onverhoeds realiseer ik me dat hij er niet is omdat hij er niet meer is.